HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Digitale ontwikkelingen: VOB, gooi de boel weer eens open!
Wim Keizer
24-01-2015
Waar blijft de inspirerende en enthousiasmerende discussie over de integratie van fysieke en digitale dienstverlening op lokaal niveau die het bestuur van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) vorig jaar nog graag wilde hebben, zoals bleek uit een adviesaanvraag (pdf) aan de VOB-commissie digitale ontwikkeling? Die vraag is gerezen, nu het in september door de commissie uitgebrachte advies, waarin allerlei onderwerpen voor levendige discussies staan, nog nergens in het openbaar is geagendeerd en ook officieel niet is gepubliceerd. VOB-directeur Ap de Vries wilde geen vragen beantwoorden en ried aan maar te wachten op informatie op de VOB-site en in de VOB-nieuwsbrief.
Digitale ontwikkelingen: VOB, gooi de boel weer eens open!
Commissievoorzitter Jeroen Seeverens, inmiddels weg uit de commissie en ook weg bij Cubiss, antwoordde op m’n vraag wat het VOB-bestuur gedaan heeft of wil doen met het advies: ‘Wat ik begrijp (of meen te begrijpen) is dat een deel van de werkzaamheden die wij op ons hadden genomen ingevoegd zijn in de KB-integratie en er ook de nodige spoed bij was. De commissiestructuur, in combinatie met de secretariële ondersteuning vanuit de VOB, is op dit moment wellicht niet de beste organisatievorm om dit belangrijke en complexe onderwerp optimaal en met voldoende voortvarendheid ter hand te nemen.’ Hij verwees naar andere commissieleden, maar die verwezen weer naar VOB-directie en -bestuur. De commissie heeft drie vacatures. Zijn er nog mensen die er zin in hebben?

Onderhevig aan verval
Het advies kwam in handen van Bibliotheekblad.nl. Zoals gewoonlijk in dit soort gevallen, had ik het ‘in de trein gevonden’. Dat was de jarenlang in mijn omgeving gehanteerde code voor digitale stukken die viaviaviavia opeens in iemands mailbox bleken te zitten. Digitalisering van informatie en e-mail hebben grote voordelen als het gaat om openbaarheid op korte termijn. Nadeel is weer wel, zoals ook het nieuwe beleidsplan van de Koninklijke Bibliotheek (KB) zegt, dat digitale collecties die in de afgelopen twintig jaar zijn opgebouwd in veel grotere mate onderhevig zijn aan verval dan de papieren collecties die in de tweehonderd jaar daarvoor bijeen zijn gebracht. Wie niks meer op papier bewaart, kan op een dag nog wel eens raar opkijken. Je ziet het al aan de KB zelf: toen die eind vorig jaar met een nieuwe website kwam, waren alle op Bibliotheekblad.nl naar digitale KB-informatie gelegde links ineens verbroken (een fenomeen dat ook wel 'linkrot' genoemd wordt). Hetzelfde is ons al diverse keren eerder overkomen bij andere websites. Los hiervan is duidelijk dat aan het bewaren en onderhouden van digitale informatie hoge kosten verbonden zijn. Dilemma daarbij is, zoals een rapport van TNO (pdf) in 2010 zei over de digitalisering van erfgoedcollecties, dat er vaak te weinig subsidie is, maar dat er ook onvoldoende betaalde vraag uit ‘de markt’ is. Veel mensen denken dat alles op internet maar gratis moet zijn.

Welke dienstverlening?
In het nieuwe KB-beleidsplan, waarvan VOB-voorzitter Kars Veling het concept heeft mogen inzien, zoals tijdens de VOB-ledenvergadering op 11 december blij gemeld werd, staat o.a.: ‘De nationale ICT-infrastructuur zal gericht zijn op het ondersteunen van de dienstverlening van bibliotheken en niet gericht zijn op de dienstverlening aan bibliotheken.’
Ik heb deze zin verscheidene malen gelezen, maar snap hem nog steeds niet. Wat gaat de KB nu precies wel of niet doen? Het plan meldt ook dat de daadwerkelijke integratie van de ICT-systemen van de KB en Bibliotheek (BNL) naar verwachting de hele beleidsperiode (dus t/m 2018) in beslag zal nemen, daar het om een grote operatie gaat. Ook in oktober 2013 werd al gemeld dat het gaat om een ingrijpend en complex proces dat jarenlang kan duren (zie bericht van 18 december 2013 over de notitie 'Hoofdlijnen Plan van aanpak Integratie BNL in de KB', pdf).

Zorgen
In de VOB-ledenvergadering toonde met name Henriëtte de Kok (Bibliotheek Midden-Brabant) zich bezorgd over de (oude) vraag wat er precies tot de nationale ICT-infrastructuur behoort. VOB-penningmeester Charles Noordam wees er toen op dat de KB vooralsnog alles van BNL overneemt, maar dat er zeker gesprekken komen over wat er wel of niet hoort bij de door het rijk via de KB te bekostigen taken.
De Kok vond de intenties die tussen VOB en KB zijn uitgesproken wel mooi, maar ook boterzacht. Toen de VOB in oktober 2014 met het stuk ‘Agenda en afspraken’ kwam, waarin gemeld werd dat er veel vertrouwen in de KB bestaat, maar dat het toch goed is geen onduidelijkheden te laten ontstaan, vroeg ik me meteen al af: betekent dit nu dat alle vertrouwen in Bas Savenije bestaat, maar dat het raadzaam is met het oog op z’n nog onbekende opvolger, met mogelijk eigen nieuwe ideeën, afspraken toch maar stevig vast te leggen?

Kritische vrienden
In 2008 had OCW geen vertrouwen meer in de VOB en besloot het ministerie zijn subsidie daar weg te halen en de stelseltaken en de ontwikkeling van de digitale bibliotheek op te dragen aan een Projectgroep Bibliotheekinnovatie, onder aansturing van een Regiegroep. In de loop van 2009 – het jaar waarin de Projectgroep vooral met de ontwikkeling van ‘de digitale bibliotheek’ bezig was – besloot de Regiegroep dat er naast het al voorgenomen Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) ook ingaand 2010 een tijdelijke stichting BNL moest komen. Dat de niet bang uitgevallen VOB-voorzitter Erik Jurgens alle OCW-maatregelen een verspilling van miljoenen noemde, had geen effect.
Bij de eerste presentatie van de Projectgroep, eind juni 2009, kwamen er zoveel ongeruste reacties en daardoor ook inspirerende en enthousiasmerende discussies, dat programmamanager Bart Drenth besloot bijeenkomsten te houden met ‘kritische vrienden’. Daar zijn er in de tweede helft van 2009 vier van geweest. Wie de verslagen die ik er in de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk van maakte nog eens naleest, komt tot de conclusie dat veel vragen die er toen waren nog steeds niet zijn beantwoord, hoewel we inmiddels zes jaar en vele tientallen miljoenen euro’s verder zijn. Die verslagen staan in de nummers van augustus, september, oktober en november 2009.

Aparte rollen
De VOB spreekt over het grote vertrouwen dat er bestaat in de KB. Het is natuurlijk meestal goed zo veel mogelijk naar harmonie te streven, maar het moet niet te gek worden. Het kan beter zijn om eens wat meer ‘kritische vriend’ van de KB te worden en niet alles af te dekken onder een verstikkende deken van zogenaamde eenheid en eensgezindheid. Tenslotte zijn die stelsel- en ICT-taken niet voor niks weggehaald bij de VOB. Die haal je niet terug door de hele tijd op schoot te gaan zitten bij SIOB, BNL en nu de KB. Een beetje kritische distantie kan geen kwaad. OCW heeft zelf een nieuwe rolverdeling gewild tussen de door hem gesubsidieerde instituten en de brancheorganisatie. Ik zou zeggen: VOB, gooi de boel een keer open en entameer inspirerende en enthousiasmerende discussies aan de hand van het advies van de commissie. Er staat voldoende in dat zespuntenplan voor mooie, openbare studiedagen. Al was het maar om eens te kijken in welk jaar de ambities die de commissie in 2011 voor 2015 geformuleerd had, maar die het nog niet gehaald hebben, kunnen worden gerealiseerd, al dan niet met hulp van de KB. Tot slot is die in de praktijk gewoon een leverancier van producten en diensten, zoals bibliotheken laten blijken, ondanks alle mooie stelselretoriek van de graatmagere Stelselwet.

Discussievragen
Een aantal vragen schud ik na jarenlange BNL-watching zo uit de mouw.
Biedt de tot nu toe in zes jaar tijds ontwikkelde landelijke infrastructuur dezelfde functionaliteiten als de lokale/regionale automatiseringssystemen? Zijn er geen dingen ontwikkeld die al aanwezig waren bij de systeemleveranciers en minder goed opnieuw zijn ontwikkeld, zoals een datawarehouse waar al een datacollectiesysteem was?
Wat wordt de rol van OCLC voor het GII-consortium (Gemeenschappelijke Informatie-Infrastructuur), nu ook de grootste leverancier van automatiseringssystemen, HKA, onderdeel is geworden van OCLC? (Het GII-consortium wordt gevormd door de KB en de universiteitsbibliotheken, de Plusbibliotheken en de VOB, onder voorzitterschap van de KB-directeur).
Streven we de ambities van de commissie digitale ontwikkeling uit 2011 nog steeds na? Wat kosten ze en wie gaat ze betalen?
Wat gaat de digitale bibliotheek de burgers bieden? Welke visie bestaat daarop? Vorig jaar sprak ik de vrees uit voor een landelijke tralalabibliotheek, gezien alle nogal platte BNL-propaganda rond e-books. Ik kreeg daar geen reacties op, maar nu lees ik wel dat we ons toch ook op literatuur en cultuur moeten richten. Of moet een landelijke digitale bibliotheek juist veel meer ondersteuning geven aan de idealen van de Bredebieb-beweging, waar Ton van Vlimmeren en Gemma Wiegant in de VOB-vergadering voor gepleit hebben?

Genoeg vragen voor veel inspirerende gedachtewisselingen.

Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Wim Keizer
29-1-2015 16:07
Ik krijg reacties op twitter, via e-mail en zelfs mondeling.
Hier reageren mag ook! Wie durft? Het openbare bibliotheekwerk zit toch niet helemaal op slot?
Ad van der Waals
3-2-2015 12:29
Als ik Wim goed begrijp vindt hij dat de bibliotheekwereld tekortschiet als het gaat om de gemeenschappelijke aanpak van een urgente kwestie, de samenhang tussen de digitale bibliotheek en de fysieke bibliotheek. Wie deze tweedeling heeft bedacht weet ik niet. Alsof het twee verschillende soorten bibliotheek zijn. Het overgrote deel van de omzet van de openbare bibliotheek bestaat nog altijd uit boeken die zo'n 80% van de lezers voor hibby, ontspanning en algemene ontwikkeling willen lezen, in welke leesvorm dan ook: papier, digitaal,in braille of op geluid. Er zijn faciliteiten nodig om alle informatie en lectuur beschikbaar en toegankelijk te laten zijn, te ontsluiten en zo nodig beschikbaar te stellen via digitale kanalen. Het veranderend mediagebruik is natuurlijk onmiskenbaar zichtbaar in de bibliotheken, maar daarmee is de traditionele functie nog lang niet verdwenen. Wie zomaar een aantal willekeurige bibliotheken binnenloopt ziet dat onmiddellijk. Toch is er alle reden voor alle betrokkenen om gezamenlijk te kijken hoe de oude en de nieuwe uitdagingen in hun onderlinge samenhang tegemoet te treden: de traditionele uitleenfunctie, de maatschappelijke en culturele functies (waar we het binnen het NBLC toch 40 jaar geleden ook al over hadden!!), de nieuwe naamgeving waarin het woord bibliotheek kennelijk geen plaats meer mag hebben, en de lezers die hun boeken nog steeds willen hebben maar daarvoor in steeds minder vestigingen terecht kunnen.
Wim Keizer suggereert dat er in de discussies over vooral de digitale bibliotheek kennelijk ook belangen aan de orde zijn die een open discussie belemmeren. Als dat zo is: welke dan wel en bij wie? De landelijke overheid die het heft weer in handen heeft? De KB met de steeds meer uitdijende functie? De VOB? De VNG? Andere commerciele marktpartijen? Als dat allemaal niet helder is dan is het te begrijpen dat niemand het hoofd boven het maaiveld uit wil steken door kritische vragen te stellen of zelfs actief deel te willen nemen aan onder meer commissiewerk. Of is er misschien sprake van uitsluiting? Hoe meer mensen mee willen praten des te meer en in ieder geval trager resultaat? Dat lijkt Wim Keizer in zijn blog te signaleren. De wereld van de openbare bibliotheken zou vanuit de doelstelling moeten uitmunten in transparantie en open discussies, intern en extern. In mijn herinnering was dat nog wel het geval in de tijd dat het om de eerste bibliotheekwetgeving ging, de bezuinigingsronde in de jaren '80 en veel later bij het proces van bibliotheekvernieuwing onder leiding van een in zekere zin onafhankelijk professioneel bureau. Maar hoe lang is dat al weer geleden en wie weet dat nog (of wil dat nog weten)? De vraag is dan ook of de lezers er ook iets van mogen vinden en mogen meepraten over het beleid van de bibliotheken? Hoe de eigen bibliotheek de traditionele bibliotheekfunctie denk te verbinden met de digitale bibliotheek. Maar ja, als Wim gelijk heeft dat de bibliotheken het er onderling moeilijk uitkomen, hoe komt het ooit tot een landelijk netwerk van bibliotheekvoorzieningen?  Hij roept vooral vragen op en dat doe ik als betrekkelijke buitenstaander dan ook maar. Al is het maar om er aan bij te dragen dat wat deuren van hun slot gehaald worden.   

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie