HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Navigatie
Marina Polderman
30-04-2012
Hoewel ik weinig op heb met apparaten en ze eigenlijk het liefst zoveel mogelijk uit de weg ga, maak ik graag één uitzondering. Toen ik vorig jaar een autootje aanschafte vanwege een verhuizing naar het platteland, wist ik dat ik er maar al te goed aan zou doen om ook een navigatieapparaat aan te schaffen. Ik ben nu eenmaal niet de handigste ben in het vinden van de weg. Op de fiets had ik er vaak al moeite mee. Zo verbaasde mijn vriend zich erover dat ik, ook toen ik al een paar jaar in die stad woonde, nog vaak in de verkeerde richting fietste wanneer ik vanuit zijn huis naar mijn studentenflat moest. Dan wist ik zeker dat ik die ene kant uit moest, maar bleek ik uiteindelijk toch weer de verkeerde richting te hebben gekozen. Ik probeerde me in het begin te oriënteren op de aanwezigheid van een supermarkt. Tot ik er na enige tijd achter kwam dat er twee filialen van dezelfde supermarkt aan weerszijden van de straat lagen. Kortom, toen ik besloot een auto te kopen, wist ik dat navigatie een vereiste zou zijn.
Navigatie
Dat die navigatie mij ook nog eens veel plezier zou opleveren, had ik van tevoren niet kunnen bedenken. Al voordat ik een autootje had, vond ik het heerlijk om ergens de omgeving te verkennen. In Parijs oriënteerde ik me daarbij altijd op de metrostations. Het prachtige netwerk van metrolijnen zorgde ervoor dat zelfs ik me in zo’n enorme stad prima kon redden. Mensen in mijn omgeving vroegen zich vaak vertwijfeld af hoe ik dat toch deed, me daar wel redden, terwijl ik in mijn eigen stad de weg niet kon vinden. Enfin, door de metro dus! In de eerste maanden dat ik mijn auto had, vond ik het geweldig om zomaar de omgeving te verkennen. Kleine plattelandsdorpjes, ouderwetse boerderijwinkels, alles lag opeens binnen handbereik. Geen groter geluk dan een onbekende omgeving, en de mensen erin, te kunnen observeren (´Klein Verslag´ van Wim Boevink in Trouw is er elke ochtend een prachtig voorbeeld van). Wanneer het tijd is om naar huis te keren, druk ik op ‘Thuis’ en hoef ik niet meer te zoeken naar de weg. Het leuke vind ik dat je ook nog kunt kiezen voor alternatieve routes, de kortste, de snelste en ik weet niet wat nog meer. Dat je in een onbekende omgeving werkelijk geen idee hebt wat het kortst of snelst is, doet er weinig toe. Je komt op de terugweg ook weer op allerlei onbekende plaatsen en de mooiste observaties liggen spontaan voor het oprapen. Als schrijver is mijn dag dan meer dan vervuld.

Het (terug)vinden van de (of beter: een) weg in een onbekende omgeving, dat lijkt me ook een aardige of misschien wel dé toekomstige taak van de bibliothecaris. Toen ik onlangs bij een denktank van bibliothecarissen aanwezig was, stelde een van de aanwezigen de terechte (en veel te weinig gestelde) vraag of bibliothecarissen daar nog wel voldoende voor zijn uitgerust. De kwestie van goed en betrouwbaar kunnen zoeken komt altijd weer naar boven als het gaat om de kwaliteiten van de bibliotheek / de bibliothecaris. Volgens mij moet er vooral ook kritisch worden gekeken of die vaardigheden nog wel toereikend zijn. Soms moeten we misschien durven toegeven dat ‘wij’ het ook niet (of nog niet) precies weten. Want goed kunnen zoeken op internet is toch een heel andere kunst dan kunnen zoeken in een bibliotheekcatalogus? Hoe trainen bibliothecarissen zich in de nieuwe vormen van zoeken?

Ik denk dat het zaak is dat we duidelijk kunnen maken waarom nu juist bibliothecarissen zijn toegerust om mensen op een nieuwe weg te zetten, of om een omweg te bieden die mogelijk nog mooiere kijkjes zal bieden. Want hoe blij ik ook ben met mijn navigatie, irritant vind ik het soms wel dat ik eigenlijk geen idee heb hoe die een route samenstelt. Zo kan het zijn dat ik de ene dag via de ene kant wordt gestuurd en de andere dag, als ik net ergens anders geparkeerd stond, via een totaal andere kant. Bevorderlijk om ergens de weg te leren kennen, is het absoluut niet. Dat het ongetwijfeld is na te lezen in allerlei formules, berekeningen of andere statistiek, geloof ik graag. Maar ik wil gewoon een mooi verhaal over hoe de weg is gekozen. Dat mooie verhaal ontbreekt als ik mijn navigatie aanzet, maar mag absoluut niet ontbreken als we als bibliotheek hoog willen blijven inzetten op betrouwbaarheid en meer specifiek op betrouwbaar kunnen zoeken en vinden. Want al leiden vele wegen naar Rome, bibliothecarissen moeten op zijn minst kunnen uitleggen welke wegen zij kiezen en bovenal waarom. Ook in het nieuwe ‘zoeklandschap’. Zoals ik mijn navigatie of de Parijse metrostations vertrouw als het gaat om de weg huiswaarts te vinden, zo wil ik een bibliothecaris kunnen vertrouwen als het gaat om het zoeken in oude en bovenal in nieuwe bronnen. Daar hoort een krachtig verhaal bij.

Marina Polderman


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Tryntsje van vessem
5-5-2012 21:40
 tsja, dan moeten de bibliotheken natuurlijk nog wel bemenst zijn.... of over een goede digitale vraagbaak  beschikken....

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie