HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Conferentie Alle Utrechters (Digi)Taal?!

Femke van den Berg
22-06-2015
Conferentie Alle Utrechters (Digi)Taal?!
In 2013 ging in Utrecht het project ‘Leven en Leren’ van start. Het was bedoeld om laaggeletterden, laagopgeleide migranten en ouderen te stimuleren bij het online verwerven en bijhouden van taalvaardigheden en digitale vaardigheden. Tijdens de eindconferentie Leven en Leren: alle Utrechters (digi)taal op 16 juni werd terug- en vooruitgeblikt. Wat is er bereikt? En hoe gaat het verder?
Midden in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, in buurthuis Isola Rosa, verzamelen zich rond halfeen ’s middags zo’n 85 conferentiegangers. Eerst wonen ze presentaties bij, daarna zijn er workshops.

Mariken van Meer, programmaleider Educatie Volwassenen bij de Bibliotheek Utrecht en als gedetacheerd projectleider verbonden aan het project 'Leven en Leren', trapt de bijeenkomst af. Ze vertelt dat de overheid ernaar streeft om in 2017 alle dienstverlening digitaal te laten verlopen en ook dat veel bedrijven steeds meer online aanbieden. Maar niet iedereen kan uit de voeten met die digitale diensten. Van Meer verwijst naar een onderzoek van Alexander van Deursen van de Universiteit Twente, waaruit blijkt dat verreweg de meeste mensen (97 procent) weliswaar toegang hebben tot internet, maar dat ze er niet voldoende van weten te profiteren. Het blijkt dat 70 procent voldoende operationele vaardigheden (‘knoppenkennis’) en formele vaardigheden (kunnen navigeren) heeft, maar dat slechts de helft beschikt over voldoende informatievaardigheden. En maar 20 procent heeft voldoende strategische vaardigheden: de capaciteit om computers en internet in te zetten voor een bepaald persoonlijk of professioneel doel. Daar komt nog bij dat niet bij iedereen is voldaan aan dé basisvereiste om digitaal zaken te doen: geletterd zijn. ‘Dit speelt zeker een rol in de wijken waar ons project is gestart: Kanaleneiland en Overvecht’, aldus Van Meer.

Samenwerkingsproject
In 2013 sloegen de Bibliotheek Utrecht, Stichting Lezen en Schrijven, MiraMedia, Taal doet meer en het Wijkbedrijf de handen ineen met als doel de ‘digitale kloof’ tussen degenen die wel en niet van internet profiteren te dichten. Hiervoor kregen zij een EIF-subsidie toegekend, omdat hun project de integratie van mensen buiten de EU bevordert.
De samenwerkingspartners zetten verschillende acties op touw. Zo vroegen ze Robin Tromp van de afdeling Onderzoek van de gemeente om de digitale vaardigheden van de Utrechters te onderzoeken. Tromp en zijn mede-onderzoekers concluderen in het onderzoek Utrechters digivaardig (pdf) dat ongeveer 16.000 Utrechters niet gebruikmaken van internet. Ongeveer 21.500 laag- en ongeletterde Utrechters maken wel gebruik van internet, maar deze groep mensen doet dat vooral voor communicatietoepassingen, zoals online chatten en daten (blijkt uit landelijk onderzoek). Van alle Utrechters heeft ongeveer 30 procent moeite met het zelfstandig gebruiken van meer complexe digitale dienstverlening, zoals het online afspraken maken met of aanvragen doen bij de gemeente of andere instanties..

Bewustwording
De samenwerkingspartners werkten ook aan bewustwording. ‘Er kwamen brochures, filmpjes en de Nieuwsbrief Wijkbewoners Digitaal, die inmiddels 1800 lezers heeft’, vertelt Van Meer. ‘Ook maakten we “Samen (Digi)Taal” tot onderwerp van de Week van de Alfabetisering in 2014 en bereikten we dat het onderwerp op de politieke agenda kwam. In juli 2014 nam de gemeenteraad Motie 46 (pdf) – aandacht voor digitale vaardigheden aan. Raadsleden zorgden ervoor dat we honderd door de gemeente afgeschreven computers kregen voor ons project.’

Daarnaast werd nog in kaart gebracht wat het bestaande (cursus)wijkaanbod was op het gebied van taal en digitaal. ‘We wilden niet zelf het wiel opnieuw uitvinden, maar juist aansluiten bij wat er al was’, aldus Van Meer. De samenwerkingspartners spraken af om op wijkniveau de vraag ‘op te halen’, bijvoorbeeld op scholen en andere plekken waar de doelgroep vaak komt. Verder werden er nieuwe tijdelijke cursuslocaties ingericht. Voor de doelgroep kwam er een gratis bibliotheekpas, met daarop een code voor het inloggen op Oefenen.nl, het programma waarmee wordt gewerkt binnen het project.

Resultaten
Dr. Maurice de Greef bracht namens Maastricht University in kaart wat het project de deelnemers heeft opgeleverd. Hij constateert - op basis van een geringe steekproef (n=20) - dat het doel om de digitale vaardigheden van de deelnemers te verbeteren, behaald is. De meeste cursisten hebben na afloop van de cursus Basisniveau 1: het niveau waarop mensen bijvoorbeeld zelf een e-mail kunnen versturen. Daarnaast geven deelnemers aan dat ze meer mensen ontmoeten en meer activiteiten buiten de deur zijn gaan ontplooien. Of ook de taalvaardigheid verbeterde, was echter de vraag. ‘In het vervolg van het traject zou de koppeling tussen taal en digitaal sterker moeten’, adviseert De Greef.

Drs. Rita van Dijk, van onderzoeksbureau Wending, onderzocht op basis van de pilot in Overvecht wat nodig is als de pilot wordt verbreed naar andere Utrechtse wijken. Ze concludeert onder meer dat voor het opbouwen van een wijkstructuur maatwerk nodig is, want de bevolkingssamenstelling in wijken verschilt sterk. ‘Dus vraag je vooraf af: hoe omvangrijk is de doelgroep, hoeveel mensen wil je ongeveer bereiken, welke organisaties worden betrokken omdat zij veel contacten hebben met de doelgroep?’ zegt Van Dijk. Verder vraagt de samenwerking tussen organisaties om concreetheid over de doelen die ze samen willen bereiken ‘Het is noodzakelijk dat de betrokken wijkorganisaties bij de start een gezamenlijke werksessie houden, waarin de doelen worden bepaald en een doorvertaling wordt gemaakt naar wat dit betekent voor de rolverdeling tussen organisaties en de verdere samenwerking,' stelt Van Dijk. De belangrijkste randvoorwaarde is echter de beschikbaarheid van voldoende oefenlocaties op wijkniveau. Ook is het essentieel dat er voldoende vrijwilligers worden geworven en opgeleid (in Overvecht oversteeg de vraag het aanbod). En het is van belang om een structuur te ontwerpen, waarmee de vrijwilligers inhoudelijk worden ondersteund.
Het vinden en binden van vrijwilligers is echter nog niet zo eenvoudig, geeft Van Meer aan: ‘Je zoekt mensen met nieuwe competenties. Ze moeten beschikken over taalvaardigheden, digitale vaardigheden en interculturele vaardigheden.’

Wat de werving van deelnemers betreft: het blijkt dat mensen zich eerder opgeven voor een computercursus dan voor een taalcursus, ook als ze de taal niet goed machtig zijn. Daarom verdient het aanbeveling om naast de computercursus actief taalcoaching aan te bieden, stelt Van Dijk. Van Meer: ‘Het uitwerken van een leerlijn met zowel aandacht voor taal als digitale vaardigheden is nog een uitdaging.’

Hoe verder?
In de workshops is onder meer nagedacht over hoe het project kan worden uitgerold. Suggesties zijn onder andere: meer ‘nieuwe soorten’ vrijwilligers werven (zoals studenten), die bij voorkeur uit de wijk komen. Verder is het belangrijk om het aanbod aan cursussen beter in beeld te brengen. En er wordt gepleit voor meer inloopspreekuren in de wijk, waar bewoners terechtkunnen met hun vragen op taalgebied en digitaal gebied.
Van Meer vertelt dat het zeker de bedoeling is om het project voort te zetten en uit te breiden, in eerste instantie naar Hoograven en Zuilen. Er is inmiddels AMIF-subsidie (de opvolger van de EIF-subsidie) aangevraagd. Daarnaast zal worden gestart met een doelgroepgerichte aanpak voor kwetsbare ouderen. ‘We willen vérder, samen met dienstverleners, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers, vindplaatsen, kennisinstituten én de gemeente’, aldus Van Meer.

Marjon Nooter, directie Gemeente Utrecht, geeft aan dat de gemeente voor haar eigen dienstverlening het onderwerp ‘digitale dienstverlening’ actief oppakt. Verder zal de gemeente haar rol invullen door te ‘agenderen, verbinden, leermogelijkheden te stimuleren en aandacht te vragen voor dit onderwerp bij alle organisaties die zelf verantwoordelijk zijn voor hun digitale dienstverlening.’

Zowel Van Dijk als Van Meer stipt aan dat het wenselijk is dat de gemeente de regierol pakt in het vervolgtraject. Van Meer noemt het een ‘knelpunt’ dat er geen gemeentelijk beleid is, waarin 'Leven en Leren' ingebed is.
Zes jonge Utrechtse raadsleden (Maarten van Ooijen, CU; Bouchra Dibi, PvdA; Sander van Waveren, CDA; Queeny-Aimee Rajkowski, VVD; Tara Scally, GL; Selma Bas, D66) die in een panelgesprek de conferentie afsluiten, verschillen van mening over de vraag of de gemeente de regie zou moeten voeren. Wel zijn ze het er roerend over eens dat het van belang is om de ‘digitale kloof’ in de samenleving te dichten en dat' Leven en Leren' hierin een goede rol speelt. ‘We gaan B&W zeker vragen hoe ze het verdere proces willen oppakken, want het is wel belangrijk dat we doorpakken’, aldus Selma Bas.

Tekst: Femke van den Berg
Foto: Joos van der Galiën




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Bevrijding uit de technologische fuik Peter van Eijk

Het is een zomerse zaterdagmiddag in Maastricht. De stad viert in september het feit dat zij 75 jaar geleden is bevrijd. De bibliotheek in het Centre Céramique staat hier uitgebreid bij stil. Een filosofiecafé is onderdeel van het aparte programma . 'Ja hoor, u kunt nog deelnemen', was het... Lees verder