HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Contextualisering van 'Verkenning Context & Contextualisering'
Wim Keizer
19-06-2013
Ik kan niet precies verklaren hoe het komt, maar van begin af aan heb ik een hekel gehad aan het Engelse woord content in de betekenis die het nu meestal heeft. Tegelijk ben ik er ook wel door gefascineerd, vooral sinds het SIOB naast ‘de geïntegreerde bibliotheek’ (waar we nog een SIOB-visie op krijgen) ook de ‘contextualisering van content’ tot speerpunt heeft verheven. Ik heb als reactie al eens het hele SIOB gecontextualiseerd, nog voor ik wist dat het SIOB bij wetgeving door de Koninklijke Bibliotheek (KB) wordt gecontextualiseerd.
Contextualisering van 'Verkenning Context & Contextualisering'
Sinds de digitale revolutie betekent ‘content’ vrijwel nooit meer ‘tevreden’. Het woord ‘content’ moet dus in een bepaalde (historische) context gelezen worden om te kunnen snappen waar iemand het over heeft. Gas stroomt door buizen en elektronen stromen door kabels. Door wel of geen stroom (enen of nullen) te signaleren kunnen computers op fantastische wijze, alleen begrijpelijk voor ICT-specialisten, van bits bytes maken en die presenteert het beeldscherm dan als cijfers en letters: content.
Vroeger hadden we het over brieven, kranten, tijdschriften en boeken en wist je al meteen dat daar per geval, zonder het er expliciet over te hebben, sprake was van gecontextualiseerde inhoud, maar sinds we bits en bytes hebben, is alles met terugwerkende kracht gereduceerd tot ‘content’ (anders kan het niet via kabels, of draadloos via elektromagnetische straling, tot ons komen) en doen we net of contextualisering van letters, woorden, zinnen et cetera iets geheel nieuws is. En doen we ook vaak of alle content even waardevol is.

Metacontextualisering
Laten we voor het gemak zeggen dat de kleinste eenheid van content bestaat uit cijfers en letters (hoewel die IC-Technisch gezien al behoorlijk gecontextualiseerd zijn).
Een voorbeeld: Van één r, twee o’s en één m maak ik het woord ‘room’.
Dus is het woord ‘room’ gecontextualiseerde content.
Wat het betekent, hangt er onder andere van af of we in een Engelstalige of een Nederlandstalige context denken.
Laat ik vervolgens het woord ‘room’ in de Nederlandstalige zin gebruiken: ‘Room bestaat uit melkvet en kleine hoeveelheden van andere koemelkbestanddelen’.
Nu zijn de r, de twee o’s en de m al gemetacontextualiseerd (contextualisering2)
Ik schrijf een artikel waarin de genoemde zin staat. Dan heb ik de vier letters al gemetametacontextualiseerd (contextualisering3).

Gabriël van den Brink
Vervolgens laat ik dat artikel als gastblog op Bibliotheekblad.nl plaatsen of gebruik ik het voor een boek dat ik ga schrijven. Daarmee heb ik de letters gemetametametacontextualiseerd (contextualisering4). Boeken bestaan al honderden eeuwen, dus zo lang is er al sprake van contextualisering4.

In de mening dat boeken een zeer beproefde manier zijn om content te contextualiseren, werd ik bevestigd door de cultuursocioloog Gabriël van den Brink in Bibliotheekblad 6, 2013. Hij vindt uitspraken dat boeken niet meer van deze tijd zijn allemaal onzin. ‘Het boek is al sinds de middeleeuwen veel meer dan een ding dat je vastpakt: het is een even specifieke als ingenieuze manier om kennis te organiseren. Een organisatie van het geestelijk leven, dat is het boek. Een gestructureerde ordening met een begin en een eind.’ Hij wijst op het belang van een index, hoofdstukken, alinea’s, de titel en zegt: ‘Dat is een boek: een vrij effectieve en hoogontwikkelde vorm om kennis, gedachten, reflectie, ervaringen en associaties te organiseren. Die organisatievorm is absoluut niet aan het eind van zijn Latijn. Helemaal niet.’

Dokter Zjivago
Een bibliotheek koopt een boek en plaatst het in de kast of als e-book op de eregalerij: metametametametacontextualisering, ofwel contextualisering5.
De lezer doet er iets mee en voegt het toe aan z’n eigen, persoonlijke context: contextualisering6. Zo kan ik doorgaan, waaruit blijkt dat contextualisering van content zeer veel dimensies en lagen heeft.

En daarbij kom ik op één van vele persoonlijke contextelementen: ik vond indertijd de film Dokter Zjivago, met Omar Sharif en Julie Christie erg mooi (vooral die huilende wolven in de sneeuw). Omdat ik graag van een verfilmd boek ook het boek zelf lees, heb ik dat gedaan (in de vertaling van Nico Scheepmaker). Veel beter dan de film natuurlijk, veel meer context.
Daar is me altijd de zin uit bijgebleven dat de revolutionairen niet geïnteresseerd zijn in iets wat niet de afmetingen van de aardbol heeft. Dat sprak me aan, want ik hou niet van megalomane projecten en ben meer van de kleine stapjes. Ik geloof ook niet dat nieuwe dingen per definitie altijd beter zijn dan oude. Er zijn volgens mij ontdekkingen en uitvindingen die zo goed zijn dat ze de eeuwen kunnen doorstaan. Na elke vernieuwing komt er weer nieuwe vernieuwing, maar laten we goed kijken wat de moeite waard is behouden te blijven.

Verkenning
Voor het SIOB hebben Ton Brandenbarg en Norma Verheijen de notitie Verkenning Context & Contextualisering (pdf) geschreven. Zie ook: www.bibliotheekblad.nl/nieuws/uitgelicht (17 april 2013). In dat stuk melden zij dat het SIOB contextualisering definieert als:
‘het in context plaatsen van informatie, het inbedden van informatie uit allerlei bronnen in een op de klant afgestemde dienst. Dat kan:
  • via technische mogelijkheden (metadatering);
  • via het selecteren en koppelen van bronnen (redacties);
  • door klantvragen geactiveerde verbindingen van bronnen (cocreatie)’.
Het zwakke van deze definitie vind ik het woord ‘informatie’. Bedoelt het SIOB hier iets mee dat zelf al gecontextualiseerd is (zinnen, boeken?) of begint het SIOB op het laagste niveau (de letters).

KB-dossiers
Tijdens een minisymposium op 27 maart presenteerde onder meer de KB haar visie op contextualisering. Die begint op het niveau van een thema waar boeken en tijdschriften over bestaan en waar je een redactionele inleiding bij kunt schrijven: dossiers maken.
Om de KB-dossiers voor een breed publiek effectief te laten zijn, moeten ze aansluiten op de actualiteit. Populair zijn volgens de KB steady sellers als het Koningshuis, Annie M.G. Schmidt, Donald Duck, de afschaffing van de slavernij en jaarlijkse gebeurtenissen als Prinsjesdag, Kerst en Pasen. Verder actuele ontwikkelingen als een nieuwe Paus. En zaken als het verschijnen van Atlas de Wit. Wat niet werkt, is dingen doen waar je goed in bent, maar die mensen niet van je verwachten (zoals een sportcollectie).
De KB beveelt aan: blijf dicht bij jezelf in wat je doet (expertise, content). Blijf ook dicht bij de klant. En doe onderzoek (‘onderzoek alles en behoud het goede’). Redactionele content kan volgens de KB gezien worden als een veilige experimenteeromgeving.

