HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Agnes Jongerius: 'Bibliotheek goede plek voor doe-democratie'

Bert Ummelen
16-05-2019
Agnes Jongerius: 'Bibliotheek goede plek voor doe-democratie'
Agnes Jongerius is ambassadeur van de Bibliotheek Utrecht. Tussen het campagne voeren door – de Europese verkiezingen komen eraan en ze staat tweede op de PvdA-lijst – geeft ze haar visie op de relevantie van de bibliotheek. 
Uit vrees voor functieverlies als gevolg van de ‘digitale revolutie’ zijn bibliotheken op zoek gegaan naar nieuwe taken. Die worden vooral in het sociale domein gevonden. Dat moet u als sociaaldemocraat aanspreken.
‘Nou, misschien wel. Je moet die verschuiving ook zien tegen de achtergrond van de bezuinigingsgolf die door Nederland spoelde en veel van de sociale infrastructuur, buurt- en clubhuizen, maar ook bijvoorbeeld rechtswinkels, wegvaagde. Je kunt zeggen dat lezen een vorm van verheffing is, een oud sociaaldemocratisch begrip. Bibliotheken zijn er altijd voor die verheffing geweest. De maatschappelijke opdracht heeft er volgens mij dus altijd al bij gehoord. Dat die nu nieuwe vormen krijgt – mensen helpen bij het invullen van belastingformulieren, bij opvoedingsproblemen, het vinden van maatschappelijke ondersteuning – vind ik eigenlijk heel logisch.
We hebben in Nederland ook nog altijd 2,5 miljoen laaggeletterden. Dat weten we al heel lang en toch gebeurt er nog veel te weinig. Je hebt een laagdrempelige voorziening nodig die ook een zekere uitstraling heeft.’ 

Komt door het oppakken van allerlei sociale functies de eigenheid van de openbare bibliotheek niet op de tocht te staan?
‘Bibliotheken zijn in veel gemeenten, naast de sporthal zal ik maar zeggen, nog de enige publieke voorziening. De uitleenfunctie is en blijft uniek en heel belangrijk. Maar dat je die probeert te combineren met maatschappelijk waardevolle dingen is alleen maar prachtig. Het oude verheffingsideaal kan op veel manieren worden ingevuld. Als je de kinderen van een school in Kanaleneiland naar de bibliotheek haalt om ze voor te lezen en daarbij moeders naar binnen trekt om ze op de mogelijkheid van taallessen te wijzen, dan is dat van grote maatschappelijke waarde. De gedachte dat verheffing iets uit de jaren zeventig van de vorige eeuw was en dat het toen klaar was, deugt niet. We zijn nog niet klaar.’
 
Oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet zei me wel te porren te zijn voor het idee van David van Reybrouck: burgers via loting samenbrengen om wetsvoorstellen voor te bereiden. Van de Eerste Kamer zouden we wel afscheid kunnen nemen.
‘Van Reybroucks ideeën hebben absoluut iets aantrekkelijks en de bibliotheek zou een goede plek zijn voor zo’n "doe-democratie". Ik vind het zelf nogal ingewikkeld om te zeggen: schaf die Eerste Kamer maar af. Maar een dubbeling van Tweede en Eerste Kamer lijkt me ook niet iets waar we op zitten te wachten. Dat het vertrouwen in politici terugloopt en mensen zich niet gehoord voelen, is hoe dan ook een punt van grote zorg.’

Gewetensvraag: u zwaait een jaar lang de scepter over een bibliotheek. Wat is uw eerste stap?
‘Naar de gemeente gaan om te zeggen: ik wil extra geld om laaggeletterdheid echt aan te pakken. Ik moet denken aan een chauffeur van Van Gansewinkel. Die moest vuilnis ophalen in het westen van Brabant. Elke zondag als hij instructies kreeg moest hij met zijn vrouw de routes voorrijden. Soms werden wijken of straten anders ingedeeld. Hij leerde dat elke zondag uit zijn hoofd. Dat ging zo tot het bedrijf het systeem veranderde en de wijzigingen voortaan "live" op de boordcomputer werden doorgegeven. Hij is toen naar zijn baas gegaan om op te biechten dat hij niet kon lezen, en die baas heeft gezegd: goed dat je dit meldt, we gaan je in werktijd helpen.

Daar begint verheffing.
‘Daar begint verheffing.’

Tekst: Bert Ummelen
Foto: Wikipedia
 

De volledige versie van dit interview verschijnt in
Bibliotheekblad nr. 5.



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Weinig zicht op digitale transformatie in de boardrooms Peter van Eijk

Voor mij is digitale transformatie misschien wel de belangrijkste professionele drijfveer. Vanaf halverwege de jaren tachtig heeft ieder project waaraan ik mocht deelnemen, wel op de een of andere manier bijgedragen aan een waardevolle en toekomstbestendige bibliotheek. Met als uiteindelijke doel om de... Lees verder