HomeRubriekenArtikel
voetnoot

De kracht van verhalen

Leo Willemse
08-10-2014
De kracht van verhalen
Op 29 september organiseerden Marina Polderman en Hans van Duijnhoven van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB) de studiedag De kracht van verhalen. Zelf kon ik me er nooit veel bij voorstellen wat je als bibliotheek met verhalen kunt. Gelukkig was dat nu net de insteek van deze studiedag. Polderman legde het glashelder uit: ‘In boeken staan verhalen en die moeten we verbinden met de mensen die de bibliotheek gebruiken. Ga dus in gesprek over de inhoud van de verhalen.’ De NOBB programmeert activiteiten die deze connectie maken, sluit aan bij verhalencommunities en richt leesclubs op, zoals De Lezers van Stavast.
Verhalen ontlenen hun kracht niet alleen aan de inhoud, maar ook aan de verteller. Voor een publiek van bijna honderd (voornamelijk) bibliotheekmedewerkers je verhaal doen, vereist een krachtige aanpak. De sprekers op de studiedag De kracht van verhalen, emeritus-hoogleraar Sociale Wetenschappen Christien Brinkgreve en schrijfster en filosofe Joke Hermsen wisten nauwelijks gehinderd door hun summiere aantekeningen de aanwezigen twee keer een uur te boeien met een fascinerende visie op ‘wat verhalen met je doen’.
Ook hoogleraar filosofie Jeroen Vanheste en de beste bibliothecaris van 2013, Jan van Bergen en Henegouwen, hielden de aandacht moeiteloos vast.

Bezielde data
De studiedag was vooral een oproep om de collectie van de bibliotheek te gebruiken. In zijn heerlijk chaotische slotpresentatie stelde Van Duijnhoven dat luid en duidelijk: ‘Het gaat om de inhoud!’ De wetenschappelijke en filosofische onderbouwing kwam van Brinkgreve, Hermsen en Vanheste. Als iets me is bijgebleven van deze dag, dan is het dat de subjectieve waarheid van verhalen, vaak als zwak en onwetenschappelijk aangeduid, een terugkeer beleeft. Door in die verhalen - fictie en non-fictie - patronen en perspectieven te ontdekken, worden ze ‘bezielde data’ (Brinkgreve), die even krachtig zijn als ‘objectieve cijfers’. Heel bijzonder om dit van wetenschappers te horen. Vervolgens gaan ze aan de slag met die verhalen, onderbouwen die met onderzoek en leggen de resultaten aan ons voor. Brinkgreve doet dat in Vertel, over de kracht van verhalen, Hermsen in Kairos, een nieuwe bevlogenheid en Vanheste in De wijsheid van de roman.

Diagnose van de tijd
De oudste verhalen werden geboren bij het kampvuur en die vertelvorm is nog lang niet verdwenen. Brinkgreve nam de aanwezigen mee op een reis door de geschiedenis van het verhaal: de mythen, de sagen, de Bijbel. Naarmate de eigen tijd naderde, gaf ze aan dat het grote verhaal, het geloof in godsdienst, kapitalisme, socialisme, duidelijk afneemt. Het biedt kansen aan het kleine, het eigen verhaal. Dat bedoelt ze ook echt heel klein: schoolplein, verjaardagen, televisieprogramma’s als Boer zoekt vrouw. Ze ziet het als haar taak, om uit al die verhalen een diagnose van de tijd te stellen. Overigens is ze niet blind voor de demoniserende, vergiftigende werking van verhalen: ‘Ze kunnen pletten en vernietigen’. De drang tot diagnose herkent ze ook bij auteurs als Connie Palmen, in Lucifer: een verhaal waarin ‘een gezoem klinkt van verhalen die gevormd worden’. Ik denk dat Brinkgreve hier al mee begon toen ze Margriet weet raad publiceerde (met Michiel Korzec), het baanbrekende onderzoek naar de brieven van lezeressen aan het vrouwenweekblad Margriet. Die verhalen werden ingekaderd in de ondertitel Gevoel, gezag en moraal in Nederland 1938-1978. Ook opvallend is hoeveel hedendaagse auteurs Brinkgreve in haar onderzoek naar verhalen betrekt: Trudy Dehue, Jonathan Franzen, Hans Achterhuis, Oek de Jong, Julian Barnes. Allemaal zoeken ze volgens haar naar duiding van de tijd. Met als conclusie: wat verhalen doen, is richting geven, orde scheppen in de chaos. Het is de weg van het gesprek en de confrontatie (Primo Levi, Martin Amis). Het verhaal waarmee je verder kunt.

Ware tijd
Wat is er troostender dan het besef dat een verhaal een begin en een einde heeft, stelde Hannah Arendt, de favoriete filosofe van Hermsen. Het betekent dat er straks weer een begin is. Mensen zijn beginners en dat is een compliment. Dit staat tegenover het eindeloze internet, waarvan je eigenlijk niet los kan komen. Hermsen kan prachtig, begeesterend vertellen. Haar pleidooi voor rust, concentratie en mijmeren komt voort uit haar conclusie dat tegenover de verticale, almaar doorgaande tijd, Chronos, een horizontale, ware tijd ligt, Kairos, waarin bezinning, evenwicht en zorgvuldigheid voorop staan. Het besef van ‘ware tijd’ is in feite verlies van tijdsbesef, bedacht ik me. Dat Hermsen dat vooral terugziet in lezen - ‘de tijd die inherent is aan het verhaal’- is voor bibliothecarissen mooi meegenomen, net zoals haar deelname in de Commissie-Cohen over de toekomst van de bibliotheken dat was. Hermsen schuwt stevige uitspraken niet: ‘Het brein komt niet tot rust met gamen, zappen en twitteren, wel met lezen.’ De onderwijzer op de iPadschool die, na te zijn overvallen door Maurice de Hond en zijn acht Vodafoneverkopers, als een coach twintig schermpjes moet controleren, moet vervangen worden door een docent die vóór de klas zijn verhaal vertelt. Eigenlijk moet iedere werkdag met een verhaal beginnen, aldus Hermsen.

Kracht van verhalen 1

Moraal en ethiek
Er volgt nog meer filosofie. Polderman maakt haar reputatie als zoeker naar betekenis van verhalen, zoals ze die bij haar inspiratiebron Martha Nussbaum aantrof, helemaal waar. Vanheste stelt dat de mens als vertellend wezen meer belangstelling krijgt van wetenschappers. Bij romanschrijvers als Tolstoj, Dickens, Henry James, Proust, Kundera en Schlink, ontleedt hij de drang naar moraal en ethiek. Kan de wetenschap die objectiveren? Na de lezingen van Brinkgreve en Hermsen zou je denken van wel en dat vindt Vanheste dan ook. Al relativeert hij de morele kant van al die verhalen door Vladimir Nabokov (Lolita, Pnin) te noemen. Een schrijver die een eigen wereld schept, als spel en beslist niet als spiegel en niet moraliserend. Relativering, dat was wel nodig na deze pittige inleidingen - al is Nabokov dan wel weer zulke gecompliceerde literatuur, dat ik me afvroeg waar de echte relativering bleef.

Zuigkracht

Jan van Bergen en Henegouwen relativeerde niet, maar hield ons een spiegel voor, onbedoeld misschien. Zijn levensverhaal, vol mooie anekdotes, was krachtig en liet zich, zoals hij zelf stelde, ‘niet ringeloren’. Voor hem is het vaak de alledaagsheid van verhalen die die verhalen boven de alledaagsheid uittilt, zoals bij verhalen van de broers Reve, Toergenjev, Salinger, en die hem dan, refererend aan het betoog van Hermsen, aan het ‘mijmeren’ zet. Dat noemt hij de ‘zuigkracht van verhalen’.
Mooier kan ik dit verslag niet afsluiten: van de kracht naar de zuigkracht van verhalen. Een dag vol concentratie en verdieping. Een dag waarin het lezen als beste remedie tegen verlies van rust en concentratie de hoofdprijs kreeg. Of dat ook zo is? Ik had daar graag een tegengeluid over gehoord. Iemand die stelt: ‘Natuurlijk: lezen geweldig, maar vissen, wandelen of genieten van Gods vrije natuur is net zo goed.’ Of is mijmeren hetzelfde? En mag ik ook mijmeren na Tom Clancy of Heleen van Royen? Daarna wel aan de slag natuurlijk, want de bibliotheken moeten met De kracht van verhalen wel hun slag slaan!

Tekst: Leo Willemse
Foto's: Sandra van Bruinisse, Fabiola Gies, Jan de Waal


Jan de Waal maakte een filmische impressie.



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gastblog

De bibliotheek: een derde plek als tweede huis Dionne Dinkhuijsen

Met een kopje koffie en een krantje de dag beginnen in onze bibliotheek in Noordwijk. Voor vader en zoon is het vaste prik. Of neem het gepensioneerde echtpaar Jan en Riet. Een paar keer per week komen ze naar de Bibliotheek in Teylingen. Hij neemt de post en de administratieklussen mee en zij haar... Lees verder