KB verstandig
Ik moet zeggen het KB-advies verstandig te vinden. Zoals ik liet zien, is contextualisering van content iets met zeer veel aspecten en invalshoeken en moeten we als openbare bibliotheekwereld vooral niet megalomaan denken dat we hier zonder samenwerking iets wezenlijks voor de samenleving kunnen betekenen.
Waar bibliotheken goed in zijn (of waren) is het plaatsen van boeken en andere informatiedragers (op zich dus al gecontextualiseerde content) in een samenhangende collectie en daarover advies geven. Maar zelf content contextualiseren vanaf het laagste niveau (de letters) is een heel ander vak dan dat van bibliothecaris, namelijk schrijver, journalist, fotograaf of filmmaker (laat ik de beelden niet vergeten). Wellicht dat schrijvers, journalisten, bibliothecarissen en filmmakers allemaal op weg zijn ‘content curatoren’ of ‘content contextualiseerders’ te worden, maar dan is voor mij wel de grote vraag wie daar het beste in zullen slagen: de bibliothecarissen of de schrijvers en filmmakers. Maar het kan ook zijn dat het geheel nieuwe professionals zullen zijn.

Jan Bierhoff
Eén van de door Brandenbarg en Verheijen geraadpleegde deskundigen is Jan Bierhoff van Medialynx. Hij stelt dat het gebruikersperspectief voorop moet staan. Het rapport geeft verder als de mening van Bierhoff weer: ‘Bij het samenstellen en vormgeven van context zijn tal van partijen betrokken. Om dat meer in samenhang te doen, is een aantal uitgangspunten van belang:
  • niemand is eigenaar;
  • de toegevoegde waarde van bestaande sectoren neemt af;
  • het ontwikkeltempo buiten de bestaande sectoren is tien keer zo hoog als binnen die sectoren.’
‘In de nieuwe organisatiemix van publieke-private partijen spelen veel verschillende partijen een rol. Die rollen verschillen van elkaar, maar zijn wel gelijkwaardig. Ook de bibliotheek moet zich een positie zien te verwerven. Hierbij moet gedacht en gehandeld worden vanuit het gebruikersperspectief. Digitaliseren kan daarbij gezien worden als de grote gelijkmaker’, aldus Bierhoff.

Wat vindt de wethouder?
Tja, het gebruikersperspectief voorop, dat hoor ik vaker. De grootste financier van openbare bibliotheken is echter niet 'de klant', maar de gemeente. Het is vanuit het marktdenken een poosje mode geweest om de subsidiënt ‘de grootste klant’ te noemen, maar een gemeente is er voor publieke voorzieningen, niet voor marktvoorzieningen.

Wat vertellen we de gemeente? Een bibliotheekdirecteur zei laatst tegen mij: ‘M’n wethouder ziet me al aankomen met een subsidieverzoek om content te contextualiseren.’

Kortom, er valt nog heel wat uit te leggen. Nu zou het SIOB zo maar kunnen denken dat het in het kader van ‘de geïntegreerde bibliotheek’ gewenst is ook voor de contextualisering van content een greep in het gemeente- en/of provinciefonds te doen. Voor zoiets gaat gebeuren, zou ik toch wel graag een uitgewerkte visie op en een beschrijving van ‘de geïntegreerde bibliotheek’ willen zien, in een bestuurlijke situatie die al begonnen is met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: geen integratie van gemeenten, provincies en rijk, maar getouwtrek om macht en bevoegdheden.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

agnesklitsie
21-6-2013 12:13
Dag Wim, wat leg je weer feilloos de vinger op de zwakke plekken, fantastisch. Ik had net als jij precies dezelfde gedachte over het interview met Gabriel van den Brink, boek kan de hoogst ontwikkelde vorm zijn om kennis te organiseren. Ik ben trouwens ook een aanhanger van de filosofie van kaizen (alles in het leven moet stapje voor stapje). Wel eens van gehoord? Agnes
Wim Keizer
27-6-2013 13:48
Dag Agnes, ik had niet gehoord van of gelezen over de filosofie van kaizen, maar wat ik o.a. hier zie (http://www.bol.com/nl/p/de-kunst-van-kaizen/1001004004525382/) spreekt me wel aan (kleine stapjes nemen in de richting van je doel). Ook ik stel vaak eenvoudige vragen vanuit eenvoudige gedachten ;-).

Bij mij spelen m.b.t. de "contextualisering van content" meerdere invalshoeken een rol, zowel t.a.v. ”content” als “context”.

Bij content krijg ik altijd het gevoel dat het een woord is dat alle informatie gelijkstelt (met terugwerkende kracht), terwijl kranten, boeken en tijdschriften, maar ook websites, al zorgvuldig ge(meta)contextualiseerde informatie (data, content) bevatten, met verschillende waarden (bijv. ook non-fictie of fictie).

Als journalist ben ik al heel lang bezig “content” te contextualiseren (door te typen op een toetsenbord, wat toch altijd begint met letters, cijfers en spaties – om woorden te vormen, dan zinnen, dan artikelen - met veel schrappen en opnieuw doen – gekoppeld aan een nieuwsfeit, een rapport, een interview etc.).

Sinds de digitalisering, gebaseerd op wel of geen stroompje, dus enen en nullen, hebben we de “binary digits” (ofwel bits). Die worden omgezet in bytes en kunnen vervolgens bij een type-aanslag op het toetsenbord worden weergegeven in letters/cijfers/spaties/leestekens op een scherm. (Bij de schrijfmachine ging dat nog rechtstreeks op het papier).

Wat ik hierboven wat onderbelicht liet, zijn de (bewegende) beelden op het scherm, maar bits/bytes leiden ook tot pixels met verschillende kleuren en dus foto’s en films.

Dichtbij huis beginnen en kleine stapjes maken, is voor mij als journalist dan toch vooral: schrijven, mede op basis van wat er allemaal op internet te vinden is, en in een vorm die geschikt is voor internet (met voor de hand liggend voorbeeld: geen voetnoten opnemen, maar een link leggen), gericht op je doelgroep

Als bibliothecaris is/was het primair: collectioneren (al bestaande, sterk gemetacontextualiseerde content in de context van een collectie plaatsen, die zichzelf weer in de context van de bibliotheek bevindt) en daarover adviseren (de grote kennis van bibliothecarissen over literatuur, diverse wetenschapsgebieden, de kwaliteit van de media, de betrouwbaarheid van de betrokken uitgevers etc. aan de gebruikers ten goede laten komen).
Schrijven van redactionele inleidingen bij dossiers (de KB-invalshoek in maart, ook vanuit kleine stapjes gedacht) bevat natuurlijk beide elementen.

Ik weet nog van m’n FMA-opleiding dat goed schrijven eigenlijk nauwelijks als kunde/vaardigheid van een bibliothecaris (in openbare bibliotheken) werd verwacht. De nadruk lag vooral op collectioneren en adviseren (met specialismen jeugd en onderwijs) en naarmate meer leidinggevend ook het beheer van diverse aspecten van de bibliotheek als organisatie en gebouw.
Alleen vanuit de invalshoek “speciale bibliotheken” heb ik nog les gehad over “literatuurrapporten schrijven” als bibliothecaris-vaardigheid (omdat daar in speciale bibliotheken vraag naar was/is, maar in openbare bibliotheken niet of nauwelijks). Dan heb je het dus wel (ook) over redactionele vaardigheden.

Samenwerking tussen bibliotheek en (regionale) kranten, zoals die hier en daar ontstaat, lijkt mij een zinnige benadering  (http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/uitgelicht/bericht/1000004053). In Bibliotheekblad 5/213 ziet René Cuperus zelfs de mogelijkheid dat door de enorme verschraling bij de regionale pers de bibliotheek zo’n rol (deels) zou kunnen overnemen. Maar dat eist dan wel heel andere vaardigheden dan die van de gemiddelde (traditionele) bibliothecaris.

Hoe dan ook, ik zie “contextualiseren van content” als een onderwerp waarover we nog niet uitgedacht en -gepraat zijn!

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie