HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Geld uit Gemeentefonds? Koop leenrecht er mee af!
Wim Keizer
26-09-2011
'De openbare bibliotheek functioneert te midden van andere voorzieningen en markten. Ontwikkelingen die daar plaatsvinden, zoals de komst van het e-book, kunnen van invloed zijn op de positie van de openbare bibliotheek. Relevante gebieden in dat verband zijn onder meer het auteursrecht en het leenrecht. Deze rechtsgebieden vallen buiten het bestek van deze wetswijziging.'
Geld uit Gemeentefonds? Koop leenrecht er mee af!
Dit is één van de uitgangspunten die het ministerie van OCW heeft geformuleerd in zijn conceptbrief aan de Tweede Kamer over actualisering van bibliotheekwetgeving. Het belangrijkste onderdeel van de brief is het voorstel een bedrag uit het Gemeentefonds te onttrekken om daarmee de landelijke inkoopkracht van het openbare bibliotheekwerk voor digitale content te versterken. In de WWW van september (PDF) wierp ik er wat eerste vragen over op. De commissie Onderwijs, Cultuur en Sport van de VNG kan zich vinden in het voorstel, omdat OCW belooft de 'servicekosten” van de informatie-infrastructuur te blijven betalen. De VNG denkt dat gemeenten voordeel hebben bij deze uitruil en dat ze na zo’n ruil nauwelijks nog geld kwijt hoeven te zijn aan 'de digitale bibliotheek'. Overigens meldde de desbetreffende VNG-notitie wel argumenten pro en contra het voorstel.
Bibliotheek.nl ziet voordelen. Het VOB-bureau ook. Maar de VOB ziet ook nadelen.

Kernstuk wetgeving
Is de openbare bibliotheekwereld er bij gebaat als er gelden aan het Gemeentefonds worden onttrokken? In mijn diverse achterbannen - stichtingen Overleg Openbaar Bibliotheekwerk Noord-Holland (SOOB NH), Bibliothekenoverleg Zuid-Holland (BOZH) en Samenwerkende PSO’s Nederland (SSPN) - zegt men niet zonder meer juichend: doe maar, het is een erg goed idee.
Wat met name de SOOB al jarenlang wel een heel goede gedachte vindt, is de afkoop van het leenrecht. De SOOB heeft OCW en de VOB daar meermalen op gewezen. De bibliotheken menen er veel voordeel bij te hebben. Met die afkoop is landelijk ongeveer € 15 miljoen per jaar gemoeid. Dat bedrag kan mooi betaald worden uit gelden uit het Gemeentefonds.
Verder stelde men in de SOOB vast dat het beschikbaar komen van een substantieel bedrag door onttrekking uit het Gemeentefonds niet vanzelf zal leiden tot de komst van meer door openbare bibliotheken uit te lenen e-books. Het probleem is namelijk niet primair het geld, maar de regelgeving. Op 28 juni zei Hans van Velzen van de OBA (tevens voorzitter van de Stuurgroep e-books, die met uitgevers onderhandelt) al tegen OCW dat de bibliotheken er erg bij gebaat zijn als in wetgeving wordt vastgelegd dat bibliotheken e-books mogen uitlenen. Ook de SOOB is die mening toegedaan. Momenteel verhindert Europese regelgeving het om e-books op dezelfde wijze te beschouwen als papieren boeken, maar OCW zou in Europa toch krachtig kunnen bevorderen dat er voor e-books een soortgelijke uitzondering voor uitlenen in de Auteurswet (artikel 15c lid 1) wordt opgenomen als voor p-books. Dit zou dan net zo’n leenrechtregeling als voor p-books kunnen zijn, mits dan wel centraal bekostigd. Zonder een dergelijke regeling wordt het zeer twijfelachtig gevonden of alleen financiële inzet (van uit het Gemeentefonds gelichte gelden) voor aankoop van (licenties voor het uitlenen van) e-books tot de gewenste resultaten zal leiden.

Dus, OCW, in plaats van leenrecht en auteursrecht buiten het bestek van een brief over wetgeving te laten vallen zouden ze juist het kernstuk moeten vormen van wetgevende activiteiten.

Evaluatie content?
In BOZH werd opgemerkt dat het merkwaardig is de bibliotheken te verwijten het bedrag voor content verlaagd te hebben van € 0,22 naar € 0,20 per inwoner. Het gaat nu namelijk nog om content die alleen in de bibliotheek geraadpleegd mag worden. De indruk is dat er weinig gebruik van gemaakt wordt. Peter van Eijk kondigde al eens aan dat dit gebruik geëvalueerd moet worden voor er verder over beslist wordt, maar uitkomsten van evaluaties zijn tot nu niet bekend. Enkele BOZH-leden verklaarden ook aanzienlijk meer dan € 0,20 per inwoner te willen betalen, als het zou gaan om e-books in plaats van de huidige content.

Decentralisatie heilig
De OCW-conceptbrief kiest ook als uitgangspunt dat de kern van het bibliotheekbestel op decentraal niveau bij de gemeenten en lokale basisbibliotheken ligt. 'Er is geen aanleiding daar verandering in aan te brengen.' Ik vind dat een rare zin, want uit diverse door OCW gesignaleerde problemen als 'de verbrokkeling van het veld' blijkt nu juist dat daar wel aanleiding toe is, als je die problemen werkelijk serieus wilt aanpakken. Maar kennelijk kan ook OCW niet om het politieke gegeven van de decentralisatie heen.

Aanvechtbare scheiding
Het meest aanvechtbaar in de brief is de strikte scheiding die wordt gehanteerd tussen een 'fysieke bibliotheek' en een 'digitale bibliotheek'. Weliswaar schreef de Raad voor Cultuur in zijn sectoranalyse dat nog slechts twee overheidslagen bestuurlijke verantwoordelijkheid moeten dragen: 'Grofweg: het Rijk voor de digitale bibliotheek en de gemeenten voor de fysieke bibliotheken. Naar de mening van de Raad lost dit de knelpunten in de sector op.' Maar hier staat dan toch nog het woord 'grofweg'.

Het onderscheid tussen een (lokale/regionale) fysieke bibliotheek en een (landelijke) digitale bibliotheek zoals het gemaakt wordt in de conceptbrief wekt de indruk dat een fysieke bibliotheek alleen maar met papieren content opereert en een digitale bibliotheek alleen maar met (landelijke) digitale content (e-content). De VNG neemt dit over. En gaat er ook van uit dat mensen straks lid kunnen worden van zo’n landelijke digitale bibliotheek zonder lid te zijn van een lokale/regionale fysieke bibliotheek. Ik denk dat de branche daar niet zo blij mee is.

Zowel voor tekstuele als audiovisuele informatie kan het volgende onderscheid gemaakt worden:
  • Fysieke informatie;
  • Digitale informatie;
  • Fysieke informatie over fysieke informatie;
  • Fysieke informatie over digitale informatie;
  • Digitale informatie over fysieke informatie;
  • Digitale informatie over digitale informatie.
Op al deze terreinen speelde en speelt ook de openbare bibliotheek een rol. Al heel lang bestaan er digitale catalogi voor fysieke collecties. En wordt digitalisering ingezet voor de leners- en uitleenadministraties. Zolang er naast digitale nog fysieke informatie is - en dat zal naar verwachting geruime tijd het geval zijn - zijn de fysieke en de digitale bibliotheek onverbrekelijk met elkaar verbonden.

Simplisme
De digitale Nationale Bibliotheek Catalogus, ontwikkeld door Bibliotheek.nl in samenspraak met de Stuurgroep van het GII-consortium (waarvan Bas Savenije van de KB de voorzitter is), is bedoeld voor zowel fysieke informatie (met titelbeschrijvingen als digitale metadata) als digitale informatie (met tags als digitale metadata). Het is een simplisme te veronderstellen dat 'de digitale bibliotheek' een landelijke voorziening kan zijn die alleen maar digitale content aanbiedt die ontsloten is via digitale metadata (open index bij Nationale Bibliotheek Catalogus).
Er is geen 'landelijke digitale bibliotheek', er is een landelijke stichting Bibliotheek.nl die met inzet van OCW-gelden digitale diensten en producten (met als kern een digitale informatie-infrastructuur) aanbiedt aan openbare bibliotheken (veelal stichtingen), daarin ondersteund door de PSO’s (veelal ook stichtingen).

Geheel nieuw concept
Indien het Rijk (en eventueel VNG en IPO) een aparte landelijke digitale bibliotheek wensen te laten ontwikkelen die alleen maar digitale content aanbiedt welke ontsloten is via digitale metadata is er sprake van een geheel nieuw concept waar de activiteiten van de Stichting Bibliotheek.nl zich tot nu toe niet op gericht hebben.
Weliswaar leeft in UB- en KB-kring de gedachte dat op informatiegebied alles wat niet digitaal is over een paar jaar niet meer bestaat (althans niet meer gevonden zal worden), maar voorlopig komen nog heel wat mensen gewoon boeken lenen in de openbare bibliotheek. En gebeurt de broodnodige leesbevordering bij kinderen met papieren boeken. Hoewel krimp van de markt voor papieren media waarschijnlijk is, mag toch aangenomen worden dat een markt voor p-books naast een markt voor e-books nog heel lang blijft bestaan, zeker als internet steeds onveiliger wordt gemaakt door hackers en oplichters. En mensen eens even verlost willen worden van het permanente ADHD-gevoel dat digitale media oproepen.
Misschien blijft papier wel de core business van de openbare bibliotheek…(met een prima digitale ontsluiting van Bibliotheek.nl).

Tekst: Wim Keizer





Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Lotte Sluyser
26-9-2011 14:59
De uitkomst van de evaluaties van de huidige content is bekend bij de Inkoopcommissie. We hebben gekeken naar gebruikscijfers en kosten/gebruik bijv. kosten per click of pageview of search. En daarnaast is er uitgebreid klantenonderzoek geweest wat ook verspreid is (Metrixlabrapport). Op grond daarvan zijn Fictierom en Keesing gestopt
Het verwijt aan bibliotheken dat ze de bijdrage per inwoner verlaagd hebben slaat nergens op. We hebben ook gezegd mee te zullen groeien met de marktgroei van e-gebruik. We moeten ebooks aan kunnen schaffen, dat willen alle bibliotheken. Het aanbod van digitale naslagwerken is beperkt interessant.
Budget uit gemeentefonds halen zal de grote problemen niet oplossen: nl. gebrek aan e-content-aanbod, nog geen wetgeving die e-lenen toestaat aan bibliotheken.
Ik snap sowieso niet waarom in de discussie de digitale infra, die tot doel heeft bibliotheken toegankelijker te maken, gekoppeld wordt aan digitale content. Wij zitten juist met onze digitale content-plannen te wachten op die infra, bijv. thuisgebruik is nu nog niet mogelijk.
Blijven we nou om elkaar heen draaien?

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie