HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Basisvaardigheden, de rol van de bibliotheek en zwermintelligentie (deel 2)

Brit Hopmann en Jos Debeij
16-11-2015
Basisvaardigheden, de rol van de bibliotheek en zwermintelligentie (deel 2)
In 2015 is er voor de bibliotheeksector veel veranderd als gevolg van de nieuwe bibliotheekwet, de Wsob. Ook de aanpak van (laag)geletterdheid is veranderd: de wetgeving is aangepast en er zijn nieuwe beleidskaders. Dat heeft consequenties voor waar het allemaal om draait: het lokale resultaat. Vrijwel elke bibliotheek helpt mensen bij het ontwikkelen en op peil brengen van hun taalvaardigheid en digitale vaardigheden. De omstandigheden in elke gemeente zijn uniek: doelgroepen, samenwerkingspartners en het beleid van de gemeente zijn anders. Leidt de focus op de lokale situatie tot versnippering of kunnen gezamenlijke doelstellingen en bouwstenen uitkomst bieden?
Brit Hopmann, beleidsmedewerker ‘Een leven lang leren’ / Laaggeletterdheid bij de Koninklijke Bibliotheek (KB), en Jos Debeij, hoofd Stafafdeling Bibliotheekstelsel (KB) bespreken in twee artikelen de ontwikkelingen van het afgelopen jaar en suggereren dat ‘zwermintelligentie’ nieuwe perspectieven kan bieden voor samenwerking binnen en buiten de sector.

In deel 1 (verschenen op 4 november) ging het over het belang van basisvaardigheden voor bibliotheken en de positie van bibliotheken aangaande 'leven lang leren’.
In deze tweede aflevering komen onder andere aan de orde: de wettelijke veranderingen per 2015 en de consequenties daarvan voor de bibliotheek, Tel mee met Taal en de bibliotheek en het  programma Bouwstenen voor basisvaardigheden.

Veranderingen in de randvoorwaarden en het belang van samenwerking voor een geletterde samenleving

Nieuwe randvoorwaarden
Per 1 januari 2015 is een aantal wetten ingegaan dat invloed heeft op de herpositionering van de bibliotheek als partner in informeel leren: de Wsob, de WEB, de decentralisaties met de Participatiewet en de Wmo. 2015 is ook het laatste jaar van het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015. Het nieuwe actieprogramma laaggeletterdheid voor de periode 2016-2018, Tel mee met Taal, is inmiddels vastgesteld. Al die veranderingen bieden volop mogelijkheden voor bibliotheken die een nieuwe rol op het gebied van informeel leren willen invullen.

De decentralisaties en de WEB
Burgers worden geacht om zoveel mogelijk op eigen kracht te doen en te kunnen, bijvoorbeeld door hun persoonlijke netwerken te activeren. Door de decentralisaties moesten plaatselijke structuren en processen worden herzien, en deze verandering is op dit moment geenszins afgesloten. De eerste resultaten van de gemeentelijke monitor sociaal domein 2015 zijn sinds september beschikbaar; daar kunnen de kengetallen van alle Nederlandse gemeenten ingezien worden.

De invoering van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) in 2015 is niet los te zien van het sociaal domein. Juist in de verbindingen tussen de WEB en het sociaal domein kunnen nieuwe mogelijkheden voor educatie ontstaan. De wet bepaalt dat de verplichte inkoop bij opleidingencentra (roc’s) tot 2018 stapsgewijs wordt afgebouwd. Gemeenten kunnen nu zelf kiezen voor formeel of non-formeel aanbod. Het budget wordt landelijk volgens een verdeelsleutel toegekend aan de 35 arbeidsmarktregio’s en in samenspraak met de gemeenten binnen elke arbeidsmarktregio besteed. Volgens de Handreiking Transitie van educatie naar het sociaal domein moet in 2018 het educatiebeleid integraal onderdeel zijn van het gemeentelijk beleid in het sociaal domein (zie Handreiking Transitie van educatie naar het sociaal domein - pdf)

Ook bibliotheken dingen als partners in regionale samenwerkingsverbanden mee naar WEB-gelden. Maar de verschuiving van de gelden kost veel tijd, ook omdat de centrumgemeente in elke arbeidsmarktregio verantwoordelijk is voor de kwaliteitsborging van het ingekochte educatieaanbod. Daarom is het zo belangrijk dat bibliotheken gaan werken volgens de ‘Standaarden en eindtermen volwasseneneducatie’ en de resultaten van de inspanningen goed monitoren.

Wat precies uit WEB-gelden gefinancierd wordt, verschilt per locatie. Soms worden educatieve programma’s bekostigd, zoals in Gouda of Krimpenerwaard. Bij de Gooise bibliotheken wordt een Taalhuis gefinancierd.

Op steeds meer plekken komen regionale samenwerkingsplannen tot stand, zoals rond Breda en Heuvelland.

De participerende burger
Zowel de decentralisaties als de WEB zijn gericht op een actieve deelname van burgers aan de samenleving (participatie). Burgers moeten hun zaken zo veel mogelijk zelf regelen. Maar dat kan niet iedereen. Dat betekent dat veel mensen moeten bijleren of geholpen moeten worden.

Een functionele insteek is een veelbelovende invalshoek, omdat mensen vaak concrete vragen hebben die beantwoord moeten worden. Zij moeten bijvoorbeeld een formulier invullen of een CV schrijven. Maar vervolgens is een koppeling nodig naar een langduriger dienstverlening.

De Wsob
Volgens de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) is het bibliotheekstelsel als geheel gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van de vijf bibliotheekfuncties. Het beleidsplan van de KB, De kracht van het netwerk (pdf), identificeert daarom het netwerk als cruciale succesfactor.

De dienstverlening op het gebied van basisvaardigheden valt voornamelijk onder twee van de vijf bibliotheekfuncties: het ‘bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie’ en het ‘bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur’. Voor volwassenen zal vooral de eerste van belang zijn.

Begin 2015 zijn bepaalde taken bij specifieke lagen van de bibliotheeksector belegd, met nieuwe verhoudingen tot gevolg. De Koninklijke Bibliotheek (KB) is door de wet verantwoordelijk voor het in stand houden van de landelijke digitale bibliotheek, het verzorgen van een bibliotheekvoorziening van noodzakelijk omgezette werken voor personen met een handicap en het aansturen van het netwerk voor openbare bibliotheekvoorzieningen door coördinatie, kennisdeling en -ontwikkeling en (re)presentatie. Provinciale ondersteuningsinstellingen hebben een wettelijke taak in de distributie van fysieke werken en bij innovatie.

De bibliotheeksector heeft experimenten en nieuwe initiatieven broodnodig om zichzelf verder te kunnen ontwikkelen. Maar je moet ook durven falen. Dat betekent dat je ook de financiële ruimte moet hebben om te falen. Vandaar dat ‘kleine’ innovaties zo belangrijk zijn, kleine aanpassingen in processen, stapsgewijze verbetering. Dat vergt geduld en de opbrengst is lastig zichtbaar te maken. In een rap veranderende omgeving is dat extra lastig, omdat je het tempo van externe ontwikkelingen bij moet zien te houden zonder het contact met jezelf als individu of met je eigen organisatie kwijt te raken. Het enige recept hiervoor lijkt te zijn: blijven leren. Blijven leren als individu, blijven leren als organisatie – en ten slotte: blijven leren als netwerk.

Logo Bibliotheek en basisvaardigheden

De landelijke programmalijn ‘de Bibliotheek en basisvaardigheden’
Naast kennisdeling faciliteert de KB de landelijke programmalijn ‘de Bibliotheek en basisvaardigheden. De provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’s) en de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) ondersteunen dit programma in de uitvoering.

Is een landelijk programma de beste manier om de dienstverlening van bibliotheken en hun positie te versterken? Kijkend naar het succes van het programma de Bibliotheek op school is de benadering veelbelovend, juist met het oog op positionering en kwaliteit. De uitgangssituatie van basisvaardigheden is wel anders. Het speelveld van volwasseneneducatie is veel complexer dan het onderwijs aan de jeugd. Daar is een functionerend partnerschap tussen gemeenten, bibliotheken en scholen voldoende.

Er is ook een verschil in financiering: daar waar de Bibliotheek op school beschikt over een eigen programmabudget, via Stichting Lezen, bouwt ‘de Bibliotheek en basisvaardigheden’ op bijdragen van netwerkpartners op alle niveaus, inclusief de bibliotheken zelf.

‘Tel mee met Taal’
‘De Bibliotheek en basisvaardigheden’ sluit geheel aan bij de doelstellingen van het nieuwe actieprogramma Tel mee met Taal (2016-2018).  Drie ministeries hebben samengewerkt aan dit beleidsprogramma (OCW, SZW, VWS). Dat is een novum en een duidelijk signaal van ontschotting op ministerieel niveau. Het besef dat laaggeletterdheid alleen voorkomen en bestreden kan worden als veel partijen samenwerken, is een belangrijke stap in de goede richting.

Tel mee met Taal
heeft twee hoofddoelstellingen. Naast het bevorderen van leesplezier bij 1 miljoen leerlingen tot en met de basisschoolleeftijd wil men 45.000 cursisten helpen om hun prestaties op het gebied van taal significant te verbeteren. De eerste doelstelling zal voornamelijk d.m.v. Kunst van Lezen (Stichting Lezen en KB) gerealiseerd worden, de tweede bouwt voort op de aanpak van het programma Taal voor het Leven (Stichting Lezen & Schrijven). Binnen Tel mee met Taal zal Taal voor het Leven straks landelijk geïmplementeerd worden.

De tweede doelstelling is al door veel bibliotheken omarmd en heeft onder andere geleid tot de oprichting van Taalhuizen (zie Factsheet Taalhuizen - pdf). Daarvoor wordt landelijk en lokaal samengewerkt met Stichting Lezen & Schrijven. Bibliotheken verbinden hiermee de programma’s van Kunst van Lezen met die van Taal voor het Leven en realiseren op de vloer van stad en land een doorlopend aanbod voor alle leeftijden - van 0-101. De Taalzoeker geeft een overzicht van alle Taalhuizen.

Binnen het pilot-programma van Taal voor het Leven is veel kennis ontwikkeld. Deze kennis is vanaf 2016 landelijk beschikbaar voor alle bibliotheken. Taal voor het Leven biedt ondersteuning in beleid en uitvoering, kennisdeling, opleiding van medewerkers en vrijwilligers, collectie, en monitoring. ‘De Bibliotheek en basisvaardigheden’ wil dit tot een geheel verbinden met andere kennis die aanwezig is bij bibliotheken. Het programma vult lokale bibliotheken aan. Zij zijn onderdeel van de lokale netwerkaanpak en partners in lokale en regionale taalakkoorden. Samen bouwen wij aan Taalhuizen als plekken waar alle dienstverlening op het gebied van basisvaardigheden samenkomt. Samen zetten wij ons in voor een gezamenlijke doelstelling.

Samenwerking en zwermintelligentie
Op het gebied van geletterdheid lijkt samenwerking de sleutel tot succes te zijn. De huidige situatie van de bibliotheeksector doet denken aan een zwerm vogels die zich formeert om naar het zuiden te trekken. ‘Zwermintelligentie’ lijkt daarom een mooie metafoor om na te denken over de bibliotheeksector als geheel en de samenwerking van bibliotheken met andere organisaties en individuen. Zeker in een tijd waar we de verzorgingsstaat achter ons laten en invulling geven aan de participatie- of netwerksamenleving.

‘Zwermintelligentie’ is een begrip uit de kunstmatige intelligentie. Hiermee worden gedecentraliseerde, zelforganiserende systemen beschreven waarin individuele actoren zich schijnbaar als intelligent geheel gedragen. Er zijn geen regels voor het systeem als geheel. Het blijkt genoeg om drie eenvoudige gedragsregels toe te passen op elk individueel deeltje:
  1. Afstand: elk deeltje bewaart voldoende afstand tot zijn naburen (om opeenhoping te voorkomen);
  2. Richting: elk deeltje kiest de gemiddelde richting van zijn naburen;
  3. Cohesie: elk deeltje stuurt in de richting van de gemiddelde positie van zijn naburen (om deeltjes aan de buitenkant naar de zwerm toe te trekken).
Zwermintelligentie 1 Zwermintelligentie 2 Zwermintelligentie 3

Aan deze basisregels kunnen extra regels toegevoegd worden, bijvoorbeeld het vermijden van obstakels of het zoeken van een specifiek doel.

Individu en collectief
De metafoor van ‘zwermintelligentie’ kan worden toegepast op verschillende niveaus: op je eigen gedrag binnen je organisatie, op je organisatie in een lokaal of regionaal samenwerkingsverband voor de aanpak van laaggeletterdheid of op het functioneren van individuen in de maatschappij. Het is de vraag hoe een enkele actor zich verhoudt tot zijn omgeving en hoe hij zich daarin gedraagt. En wat de minimale set van regels is waaraan iedereen zich houdt. Daarvoor zijn afspraken nodig, maar vooral ook zelfperceptie en omgevingsbewustzijn.

Hoe vormen we een zwerm die één kant op vliegt?
Veel bibliotheken leggen strategische prioriteit bij de ontwikkeling van dienstverlening op het terrein van informeel leren. We weten dat we naar het zuiden willen vliegen: zover zijn we al. Maar vooral het werkveld van volwasseneneducatie is een complexe wereld, waar veel meer partners bij betrokken zijn met allemaal hun eigen belangen. Hoe zorgen we ervoor dat er toch maximaal resultaat wordt geboekt, dat veel meer volwassenen de basisvaardigheden leren die ze nodig hebben? Dat we samen het zuiden bereiken, ons gezamenlijk doel?

Het concept van de zwermintelligentie kan ons inspireren. Als het doel duidelijk is, hebben we eigenlijk maar een paar basisregels nodig om het verkeer in goede banen te leiden. We moeten ons als sector daartoe wel opnieuw formeren en onze relaties opnieuw durven definiëren, onderling en met samenwerkingspartners. Daarbij gaat het om het succes van de bibliotheek in de betekenis voor de lerende burger. Want leren verandert je kijk op de wereld, en leren verandert je plek in de wereld. Door te leren verandert de wereld. Dat geldt voor onze gebruikers, en dat geldt voor onszelf.

Tekst: Brit Hopmann en Jos Debeij

Zie ook de website Bibliotheek en basisvaardigheden

Op 5 november vond in Den Haag de Landelijke dag Basisvaardigheden plaats, georganiseerd door de Koninklijke Bibliotheek en Rijnbrink. Zie voor een kort verslag de website van de KB.

In Bibliotheekblad nr 8 wordt in een uitgebreid dossier aandacht besteed aan de rol van de bibliotheek op het gebied van leven lang leren en laaggeletterdheid (met daarin ook een interview met Brit Hopmann en Maaike Toonen over het programma Bibliotheek en basisvaardigheden).



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Weinig zicht op digitale transformatie in de boardrooms Peter van Eijk

Voor mij is digitale transformatie misschien wel de belangrijkste professionele drijfveer. Vanaf halverwege de jaren tachtig heeft ieder project waaraan ik mocht deelnemen, wel op de een of andere manier bijgedragen aan een waardevolle en toekomstbestendige bibliotheek. Met als uiteindelijke doel om de... Lees verder