HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Komt ondernemingstijd, komt ondernemingsraad
Sebas Cusack
13-02-2019
Mij wordt weleens gevraagd waarom ik in de ondernemingsraad wilde. Het antwoord hierop is simpel: dat wilde ik niet. Een OR, dacht ik, dat is toch alleen maar vergaderen en ruzie maken met de baas? En vergaderen en ruzie maken, dat zijn twee van mijn minst favoriete dingen. Een paar jaar geleden werd ik gevraagd of ik me niet verkiesbaar wilde stellen. Ik heb toen nee gezegd, maar toen ik een paar weken later nogmaals gevraagd werd, ben ik er eens over gaan nadenken. Ten slotte zit ik, als het allemaal meezit, nog tientallen jaren in deze of vergelijkbare organisaties, en dan is het eigenlijk wel fijn als je zelf een beetje een sturende hand hebt in waar die organisatie eigenlijk heen gaat. Dus stelde ik me verkiesbaar, en voor ik het wist zat ik in de OR.  
Komt ondernemingstijd, komt ondernemingsraad
Mijn vrees voor het vergaderen is helaas uitgekomen, maar het ruziemaken valt gelukkig erg mee. Ik had het idee dat OR en bestuur altijd tegenpolen zijn, maar eigenlijk wil je allebei vooruit, en dan is het wel handig als je ook dezelfde kant op trekt. Niet dat er geen flinke discussies geweest zijn, integendeel, maar goed, als je áltijd hetzelfde denkt, heeft het natuurlijk helemaal geen zin om een OR te hebben, dan ben je alleen maar een extra handtekening op voorgenomen besluiten.

Als OR mag je veel meer dan ik dacht, maar tegelijkertijd ook veel minder. Mijn eerste jaar ben ik vooral bezig geweest met leren wat precies, want behalve dat vage idee van vergaderen en ruziemaken had ik eigenlijk geen idee waar ik aan begon. Cursussen volgen, zelf de WOR doorspitten (met een hoop koffie erbij, want het is taaie kost), naar de platformdagen om verhalen uit te wisselen met andere bibliotheken, noem maar op. Wat hierbij ook niet hielp is dat, terwijl je leert, de wereld natuurlijk ook niet stilstaat, dus je loopt het risico dat wat je net geleerd hebt intussen alweer achterhaald is. Zo hebben we de AVG, en zit de samengevoegde cao bibliotheken en kunsteducatie eraan te komen. Tenminste, als dat allemaal doorgaat, wat ik zo zeker nog niet weet. Maar goed, ‘een leven lang leren’ geldt natuurlijk net zozeer voor ons als voor de mensen die naar de bieb komen. 

Ik dacht vroeger ook nooit van mezelf dat ik het soort persoon was dat aantekeningen maakt, maar sinds ik in de OR zit ben ik alles gaan bijhouden, want het is al moeilijk genoeg om alles te onthouden met geheugensteuntjes. En ik ben er terugkijkend ook wel erg blij mee, want als ik nu een keer iets niet meer goed weet of me afvraag wat er ook al weer afgesproken was, hoef ik alleen maar terug te bladeren door mijn schriftjes met aantekeningen en te hopen dat ik mijn eigen handschrift nog kan lezen. Zo ben ik ook per ongeluk in de rol van notulist gerold, want we hadden er officieel nog geen, dus ik besloot het gewoon maar eens te proberen en dat ging eigenlijk best goed. Zo ben ik niet alleen medeverantwoordelijk voor de toekomst, maar ook nog eens voor de geschiedenis. Allemaal erg spannend, dus!

Ik ben natuurlijk dubbel uitzonderlijk in de biebwereld, want ik ben niet alleen jong, maar ook jongen. Zo ben ik, behalve één pensionado die nog bijspringt waar nodig en één opruimhulp, bij ons in de bibliotheek de enige man die er werkt. Ik heb hier geen cijfers voor, maar persoonlijk heb ik altijd wel het idee dat van de mannen die in een bieb werken er buitensporig veel in de directie of de OR zitten. Waar ik wel cijfers van heb, en wat ik dus zeker weer, is dat er tot voor kort vijf Bibliothecarissen van het Jaar waren, en alle vijf zijn man. Dit klinkt misschien als een stukje waar een punt aan het einde komt, maar dat heb ik niet, het is gewoon iets wat mij opgevallen is.

Als je als kind in je eigen bieb komt zie je alleen maar al die mooie boeken en sta je er niet zo bij stil wat een hoop werk er achter de schermen eigenlijk gebeurt. Het blijft toch een organisatie en die houden zichzelf niet zomaar in stand.

Mijn huidige OR-periode loopt nog ongeveer een jaar en ik ben niet van plan me herkiesbaar te stellen. Dat had ik mezelf aan het begin al gelijk voorgenomen en ik ben niet van gedachten veranderd. Ik vind het mooi dat ik ook op een kleine manier bij heb kunnen dragen aan het feit dat er hele nieuwe generaties kinderen niet stil hoeven te staan bij het feit dat een bibliotheek een hele hoop werk is.

Sebas Cusack
Is werkzaam bij Bibliotheek Hilversum en is lid van het Jong Bibliotheek Netwerk (JBN).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie