HomeRubriekenArtikel
voetnoot

‘Niks hoera, een informatieprofessional. Een bibliothecaris!’

Eimer Wieldraaijer
15-11-2013
‘Niks hoera, een informatieprofessional. Een bibliothecaris!’
 ‘Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat.’ Wim Kan wist het al en sinds de cabaretier vele jaren geleden zijn wisecrack lanceerde, is er geen spat veranderd, zoals het KNVI-jaarcongres 'Hoera, een InformatieProfessional' eens te meer aantoonde. Duizend informatieprofessionals waren op 14 november naar Nieuwegein getogen om zich - niet voor het eerst en ongetwijfeld ook niet voor het laatst - te informeren over de vraag of de bibliotheek nog toekomst heeft en zo ja, hoe die er dan uitziet? Daar kregen zij - ook in dat opzicht noch voor het eerst, noch voor het laatst - geen pasklaar antwoord op. Althans niet in de tracks die werden aangeboden door SIOB en BNL en die volgens de aankondiging in het teken stonden van respectievelijk de 'Openbare Bibliotheek 2025: perspectieven op de toekomst' (SIOB) en 'De bibliotheek van de toekomst' (BNL).
Namens het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) schetste Marjolein Oomes in de anderhalf uur durende sessie van alles en nog wat, behalve een perspectief op de toekomst, laat staan de precieze rol die het SIOB (of de KB) de komende jaren zal spelen als regisseur van het openbare bibliotheekwerk. Uitgebreid werd stilgestaan bij trends die waarneembaar zijn als het gaat om de vijf kernfuncties van de bibliotheek (lezen, leren, informeren, ontmoeting & debat en kunst & cultuur), maar de vraag wat dat alles zal betekenen voor de koers die bibliotheken dientengevolge moeten varen, werd handig teruggespeeld naar de circa vijftig personen in de zaal. Met als voorspelbaar resultaat dat die - geconfronteerd met de vraag hoe de beste bibliotheek van Nederland er in 2025 uit ziet? - ook niet veel verder kwamen dan even ware als voorspelbare algemeenheden, zoals: de beste bibliotheek van Nederland in 2025 is een flexibele, onafhankelijke en betrouwbare informatiemakelaar, die onder meer dankzij cocreatie midden in de samenleving staat. Daarbij vielen termen als ‘De bibliotheek leert met je mee’, ‘Connectie 4.0’, ‘De bibliotheek zonder muren’ en - jawel - ‘De bibliotheek zonder boek’. Om een en ander te concretiseren, werden voorbeelden van stal gehaald als: ‘Bij ons kun je dan terecht voor krukken’ en ‘Straks kun je in de bibliotheek aankloppen voor je zorg- of autoverzekering’.
Bij zoveel interne onzekerheid lijkt het maar goed dat het SIOB inmiddels een adviescommissie van externe deskundigen onder leiding van Job Cohen in het leven heeft geroepen, die op zoek gaat naar het kompas voor de toekomst.

Marjolein Oomes Wim Brands
Links: Marjolein Oomes. Rechts: Wim Brands
 
Dieventaal
Focussen op het sharen van content en vooral de juridische gevolgen daarvan. Zo stond de track van Stichting Bibliotheek.nl in het vooraf verspreide programma vermeld, maar bij binnenkomst van het congrescentrum bleek de insteek gecorrigeerd via een flyer met de tekst: ‘Tot onze spijt is in het programma een fout geslopen in de BNL-track. De juiste tekst luidt BNL: De bibliotheek van de toekomst. In deze sessie krijgt u een inspirerend doorkijkje in digitale trends en ontwikkelingen en de toekomst van de bibliotheek hierin.’
Los van de vraag of BNL in dit stadium liever niet publiekelijk de vingers wil branden aan de inderdaad vaak taaie en gecompliceerde juridische materie rond het sharen van content - er werd in elk geval geen reden voor deze switch genoemd - leek de alternatieve insteek minstens zo veelbelovend.
Die belofte werd waargemaakt door gastheer/presentator Wim Brands - bekend van zijn boekenprogramma bij de VPRO - die meteen van leer trok: ‘Wie heeft de term informatieprofessional bedacht? In dat woord zit iets misleidends. Het doet me denken aan het station waar ik vanochtend was. Toen de trein waarop ik stond te wachten alsmaar wegbleef, stapte ik op een NS-medewerker af en vroeg aan deze informatieprofessional: ‘Weet u waarom de trein naar Hilversum niet rijdt?’ Zijn antwoord: ‘Ik zou het niet weten’. Kijk, dát is nou een informatieprofessional. U lacht erom, maar ik ben heel serieus. Wat mij betreft, blijven jullie gewoon bibliothecaris heten. Jullie zijn er om kennis bij mensen te brengen, om jongeren liefde voor lezen en boeken bij te brengen, maar daarop wordt door de overheid bezuinigd. Net zoals er door de overheid op de publieke omroep wordt bezuinigd. Daar sneuvelen programma’s en programmamakers, maar worden er wel opeens drie informatieprofessionals ofwel managers ingehuurd. De vraag is niet hoe jullie je moeten aanpassen aan de moderne tijd; de vraag is hoe die moderne tijd zich naar jullie schikt. Deze week stond er in de krant dat het aantal laaggeletterden in Nederland schrikbarend groot is. Hoe zou dat komen? Het literatuuronderwijs op school is om zeep geholpen en in mijn woonplaats Amsterdam vind je niet langer in elke wijk een bibliotheekvestiging. De aanwezigheid van de bibliotheek is cruciaal, ook in deze digitale tijd. De bibliotheek biedt een venster op de wereld en het woord informatieprofessional is dieventaal voor iets waar we niet op zitten te wachten. Jullie zitten in een veel te defensieve positie. Dat is jullie drama. Er wordt iets technisch bedacht en vervolgens hobbelen jullie daar braaf achter aan. Jullie hebben een ambachtelijk vak. Koppel dat technische foefje daar gerust aan vast, maar blijf trouw aan je vak. Wat ik onder ambachtelijkheid versta? Ik werk bij de tv. Daar heb ik leren monteren. Dat heb ik nu ook digitaal onder de knie, omdat ik het analoog zo goed kan. Voor jullie bibliothecarissen geldt in wezen hetzelfde.’

Steekproef
Aan het eind van zijn betoog hield Brands een even snelle als veelzeggende steekproef onder de pakweg honderd personen in de zaal. Eerste vraag: ‘Wie van jullie is er somber over de toekomst van zijn vak?’ Niemand die de vinger opstak (of durfde opsteken). Tweede vraag: ‘Wie van jullie is er positief over de toekomst van zijn vak?’ Ongeveer de helft van de aanwezigen stak de arm op. Derde en laatste vraag: ‘Wie van jullie weet het niet?’ Van eveneens de helft van de informatieprofessionals ¬- of waren het bibliothecarissen - ging de hand omhoog. In de vrijwel donkere zaal viel niet te zien tot welke gezichtsuitdrukking dat leidde bij de presentator, maar wellicht zijn Brands’ wenkbrauwen licht naar boven gegaan.

Eigen kracht
Vervolgens was het de beurt aan creative director Franklin Heijnen van strategisch online partner Mirabeau om de zaal te onthalen op een tiental digitale trends in de trant van ‘gebruiken is het nieuwe bezitten’, ‘platformen zijn de nieuwe heersers’ en ‘alles vanuit de cloud’, die tezamen leidden tot de weinig opzienbarende conclusie dat ‘het gaat om verhalen vertellen via alle middelen die je hebt’ en ‘mensen bij elkaar brengen om te praten over hun straat, buurt of woonwijk.’
Conclusie van BNL-directeur Diederik van Leeuwen: ‘We moeten ons niet al te veel bezighouden met al die trends, maar onze content klaarzetten om op die trends in te spelen. Anders gezegd: laten we dicht bij onze eigen kracht blijven.’

Onafhankelijkheid
Over kracht gesproken: voor misschien wel de boeiendste bijdrage aan het hele congres zorgde Hans van Hartevelt. In de finale van het evenement was aan deze manager van het Tropeninstituut welgeteld vijf minuten toegekend, maar die korte tijd volstond om een boeiend beeld te schetsen van tien duurbetaalde consultancybureaus die het Koninklijk Instituut voor de Tropen de afgelopen tijd een voor een hebben doorgelicht en na elkaar tot de conclusie kwamen dat de bibliotheek daar prima functioneert, eigen inkomsten genereert en derhalve beantwoordt aan de taakstelling. Niettemin besloot verantwoordelijk bewindsvrouw Lilianne Ploumen (PvdA) de stekker eruit te trekken. Reactie van Van Hartevelt: ‘Beste mensen, laat je niks op de mouw spelden. Je bent pas echt veilig als je onafhankelijk bent van subsidies. Je bent pas echt veilig als je onafhankelijk bent van de overheid.’
Hartekreet uit het publiek: ‘Met al dat weggegooide geld voor die stortvloed aan onnodige adviseurs had de bibliotheek van het Tropeninstituut makkelijk opengehouden kunnen worden.’ Applaus uit de zaal.

OB-gevoel
Welk gevoel resteert na een dag Nieuwegein? Vormt het KNVI-jaarcongres een geschikt alternatief voor de Bibliotheektweedaagse zoals we die kennen uit Maastricht, Groningen en Middelburg? Niet als het ligt aan de meeste vertegenwoordigers uit de OB-hoek. Daar vielen geluiden te horen als: ‘Wat je mist, is het onderlinge treffen’. En: ‘Met een eigen programma kun je beter en dieper inspelen op thema’s die actueel zijn in onze specifieke tak van sport. Dan zou je bijvoorbeeld sessies kunnen plannen over de best practices als het gaat om het verwerven van eigen inkomsten of de inzet van vrijwilligers. Dat soort zaken mis ik nu.’ Geluiden die goeddeels verstomde op de gezellige onderlinge borrel ’s avonds in de openbare bibliotheek van Nieuwegein.

Tekst: Eimer Wieldraaijer
Foto's: Eimer Wieldraaijer en VPRO (Wim Brands)



Reacties op dit artikel (3)

Erik Vlugt
15-11-2013 17:02
OK... ik doe een poging. Over de gastheer, Wim Brands. Hij stelt dat 'liefde voor lezen en boeken' onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Dit is struisvogelgedrag voor zover hij hier papieren boeken bedoelt. Liefde voor lezen ben ik het helemaal mee eens. Alleen zal dat steeds meer op een andere manier gebeuren dan dat wij al honderden jaren gewend zijn. In mijn rol als innovator bij de overheid zie ik steeds vaker dat zowel jongeren als ouderen vaker grijpen naar e-books, weblogs, wiki's et cetera. Waarom? Om te lezen, informatie te verzamelen. Zich te oriënteren. Zijn relaas riekt naar een vorm van "Moral Panic". En daar zijn voorbeelden zat van te vinden in de geschiedenis. Voorbeelden die laten zien dat een verandering in het gebruik van media altijd met 'gedoe' gaat. En dat hoort ook. Maar vasthouden aan het oude (analoog) omdat je dan beter de nieuwe wereld begrijpt? Lijkt me een strohalm. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen het bibliotheekvak. Dat wij moeten leren lezen lijkt me helder. Dat zal altijd blijven. Lezen & schrijven zijn onlosmakelijk met elkaar verboden. Dat ondervindt ondergetekende nog dagelijks (en leert daarvan). Dat wij moeten leren filteren en wegen als we informatie tot ons nemen vanaf welke bron dan ook lijkt me zeer zinvol. Maar dat de bibliotheken (en ik scheer ze gemakshalve allemaal even over één kam) in de huidige vorm kunnen overleven? Ik heb er een hard hoofd in. Ik zou de conclusie van BNL-directeur Diederik van Leeuwen dan ook aanpassen in: ‘We moeten ons op de juiste manier bezighouden met al die trends, én onze content klaarzetten om op die trends in te spelen. Dan werken we -en blijven we- dicht bij onze eigen kracht.’

De toekomst zal het laten zien. En die toekomst ligt steeds meer in handen van iedereen. 

Ik groet u.
Jeroen de Boer
15-11-2013 23:24
Nadenken over wat je in 2025 wilt zijn.. Het pleidooi tijdens track 3, uit de monden van Peter Gorgels en in het bijzonder Brewster Kahle, was: gewoon doen. Het ideaal van die laatste? universal access for all mankind. Grootspraak? Wellicht. Maar hij doet er alles aan het voor elkaar te krijgen, gewoon door de handen uit de mouwen te steken en zich te omringen met mensen die hem daarbij kunnen helpen. Zijn conclusie: het is een fantastische tijd om bibliothecaris te zijn. Wat ik dan voor het gemak maar even parafraseer naar: waarom tien jaar vooruit kijken als je nú al zoveel kunt doen?

http://jeroendeboer.net/2013/11/15/brewster-kahle-het-is-een-fantastische-tijd-om-bibliothecaris-te-zijn-knvi2013/

 
Jeroen de Boer
15-11-2013 23:33
Voor de volledigheid: het moet 'Universal Acces to All Knowledge zijn'. 

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gastblog

Meer inclusie voor meer mensen? Begin met CRM! Peter van Eijk

Het evaluatieproces van de bibliotheekwet is aan de gang. Betrokken beleidsambtenaren, begeleiders en externe adviseurs denken juist nu na over de toekomst van het openbaar bibliotheekwerk. Dat is een complexe opdracht in de huidige context.   Lees verder