HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Bijeenkomst Utrecht: veel mogelijk, maar keuzes zijn noodzakelijk

Wim Keizer
21-04-2017
Bijeenkomst Utrecht: veel mogelijk, maar keuzes zijn noodzakelijk
‘Is er ergens ook nog een grootste gemene deler of blijven alle bibliotheken verschillend? En ik zag ook de term “meer dan een bibliotheek”. Hoe zit dat?’
Vraag van een wethouder tijdens een door de provincie Utrecht op 19 april 2017 in het Provinciehuis georganiseerde bijeenkomst ‘Samen bouwen aan de maatschappelijke bibliotheek’.
De vraag kwam aan de orde nadat deelnemers, bestaande uit gemeentelijke en provinciale vertegenwoordigers, alsmede directeuren en specialisten van de Utrechtse openbare bibliotheken hadden kunnen luisteren naar inleidingen van Kees Broekhof (professioneel leesbevorderaar bij Sardes), Jos Debeij (hoofd stafafdeling Bibliotheekstelsel bij de Koninklijke Bibliotheek) en Peter van Eijk (directeur BibliotheekServiceCentrum Utrecht). Die hadden gezamenlijk zo ongeveer alles gepresenteerd wat een bibliotheek tot haar dienstverleningsdomein kan rekenen. Daarnaast hadden de deelnemers in de pauze kunnen kijken naar een veelheid aan presentaties van de verschillende vormen van oude en vooral nieuwe dienstverlening van de bibliotheken.

Dagvoorzitter Thomas van Dalen vertaalde in een paneldiscussie de vraag naar de vier panelleden, de al genoemde heren Debeij en Van Eijk, met daarnaast Mieke van Dijk (directeur Bibliotheek Veenendaal) en Erno de Groot (directeur Bibliotheek Eemland).
Van Dalen aan Mieke van Dijk: ‘Doet jouw bibliotheek aan alle projecten mee?’ Van Dijk: ‘Dat zou mooi zijn, maar in een ideale wereld leven we niet, we hebben keuzes moeten maken. En die zijn bij ons gevallen op een Fablab, want Veenendaal ziet zich als ICT-valley, een taalhuis en de ontmoetingsfunctie in de vorm van een café, waar ook veel allochtonen komen. We proberen de vijf wettelijke taken zo goed mogelijk uit te voeren, maar wat bijvoorbeeld onze buurbibliotheek Z-O-U-T [Zuidoost Utrecht – wk] doet, het accent leggen op academisch leren, doen wij weer niet.’ Van Dijk vertelde dat de bibliotheek, met één vestiging in één gemeente, al zeven jaar in een Cultuurhuis zit en zowel cultureel als maatschappelijk de spil van de samenleving is geworden.

Bibliotheekvisie en Innovatieagenda
De bijeenkomst op 19 april had een tweeledig doel: aandacht besteden aan de op dezelfde dag verschenen ‘Bibliotheekvisie’ van de provincie Utrecht voor 2017 en verdere jaren, met de titel: Samen bouwen aan de maatschappelijke bibliotheek (pdf). En daarnaast onderdeel te zijn van een serie provinciale bijeenkomsten om invulling te geven aan het streven van het landelijke bestuurlijk overleg om te komen tot een ‘Actieagenda’ bij de vorig jaar vastgestelde Gezamenlijke Innovatieagenda. De Bibliotheekvisie was tot stand gekomen met inschakeling van procesbegeleider Thomas van Dalen, die 19 april ook als dagvoorzitter optrad.

30.000 laaggeletterden erbij

Een wethouder verklaarde erg onder de indruk te zijn van het verhaal van Broekhof. Die had betoogd dat laaggeletterdheid niet pas begint op 16-jarige leeftijd, als er voor het eerst dat woord opgeplakt wordt, maar al in het babystadium. Hij vertelde dat de doelstelling van het programma Tel mee met Taal is ‘45.000 laaggeletterden minder in de periode 2016-2018’, maar dat er in die periode ook weer 75.000 nieuwe bijkomen. Per saldo een toename van 30.000 in drie jaar. ‘De duurzame oplossing is dus preventie,’ zei Broekhof, ‘en daar zit een sleutelrol voor de bibliotheken.’ Op de vraag of lezen op de iPad hetzelfde effect heeft als lezen van een papieren boek, verklaarde Broekhof dat een aantal dingen wel hetzelfde is, maar dat lezen van een boek, met een bladspiegel, veel meer bijdraagt aan het zich herinneren van de informatie. Plus het feit dat je door de dikte van het boek beter ‘in het verhaal’ komt te zitten.

Broekhof toonde tal van cijfers, gebaseerd op onderzoek, waaruit blijkt dat kinderen van 1 tot 3 jaar van wie de ouders weinig praten en niet of weinig voorlezen, vergeleken met kinderen die thuis veel meer woorden horen, al een enorme achterstand hebben opgelopen als ze op school komen. Wie eenmaal 6000 woorden kent, heeft een basis-woordenschat waardoor aanleren van de rest door het leggen van verbanden veel sneller gaat. De ene groep bereikt dat niveau al veel eerder dan de andere groep. De laatste houdt een toenemende achterstand, ondanks inspanningen van de school. Broekhof liet mooie voorbeelden zien hoe kinderen de betekenis van woorden kunnen leren uit kinderboeken. Hij prees ‘de Bibliotheek op school’ en liet zien dat de monitoring meetbare resultaten aantoont.
Broekhof benadrukte ook de economische betekenis van geletterdheid. Lokaal kost laaggeletterdheid 215 euro per laaggeletterde per jaar en voor bijvoorbeeld een gemeente als Soest, met 2033 laaggeletterden, is dat al 437.095 euro per jaar.
Desgevraagd zei hij dat kijken naar televisie of films wel iets bijdraagt aan woorden leren, maar lang niet zoveel als lezen van lange teksten. ‘Lezen van romans is de oefening bij uitstek, want dan moet de lezer over langere eenheden de informatie bewaren. Bij tv en films gaat het vooral om dialoog en niet om beschrijvingen.’

Kennis is macht
Jos Debeij had een presentatie ‘Van klassieke naar maatschappelijke bibliotheek’. Die begon met een plaatje van een bibliotheek uit de jaren twintig van de vorige eeuw, met een opschrift ‘Kennis is macht’. Volgens Debeij nog steeds het fundament.
Aan de hand van grafieken op basis van gebruikersonderzoek liet hij zien dat in Nederland altijd het accent alleen op leesplezier heeft gelegen, terwijl er in andere landen, zoals Finland, ook grafiekpieken zijn bij onderwerpen als educatie, gezondheid en geschiedenis. Maar ook in Nederland heeft internet de klassieke functie onder druk gezet. De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen kent vijf functies, die door de KB in haar beleidsplan De kracht van het netwerk zijn vertaald in de missie: mensen slimmer, creatiever en vaardiger maken, in alle fasen van hun leven. Debeij noemde daarbij ook de doelen van de Gezamenlijke Innovatieagenda, die hij vertaalde in: consolidatie van de klassieke bibliotheek en uitbouwen van de maatschappelijke bibliotheek, ook digitaal. Evenals Broekhof, wees Debeij op de 2,5 miljoen laaggeletterden en de noodzaak daar zowel preventief als curatief, samen met partners, aan te werken. Waarbij het niet alleen om lezen, maar, ermee samenhangend, ook om digitale vaardigheden gaat. Debeij noemde daarbij Klik & Tik, Digisterker, de Living Labs en de deal met de Belastingdienst. In zijn ogen is de bibliotheek warenhuis, wegwijzer en werkplaats ineen. Zijn streven is in 2020 nog steeds om leesplezier te bevorderen, maar ook meer dan in het verleden in gebruikerswaardering te pieken bij educatie, werk en inkomen, ontmoeting en debat.

Eerste contact digitaal
Peter van Eijk onderschreef de missie ‘mensen slimmer, creatiever en vaardiger maken’, maar had als centrale boodschap dat contact leggen met miljoenen mensen, voor eerste bereik en binding, maar één ding betekent: digitaal. In Nederland zijn 10 miljoen tabletgebruikers, 9.600.000 Facebookgebruikers en heeft 85 % (waarvan 97% bij de 12- tot 19-jarigen) een smartphone. Pas als je mensen digitaal hebt bereikt, kun je ze ook fysiek bereiken. Hij wees op de doelstellingen voor de Nationale Digitale Bibliotheek in De kracht van het netwerk (pdf) en zei dat deze een enorme opgave betekenen. Om ‘eenvoudig te vinden wat de bibliotheken in huis hebben, waar de klant ook zoekt’, moet er nog veel gebeuren. Maar Van Eijk is er van overtuigd dat we kunnen maken wat we bedenken. Wat hij zelf graag aan functionaliteit zou willen hebben, is een integraal klantprofiel waarin zijn leenverledens van de lokale bibliotheek en van de digitale bibliotheek integraal zijn opgenomen, maar op basis waarvan hij ook gepersonaliseerde tips krijgt voor lezingen, muziek- en theateroptredens. Met de bibliotheekgebouwen zit het volgens hem wel goed in Nederland, maar dezelfde aandacht ziet hij ook graag voor de digitale bibliotheek. Waar hij meteen aan koppelde dat die door de snelle ontwikkelingen ‘nooit af’ zal zijn.
Hij nodigde de deelnemers van de bijeenkomst graag uit het gesprek aan te gaan en beloofde, als ondersteunende instelling in Utrecht, serieus op alle ideeën in te gaan. (Melden bij BiSC: 030 63 54 635 of p.van.eijk@biscutrecht.nl).

Lopik
Bij zijn rondgang voor de paneldiscussie kwam Thomas van Dalen ook even bij wethouder Johan van Everdingen (VVD) van Lopik langs. Het woord ‘Karmac’ viel niet. De wethouder vond innoveren onontkoombaar en zei benieuwd te zijn hoe men dat doet. ‘Bibliotheken moeten de mensen zien vast te houden.’ Waarop Van Dalen antwoordde dat Lopik nog steeds welkom is in het netwerk.

Innovatie soms grillig
Van Dalen vroeg aan het panel hoe de leden om willen gaan met de Gezamenlijke Innovatieagenda. Waarop Mieke van Dijk antwoordde dat het niet verstandig is het op feestjes over zo’n tekst, vol met overheidstaal, te hebben. Zij is meer van de praktische benadering: kansen grijpen wanneer de tijd rijp is. Zoals bij het Fablab. ‘Innovatie kan grillig zijn, soms moet je het hebben van pop-up-projecten: gewoon beginnen, nu doen.’
Erno de Groot zei dat hij te maken heeft met vijf zeer verschillende gemeenten, wat ook betekent: verschillende uitdagingen. Hij vond het netwerk wel belangrijk maar zei, evenals Van Dijk, dat het niet sexy is het daar over te hebben. Hij zei ook het verhaal van Broekhof al jaren geleden omarmd te hebben en dat je soms sterk het accent op één van de vijf kernfuncties moet leggen. ‘Wat je doet, moet je goed doen.’ En bij innovatie moet je incalculeren dat een project mis kan gaan. ‘Maar we vertonen risicomijdend gedrag en dat komt mede door de afhankelijkheid van subsidies. Iets meer lef zou fijn zijn en ook dat de subsidiegever dat ziet zitten.’

Span of control
Op de vraag van Van Dalen wat voor Jos Debeij de gedroomde aanpak is, zei deze dat ieder z’n rol heeft. Op de vloer is maatwerk per gemeente nodig. Voor de verbinding met de digitale samenhang die de KB nastreeft hebben de provinciale ondersteuningsinstellingen een belangrijke rol. De ‘span of control’ van de KB is anders te groot. ‘Niemand kan het alleen.’

Energie
Op de vraag aan gedeputeerde Mariëtte Pennarts-Pouw (GroenLinks) wat zij graag ziet gebeuren met de Bibliotheekvisie, antwoordde zij dat die in samenspraak met bibliotheken en gemeenten is gemaakt. Dat heeft veel onderlinge energie gegeven. ‘Dit is het verhaal van de provincie Utrecht en het ademt uit waar wij naartoe willen. Ik was bij een gesprek tussen bibliotheekdirecteuren en Peter van Eijk en het bruist hier echt. We hebben niet al te veel gemeenten, er is werk aan de winkel, we hebben goud in handen, de kansen liggen voor het oprapen. De provinciale rol is niet te klein, maar ook niet te groot. Wij willen graag onze bijdrage leveren.’

Tekst en foto: Wim Keizer



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Beste Bibliothecarissen, Tamar van Moolenbroek

Zo, dat is eruit. Hulde voor jullie, heren: tijdens jullie interview met Bibliotheekblad deden jullie niet alleen een (terechte) oproep trots te zijn op de naam 'Bibliothecaris', maar voorzagen jullie het Bibliothecaris-zijn ook met verve van nieuwe betekenis. Zowel de trots als de blijdschap straalde... Lees verder