HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Handreiking van Wim: Hoeveel geld hebben bibliotheken nodig?
Wim Keizer
04-06-2012
Hoeveel geld hebben de openbare bibliotheken in de toekomst nodig, nu ze zich ‘in een ingrijpende transformatie bevinden die de komende jaren versneld haar beslag krijgt?’ (citaat uit nieuwe strategienota VOB). En wie gaat dat geld verstrekken nu de bibliotheken zich als ‘maatschappelijke ondernemingen’ gaan richten op ‘persoonlijke ontwikkeling van burgers’.
Handreiking van Wim: Hoeveel geld hebben bibliotheken nodig?
Maatschappelijke ondernemingen? Wat zijn dat nu weer, wil D66 graag van staatssecretaris Zijlstra horen. Die vraag heb ook ik. Waarom niet gewoon publieke voorzieningen?
Persoonlijke ontwikkeling? Gaan de burgers daar persoonlijk voor betalen? Of heeft de samenleving als geheel er ook wat aan en blijven de overheden om die reden het grootste deel van de kosten betalen?
In NRC Weekend van 17 december 2011 hield Johan Schaberg, ondernemer, adviseur en medewerker van de NRC, een pleidooi om voor het onderwijs nu juist niet langer persoonlijke ontwikkeling als doel te nemen, maar (opnieuw) het aanleren van basisvaardigheden die we hard nodig hebben voor het in stand houden van onze welvaart. Basisvaardigheden die nu ondergeschikt zijn gemaakt aan de hang naar zelfontplooiing. Schaberg: ‘Er is natuurlijk veel voor te zeggen om niet uitsluitend met materiële zaken bezig te zijn, al is het de vraag of persoonlijke ontwikkeling een nationaal belang dient en dus een overheidsrol rechtvaardigt’.
Volgens mij kun je die vraag net zo goed stellen voor bibliotheekwerk als voor onderwijs. Het onderwijs moet zich volgens Schaberg weer gaan richten op het aanleren van kennis en vaardigheden die mensen nodig hebben om welvaart te creëren. Lezen, schrijven en rekenen. Talenkennis. De ambachtsschool voor wie wil leren lassen, timmeren en metselen, in plaats van voldoen aan ‘beroepsgerichte kwalificatiestructuren’. Ik ben geneigd Schaberg gelijk te geven.

Tussenschakels overbodig
De ingrijpende transformatie heeft te maken met de digitalisering van informatie. Door die digitalisering is er niets meer nodig tussen schrijver en lezer, maker en kijker/luisteraar, informatieproducent en informatieconsument. De producent zet zijn product op internet en de consument kan er, al dan niet gratis, via zijn device rechtstreeks bij, of het nu een laptop, tablet of smartphone is. Alleen als zij toegevoegde waarde kunnen creëren waar consumenten en/of overheden voor willen betalen, kan er nog een rol zijn voor tussenschakels.
Nadeel voor de tussenschakel ‘openbare bibliotheek’ is in de papieren wereld sowieso al dat zij, naast primaire informatieverstrekkers als onderwijs, uitgeverijen en omroepen, slechts een secundaire, aanvullende rol heeft en voornamelijk opereert met andermans ‘content’ (uitleenfunctie, waar het grootste deel van het budget naar toegaat). Juist die uitleenfunctie kan de openbare bibliotheek in een digitale wereld veel goedkoper uitvoeren dan in een papieren wereld (door haar centraal aan te bieden en niet in elke lokale bibliotheek). Waarbij het nog wel de vraag is of de eigenaren van de content het niet liever zelf gaan doen. En of ze de bibliotheekwereld wel toestemming geven. Die toestemming is nodig voor niet-rechtenvrij materiaal, want de uitzondering in de Auteurswet geldt slechts voor stoffelijke materialen, op voorwaarde dat er leenrecht wordt betaald.

Een aandachtspunt is ook nog wel de houdbaarheid van e-books. Papier kan duizenden jaren bewaard worden, maar digitale informatie van twintig jaar geleden is nu al vaak niet meer te raadplegen. Nationale bibliotheken en archieven werken aan adequate oplossingen, maar die zijn er nog niet. Het zou fijn zijn als literair waardevolle e-books net zo lang bewaard kunnen worden en toegankelijk blijven als papieren boeken.

Hoe dan ook zal de uitleenfunctie lokaal minder geld vragen. Deze kan landelijk geregeld worden, in elk geval voor rechtenvrij materiaal, maar hopelijk ook voor materiaal waar rechten op zitten. In het meest drastische geval verdwijnt (op den duur) lokaal de hele uitleenfunctie. Het hiermee vrijkomende lokale geld kan besteed worden aan andere functies, maar kan, als de bibliotheken er niet in slagen de ingrijpende transformatie goed op te pakken, ook gewoon helemaal wegbezuinigd worden. Dat is dan onze bijdrage aan de bestrijding van de economische crisis. Maar ik zou daar natuurlijk liever aan willen bijdragen met bibliotheektaken.

Om te weten hoeveel geld de bibliotheken in de toekomst nodig hebben, moeten we weten hoeveel geld er thans besteed wordt aan de verschillende functies die bibliotheken uitoefenen en hoe die functies veranderen (of veranderd moeten worden). Vervolgens kan bekeken worden hoeveel er voor de veranderde functies nodig is. En daar komen de moeilijkheden. Bibliotheken hanteren verschillende functie-indelingen en het is niet helder hoeveel geld er momenteel naar welke functies gaat.

Functie-indelingen
Een oude, globale indeling bestaat uit vier hoofdfuncties: de uitleenfunctie (lending library), de raadpleegfunctie (reference library), de inlichtingen- en adviesfunctie (vragen beantwoorden en stimuleren van lezen, leren, zich informeren, cultuurparticipatie en debat) en de educatieve functie (ondersteuning onderwijs).
De Richtlijn voor basisbibliotheken uit 2005 onderscheidt vijf kernfuncties: ‘lezen en literatuur’, ‘ontwikkeling en educatie’, ‘kennis en informatie’, ‘kunst en cultuur’, en ‘ontmoeting en debat’. Wat simpeler geformuleerd: lezen, leren, informeren, cultuurparticipatie en debat.

De vergelijkende bibliotheek
In mei 2008 liet de VOB de brochure De vergelijkende bibliotheek verschijnen, waarin gepoogd is alles wat in de bibliotheekbranche met cijfers te maken heeft in één systeem met vier componenten onder te brengen: het Rekeningschema Openbare Bibliotheken, een model voor kostentoerekening, het Branche Informatie Systeem (BIS) en de benchmark.
In het kostentoerekeningsmodel worden kosten en opbrengsten toegerekend aan twaalf producten, passend binnen de vijf kernfuncties.
Die producten waren: raadpleegfunctie, informatieve collectie, projectcollectie, romancollectie en ontspanningslectuur, literaire werken, dienstverlening onderwijs, culturele (literaire) activiteiten, leesstimuleringsprojecten, ontmoeting en debat, bedrijfsvoering, innovatie en overige producten.
Helaas meldt het stuk niet welke twaalf producten precies passen in welke vijf kernfuncties, maar ik doe hier zelf een poging:
- Lezen en literatuur: projectcollectie, romancollectie en ontspanningslectuur, literaire werken en leesstimuleringsactiviteiten.
- Ontwikkeling en educatie: dienstverlening onderwijs.
- Kennis en informatie: raadpleegfunctie en informatieve collectie.
- Kunst en cultuur: culturele (literaire) activiteiten.
- Ontmoeting en debat: ontmoeting en debat.
- Overige: bedrijfsvoering, innovatie en overige producten.

Vier hoofdfuncties en vijf kernfuncties
Het vervelende van die vijf kernfuncties is dat de oudere functie-indeling, die meer gaat over de hoofdactiviteiten van het personeel (uitleenfunctie, raadpleegfunctie, inlichtingen- en adviesfunctie en educatieve functie), betrekking heeft op meerdere kernfuncties, maar dat niet duidelijk is in welke mate.

Ik doe een poging tot indeling:
Uitleenfunctie:
- van ‘lezen en literatuur’: projectcollectie, romancollectie en ontspanninglectuur, literaire werken;
- van ‘ontwikkeling en educatie’: collecties die aan het onderwijs worden uitgeleend;
- van ‘kennis en informatie’: de informatieve collectie.
Raadpleegfunctie:
- van ‘kennis en informatie’: de raadpleegfunctie.
Inlichtingen- en adviesfunctie:
- van ‘lezen en literatuur’: leesstimuleringsactiviteiten;
- ‘ontmoeting en debat’;
- van ‘kunst en cultuur’: culturele (literaire) activiteiten.
Educatieve functie:
- ‘ontwikkeling en educatie’.

Onderzoek DSP-groep
Ik weet niet precies wat de bibliotheken gedaan hebben met het mooie VOB-streven alles op cijfergebied in één systeem met vier componenten onder te brengen, maar de DSP-groep die in opdracht van OCW de bestaande financiële stromen in kaart moest brengen, stelde vast dat de basisbibliotheken hun activiteiten niet gespecificeerd kunnen toerekenen naar de kernfuncties (en naar fysiek en digitaal).
In het Bibliotheekcharter 2010-2012 van OCW, IPO en VNG werd afgesproken: ‘Partijen onderzoeken in 2010 de huidige en toekomstige financiële structuur van het bibliotheekwerk op de verschillende overheidsniveaus. Het onderzoek brengt de bestaande financiële stromen in kaart en beschrijft op de verschillende overheidsniveaus de financiële effecten van het proces van bibliotheekinnovatie, zoals de verschuiving van de fysieke naar digitale diensten en certificering. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen partijen afspraken maken over de financiële consequenties.’
De eerste fase van het onderzoek was de Basismeting financiële structuur openbare bibliotheeksector, uitgevoerd door de DSP-groep. Daar ging m'n gastblog van mei over. De basismeting stelde indicatief (aan de hand van onderzoek bij zes basisbibliotheken A t/m F) vast, dat een verdeling van de bibliotheekbudgetten over de vijf kernfuncties in 2009 gemiddeld het volgende opleverde: lezen en literatuur 38%, ontwikkeling en educatie 11%, kennis en informatie 33%, kunst en cultuur 5%, ontmoeting en debat 6% en overhead (d.w.z. bedrijfsvoering, innovatie en overige producten) 7%.
Interessant, die cijfers, maar hoe is nu de toekomstige financieringsbehoefte?

Van twaalf naar zeven producten
Stel, dat de uitleenfunctie door centralisatie over een aantal jaren lokaal geheel overbodig wordt, wat houden we dan per kernfunctie over van de twaalf producten die de VOB in 2008 definieerde?
Een poging:
- Lezen en literatuur: leesstimuleringsactiviteiten;
- Ontwikkeling en educatie: dienstverlening onderwijs (behalve uitlenen van stoffelijke materialen);
- Kennis en informatie: raadpleegfunctie (voor zover digitaal);
- Kunst en cultuur: culturele (literaire) activiteiten;
- Ontmoeting en debat: ontmoeting en debat;
- Overige: bedrijfsvoering, innovatie en overige producten.
Hier blijkt uit dat alleen ‘kunst en cultuur’, ‘ontmoeting en debat’ en ‘overige’ qua producten hetzelfde blijven. Bij ‘lezen en literatuur’ vallen drie van de vier producten weg en bij ‘kennis en informatie’ anderhalf (ervan uitgaand dat de raadpleegfunctie momenteel 50/50 digitaal/fysiek is). Gesteld dat de producten evenveel wegen, dan is er voor ‘lezen en literatuur’ nog een kwart van het budget nodig (zeg 10% van 38%) en voor ‘kennis en informatie’ een derde (zeg 11% van 33%).
We houden dus 28 + 22% ofwel 50% van het budget over. Nu is het een beetje drastisch om, zelfs als de uitleenfunctie helemaal gecentraliseerd wordt, lokaal totaal geen stoffelijke materialen in huis te hebben, dus laten we zeggen dat er van die 50% nog een kwart (zo’n 13%) aan stoffelijke materialen wordt besteed (om te gebruiken bij leesstimulering, culturele activiteiten en ontmoeting en debat). Dan houden we dus 37% van het budget over voor andere taken.
We kunnen ook meteen kijken naar de oudere functie-indeling. Henriëtte de Kok, directeur van Bibliotheek Midden-Brabant, zegt op pagina 21 in de VOB-brochure Bezuiniging als breekijzer dat in haar bibliotheek 80% van het budget naar de uitleenfunctie gaat, 15% naar de educatieve functie en 5% naar cultuur en digitale zaken. Zij wil dit veranderen naar een meer evenwichtige verdeling voor de fysieke, educatieve en digitale bibliotheek. Nu lijkt 80% uitleenfunctie mij een beetje hoog (zit de raadpleeg- en adviesfunctie hier ook bij?), maar stel dat Midden-Brabant niet veel afwijkt van de rest van het land, dan is, laag geschat 60 tot 70% van het bibliotheekbudget met de uitleenfunctie gemoeid. Als die functie gecentraliseerd wordt, dan houden we dus zo’n 65% aan budget over. Als ik ook hier toch nog een kwart (zo’n 17%) aan stoffelijke materialen blijf besteden, hou ik zo’n 48% van het budget over. Bijna de helft voor iets anders! Te revolutionair wellicht voor de branche.

Meer naar leren
Laten we voor het gemak en onze gemoedsrust uitgaan van het laagste cijfer: de eerder genoemde 37%. Wat gaat wij doen met die 37%? Ik denk dat het nuttig is die magere 11% die nu aan ‘ontwikkeling en educatie’ (leren) wordt besteed te verhogen tot zeker 40 à 50%. Dat kan geleidelijk, al naar gelang de uitleenfunctie door digitalisering gecentraliseerd wordt. Onderwijs is onomstreden een publieke taak. Ik denk dat we daarbij moeten aanhaken en dat we met Bibliotheek op School op de goede weg zijn. En ook aan de vergroting van de mediawijsheid en de bestrijding van de laaggeletterdheid kunnen bibliotheken een grotere steen bijdragen. Verder zie ik geen duidelijke redenen om lokaal veel te sleutelen aan de percentages voor ‘lezen en literatuur’ (10%), ‘kennis en informatie’ (11%), ‘kunst en cultuur’ (5%), ‘ontmoeting en debat’ (6%) en overige (7%). Plus dan nog 13% aan stoffelijke materialen voor alle functies. OCW (via Bibliotheek.nl) en de provincies (via de PSO’s) betalen de landelijke digitale uitleen- en raadpleegfunctie. Desgewenst vormen Bibliotheek.nl en PSO’s er samen een landelijke serviceorganisatie (LSO) voor. En via het SIOB en de PSO’s kunnen OCW en provincies ook nog ondersteuning bieden aan de andere lokale functies.

Nieuwe deelproducten in het kader van het product leesstimulering, zoals content curation en contextualisering, kunnen decentraal worden geproduceerd, samen met interessante user generated content (per definitie decentraal), maar centraal digitaal worden aangeboden.
Belangrijke voorwaarde is dat de bibliotheken publieke voorzieningen willen blijven die zich vooral richten op de kenniseconomie (leren). Maatschappelijke ondernemingen die zich met veel consumer insight en programma’s customer relationship management willen richten op persoonlijke ontwikkeling van mensen, houden wat mij betreft hun eigen broek op, zonder belastinggelden. Overheidsgeld voor maatschappelijke need-to-know-information vind ik prima, maar voor persoonlijke nice-to-know-information betalen de mensen zelf maar.

Een andere voorwaarde is dat de VNG de attitude moet opgeven dat het rijk, de provincies en de bibliotheken aan eisen en verplichtingen moeten voldoen, maar alleen gemeenten een vrijblijvend beleid kunnen voeren. Ten behoeve van de lokale/regionale bibliotheken wil de VNG geen verplichtingen voor gemeenten in een wet. Maar dat klinkt mij net iets te makkelijk: een samenhangend bestel voor de publieke voorziening openbare bibliotheek eist dat alle overheden meedoen.

Datawarehouse: garbage in, garbage out
Tot slot nog iets over de ‘vergelijkende bibliotheek’. Die was neergezet als een groeimodel, waarbij de samenhang tussen de vier instrumenten wordt versterkt en de instrumenten zelf worden uitgebouwd. Ik ben bang dat het de afgelopen vier jaar niet gelukt is. Er zijn nu hoge verwachtingen van het Datawarehouse (DWH) van Bibliotheek.nl, maar hier geldt natuurlijk dat er rommel uitkomt als je er rommel instopt. We hebben betrouwbare cijfers nodig. Staatssecretaris Zijlstra heeft in zijn brief van 27 maart aan de Tweede Kamer (over het onderzoek van de DSP-groep) aangegeven wie daarin welke taak is toebedacht. Ik denk dat we hier haast mee moeten maken.

Tekst: Wim Keizer

Geraadpleegd:
De vergelijkende bibliotheek. Het verhaal achter de cijfers (VOB, mei 2008).
Subsidiebeleid openbare bibliotheken: een handreiking voor gemeenten (VNG, april 2011).
Interface: Bibliotheek in het digitale tijdperk (Visienotitie Commissie Digitale Bibliotheek VOB, oktober 2011).
Bezuiniging als breekijzer. Bibliotheekdirecteuren over de relatie tussen bezuinigen en innoveren (VOB, oktober 2011)
De bibliotheek in 2016 (SIOB, concept-versie, januari 2012).
Basismeting financiële structuur openbare bibliotheeksector (DSP-groep, februari 2012).
VNG Handreiking. De openbare bibliotheek in het digitale tijdperk (VNG, april 2012).
Meer Waarde. Branchestrategie openbare bibliotheken 2012-2016 (Commissie Strategie en Public Affairs VOB, mei 2012).




Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Wim Keizer
6-6-2012 09:58
Heb ik de laatste zinnen nog maar net gepubliceerd, of zie ik bijgaande oproep van Inge van Asperen: http://www.debibliotheken.nl/nc/actueel/items/article/kwart-bis-formulieren-nog-niet-terug.html.
Die wil ik hierbij ondersteunen!

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie