HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Gelukkig Nieuw Aardejaar!
Wim Keizer
30-12-2013
Een leuk gedachtespelletje, ook een keer gedaan door de natuurkundige Robbert Dijkgraaf, is zich voor te stellen hoe het is als je 10 x kleiner wordt of juist 10 x groter.
Ik ben 1 meter 85. Hoe zou de wereld er uitzien als ik 18,5 cm zou zijn? Hoe gaan andere mensen zich gedragen en hoe ga jezelf gedragen? Hoe zou m’n vrouw ermee omgaan? Wat zou onze kat (40 cm lang, exclusief staart) ervan vinden. Die schrikt al als ik op handen voeten ga lopen, in plaats van gewoon rechtop. En hoe zou het zijn als jezelf 18,5 meter lang bent en de rest hetzelfde als nu. Daar is al veel over gefantaseerd, lees bijvoorbeeld Gulliver's Travels.
Gelukkig Nieuw Aardejaar!
Het leuke is dat je je als mens bij dit soort afmetingen tamelijk concrete voorstellingen kunt maken. Dat wordt heel anders als je er nog eens een factor 10 afhaalt of bijdoet en daarmee een aantal keren doorgaat, tot je bij afmetingen van de kleinst mogelijke deeltjes bent of juist bij de omvang van het heelal.
Een leuke vraag vind ik ook of het goed of slecht voor de economie en het milieu zou zijn als iedereen 10 x kleiner wordt. Veel minder voedsel nodig, kleine autootjes, smalle wegen en lilliputboekjes. Overal flinke bezuinigingen mogelijk. Hondenhokken kunnen tot bibliotheek worden omgebouwd.

Evenwijdig
Op de HBS leerde ik bij wiskunde dat twee evenwijdige lijnen (voor te stellen als rails van een eindeloos lange spoorlijn) elkaar pas in het oneindige raken. Daar was een teken voor: een liggende 8, het lemniscaat (staat niet op m’n toetsenbord). Logisch is te denken dat het heel ver weg zal zijn vanaf het punt waar jezelf naast de rails staat en dat het wel een hele tijd, laat ik zeggen ´een eeuwigheid´, zal duren voor die twee lijnen elkaar zullen raken en de trein niet verder kan. Hoe lang de eeuwigheid duurt weet niemand, wel wanneer de eeuwigheid begonnen is: bij de oerknal of big bang.
Wikipedia zegt daarover: ´Het heelal of universum in de astronomie ofwel de kosmos in de kosmologie zijn synoniemen voor alle materie en energie binnen het gehele ruimte-tijdcontinuüm waarin wij bestaan. Over het algemeen wordt aangenomen dat het heelal is ontstaan volgens de big-bang-theorie. Volgens de huidige stand van zaken van deze theorie is het heelal circa 13,75 miljard (plus of min 1%) jaar geleden ontstaan.
Er valt voorts nog een onderscheid te maken tussen het "zichtbare heelal" en het "theoretische heelal". Het zichtbare heelal omvat dat deel van het heelal waarvan sinds het ‘begin der tijden’ licht ons heeft kunnen bereiken. Omdat de snelheid van het licht eindig is, is ook het zichtbare heelal gemeten vanaf het ‘begin der tijden’ eindig. Het theoretische heelal omvat de theoretische modellen die in de kosmologie een mogelijke structuur beschrijven waarin het zichtbare heelal wellicht "ingebed" is. Deze worden behandeld in bijvoorbeeld de verschillende snaartheorieën en de theorie over een mogelijk multiversum.'

Stromatolieten

Wikipedia zegt ook dat ons zonnestelsel, inclusief de aarde, ongeveer 4,6 miljard geleden ontstaan is. Leven begon ongeveer 3,6 miljard geleden en de eerste mensachtigen verschenen 2 miljoen jaar terug. Ik zag in West-Australië stromatolieten. Bill Bryson vertelt er hilarisch over in zijn reisboek over Australië. Deze stromatolieten liggen ver van de bewoonde wereld en als je er dan eenmaal bent, zien ze er niet opwindend uit. Maar, schrijft Bryson, het gaat om de gedachte. 'Stel je eens voor. Je staat te kijken naar levend gesteente – rustig functionerende replica’s van de allereerste organische structuren die zich ooit op aarde hebben voorgedaan. Je ervaart de wereld zoals die drieënhalf miljard jaar geleden was, op een kwart van de geschiedenis van de aarde. En als dat geen opwindende gedachte is, dan weet ik het niet.' Bryson legt een en ander uit over de stromatolieten. Twee miljard jaar lang waren ze het enige leven op aarde en hebben ze het zuurstofniveau in de atmosfeer tot twintig procent verhoogd, wat de ontwikkeling van andere, meer complexe levensvormen mogelijk maakte. Zijn gedachten over de weergaloosheid van dit alles worden echter onderbroken door de komst van een groepje dagjesmensen. 'Een vrouw met een zonneklep van de Miami Dolphins kwam naast me staan, staarde even in het water, sloeg een paar vliegen weg, wendde zich toen tot haar echtgenoot met een stem die het lawaai van een staalfabriek had kunnen overschreeuwen: "Wil je me vertellen dat we hiervoor een heel continent zijn overgestoken".'

Er gebeurt iets
Mooi woord, dat 'ruimte-tijdcontinuüm'. Je kunt zeggen dat er alleen maar tijd is omdat er iets gebeurt. Onze tijdmeting is gebaseerd op het draaien van de aarde om haar eigen as (één keer rond is 24 uur) en op het feit dat de aarde al draaiend ook nog om de middelgrote ster draait die wij 'zon' noemen: één keer eromheen en er is weer een jaar voorbij. Maar als er helemaal nergens iets zou draaien of bewegen, was er ook geen tijd. Pas toen de big bang plaatsvond, gebeurde er iets en ontstond er tevens tijd. Ik heb een filosoof eens horen uitleggen dat het geen zin heeft te vragen wat er vóór de big bang was, want toen was er niets behalve dat ene piepkleine bolletje dat uit elkaar knalde. In het niets bestaat niets (geen materie, energie en/of leven), dus ook geen afmetingen en tijd. En nu we wel tijd hebben, is die relatief. Ik ben 64 jaar. Op Mars zou ik nog maar 34 jaar zijn geweest, want een Marsjaar (één draaiing van Mars om de zon) duurt 1,88 aardejaar. Op Jupiter nog veel jonger: 5 jaar. Een Jupiterjaar duurt 11,75 aardejaar.

De toekomst
Iets anders: heeft de openbare bibliotheek nog toekomst? Belangwekkende vraag, maar niet zo belangwekkend als de vraag of de aarde nog toekomst heeft. Ik heb begrepen dat de zon na ongeveer 5 miljard jaar eerst een rode reus wordt, die de hele aarde verbrandt en dan misschien ook nog helemaal opslokt, en vervolgens verschrompelt tot een witte dwerg. Wat er verder allemaal al eerder mis kan gaan: er komt een nog ver verwijderd jaar dat we moeten zorgen met ons hele hebben en houden, inclusief openbare bibliotheken, uit de buurt van onze zon te geraken, om op een andere plek in het heelal verder te gaan. Maar heeft het heelal nog toekomst? Wikipedia schetst onder het kopje 'Het uiteindelijke lot van het heelal' verschillende varianten voor zijn verdwijning hoewel het nog wel even zal duren.

Druk maken
Ik maak me druk over de Stelselwet, de positie van de PSO’s en de integratie van de SIOB- en BNL-taken in de KB. En op persoonlijk vlak, net als iedereen, over kleine, vervelende lichamelijke ongemakjes waarmee ouder worden gepaard gaat en over familieleden, vrienden of collega’s die relatief vroeg ernstig ziek worden of te jong overlijden. Maar denken aan en lezen over natuurkundige verschijnselen en theorieën werkt relativerend. Op twee eeuwen, 4,6 miljard jaar of 13,75 miljard jaar maakt het niet uit of je 55 jaar oud wordt of 110.

Realisme en feiten
De vraag wordt wel eens opgeworpen of ik te pessimistisch of te optimistisch ben over de toekomst van het openbare bibliotheekwerk. Ik zeg dan altijd maar: geen van beide, maar iets er tussenin: realistisch. Net als over m’n eigen toekomst. En, zoals m’n motto voor de WWW zegt: 'Ik weet wat ik weet en wat ik niet weet. Maar er zijn vast ook feiten van welke ik niet weet dat ik ze niet weet. Tips en documenten zijn van harte welkom! Mijn motto is: Comment is free, but facts are sacred.'
Op het niveau van kleine deeltjes en het heelal zijn ook uitspraken die 'feiten' brengen vaak behoorlijk theoretisch en dus niet vrij van meningen. Maar hoe meer toetsbaar die meningen zijn, hoe beter het is. En hoe dichter bij de afmetingen van Gulliver en onszelf, hoe dichter bij 2014, hoe beter het onderscheid tussen feiten en meningen voor de huis-tuin-en-keuken-ontwikkelingen op bibliotheekgebied, waar dit gastblog zich meestal mee bezig houdt, toch wel gemaakt kan worden.

Gelukkig Nieuwjaar!

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie