HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Een leven lang leren. Pleidooi voor een gestandaardiseerde aanpak van de non-formele volwasseneneducatie

Femke van den Berg
28-10-2015
Een leven lang leren. Pleidooi voor een gestandaardiseerde aanpak van de non-formele volwasseneneducatie
Nederland kan veel leren van Slovenië als het gaat om het motiveren van volwassenen voor ‘een leven lang leren’ en het organiseren van het educatieve cursusaanbod van bibliotheken. Dat stelt Ivette Sprooten, specialist laaggeletterdheid bij Cubiss. Lidwien Vos de Wael van Learn for Life en Brit Hopmann van de KB, reageren.
In mei 2015 maakte Ivette Sprooten een vierdaagse studiereis naar Slovenië, op uitnodiging van Lidwien Vos de Wael van Learn for Life, Dutch Platform for International Adult Education, een organisatie die initiatieven op het gebied van volwasseneneducatie stimuleert en zichtbaar maakt. In het kader van het Erasmus+ project EIFEL, waarbij deelnemers uit verschillende landen goede voorbeelden van ‘een leven lang leren’ uitwisselen, onderzocht Sprooten hoe in Slovenië de laagopgeleide en laaggeletterde doelgroep geactiveerd en gemotiveerd wordt om deel te nemen aan cursussen. Ook was ze benieuwd hoe het informele en non-formele cursusaanbod voor deze doelgroep is georganiseerd. (Zie ook het eerder op bibliotheekblad.nl verschenen verslag van Ivette Sprooten over haar reis naar Slovenië en Litouwen.)

Uniform
Sprooten deed in Slovenië inspiratie op voor de Nederlandse situatie. ‘In Slovenië is het volwassenenonderwijs landelijk en provinciaal heel herkenbaar’, vertelt ze. ‘Er is een aanbod van vier overkoepelende leerprogramma’s voor de laaggeletterde en laagopgeleide doelgroep: Digitale vaardigheden voor volwassenen, Succes in het leven, Uitdagingen van het plattelandsleven en Samen lezen en schrijven. Elk programma bestaat uit diverse korte cursussen. Deze worden uitgevoerd door de plaatselijke centra voor volwasseneneducatie, samen met andere lokale partijen.’ Nederland kan iets leren van de wijze waarop de volwasseneneducatie in Slovenië is georganiseerd, stelt Sprooten. ‘Bij ons moeten bibliotheken zich sterker profileren in hun maatschappelijke functie. Onderdeel daarvan is dat zij duidelijker moeten maken dat zij dé plek zijn om “een leven lang te leren”. Van Slovenië kunnen we de uniforme, gestandaardiseerde programmering overnemen. Die werkt namelijk. Het aanbod is duidelijker herkenbaar voor de doelgroepen. Je communiceert bovendien makkelijker met beleidsmakers en subsidieverstrekkers met een eenduidig aanbod. Ook de PR kan grootschaliger worden aangepakt.’

Sprooten stelt dat het bestaande cursusaanbod van Nederlandse bibliotheken vrij eenvoudig kan worden ondergebracht in een landelijk model. ‘In het Nederlandse leerprogramma Succes in het leven zou je cursussen kunnen onderbrengen als de netwerkbijeenkomst Walk & Talk en de sollicitatietraining Jouw voorsprong op de rest (pdf) In het leerprogramma Samen lezen passen cursussen als Voorlezen aan je kind. Onder de paraplu van Digitale vaardigheden kun je cursussen scharen als Klik & Tik en Digisterker.’

Positief labelen
Het viel Sprooten op dat cursussen in Slovenië vaak een ‘camouflagenaam’ hebben. ‘Zo heet de cursus die gaat over basisvaardigheden voor op het werk heel neutraal Ik en mijn werkplek’, geeft ze als voorbeeld. ‘De nadruk ligt niet op wat een burger niet kan, maar op wat hij wél kan. Er wordt altijd voortgebouwd op kennis en vaardigheden die mensen al hebben. Een voorbeeld: in een van de cursussen van het programma Uitdagingen van het plattelandsleven maken mensen zelf brood en jam en delen ze hun kennis hierover met elkaar. Dan vraagt de cursusleider: hoe kun je je product verkopen? Vervolgens leren deelnemers verschillende economische vaardigheden om hun producten beter aan de man te brengen.’
Sprooten pleit ervoor om ook in Nederland cursussen vaker positief te labelen. ‘Noem het niet “solliciteren voor laagopgeleiden” maar verzin een naam die uitgaat van de kracht van mensen.’

PR
Slovenië kent grote, landelijke campagnes om het aanbod op het gebied van de volwasseneneducatie onder de aandacht te brengen. Bijvoorbeeld het jaarlijkse Festival van het Leren. ‘Op radio en tv wordt er aandacht aan besteed en in veel dorpen en steden wordt het gevierd’, vertelt Sprooten. ‘Sowieso wordt veel en regelmatig landelijk en regionaal gecommuniceerd over het cursusaanbod, het belang ervan en de positieve ervaringen van cursisten. De doelgroep weet dus goed wat het aanbod is. En ook waar ze het kunnen vinden: cursussen worden altijd dichtbij de doelgroep gegeven op laagdrempelige plekken, zoals buurthuizen, bibliotheken, basisscholen. Alle cursussen zijn gratis. Ze worden gesubsidieerd door het Ministerie van Onderwijs, gemeenten en internationale subsidies.’
Ook Nederland heeft een eigen Festival van het Leren, landelijk gecoördineerd door Learn for Life. ‘Bibliotheken zouden hun educatieve aanbod via dit festival breder onder de aandacht kunnen brengen’, vindt Sprooten. Lidwien Vos de Wael: ‘Nog beter: ze kunnen met ons samenwerken bij het mede-vormgeven van het festival.’ Brit Hopmann, adviseur bij de KB op het gebied van laaggeletterdheid en een leven lang leren: ‘Dat is zeker een idee. Het is belangrijk voor de bibliotheeksector om zichtbaar te zijn tijdens jaarlijks terugkerende evenementen, zoals het Festival van het Leren, de Week van de Alfabetisering of de Week van de Mediawijsheid. Bibliotheken doen fantastische dingen op het gebied van een “leven lang leren”, en dat mag gezien worden ook.’

Leerkringen
Naast leerprogramma’s, kent Slovenië ook leerkringen: initiatieven die vanuit de burgers komen. Als enkele mensen samen aan de slag willen met een bepaald thema, kunnen ze dit aanmelden bij het lokale centrum voor volwasseneneducatie. Vervolgens wordt het thema opgenomen in het aanbod en kunnen nieuwe deelnemers aansluiten. Een leerkring duurt maximaal dertig uur. Thema’s zijn bijvoorbeeld: lokale historie, gezond koken, veranderingen in de gezondheidszorg. ‘In Nederland zouden bibliotheken ook leerkringen kunnen organiseren, samen met lokale partners’, denkt Sprooten. ‘Bijvoorbeeld een leerkring Met minder poen meer doen, in samenwerking met een bank. Of een leerkring Gezonde voeding hoeft niet duur te zijn, met de GGD.’

In Nederland heeft Learn for Life al enige ervaring opgedaan met leerkringen, ofwel actietafels: ‘Zo heeft een groepje Drentse burgers een actietafel georganiseerd rondom de vraag: hoe maak je een nieuw dorpsplein?’, vertelt Vos de Wael. ‘Zij werden begeleid door een getrainde mentor, een procesbegeleider. Uiteindelijk hebben ze samen een mooi concept ontwikkeld. Het dorpsplein wordt nu opgeknapt en heringericht. Deelnemers geven dus iets terug aan het publiek, aan hun gemeenschap. Dat is ook precies de bedoeling van zo’n actietafel: leren én doen!’

Sprooten denkt dat leerkringen/actietafels ook mogelijkheden bieden voor bibliotheken. Vos de Wael onderschrijft dit. ‘Je kunt denken aan actietafels over onderwerpen als leefbaarheid, vluchtelingen/migranten, taal. Deelnemers zouden prima kunnen samenkomen in de bibliotheek. Het is een fijne, laagdrempelige plek waar ze veel informatie kunnen vinden die hen kan helpen bij het beantwoorden van hun vraag. Learn for Life ondersteunt bibliotheken graag met het opzetten van dergelijke actietafels en kan de training van mentoren verzorgen.’

Opschalen onder leiding van de KB?
Welke concrete stappen wil Sprooten zetten om haar ideeën te vertalen naar de Nederlandse praktijk? ‘In Limburg heeft Cubiss de afgelopen jaren samen met de Limburgse bibliotheken een cursusaanbod ontwikkeld voor laaggeletterden en laagopgeleiden rondom de thema’s digitale vaardigheden, solliciteren en samen lezen, vertelt ze. (Zie ook de factsheets op de website van Cubiss.) ‘Deze zijn prima in een standaardmodel onder te brengen. De komende tijd proberen we dit model in Limburg breed uit te rollen. Vervolgens zouden we het kunnen uitbreiden met cursussen die elders zijn ontwikkeld en het dan landelijk verder uitzetten.’

Volgens Sprooten zou het goed zijn als de KB het voortouw zou nemen in het proces van standaardisatie, opschaling en landelijke PR.
Brit Hopmann is het daar wel mee eens. ‘Binnen de landelijke programmalijn de Bibliotheek en basisvaardigheden promoten wij een gestandaardiseerde aanpak: alle bibliotheken kunnen gebruikmaken van dezelfde digitale oefenprogramma’s en van het bouwstenenmodel, waarin informatie compact en overzichtelijk wordt aangeboden. Daarnaast vinden ze op de bijbehorende website veel praktijkvoorbeelden waaruit zij kennis en inspiratie kunnen putten om hun lokale dienstverlening op het gebied van een leven lang leren optimaal in te kunnen richten voor hun doelgroepen.’ Hopmann vertelt dat De Bibliotheek en basisvaardigheden in samenwerking met de POI’s is ontstaan.

In het programma is bovendien de aanpak van Taal voor het Leven van Stichting Lezen & Schrijven verwerkt. In het kader van dat programma zijn instrumenten ontwikkeld, zoals de taalzoeker en de Basismeters, maar ook bijvoorbeeld de methode Succes!. En er worden overal vrijwilligers getraind om de plannen in het kader van het landelijk actieprogramma 2016-2018, ‘Tel mee met Taal’ te realiseren. ‘Een flinke ploeg ondersteuners staat straks gereed om iedere Nederlander te stimuleren zich verder te ontwikkelen.’

Hopmann benadrukt dat zij veel ziet in een gestandaardiseerde werkwijze en in landelijke promotie, maar ze voegt er aan toe: ‘Ik denk dat de Sloveense aanpak niet een-op-een naar Nederland kan worden gekopieerd. Het is goed om over de grens te kijken en er inspiratie op te doen, maar onze omstandigheden zijn toch een beetje anders. Er zijn zoveel spelers bij betrokken. Daar moeten we rekening mee houden.’

Tekst: Femke van den Berg

Nummer 8 van Bibliotheekblad (verschenen 23 oktober) bevat een uitgebreid dossier over laaggeletterdheid, met onder andere aandacht voor leven lang leren, het programma de Bibliotheek en basisvaardigheden en drie praktijkvoorbeelden.



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Weinig zicht op digitale transformatie in de boardrooms Peter van Eijk

Voor mij is digitale transformatie misschien wel de belangrijkste professionele drijfveer. Vanaf halverwege de jaren tachtig heeft ieder project waaraan ik mocht deelnemen, wel op de een of andere manier bijgedragen aan een waardevolle en toekomstbestendige bibliotheek. Met als uiteindelijke doel om de... Lees verder