HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Over ‘het boekengebeuren’ en andere branchegebeurens 3.0
Wim Keizer
11-01-2016
‘Overigens is het voor de strategische positie van belang om te onderkennen dat allerlei aspecten van het boekengebeuren steeds minder belangrijk worden. De bibliotheek heeft in toenemende mate andere rollen te spelen.’ (pagina 27 in het adviesrapport VOB 3.0, pdf, van VOB-interim-directeur Cor Wijn).
Over ‘het boekengebeuren’ en andere branchegebeurens 3.0
‘Voor de positionering van de vereniging betekent dit een verbreding en ook het leggen van andere accenten. Kort getypeerd: minder aandacht voor boeken, meer aandacht voor burgers.’ (pag. 27, VOB 3.0).
‘De vereniging moet zich ontworstelen aan de omklemming van de vele boekgerelateerde stichtingen die haar omgeven en het gesprek aangaan met maatschappelijke organisaties op de terreinen van onderwijs, zorg en arbeid.’ (pag. 32, VOB 3.0).
‘Overigens: de zinsnede op pag. 32 (derde alinea) over het meer afstand nemen van de boekgerelateerde stichtingen wordt door velen als ongenuanceerd en onverstandig bestempeld. Voor velen blijft de collectie toch de kern van het bibliotheekwerk, deze “heritage” mag niet worden verloochend.’ (pag. 4, Voorstel VOB-bestuur over VOB 3.0).'
‘Op grond van de Wsob voert de openbare bibliotheek vijf functies uit. Deze functies kunnen fysiek en/of digitaal worden uitgevoerd. Het ligt voor de hand dat de aandacht van de KB allereerst uitgaat naar het opbouwen en toegankelijk maken van een digitale collectie (functie 1, uitlenen). In een later stadium kan de inzet van de digitale infrastructuur voor de overige functies volgen.’ (pag. 2 in een brief van 17 december 2015 van minister Jet Bussemaker aan de Koninklijke Bibliotheek, KB).
'Boeken geven ruimte om onszelf te verliezen in het leven van anderen. Ze vormen ons denken. Daarom geloof ik ook dat het boek de toekomst heeft. Er zullen altijd verhalen zijn en komen die tot onze verbeelding spreken, ons kennis laten maken met nieuwe werelden en ons soms zelfs van gedachten laten veranderen.’ (uitspraak minister Bussemaker op 4 januari bij aftrap ‘Jaar van het Boek’).

Een paar citaten om aan te geven dat het nog niet eenvoudig zal zijn de bibliotheekbranche 3.0, met als uithangbord de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), een heldere positie te geven. Weliswaar stelde het VOB-bestuur voor de aanbevelingen van Cor Wijn over te nemen, waaronder ‘helder maken van de positionering’ (wat vooral betekent ‘steeds slim schakelen tussen belangenbehartiging enerzijds en samenwerking anderzijds’), maar de passages over ‘het boekengebeuren’ en de ontworsteling aan boekgerelateerde stichtingen moesten er van het bestuur maar niet bij. Toch willen veel bibliotheken inzetten op versterking van nieuwe maatschappelijke rollen. Wat natuurlijk de vraag doet rijzen of die nieuwe rollen en meer aandacht voor burgers niet kan of zelfs moet samengaan met veel inzet van boeken. Ik vind internet een buitengewoon boeiend verschijnsel, maar we hebben de voor- en nadelen nog lang niet allemaal in kaart. En we mogen ons er meer van bewust worden dat aandacht geven aan ongeruste burgers, boze burgers en nieuwe burgers heel goed zou kunnen samengaan met het propageren van het grote maatschappelijke belang van het lezen van boeken.

Wat me opviel
Door vakantie kwam ik er pas in januari aan toe het rapport van Cor Wijn en het er aan voorafgaande bestuursvoorstel eens goed te lezen. Ik ga het hier verder niet uitputtend behandelen, maar haal er een paar dingen uit die me opvielen. Wel wil ik eerst zeggen dat Wijn knap werk heeft geleverd door problemen die bij de VOB jarenlang onder tafel werden gehouden gewoon helder te benoemen en er pogingen tot oplossingen voor aan te reiken, ook al staan sommige ervan gelijk al ter discussie.

Heldere positionering?
Allereerst viel me op dat het nog niet meevalt de juiste positionering ten aanzien van boeken te vinden, zoals ik met de citaten al liet zien (waarbij ik het ditmaal voor het gemak maar even niet heb over het verschil tussen papieren boeken en e-books). En steeds maar ‘slim schakelen tussen belangenbehartiging enerzijds en samenwerking anderzijds’ klinkt heel verstandig, maar maakt de positionering juist niet helder, want probleem met de oude VOB was nou net dat bij cruciale zaken als de inzet van de OCW-stelselgelden en de onttrekking van gelden uit het gemeentefonds meebuigen met OCW voorrang kreeg boven keihard belangen behartigen en de confrontatie durven aangaan. Een ruim aantal gesprekspartners wil nu echter belangenbehartiging leidend laten zijn en samenwerking niet als doel zien maar als middel.
Op pagina 26 noemt Wijn verschillende partners bij wie de VOB zich op verschillende manieren moet positioneren. ‘De strategische positionering van de VOB is een optelsom van verschillende positioneringen per belanghebbende. Die optelsom wordt de algemene strategische positionering.’ Tja, maar levert een optelsom van al die verschillende positioneringen nog wel een herkenbare positiebepaling op?

Fase in proces
Ook viel de opmerking van het VOB-bestuur op: ‘De analyses in het adviesrapport roepen echter reacties en commentaar op. Daarnaast zijn er uit gespreksrondes diverse discussiepunten gekomen die vragen om nadere discussie, onderzoek en verdieping. Dit leidt tot een belangrijke constatering: de herpositionering is niet een moment, maar een fase. Het is niet iets dat zich in de ledenvergadering van 10 december voltrekt, maar een proces dat meer tijd neemt. In de komende maanden zullen diverse zaken nog nadere beschouwing en uitwerking vergen.’ Zoals volgens mij de vraag welke rol de VOB nu wil spelen bij ‘de strategische brancheagenda’. Bestuur en Wijn gaan ervan uit dat de KB ‘in the lead’ is, gezien haar wettelijke stelseltaken, en dat de VOB er inbreng bij moet kunnen hebben. Overigens had Wijn in zijn nieuwe missie-voorstel opgenomen dat de VOB de verantwoordelijkheid neemt voor het functioneren van het netwerk van bibliotheekvoorzieningen, maar heeft het bestuur dit afgezwakt tot: de VOB levert een bijdrage aan het functioneren van het netwerk van bibliotheekvoorzieningen.
De termen ‘stelseltaken’ en ‘gezamenlijke netwerkverantwoordelijkheid’ zijn uiterst vage begrippen, waar veel mee kan, maar ook veel mee te veronachtzamen is. De KB, ik heb het vaker gezegd, heeft geen machtsmiddelen en relatief weinig OCW-geld. Zij zoekt het mogelijk in iets als ‘zwermintelligentie’, maar de vraag is natuurlijk of bibliotheken wel net zo verstandig zijn als spreeuwen.

Luchtsteun
Leden willen, zo zegt het bestuur op pagina 4, een meer activistische benadering door bestuur en bureau als het gaat om het geven van ‘luchtsteun’ daar waar een lokale discussie speelt over rol en voortbestaan van de bibliotheek. Wel willen geven van luchtsteun, maar geen grondtroepen sturen, waar doet me dat toch aan denken? Hoe dan ook, gaf Cor Wijn al luchtsteun aan VOB-bestuurslid Marc Jacobs (Bibliotheek De Meierij), die in Sint Michielsgestel wordt geconfronteerd met tegenstander Questum.

Verbreding?
De opmerking van het bestuur dat niet altijd dezelfde mensen voor het verenigingswerk moeten worden ingeschakeld, doet me denken aan een uitspraak van voormalig VOB-directeur Jan-Ewout van der Putten, die eens riep dat er in de hele openbare bibliotheekbranche misschien maar zo’n veertig mensen zijn die strategisch meedenken, waarvan er misschien twintig bereid zijn ook echt wat te doen. Succes dus met de verbreding.
Gaat het huidige VOB-bestuur nu wel of niet weg? Er komt nog ‘een toekomstgerichte evaluatie’ met de nieuwe voorzitter en dan wordt bekeken of er met ‘een schone lei’ wordt verder gegaan. Maar ja, hoe leuk is het om VOB-bestuurslid te zijn?

Positie NBD Biblion
Leden vinden de positie van NBD Biblion in toenemende mate onduidelijk (pag. 5 bestuursvoorstel). Is het bedrijf één van ons of is het een marktpartij? Men wil een actievere rol in het streven de lasten van de bibliotheken te verlagen. Nou, NBD Biblion heeft het al opgepakt. Overigens gaf een brief van Bibliotheek Eindhoven (pdf) van 28 september 2015 (nog geen maand na het afscheid van NBD-directeur Henk Das) er ongetwijfeld een impuls aan.

Positie POI’en
Ik las in het verslag van de VOB-ledenvergadering van 10 december dat het idee van de G4-bibliotheken om de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) geen lid van de VOB te laten zijn breed verworpen werd. Wel of geen VOB-lidmaatschap van PBC’s, PSO’s of POI’en is al een oud vraagstuk, er zijn net zo veel argumenten te bedenken om ze wel lid als geen lid te laten zijn. Dat is het mooie van hybride organisaties, maar ook het irritante voor wie graag zuivere organisaties ziet.
Op pagina 14 schrijft Cor Wijn dat de provincies volgens de wet verplicht zijn een POI te hebben en in stand te houden. Maar ik kan het artikel waarin dat staat niet vinden, de Stelselwet heeft het alleen over de netwerkverantwoordelijkheid van de drie overheden. Net zo min als de wet een gemeente verplicht een bibliotheek in stand te houden, verplicht de wet een provincie een POI in stand te houden. De wet zegt ook niets over de hoogte van de subsidies en over de grootte van de mazen in het netwerk. Als bijvoorbeeld alleen maar de G4-bibliotheken zouden bestaan en alle provincies samen één POI in stand zouden houden, kunnen die samen met de KB al één wettelijk netwerk van openbare bibliotheekvoorzieningen vormen.

Bredebieb
Leuk is dat Wijn het onder aan pagina 16 heeft over ‘brede bieb’ in relatie tot wat de bibliotheek vermag in het sociale domein. Inmiddels is Maarten Crump van de Bredebieb-community ook werkzaam voor de VOB, wat toch een hele omslag is voor wie de voorgeschiedenis van de B7 en vervolgens Bredebieb gevolgd heeft.

Ondernemerschap en klanten
In de oude VOB-missie stond nog dat versterking van maatschappelijk ondernemerschap centraal staat. Ik ben blij dat dit verdwenen is en dat nu de versterking van de maatschappelijke rol van de leden centraal staat. Openbare bibliotheken zijn publieke voorzieningen en moeten daar volgens mij al hun aandacht op richten in plaats van ondernemertje te willen spelen. De wethouder die in mijn gemeente verantwoordelijk is voor ‘het sociale domein’ wil dat de gemeente niet meer spreekt over ‘klanten’ of ‘cliënten’, maar over ‘burgers’. Daar ben ik het van harte mee eens, ook voor openbare bibliotheken.

Sanctie
Bibliotheken die bewust niet aan de certificering willen meedoen helemaal weren uit de VOB (een bestuursidee van juni 2015) vind ik onzinnig, omdat het een sanctie lijkt die het helemaal niet is. Immers, als bibliotheken kiezen voor niet-certificering, zullen ze ook niet veel op hebben met een VOB-lidmaatschap. Het voorstel van Wijn (pag. 37) om bibliotheken die wel meedoen aan certificering een contributiekorting te geven en bibliotheken die weigeren mee te doen VOB-lid zonder stemrecht te laten zijn, lijkt me slimmer, hoewel ik betwijfel of dergelijke bibliotheken wel lid-zonder-stemrecht van de VOB wensen te zijn. Voor gemeenten die geen bibliotheek in stand houden of hun bibliotheek niet laten deelnemen aan ‘het netwerk’ (d.w.z. artikel 8 Stelselwet) bestaat ook geen andere sanctie dan dat ze hun bibliotheek niet mogen laten deelnemen aan het netwerk (iets waarvoor ze zelf al kozen).

Innovatie
Tot slot iets over innovatie: dat is geen taak van de VOB meer (pag. 36). Wel van de KB, de POI’en en de bibliotheken zelf. En inmiddels ook van NBD Biblion, een instelling die geen subsidies ontvangt. Rondom de bibliotheekbranche zijn meer partijen, vaak lid van de Vereniging van Bibliotheekleveranciers, die geen subsidies ontvangen. Als het waar is wat Henk Das en het NBD-bestuur vaak beweerden, namelijk dat innovaties het beste tot stand kunnen komen in ‘een exploitatieve omgeving’ (d.w.z. zonder subsidies), dan kunnen we veel meer initiatieven verwachten buiten de bepalingen van de Stelselwet over innovaties. Ben benieuwd hoe we weg komen uit de ‘winter van de bibliotheekinnovatie’. Probeer het eens met vernieuwde aandacht voor boeken.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie