HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Nog geen tarieven digitale bibliotheek; 'e-bookpluspakket' mee naar 2015?
Wim Keizer
27-11-2014
Het antwoord op de vraag welk tarief of welke tarieven het publiek gaat betalen voor het gebruik van de landelijke digitale bibliotheek is nog in nevelen gehuld. Minister Jet Bussemaker van OCW heeft de Tweede Kamer in maart beloofd dat het tarief in het vierde kwartaal van 2014 zal worden vastgesteld.
Nog geen tarieven digitale bibliotheek; 'e-bookpluspakket' mee naar 2015?
Ik heb een aantal direct-betrokkenen gevraagd hoe de stand is, maar de antwoorden zijn uiterst ontwijkend of nihil. Wat mij tot de niet gewaagde conclusie brengt dat men nogal wat verschillende belangen ziet. De vraag is hoe die tegenover elkaar worden afgewogen. Bovendien zijn ook de vragen wat nu eigenlijk precies ‘een landelijke digitale bibliotheek’ is en wat het ding aan wie moet bieden nog niet beantwoord. Het is jammer dat er, naar analogie van de Vereniging van Reizigers Openbaar Vervoer,
Rover, nog geen Vereniging van Openbare Bibliotheekgebruikers (VOBG) bestaat, want dan had die als allerbelangrijkste stakeholder flink invloed kunnen uitoefenen.

Onderdeel van de vraag wat voor tarieven er komen, is de vraag of het ‘e-bookpluspakket’ nog doorgaat (€ 20 voor 18 streams/downloads voor e-books tot 3 jaar oud, volgens een strippenkaartsysteem met onbeperkte houdbaarheidsdatum). In juli meldde Diederik van Leeuwen, directeur van Bibliotheek.nl (BNL), dat het e-bookpluspakket is uitgesteld. Dat werd ook vermeld bij de start van de e-bookcampagne in september. BNL zei toen: ‘Het e-bookpluspakket wordt nu nog niet geïntroduceerd. We gaan eerst meer lezers werven voor het huidige e-bookplatform en daarna het pluspakket aanbieden (dat voor de introductie goed getest zal worden).' Op 27 november vertelde BNL op haar site dat het nog niet duidelijk is of en wanneer het e-bookpluspakket wordt ingevoerd.

Drie partijen
Bij het vaststellen van tarieven voor de digitale bibliotheek zijn drie partijen nauw betrokken: de Koninklijke Bibliotheek (KB), de VOB en de minister van OCW.
Artikel 14 (‘Tarieven landelijke digitale bibliotheek’) van de op 18 november in de Eerste Kamer aangenomen Stelselwet zegt: ‘De KB kan na overleg met vertegenwoordigers van de lokale bibliotheken tarieven vaststellen voor de toegang tot digitale werken of het gebruik van digitale diensten of bronnen.’
De KB is dus verplicht eerst te overleggen met de VOB (die de lokale bibliotheken vertegenwoordigt). Maar er is nòg een wetsbepaling en die staat genoemd in de memorie van toelichting bij de Stelselwet, namelijk de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. De memorie meldt dat de minister van OCW op grond van artikel 17 van deze Kaderwet de hoogte van het tarief moet goedkeuren en dat de minister bij deze goedkeuring vooral de toegankelijkheid in het oog houdt. De KB is een zogenaamd ZBO (Zelfstandig Bestuursorgaan) en valt dus onder deze wet.

Gedeeltelijke contributievrijstelling
De Tweede Kamer heeft door het aannemen van een amendement (pdf) weten te bereiken dat artikel 14 over de vaststelling van tarieven – dat in beginsel ook voor personen beneden de 18 jaar geldig is – voor deze jeugdigen niet geldt voor ‘de toegang tot door de KB aangewezen werken’. Het amendement wilde een gedeeltelijke contributievrijstelling voor het lenen van e-books door jongeren en zegt: ‘Daarbij is het voor het onderwijs van belang dat in ieder geval AVI-boeken en boeken van de leeslijst hier onderdeel van uitmaken. Verder zouden de indieners graag zien dat de Koninklijke Bibliotheek zich inspant om ook enkele actuele titels aan deze lijst toe te voegen, om het lezen door jongeren aan te moedigen.’

Ik vroeg KB-directeur Bas Savenije, VOB-directeur Ap de Vries, BNL-directeur Diederik van Leeuwen en OCW hoe de stand is rond de tarieven en het gratis digitale lijstje voor de jongeren.

‘Formele overleggen’
Savenije antwoordde dat m’n vragen hem aan de orde lijken wanneer alle formele overleggen zijn afgerond. De Vries verwees naar het vele overleg dat plaatsvindt tussen VOB en KB en zei dat de agenda momenteel gedomineerd wordt door de inkoop van e-content, het lidmaatschap op basis van de Stelselwet in relatie tot de Nationale bibliotheekpas, marketing/PR en gegevensverzameling/monitoring van het stelsel. De eerste prioriteit heeft de organisatie van de inkoop, waar de VOB melding van maakte op haar website, zo zei De Vries. [Inmiddels meldde de VOB hoe de nieuwe werkwijze zal zijn en wie er in de Inkoopcommissie (die de aankoopvoordrachten doet aan de KB) zitting hebben].
‘Tarifering van digitale diensten en producten is op dit moment nog niet aan de orde. Dat komt in later stadium zeker naar boven op de gezamenlijke agenda,’ aldus De Vries.
Van Leeuwen zei dat hij me niet verder kan helpen, daar gesprekken over tarifering plaatsvinden tussen de VOB en KB.
OCW reageerde helemaal niet op m’n vragen.

Functies, effecten, afspraken

In haar beantwoording van vragen (pdf) uit de Tweede Kamer over de tarieven, liet Bussemaker in maart over het tarief voor de digitale bibliotheek weten (zie pagina 26): ‘Bij het bepalen van de hoogte van het tarief spelen onder meer de volgende overwegingen een rol: de maatschappelijke functies van de bibliotheek, zoals het stimuleren van het lezen, de mogelijke effecten op de markt en de afspraken met uitgevers en auteurs. Het tarief dat de openbare bibliotheken op dit moment berekenen voor het zogenaamde e-bookpluspakket is daarbij richtinggevend. [Met in een voetnoot: “Het e-bookpluspakket kost € 20 per jaar en geeft recht op het lenen van 18 e-books van 1 tot 3 jaar oud en het onbeperkt lenen van e-books ouder dan drie jaar.” BNL ging in april echter uit van een strippenkaartsysteem voor e-books tot en met 3 jaar oud]. De kosten voor het digitaal lidmaatschap komen boven de kosten voor het fysiek lidmaatschap. Deze laatste tarieven worden door de lokale openbare bibliotheek vastgesteld. Vaak gebeurt dat in overleg met de gemeente. Het wetsvoorstel definieert de openbare bibliotheek als de publieke toegang tot informatie en cultuur. Het wetsvoorstel richt zich daarmee niet alleen op de bestaande circa 4 miljoen leden van de fysieke openbare bibliotheek, maar op alle bijna 17 miljoen inwoners van Nederland. Ook op degenen die nu geen gebruik maken van de openbare bibliotheek, omdat zij informatie en cultuur vooral langs digitale weg tot zich nemen.’

Rechtenvrij en rechtendragend

Ook Eerste-Kamerleden hadden vragen. Daar antwoordde (pdf) Bussemaker in oktober op (zie pagina 7/8): ‘Bij de digitale bibliotheek kan een onderscheid gemaakt worden tussen rechtenvrije en rechtendragende e-content. De rechtenvrije content is voor iedereen, zonder lidmaatschap, gratis toegankelijk. Voor de toegang tot rechtendragende content is een registratie (lidmaatschap) nodig. Op grond van artikel 14 van het wetsvoorstel kan de KB hiervoor een tarief bepalen. De Minister van OCW moet het tarief goedkeuren. De algemene toegankelijkheid – één van de vijf publieke waarden uit artikel 4 – is daarbij een belangrijk beoordelingscriterium. Streven naar verkleining van de “digital divide” speelt daarbij mee. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is bij amendement [pdf] van het lid Dik-Faber (Kamerstukken II 2013/14, 33 846, nr. 34) aan artikel 6 toegevoegd dat overheden bij hun bibliotheekbeleid rekening houden met het aspect “afstand”. Hiermee wordt de geografische afstand tot een fysieke voorziening bedoeld. Feitelijk is dat één van de dimensies van de publieke waarde “toegankelijkheid” uit artikel 4. Deze omvat niet alleen de fysieke bereikbaarheid, maar ook de bereikbaarheid en geschiktheid voor verschillende maatschappelijke doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen, laaggeletterden, anderstaligen. De openbare bibliotheek, zoals omschreven in dit wetsvoorstel, is een voorziening voor iedereen.’

In een interview dat ik met hem had voor Bibliotheekblad van december volgt ook Bas Savenije de lijn dat wat rechtenvrij is voor iedereen zonder registratie gratis toegankelijk moet zijn. Maar over het e-bookpluspakket wou hij alleen maar kwijt het redelijk te vinden om een vergoeding te vragen voor raadpleging van materiaal dat niet rechtenvrij is. En verder dat bekeken moet worden wat het einddoel van de digitale bibliotheek is, waar de prioriteiten moeten liggen en waar het geld aan wordt besteed. Hij wil dat transparant hebben.

Eis uitgevers
Ik heb begrepen dat die € 20 per 18 e-books uit het e-bookpluspakket (ofwel € 1,11 per stream/download) destijds een eis van uitgevers was om toestemming te geven tegen een vergoeding e-books uit te lenen. Gebruikers moesten niet de indruk hebben dat e-books ‘gratis’ zijn. Maar BNL zou uit die € 20 een bedrag terugbetalen aan de bibliotheken. Inmiddels zitten sommige uitgevers met hun eigen e-book-huuraanbod al lager dan € 1,11, dus hoe redelijk is die € 20 voor 18 streams of downloads nog?

BNL heeft vergoedingen afgesproken die variëren van € 0,60 per keer voor de nieuwste e-books tot € 0,12 per keer voor oud materiaal (die € 0,12 komt overeen met het leenrecht voor alle papieren boeken, ongeacht ouderdom).

Principieel
Ik vind, net als Marian Koren in haar bijdrage over waarden van de bibliotheek, dat de vraag waarom en wanneer door de belastingbetaler betaalde bibliotheken ook nog gebruikerstarieven heffen wel weer eens opnieuw principieel gesteld mag worden, nu de KB binnenkort verantwoordelijk is voor het hele stelsel. Dat geldt ook voor de fysieke bibliotheek. In beginsel hoort een echte openbare bibliotheek gratis en zonder registratie voor verschillende functies gebruikt te kunnen worden. Onder invloed van marcom-deskundigen wil men ook voor niet-betaalde diensten registratie, zodat gebruikers gemaild kunnen worden (of ze het nu wel of niet vervelend vinden), maar een publieke voorziening behoort iets anders te zijn dan een bedrijf.

En wat de digitale bibliotheek betreft: waarom is het eigenlijk redelijk voor digitaal rechtendragend materiaal een vergoeding aan gebruikers te vragen? De digitale bibliotheek krijgt toch via de KB een flink bedrag van OCW uit aan het gemeentefonds onttrokken gelden om die rechten af te kopen of anderszins het recht te krijgen op uitlening? Al eerder wees ik erop dat de onttrekking grotendeels overbodig is als de gebruikers, verplicht door uitgevers, voldoende geld aan de bibliotheek betalen om de door uitgevers geëiste vergoedingen voor e-books uit te kunnen bekostigen. Overigens is zo’n landelijke, in een wet geregelde digitale bibliotheek die afhankelijk is van de luimen van uitgevers natuurlijk een heel malle bibliotheek (niet in dezelfde mate als bij papieren boeken vrij om haar eigen tarieven vast te stellen en haar eigen collecties te kiezen – ook al wordt daar uiteraard gewoon voor de aanschaf en het leenrecht betaald). Je kunt je afvragen of de digitale bibliotheek, zolang e-books auteursrechtelijk niet gelijkgesteld zijn aan papieren boeken, eigenlijk wel helemaal aan de in de wet geformuleerde publieke waarde ‘onafhankelijk’ voldoet. De landelijke digitale bibliotheek heeft trekken van een extra outlet voor uitgevers, ook leuk om mee te experimenteren, maar de vraag is of dat een taak van een onafhankelijke, betrouwbare, toegankelijke, pluriforme en authentieke bibliotheek moet zijn.

Ik zou zeggen: van tweeën één: of de gebruikers betalen een tarief voor de e-books (bijvoorbeeld € 20 voor 18 streams/downloads of andere bedragen, ook voor oudere e-books en ook voor gebruikers die geen lid willen zijn van een fysieke bibliotheek), maar dan gaat de onttrekking niet door of wordt die teruggedraaid. Of de gebruiker betaalt géén tarief en de vergoedingen voor uitgevers worden uitsluitend betaald uit het onttrekkingsgeld (€ 8 miljoen in 2015, oplopend naar € 12,2 miljoen in 2018) dat daarvoor ruim voldoende is.

Als bibliotheekgebruiker met tijd om te lezen ben ik een belangrijke stakeholder dus hoop ik dat een toekomstige VOBG zich flink gaat mengen in het soort belangenafwegingen zoals die thans blijkbaar plaatsvinden tussen KB, VOB, OCW en vermoedelijk ook uitgevers.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie