HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
VOB, wat wil men ermee?
Wim Keizer
31-10-2015
Astrid Vrolijk uit Zwolle wil dat de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) een verbinder wordt en Tineke van Ham van Rijnbrink verlangt zelfs een topverbinder. Dat lees ik in interviews die de VOB publiceerde op haar website. Ik weet niet of beide dames ooit een verpleegkundige opleiding hebben gevolgd, maar hoe dan ook moet er blijkbaar veel verband aangelegd worden in de bibliotheekbranche en bij de VOB.
VOB, wat wil men ermee?
Maar voordat er zusters met pleisters en pilletjes klaar staan, is het misschien goed eerst eens te kijken wat de patiënt eigenlijk mankeert. Daar is ook organisatiedokter Cor Wijn mee bezig. Er is al een concept-adviesrapport VOB 3.0 klaar, maar geheel conform de huidige VOB-cultuur staat het weer achter een hekje, want de leden-instellingen (lees: directeuren) moeten eerst via een enquête nog worden geraadpleegd.

Slagkracht
In zijn eerste diagnose in een interview met Bibliotheekblad had Wijn het over de noodzaak goed te bepalen hoe de VOB zich tot de KB wil verhouden en over het vergroten van besluitvormingssnelheid bij de VOB. Ook Ton van Vlimmeren wil meer slagkracht en modernisering. En in een somber getoonzette brief, te vinden in het verslag van de VOB-ledenvergadering van 8 oktober, pleit het Brabants Netwerk Bibliotheken (BNB) voor een vernieuwing, waarbij op een structurele manier gebruikgemaakt wordt van ervaring, expertise en innovatie-experimenten bij de leden. Ook Mariet Wolterbeek wil veel wisselwerking met de lokale bibliotheken en een voorzitter die tegelijkertijd aandacht besteedt aan de grote lijn en aan details. Bestuurslid Marc Jacobs vertelde 8 oktober dat de VOB er niet goed voorstaat en dat er stevige maatregelen nodig zijn. Ook de rol van het bestuur bleef niet buiten schot. Jacobs vertelde dat het huidige bestuur graag plaatsmaakt als dokter Wijn een andere personele invulling noodzakelijk vindt.

Middenkoers mogelijk?
Wat me altijd weer opvalt is dat het VOB en branche vaak niet lukt een realistische middenweg te vinden tussen ongebreideld optimisme aan de ene kant (opgewekt een groot scala aan kansen en uitdagingen zien in ongeveer alle domeinen van de samenleving, een overambitieus pasproject, modieus gekwek over 'ondernemerschap') en erg grote somberheid aan de andere kant (slechte relatie tussen geledingen in de branche, grote meningsverschillen, bibliotheken onder zware druk, ernstige zorgen). Is er niet ergens een nuchtere middenkoers?

Doorzeurende ontevredenheid
De huidige situatie van branche en VOB kan natuurlijk niet los gezien worden van de periode van twintig jaar officiële bibliotheekvernieuwing die we achter de rug hebben. Deze ging gepaard met een onoverzienbare hoeveelheid toekomstvisies, monitorstukken, processtukken, eindrapportages en andere papieren, die samen de weerspiegeling vormen van een aanpak die nooit af zal zijn en nooit iedereen tevreden zal stellen, namelijk een halfslachtige poging van de rijksoverheid om met relatief weinig centrale wettelijke en financiële middelen - zo’n 6% van de totale subsidies - 'regie' te willen claimen voor een gedecentraliseerde werksoort. De Nederlandse politiek koos ten aanzien van openbaar bibliotheekwerk niet voor volledige decentralisatie (waarbij alles aan de gemeenten en de lokale bibliotheken zou zijn overgelaten), maar ook niet voor echte centralisatie (waarbij er een stevige wet zou zijn en volledige bekostiging door het Rijk). Het gevolg is een tientallen jaren lang, onophoudelijk doorzeuren van ontevredenheid, met twee uitersten. Aan de ene kant zich autonoom wanende, ondernemende bibliotheekbedrijven die klagen over rijksbemoeienis en vooral 'geen last willen hebben' van de KB of van 'de landelijke digitale bibliotheek' en aan de andere kant centrale instituties die lokale bibliotheken versnipperd en kortzichtig vinden en die het verwijt hebben dat bibliotheken niet het belang van 'eenheid' willen inzien. Want, tja, met die 4 miljoen leden zijn we reuze aantrekkelijk voor potentiële samenwerkingspartners, met wie we landelijke 'marketingproposities' kunnen gaan ontwikkelen. Pashouders kunnen op lokaal, regionaal en landelijk niveau 'aanbiedingen' krijgen. Alsof het in m’n mailbox dagelijks al niet wemelt van de aanbiedingen.

Pragmatisch
Daartussenin zit dan een pragmatische groep van bibliotheken die probeerde en probeert het beste van beide werelden te verenigen, wat natuurlijk maar in beperkte mate kan lukken. En dan zijn er ook nog de Provinciale Ondersteuningsinstellingen (POI’en), die wel meer eenheid willen, maar uiteraard ook weer niet te veel, want anders raken ze zelf overbodig als topverbinder tussen de landelijke organisaties en de lokale/regionale bibliotheken.

Cruciale maatregelen

De VOB is midscheeps getroffen door twee maatregelen van 'het ministerie van OCW' (gedekt door Tweede en Eerste Kamer). Ingaand 2010 werden de OCW-stelselgelden weggehaald bij de VOB en belegd bij het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB). En de vernieuwingsgelden gingen naar een aparte stichting Bibliotheek.nl. Voorzitter Erik Jurgens noemde het in 2012 (pdf), na z’n vertrek, een idioot idee dat niets oplevert. Maar effect had z’n beklag niet meer. Eind 2011 kwam er ook nog de melding dat er geld aan het Gemeentefonds wordt onttrokken voor de centrale inkoop van e-content, terwijl het toen nog geldende Bibliotheekcharter 2010-2012 bepaalde dat de inkoop van content een taak van de branche is. De VOB heeft zich niet met grote kracht tegen die twee maatregelen durven verzetten. Het is duidelijk dat OCW met die twee cruciale ingrepen demonstreerde niet te geloven dat branche en VOB zelf in staat waren 'de openbare bibliotheek' te laten overleven in het digitale tijdperk. Misschien dacht een deel van de branche er zelf ook wel zo over en verklaart dat het ontbreken van massaal verzet. En nu gaat alles (nou ja, het relatief kleine beetje) wat OCW bijdraagt naar de KB. Voor strategische branchespeerpunten als Nationale Bibliotheekcatalogus (NBC) en Nationale Bibliotheekpas, gekoppeld aan de 'landelijke digitale infrastructuur', is de VOB afhankelijk van de KB. En voor de Nationale B-reader hebben we inmiddels ondernemer Diederik van Leeuwen.

Synergie
Wat wil de KB? Die wil zo veel mogelijk synergie, wat bijvoorbeeld voor de landelijke digitale infrastructuur betekent: aansluiting zoeken bij het consortium Gemeenschappelijke Informatie-Infrastructuur (GII) van KB en Universiteitsbibliotheken (UB’en). KB en UB’en hebben contracten met OCLC en willen naar OCLC-WorldShare in de cloud. 'Zo veel mogelijk synergie' betekent dat inspanningen van de KB voor openbare bibliotheken daarin worden meegenomen. Een nog in opdracht van het SIOB gemaakt rapport van Anton Dierdorp beschrijft heel aardig wat daarbij de problematiek is, met ook het oude vraagstuk: wie betaalt wat? Met name ook als de KB op eigen initiatief gaat sleutelen aan of vernieuwen van door BNL ontwikkelde diensten.

Kritisch volgen
Wat wil de VOB, of beter wat kan de VOB (afgezien van haar rol als werkgeversvereniging)? Voorlopig is de VOB politiek gezien zo goed als uitgelobbyd, want er is nu een nieuwe Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). Gegeven de geschetste omstandigheden kan de VOB niet veel meer doen dan de KB kritisch volgen en proberen er invloed op te hebben ten gunste van de belangen van de lokale/regionale bibliotheken. De laatste tijd leek het er op dat de VOB helemaal bij de KB op schoot ging zitten en de leden niet meer tijdig hoorden wat daar allemaal bekokstoofd werd. Dat kan ook zo’n rare leden-manoeuvre als die malle motie over digital-only-leden verklaren, een soort explosie van onvrede over 'de landelijke digitale bibliotheek'. Aan de andere kant: constant in het openbaar met de KB ruzie maken geeft wel duidelijkheid aan de leden, maar biedt ook geen oplossing. Het is dus op alle fronten zoeken naar 'een derde weg'.

Gemeentelijke omgeving

Ik hoorde 19 oktober bij de start van de KB-innovatieweek dat we in de 'winter van de bibliotheekinnovatie' zitten. Een mooie gelegenheid om zich te bezinnen op de toekomst. Die toekomst ligt voor de lokale bibliotheken als vanouds in hun eigen gemeentelijke omgeving. Wat burgers in een gemeente aan bibliotheekwerk aantreffen is de uitkomst van een proces waarvan het centrum en het startpunt vaak het overleg tussen de bibliotheekdirecteur, de ambtenaar belast met bibliotheekwerk en de wethouder is. De VOB kan daar wat kaders voor aanreiken en met mooie, geslaagde voorbeelden komen, maar verder is het een lokale/regionale aangelegenheid.

Gesprekstafels beslissen niet
De KB heeft nu voor de landelijke items 'gesprekstafels' ingericht met vertegenwoordigers uit het veld. Maar die gesprekstafels hebben geen beslissende rol. Die zit bij de KB zelf en voor eventueel noodzakelijke VOB-instemming bij de VOB-leden. Voor hen is het de vraag wat 'de landelijke digitale bibliotheek' kan toevoegen aan de lokale kracht van de bibliotheek. Daar moeten de inspanningen dus op gericht worden. De KB heeft visoenen van digitale ontsluiting van ongeveer alles (van de actualiteit tot erfgoed in vele vormen). Maar is die NBC, in 2009 benoemd als parel van de bibliotheekvernieuwing, nu eindelijk al eens klaar? En zo nee, is er dan een realistische planning? Niets zo frustrerend als wanneer beloften irreëel bleken te zijn. Voor openbare bibliotheken is het de vraag waar hun burgers de meeste behoefte aan hebben. Dat lijkt veel meer dan door uitgevers toegelaten e-books en digitale ontsluiting van allerhande erfgoed de digitale ondersteuning bij de lokale speerpunten te zijn: een 'digitale bibliotheek' die echt toegevoegde waarde heeft voor de maatschappelijke activiteiten van de lokale bibliotheken.

WOB en VOB

Een persoonlijke wens van deze burger is nog een nauwe relatie tussen de Wsob en de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Ik wil alle overheidsinformatie via de landelijke digitale bibliotheek goed ontsloten kunnen raadplegen, vooral en juist ook documenten die de overheid niet vrijwillig openbaar maakte, maar die afgedwongen moesten worden via een WOB-procedure. En natuurlijk ook meteen alle VOB-stukken, voor zover openbaarmaking geen levensbedreigende situaties in de bibliotheekbranche met zich meebrengt.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie