HomeRubriekenArtikel
voetnoot

De kracht van het verhaal

Eimer Wieldraaijer en Bart Janssen
24-03-2017
De kracht van het verhaal
Met bijna duizend inschrijvingen kende het Nationale Bibliotheekcongres meer deelnemers dan ooit. Ook inhoudelijk was het eendaagse programma – dat drie speerpunten kende: jeugd, gastland Denemarken en de bekendmaking van de Beste Bibliotheek van Nederland – geslaagd. Niet in het minst dankzij de bevlogen toespraak van Jan Terlouw voor een ademloos luisterende zaal.
Direct voor de middagpauze betreedt Jan Terlouw het toneel van De Nieuwe Kolk in Assen. Daags erna zijn de landelijke verkiezingen voor de Tweede Kamer en dus leek het de Koninklijke Bibliotheek (KB) als organisator van het Nationale Bibliotheekcongres waarschijnlijk een geschikt idee om de voormalige lijsttrekker van D66 en oud-minister van Economische Zaken, die na zijn politieke hoogtijdagen vooral furore maakt als kinderboekenschrijver, uit te nodigen als keynote spreker op het congres van 14 maart. Die gedachte pakt goed uit. Broos beklimt de 85-jarige Terlouw het podium van de grote theaterzaal, maar wat erna volgt, is een stevig pleidooi voor de blijvende vitaliteit van het boek en de kracht van het lezen. Ongewild dwingt zich de vergelijking op met de teneur van de debatten tussen de huidige lijsttrekkers van de politieke partijen, die in de aanloop naar de verkiezing bekvechtten over van alles en nog wat, behalve over cultuur en de niet te overschatten betekenis van taalvaardigheid.

Algemeen 1 Jan Terlouw 1

Terug naar het congres, terug naar Terlouw. Op de vraag van dagvoorzitter en ‘kindercorrespondent’ Tako Rietveld hoe hij het voorlezen van de passage uit het dagboek van Anne Frank door de nationale voorleeskampioen Jan Dirk Pesman (12) uit Wolvega heeft ervaren, mijmert Terlouw: ‘Wat is lezen en voorlezen toch heerlijk… Ik lees nog iedere dag. Als ik niet las, zou ik niet bestaan. Op dit moment lees ik De Eeuw van de macht van Richard Evans, een geschiedenisboek dat het Europese tijdvak van 1815 tot 1914 beschrijft. Daarvóór heb ik de biografie Juliana van Jolande Withuis gelezen. Dat wil niet zeggen dat ik uitsluitend met mijn neus in de boeken zit. Ook met een thema als klimaatverandering houd ik mij nadrukkelijk bezig. Dit onderwerp, klimaatverandering, is veel heftiger dan de meeste mensen beseffen. En wie gaan er last van krijgen? De jongeren. Daarom spreekt het thema van dit congres mij extra aan. Dit probleem is oplosbaar en het is schandalig als we dat nalaten. Het gaat om onze kinderen.’

‘Van huis uit ben ik natuurkundige,’ gaat Terlouw verder. ‘Nou kun je over klimaatverandering een wetenschappelijk artikel schrijven, maar waar bereik je veel meer mensen mee? Met een roman. Dus heb ik vorig jaar twee verhalen geschreven over klimaatverandering. Het verhaal is zó belangrijk. Het verhaal is van alle tijden. Of je het nou legende, fabel of gelijkenis noemt, in alle culturen draait het om het verhaal. Elk mens is gevoelig voor verhalen. Bij groot en klein: het verhaal komt binnen. Om die reden verpak ik de klimaatverandering in een verhaal, want zo bereik ik meer mensen. Vaak hoor ik: maar is dat niet een te moeilijke boodschap voor een kind? Dan zeg ik: alles wat je niet kunt uitleggen aan een redelijk intelligent kind van pakweg twaalf, begrijp je zelf niet. Zelfs de werking van kernenergie kun je uitleggen aan een kind van twaalf. De relativiteitstheorie? Als je het echt snapt, kun je het overbrengen op een kind van twaalf. Ingewikkelde politieke processen? Precies hetzelfde. Bij iedereen die ingewikkeld doet, denk ik: ga naar huis en probeer het eerst zelf te doorgronden.’

‘Een poosje geleden dacht ik: laat ik maar stoppen met schrijven voor kinderen, want die zijn de hele dag aan het appen en gamen. Zaken waar ik niks van begrijp. In een van mijn laatste boeken schreef ik bijvoorbeeld: “Ze belde Steven met haar mobieltje”. Zegt een van mijn kleinkinderen: “Ja logisch, hoe anders?” Toch ben ik van mijn voornemen teruggekomen. Het maakt niet of je kunt appen en gamen. Het gaat om het verhaal. Tegen mensen die ik toespreek zeg ik wel eens: “Zullen we een minuut stilte in acht nemen voor de iPhone? Je kunt met dat ding iemand in de Andes opbellen. Je kunt ermee filmen, je kunt er gesprekken mee opnemen, je kunt erop zien waar het noorden is." Fantastisch, en toch is zo’n apparaat niet de essentie van het leven. De essentie van het leven is hoe mensen met elkaar omgaan en die essentie zit in het verhaal. Laat ik u een verhaal vertellen: “Op een nacht verliet een man zijn huis door de achterdeur. Het had net twaalf uur geslagen. In zijn linkerhand hield hij een vreemd gevormd voorwerp.” Hoort u de stilte die neerdaalt over de zaal? Dát doet het verhaal.’

‘Uit allerlei onderzoeken blijkt dat kinderen die veel lezen, een voorsprong opbouwen op bijna alle gebieden,’ onderstreept Terlouw het belang van lezen. ‘Ze doen het beter op school, ze solliciteren beter, het blijkt zelfs dat ze vaardiger zijn in sporten. Er komt zoveel binnen als je leest. Om die reden is het ontzettend jammer als kinderen niet gestimuleerd worden tot lezen. Appen en gamen is leuk, maar lezen óók. Wát je leest, maakt niet zoveel uit. Mijn vrouw en ik hebben vier kinderen. Elke keer dat een van onze kinderen voor het eerst naar school ging, heb ik het als volgt plechtig toegesproken: “Je gaat nu naar school. Dat betekent dat je leert lezen. Het is zo’n mooi cadeau dat je krijgt, dat je verplicht bent het aan te nemen. Het betekent dat je de sleutel van de bibliotheek en daarmee van de wereld overhandigd krijgt. Gefeliciteerd met dit enorme geschenk.”’

‘Hoe ik het kind in mezelf wakker houd? Dat weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat kinderen soms behandeld worden alsof het halve mensen zijn. Ze zijn weliswaar half in lengte en half in gewicht, maar het zijn wel complete mensen. Ze hebben alle emoties van volwassenen, ze hebben alleen nog niet alle taal paraat. Dus moet je proberen kinderen die taalschat te geven. Want met taal, met woorden, maak je verhalen. En waar vind je al die verhalen uit alle tijden? In de bibliotheek.’

Jan terlouw 2 Stine Jensen

Na de aftrap ’s ochtends door Hildelies Balk (hoofd Marketing & Diensten KB) en Tako Rietveld verzorgde Stine Jensen de eerste keynote. De filosofe: ‘In de voorbespreking met de mensen van de KB kreeg ik te horen: “Eén ding moet je niet doen, Stine. En dat is je voordracht beginnen met de mededeling: ik kwam vroeger zo graag in de bibliotheek. Of: ik hield zo van lezen. Waarop ik dacht: ik maak zelf wel uit hoe ik mijn lezing begin.’ Tegen de zaal: ‘Mensen, ik kwam vroeger graag in de bibliotheek. Ik hield ontzettend van lezen. Maar los daarvan: het thema van dit congres, jeugd, spreekt mij zeer aan. Want jeugd is de toekomst en wie de jeugd bereikt, heeft toekomst. Bovendien liggen mijn roots deels in Denemarken. Daar ben ik geboren en het vervult mij met trots dat het Deense bibliotheekwerk als voorbeeld dient.’

Jensen vervolgde: ‘Aan mij is de vraag voorgelegd: welke vaardigheden moet de jeugd hebben om klaar te zijn voor de toekomst? Als filosoof ben ik pas tevreden als u in een staat van grotere verwarring naar huis gaat. Dus vraag ik u: wat is “jeugd” en wat is “toekomst”? In tegenstelling tot elders in de maatschappij is het in de bibliotheekwereld buitengewoon overzichtelijk: je hebt slechts twee doelgroepen: jeugd en volwassenen. Dat is helder.’ Minder helder was het betoog dat ze erop liet volgen. Een methodische verhandeling over de maatschappelijke veranderingen die Jensen ziet als ze kijkt naar de toekomst. Allerlei transities liet ze de revue passeren, variërend van technologie, identiteit & emotie tot de steeds snellere tijd. Ook schetste ze het profiel van de lezer van de toekomst. Een lezer die steeds socialer zou zijn. Reden voor een van de kinderen op het toneel die dit alles had aangehoord om te concluderen: ‘U heeft mooi gesproken, maar eerlijk gezegd snap ik er niet veel van.’ De verbouwereerde blik op het gezicht van Stine Jensen verraadde dat er die dag uit Assen in ieder geval één persoon in een grotere staat van verwarring naar huis ging.

Voor de tweede keynote tekende Jakob Guillois Laerkes, directeur van de openbare bibliotheek in het Deense Gladsaxe. Om het verblijfsklimaat in deze wat slaperige voorstad van Denemarken op te vijzelen, heeft de bibliotheek, samen met partners in het educatieve domein, een literaire speeltuin gecreëerd, die als voorhof voor de bibliotheek fungeert. Een project dat opvallend succesvol is. Laerkes: ‘Lag er eerst een gazon van 3500 ongebruikte vierkante meters voor onze deur, nu bruist het daar van de activiteiten. Voorheen gebruikten slechts twee levende wezens het grasveld, en een ervan was een hond. Om de bibliotheek te bereiken, moest je bij wijze van spreken tussen de hondendrollen door manoeuvreren. Tegenwoordig zitten ouders en grootouders er te picknicken, terwijl hun kinderen en kleinkinderen spelenderwijs in aanraking komen met boeken en verhalen. Dit concept is het resultaat van een uitgebreid marktonderzoek, waarbij we ook aan de kinderen zelf gevraagd hebben wat ze graag zouden willen.’
Zijn tips aan de zaal: ‘In het kort komt het hierop neer als je wilt innoveren: durf out of the box te denken en beschouw de bibliotheek als verbinder van relevante partners in het sociale en educatieve domein. Tegelijkertijd geldt: hou je focus op de kern van het bibliotheekwerk, because to me libraries are all about stories. Daarom heeft elk onderdeel van onze interactieve speeltuin een connectie met een verhaal uit de rijke traditie van de Scandinavische literatuur.’
(Meer over dit onderwerp is te vinden in de speciale congreseditie van Bibliotheekblad, dat een interview bevat met de directeur van Gladsaxe Bibliotekerne over de Literaire Speeltuin, zie: nummer 2, pagina 22 en 23).

Sfeer 1 Sfeer 2
Sfeer 3 Sfeer 4

Het middaggedeelte van het congres kende een keur aan deelsessies, die onder de noemers ‘Ik zie ik zie wat jij niet ziet,’ ‘Later als ik groot ben’, ‘Maatschappij & Co’, ‘Deense sessies’ en ‘Studiogesprekken’ (met onder anderen muziekkenner Leo Blokhuis) uitwaaierden over De Nieuwe Kolk.

In de Artiestenfoyer staat onder andere de sessie ‘Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’ op het programma, waar het Jonge Bibliothecarissen Netwerk (JBN) zich voor het eerst presenteert aan de brede bibliotheekgemeenschap.
Een gemêleerd gezelschap van ‘oude rotten’ en ‘jonge honden’ liet zich in de sessie aan de hand van drie stellingen verleiden tot vaak zeer levendige discussies, waarbij de scheidslijnen soms verrassend genoeg niet altijd alleen te herleiden waren tot generatieverschillen.
Evi Savelkouls, werkzaam bij de Noord Oost Brabantse Bibliotheken en een van de drijvende krachten achter het Jonge Bibliothecarissen Netwerk, deed de aftrap door te zeggen dat haar bij haar start in de bibliotheeksector was opgevallen dat er zo weinig gedeeld wordt binnen de branche, dat ieder toch vooral zijn eigen ding zit te doen terwijl de uitwisseling van goede ideeën beter zou kunnen. Verwacht van de jonge bibliothecarissen geen grote revoluties, ze willen niet radicaal breken met hun voorgangers maar vooral voortbouwen op wat er al gebeurt en de ‘nieuwe bibliotheek’ meer zichtbaar maken voor de buitenwereld.
Aan de hand van drie stellingen werd de aanwezigen vervolgens verzocht een standpunt in te nemen door zich te positioneren aan de linker- of de rechterkant van de Artiestenfoyer. Voor de twijfelaars en 'weet-nieters' was er uiteraard nog het veilige midden.
Stelling 1, ‘Kennisoverdracht van oudere medewerkers naar de jongere generatie is in de bibliotheeksector goed geregeld’, leidde tot een op het eerste gezicht verontrustende volksverhuizing van jong en oud naar de nee-zijde van de ruimte. Kennisoverdracht vindt wel plaats, maar is niet goed structureel geregeld, zo leek de overwegende consensus. Aanwezige jonge bibliothecarissen geven aan de indruk te hebben dat er meestal geen tijd voor is (geen vaste ‘buddy’ die je traint), maar dat er soms ook simpelweg sprake van onwil lijkt te zijn. Een van de jonge bibliothecarissen geeft aan dat het gevaar bestaat dat sommige jongeren de branche misschien weer zouden kunnen verlaten als hier bij de bibliotheken niet structureler aandacht voor gaat ontstaan. Directies zouden meer vertrouwen moeten geven aan de jonge bibliothecarissen, ze de ruimte bieden om te experimenteren, zo luidt haar oproep. Ankie Kesseler, directeur van Bibliotheek AanZet, onderschrijft haar woorden, maar voegt er aan toe: ‘Jongeren zouden misschien soms ook wat eigenwijzer kunnen zijn en meer zelf opeisen’.
In reactie op de tweede stelling, ‘De jonge bibliothecaris heeft juist omdat hij jong is een duidelijke meerwaarde in de bibliotheek’, zoeken de jonge bibliothecarissen, misschien uit een wat doorgeslagen verlangen om niet op basis van leeftijd apart gezet te worden, verrassend genoeg massaal de nee-kant op. De ja-kant is bijna uitsluitend gevuld met de oudjes, die daarmee juist lijken uit te willen spreken dat de jonge bibliothecarissen meer gewaardeerd zouden moeten worden, ook vanwege hun specifieke inbreng. Bibliotheekprofessor Frank Huysmans: ‘Een grotere vertegenwoordiging van jonge bibliothecarissen is alleen al van belang vanuit het oogpunt van  representatie, de factor van herkenning door jongere gebruikers.’ Anderen wijzen op de specifieke competenties: de jongere werknemers zijn vaak anders opgeleid, zijn onder andere goed in ‘soft skills’ en vaak beter onderlegd in ‘netwerken’. Jos Debeij, hoofd afdeling Bibliotheekstelsel bij de KB: ‘Jongeren in de branche is een must om evenwicht te creëren, competenties toe te voegen. Je moet godbetere niet het gevoel hebben dat je een bejaardentehuis binnen stapt als je een bibliotheek betreedt.’ De jongeren noemen de stelling dan weer discriminerend. Ook collega’s van rond de 50 kunnen net zo gebrand zijn op het inspelen op de wensen van de klant, het gaat om de passie voor het vak, niet om de leeftijd, zo vinden de jongere bibliothecarissen, die er aan toevoegen dat jongeren niet als ‘excuustruus’ moeten worden gezien om als oudere niet innoverend te hoeven zijn. Nan van Schendel, directeur Bibliotheek Den Bosch, vindt toch dat met het oog op  het aspect van representatieve vertegenwoordiging de aanwezigheid van jongere werknemers in een bibliotheek een plus is, maar dat geldt ook voor bijvoorbeeld mannen, specialisten met een beta-opleiding of allochtonen, groepen die alle ondervertegenwoordigd zijn binnen de branche.
Stelling 3, ‘Eenzaamheid van jonge collega’s op het werk wordt onvoldoende erkend’, lijkt zich wat minder te lenen voor discussie, misschien ook omdat die eenzaamheid niet door iedereen goed begrepen wordt. Nan van Schendel heeft echter wel de indruk dat het onvoldoende (h)erkend wordt als je als enige jongere werkzaam bent in een door overwegend oudere bibliothecarissen bevolkte bibliotheek. Een van de jongere bibliothecarissen zegt zich soms zelfs ‘overgewaardeerd’ te voelen als een van de weinige jongeren in een ‘oude’ omgeving. Duidelijk wordt wel dat verschillende jongere bibliothecarissen vooral in de sociale contacten soms andere jonge collega’s missen in hun organisatie, leeftijdsgenoten tot wie ze zich kunnen verhouden. Een van aanwezige jongeren vertelt in een persoonlijk verhaal dat ze na een reorganisatie binnen haar bibliotheek als enige is overgebleven die werkzaam is binnen haar specifieke vakgebied maar bovendien ook nog als enige jongere werknemer. Ze voelt zich daardoor soms behoorlijk eenzaam, kan haar privéwereld niet meer delen met leeftijdgenoten. Uiteindelijk zou het voor haar zelfs een reden kunnen gaan worden om te vertrekken naar een sector waar ze zich meer thuis voelt.
Mark Deckers sloot de sessie af met een bepaald geestige column, ‘Over de gevaren van drank, moeilijke woorden en conducteurs’. Conclusie: de bibliotheekdirecteuren, die relatief goed vertegenwoordigd waren in het gezelschap, zijn natuurlijk eigenlijk vooral gekomen met maar één bedoeling: al deze jonge talenten, waar de dadendrang vanaf spat, in te kunnen lijven in de eigen organisatie. Deckers: ‘Ondertussen zie ik ze wel loeren hoor: de Anki Kesselers, Chris Wiersma’s en Nan van Schendels. Het zijn de slimme werkgevers die hier zitten. Want ik zie ze denken: werkte die Tamar of Evi maar bij mij. En ja, ik zie ze ook denken: ik heb nog een huwbare zoon. Een bibliothecaresse als vriendinnetje is toch de ideale schoondochter. En ja, na deze bijeenkomst zie je ze smoezen en is het headhuntseizoen begonnen. De jongeren gaan zometeen allemaal met een nieuw contract de deur uit. En daarmee begint een nieuwe trend. Want volgend jaar doen ze dit weer op het bibliotheekcongres. En ook dan zit u als werkgevers hier weer klaar. U gaat tegen elkaar opbieden: bij mij een personeelsabonnement zonder boetes, bij mij gratis reserveren of bij mij een bibliobusje van de zaak. Volgende bibliotheekcongressen worden de nieuwe transferperiodes voor jonge bibliothecarissen!’
Het Jonge Bibliothecarissen Netwerk lanceerde op het Bibliotheekcongres trouwens ook een eigen website, waar onder andere verslagen, blogs en een agenda te vinden zijn.

Dorthe Hammerich Rasmussen en Klaus Støvring van het Deense Biblo maken tijdens hun sessie ‘A digital library for children’ duidelijk dat Denemarken aardig voor loopt op Nederland met het opzetten van een digitale bibliotheek voor kinderen. Het Deense Biblo, gelanceerd in juni 2016, is bedoeld voor kinderen van 8-12 jaar. Biblo is een digitale bibliotheek met catalogus en mogelijkheden om materialen te lenen en te reserveren, maar wordt door Rasmussen en Klaus Støvring toch vooral gepresenteerd als een online community, waar kinderen en bibliothecarissen samenwerken in het inhoudelijk vormgeven en modereren van groepen rond gemeenschappelijke interesses. Sommige van die groepen bestaan alleen online, andere hebben ook fysieke ‘dependances’ in de vorm van boekenclubs en dergelijke. Beide Denen noemen Biblio uniek en afwijkend van andere platforms omdat het een veilige online plek is waar kinderen onder toezicht van volwassenen kunnen leren om te gaan met social media. Bovendien biedt het kinderen direct toegang tot het lenen van boeken, games en films en tot bibliothecarissen aan wie ze vragen kunnen stellen. Daarnaast biedt het de mogelijkheid tot het zelf creëren van content en tot het kennisnemen van door leeftijdgenoten gemaakte content. Voor bibliotheken biedt het platform de mogelijkheid om lokale activiteiten online een vervolg te geven. Daarnaast is het een ‘extended room’ voor interactie met de kinderen om daardoor beter inzicht te krijgen in hun leefwereld en inspiratie op te doen voor in de eigen bibliotheek te ontwikkelen diensten en activiteiten. Het platform trekt per maand 10.000 tot 50.000 bezoekers, mede afhankelijk van het feit of er campagnes zijn. Vijftig procent van de bibliotheken doet mee.
Lieke Hoefs, binnen de KB verantwoordelijk voor het opzetten van een Nederlandse digitale bibliotheek, legt vervolgens uit dat deze gericht zal zijn op kinderen van 9-12 jaar en vooral in zal zetten op mediawijsheid en leesbevordering, uitgaand van het wederzijds elkaar versterken van online en offline. Hoefs vindt aan het Deense voorbeeld vooral interessant het aspect dat kinderen er zoveel bij betrokken worden. Hoe krijgen ze het voor elkaar om de kinderen weg te lokken bij de bestaande sociale platforms waar ze veel te vinden zijn? vraagt ze de Denen. Dat blijkt hard werken. Het vraagt een voortdurende inspanning om de site aantrekkelijk te houden en de vergaande participatie van de kinderen zelf. Zo zijn er ‘junior editors’, actieve kinderen die een voortrekkersrol spelen en andere kinderen erbij betrekken. Kinderen wordt ook geleerd hoe reviews te schrijven, of flmpjes te maken.
De sessie krijgt een enigszins curieuze afsluiting als Karen Bertrams voor de ogen van de wat beduusd toekijkende Denen aan Hoefs vraagt waarom er ondanks verschillende toenaderingspogingen bij de KB geen belangstelling lijkt te bestaan voor het integrereren van de mede door haar opgezette website Boekenbabbels in de digitale jeugdbibliotheek. Wordt wellicht vervolgd.

Beste Bibliotheek 1 Beste Bibliotheek 2

Aan het eind van de middag vond in het fraaie multifunctionele complex te Assen de uitreiking van de NBD Biblion Award plaats. Nadat Juan Khalaf van Theek 5 in het zonnetje was gezet als Beste Bibliothecaris van Nederland door zijn voorganger Erik Boekesteijn, maakte Nan van Schendel – in 2015 directeur van toenmalig winnaar de Chocoladefabriek in Gouda en thans directeur van de Bibliotheek Den Bosch – bekend dat de Bibliotheek Den Helder (School 7) zich een jaar lang Beste Bibliotheek van Nederland mag noemen. Op de tweede plaats eindigde de Bibliotheek Schiedam. Derde werd Winschoten (alles hierover in het komende nummer van Bibliotheekblad). Waarna de deelnemers zich richting feestzaal begaven om gezamenlijk het glas te heffen op een even prettige als informatieve dag.

Zie ook de groep op Biebtobieb waar onder andere verslagen en presentaties te vinden zijn. De website van de Koninklijke Bibliotheek biedt een terugblik op het congres. met tal van links naar vlogs, filmpjes, geluidsopnamen en andere informatie.

Tekst: Eimer Wieldraaijer en Bart Janssen
Foto's: Casper Cammeraat, Beeldstudio, Koninklijke Bibliotheek en Eimer Wieldraaijer

Sfeer 7 sfeer 8 Sfeer 9




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Stromatolieten Wim Keizer

Stromatolieten zijn qua uiterlijk de meest oninteressante verschijnselen ter wereld, maar qua betekenis juist de boeiendste die je kunt bedenken, namelijk bewijzen van de oudste vormen van leven op aarde: 3,5 miljard oud, ontstaan op een kwart van de geschiedenis van de aarde. Ik zag ze in 2000 in de... Lees verder