HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Waarom € 42 voor ‘digital only’ en geen algemeen e-bookpluspakket?
Wim Keizer
03-02-2016
Voor € 43 euro per jaar ben ik lid van de openbare bibliotheek in mijn woonplaats. Voor dat bedrag mag ik boeken lenen van die lokale bibliotheek én van de landelijke digitale bibliotheek. Zou ik alleen maar gebruik willen maken van de uitleenfunctie van die landelijke digitale bibliotheek (‘digital only’, ofwel ‘alleen digitaal’) dan betaal ik € 42 per jaar.
Waarom € 42 voor ‘digital only’ en geen algemeen e-bookpluspakket?
Met andere woorden: als lid van de lokale bibliotheek krijg ik voor ongeveer eenzelfde bedrag aanzienlijk meer aanbod dan als alleen-digitaal-lid van de landelijke digitale bibliotheek (ook al staat dat meerdere rechts wat verstopt in de twee onderste ‘bullets’). Het lijkt erop dat uitgevers en bibliotheken met vereende krachten het door elkaar lezen van fysieke boeken en e-books zo veel mogelijk willen aanmoedigen en het lezen van uitsluitend e-books zo veel mogelijk wensen te ontmoedigen. Een soort e-bookpluspakket, maar dan niet met 18 uitleningen van boeken jonger dan drie jaar voor € 20, maar net als nu voor alle soorten e-books maximaal 10 tegelijk voor drie weken en in elk geval voor een aanzienlijk lager bedrag dan € 42, klinkt mij veel logischer in de oren dan wat er nu gekozen is, als er dan zo nodig iets betaald moet worden. Zoals bekend vind ik dat laatste twijfelachtig als er geen dringende redenen voor zijn.

Overwegingen
In haar beantwoording van vragen (pdf) uit de Tweede Kamer, waar ik in november 2014 eerder naar verwees, liet minister Bussemaker in maart 2014 over het tarief voor de digitale bibliotheek weten (zie pagina 26): ‘Bij het bepalen van de hoogte van het tarief spelen onder meer de volgende overwegingen een rol: de maatschappelijke functies van de bibliotheek, zoals het stimuleren van het lezen, de mogelijke effecten op de markt en de afspraken met uitgevers en auteurs. Het tarief dat de openbare bibliotheken op dit moment berekenen voor het zogenaamde e-bookpluspakket is daarbij richtinggevend.’ Ook leden van de Eerste Kamer hadden vragen. Daar antwoordde (pdf) Bussemaker in oktober 2014 op (zie pagina 7/8): ‘Bij de digitale bibliotheek kan een onderscheid gemaakt worden tussen rechtenvrije en rechtendragende e-content. De rechtenvrije content is voor iedereen, zonder lidmaatschap, gratis toegankelijk. Voor de toegang tot rechtendragende content is een registratie (lidmaatschap) nodig.’

Raadsels
Tussen oktober 2014 en november 2015 gebeurde er niets waarneembaars op het gebied van de tarieven, behalve dat e-books lenen van de digitale bibliotheek gratis bleef voor leden van fysieke bibliotheken en enkele bibliotheken zelf begonnen met zogenaamde ‘e-booksabonnementen’ (volgens mij wettelijk gezien niet tegen te houden, want lokale bibliotheken bepalen zelf wie zich ‘lid’ mag noemen, wat iemand daarvoor moet betalen en welke voorwaarden er gelden). Achter de schermen zal ongetwijfeld van alles gebeurd zijn, maar het is me een  raadsel waarom er gekozen is voor een bedrag van € 42 per jaar voor alleen-digitaal-leden en € 0 (extra) voor leden van een fysieke bibliotheek (die voor dat lidmaatschap soms veel minder betalen dan € 42, mede afhankelijk van toepassing van een gedifferentieerd tarievenstelsel).
Het is me ook nog een raadsel waarom, zoals de minister in de Kamer zei en ook de KB vindt, het bibliotheekpolitiek gezien logisch zou zijn voor rechtenvrije e-books geen tarief en geen registratie te vragen en voor rechtendragende e-books wel. Bij de tariefstelling voor de fysieke bibliotheek speelt dit geen enkele rol. Toegang hebben tot een fysieke bibliotheek en in die bibliotheek media, waaronder boeken, raadplegen (of ze nou rechtendragend zijn of rechtenvrij) en er inlichtingen over vragen, is doorgaans gratis en kan anoniem. Pas als er materialen aan de collectie worden onttrokken om rustig thuis te kunnen lezen moet er, meestal in de vorm van een ‘lidmaatschap’ voor dat gemak betaald worden, maar ook daarvoor maakt het niet uit of de geleende materialen rechtenvrij of rechtendragend zijn.

Zwabberstuk
Er is maar één verklaring voor dat onderscheid rechtenvrij/rechtendragend zodra het gaat om e-books: dat uitgevers een tarief eisen om hun e-books voor uitlening via de digitale bibliotheek beschikbaar te stellen en de KB die eis wel moet inwilligen, omdat er anders te weinig aanbod van e-books ontstaat in relatie tot de vele kosten die al gemaakt zijn voor de landelijke infrastructuur en de digitale bibliotheek. Vandaar ook dat het memorandum (pdf) dat de KB voor minister Bussemaker maakte met het voorstel naar € 42 per jaar te gaan zo’n zwabberstuk is, vol met ‘enerzijds’, ‘anderzijds’ en ‘voorlopigheid’. Enerzijds de publieke waarden (in de Stelselwet verankerd), maar anderzijds de belangen van de uitgevers (die dan ook weer het belang van de bibliotheek zijn). Maar me dunkt dat de staat de uitgevers, door de onttrekking van gelden uit het gemeentefond, al erg goed bedeelt: het bedrag is dit  jaar € 9,2 miljoen, waarvan een groot deel bedoeld is voor e-books. De staat voorziet particuliere ondernemers van mooie, gegarandeerde afnames. En dan toch nog eisen stellen aan de hoogte van tarieven van publieke bibliotheken (volgens de Stelselwet onafhankelijke voorzieningen).

‘Misverstand’
In Bibliotheekblad nummer 1/2016 zegt KB-directeur Lily Knibbeler dat het een misverstand uit het verleden zou zijn dat het e-bookaanbod het enige is dat de digitale bibliotheek te bieden heeft. ‘Dat is onjuist, want daarin worden bijvoorbeeld Delpher en DBNL [Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren – wk] niet meegenomen,’ zegt Lily Knibbeler. Nou, ik ben toch bang dat de ‘landelijke digitale bibliotheek’ dat misverstand nog laat voortbestaan, want zodra ik erop click (peildatum 3 februari 2016) krijg ik als eerste een grote foto te zien met de tekst: ‘E-books leen je bij de bibliotheek’. Dan kan ik rechts op een pijltje clicken en zie ik een andere foto met de tekst: ‘de Bibliotheek/HEMA academie’. En nog een keer clicken op het pijltje levert op: ‘LuisterBieb’.
Misschien heb ik niet goed gekeken en staat het ergens verstopt, maar Delpher en de DBNL zie ik niet. Delpher, met een rechtenvrij, voor iedereen gratis toegankelijk digitaal boeken-, kranten- en tijdschriftenaanbod (door mij geprezen in de introductie van de WWW van april 2013) kom ik wel tegen op de KB-site, hoewel het ook hier nog even zoeken is. En voor DBNL moet ik toch echt naar de aparte DBNL-site.  Waarom, als het niet rechtstreeks kan, op de site van de digitale bibliotheek niet even een link gelegd naar Delpher en DNBL (met uitleg van wat het is).

Tralala en letter
In een gastblog in januari 2014 maakte ik, enigszins schertsend, een onderscheid tussen de ‘tralalabibliotheek’ (een recreatieve landelijke digitale bibliotheek, vooral gericht op het uitlenen van populaire boeken, zoals thans getoond wordt onder de eerste foto op de site van de digitale bibliotheek) en de ‘letterbibliotheek’ (de lokale/regionale fysieke bibliotheken die vooral gestalte geven aan andere maatschappelijke functies). In een brief van 17 december 2015 aan de KB (met kopie aan de Tweede Kamer) schreef minister Bussemaker o.a.: ‘Op grond van de Wsob voert de openbare bibliotheek vijf functies uit. Deze functies kunnen fysiek en/of digitaal worden uitgevoerd. Het ligt voor de hand dat de aandacht van de KB allereerst uitgaat naar het opbouwen en toegankelijk maken van een digitale collectie (functie 1, uitlenen). In een later stadium kan de inzet van de digitale infrastructuur voor de overige functies volgen. De samenhang tussen fysiek en digitaal (lokaal en centraal) is daarbij een belangrijk aandachtspunt.’
Ik pleit ervoor, met alle verschillen die er nu eenmaal zijn en blijven tussen fysiek en digitaal, een aantal belangrijke principes voor publieke taken op beide typen bibliotheken van toepassing te laten zijn. De fysieke bibliotheek moet niet gaan doorschieten in het streven (samen met partners) vooral laaggeletterdheid te bestrijden, mediawijsheid te bevorderen of andere ‘maatschappelijke’ dingen te doen, met dedain voor haar belangrijke rol in de advisering over en het beschikbaar stellen van boeken. En de digitale bibliotheek moet juist niet te veel, wellicht nog onder invloed van BNL-denken, die populaire e-books benadrukken, maar mag van mij, sneller dan de minister aangeeft, de digitale infrastructuur ook zichtbaar benutten voor andere functies van de openbare bibliotheek.

Norm
Voor een publieke voorziening als de openbare bibliotheek (zowel fysiek als digitaal) zou gratis en ongeregistreerd gebruik de norm moeten zijn, omdat er via de belastingheffing al door alle burgers voor betaald is. De noodzaak van registreren en betalen zou de uitzondering moeten zijn, als het echt niet anders kan om van publiek belang zijnde informatie te kunnen aanbieden of als het individuele belang van de gebruiker aanzienlijk groter is dan het publieke belang. Wat dat betreft zie ik zowel bij de fysieke bibliotheken als de digitale bibliotheek nog inconsequenties, die niet alleen te maken hebben met uitgeverseisen, maar ook met het er in de loop der jaren ingeslopen markt- en klantdenken. Dat het er ook weer uit moge sluipen. En dat veel beter dan nu, op www.bibliotheek.nl rechtsonder clickend op ‘Over de bibliotheek’, uitgelegd wordt wat ‘de digitale bibliotheek’ eigenlijk is. Het begin (‘De Bibliotheek biedt iedereen vrije toegang tot informatie, kennis en cultuur zodat mensen zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in de maatschappij’) is goed, maar leg dan meteen uit wat die vrije toegang inhoudt, welke onderdelen (zoals de getoonde eregalerij) gratis en ongeregistreerd gebruikt kunnen worden en welke onderdelen iets minder vrij toegankelijk zijn, daar er voor geregistreerd en betaald moet worden.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie