HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Nog steeds veel onbekend over effecten digitaal lezen

Maarten Dessing
04-07-2013
Nog steeds veel onbekend over effecten digitaal lezen
Wat zijn de gevolgen van de digitalisering op het lezen? En wat betekent dat voor de leesbevordering? Om de kennis daarover te delen, organiseerde Stichting Lezen op 28 juni in Amsterdam een expertmeeting. De nadruk lag op kinderboekenapps. Wat zijn goede? Wat niet?
Waaraan moet een goede kinderboekenapp voldoen, wil deze het lezen optimaal bevorderen? Stichting Lezen had op deze tweede kennisbijeenkomst over digitaal lezen graag richtlijnen gegeven. Dat de app een voorleesstem moet hebben, die je ook uit kunt zetten bijvoorbeeld. Dat een kind zelf het tempo moet kunnen bepalen waarmee hij door het verhaal gaat. Of dat de muziek het verhaal goed moet ondersteunen. Maar waarop zouden zulke richtlijnen dan zijn gebaseerd?

Na de eerste kennisbijeenkomst, anderhalf jaar geleden, besloot Stichting Lezen meer onderzoek naar digitaal lezen te initiëren en te stimuleren. Er was te weinig bekend over de gevolgen van digitaal lezen op het leesproces en de leeservaring om daar beleid op te kunnen stoelen. Nu bleek dat de leesbevorderaars nog niet veel zijn opgeschoten. Wetenschappelijk onderzoek kost veel tijd: onderzoeksvoorstellen opzetten, geld aanvragen, en als die aanvraag wordt afgewezen - wat in sommige gevallen is gebeurd - nieuwe oplossingen bedenken. Daarna kan onderzoek pas worden uitgevoerd.

Raamwerk
Toch kon Stichting Lezen wel iets presenteren. Boekhistoricus Adriaan van der Weel van de Universiteit Leiden heeft, in samenwerking met een Noorse collega, een theoretisch raamwerk ontworpen, waarin alle aspecten van het lezen zijn ondergebracht. Met dat model kan al het relevante onderzoek, vanuit zeer uiteenlopende disciplines, bij elkaar worden gebracht. Hij gaf als voorbeeld dat lezen is ‘belichaamd’. Je gebruikt voor lezen hetzelfde hersendeel als voor spoorzoeken. Verandert dat als je digitaal gaat lezen? Neurobiologisch onderzoek kan daar antwoord op geven.

Leeservaring
Zelf heeft Stichting Lezen onderzoek gedaan naar de gebruikerservaringen van digitale lezers. Daaruit blijkt dat de tablet het meest gebruikte apparaat is om boeken op te lezen, meer dan een e-reader, smartphone of de nauwelijks hiervoor gebruikte laptop. Niet verwonderlijk, als je beseft dat inmiddels vier miljoen Nederlanders een tablet hebben. Daarentegen beschouwen alleen gebruikers van een e-reader de leeservaring gelijkwaardig aan die van het lezen van papier. De lezers van tablets en laptops vonden de gebruikservaring minder.

De resultaten gaven echter geen helder antwoord op de vraag wat leesbevorderaars nu moeten doen, gaf onderzoeker Niels Bakker toe. De aarzelende lezers - jong, man, lager opgeleid - lezen via tablets omdat ze daar affiniteit mee hebben. Moet je dan het lezen via deze apparaten stimuleren? Of moet je de optimale leeservaring van e-readers als uitgangspunt nemen en het lezen via e-readers stimuleren? In ieder geval is meer onderzoek nodig, omdat niet bekend is waarom e-readers de beste ervaring geven. Is dat de speciale e-ink? Of bieden e-readers minder afleiding?

Leesopvoeding
Natascha Notten van de Radboud Universiteit Nijmegen werkt aan een onderzoek naar de vraag of de traditionele leesopvoeding ook het digitaal lezen bevordert. Anders gezegd: of de offline methoden ook effect hebben in een online omgeving. Uit een eerste verkennend onderzoek, op basis van de internationale PISA-enquête, blijkt dat wel degelijk het geval te zijn. Ouders die voorlezen, boeken hebben en het lezen stimuleren, dragen ook bij aan de digitale geletterdheid van hun kinderen. Hoe dat precies werkt, moet Notten nader onderzoeken.

Informatieverwerking
Naast nieuw onderzoek kan leesbevordering in het digitale tijdperk ook baat hebben bij bestaand onderzoek. Dat bleek uit de bijdrage van Adriana Bus van de Universiteit Leiden. De orthopedagoge wees erop dat multimedialiteit al bestaat sinds er prentenboeken zijn die tekst en beeld combineren. Daaruit zijn principes ontwikkeld die ontwikkelaars van kinderboekapps ook kunnen hanteren, zoals: hou rekening met de beperkte geheugencapaciteit, vermijd onsamenhangende informatie en laat informatie die via oor en oog binnenkomt elkaar versterken.
Vaak gaat dat volgens Bus nog fout in apps en voorlopers daarvan, zoals kinderboekcd-roms. Kinderen die al kunnen lezen gaan, als ze tekst tegelijk horen en zien, meelezen en missen daardoor de visualisatie van diezelfde tekst. Of apps zitten zo vol games, extraatjes en grapjes - alleen maar omdat het kán - dat het verband met de verhaallijn verloren gaat. Dat is funest voor het leerbegrip, aldus Bus: als kinderen de informatie niet kunnen integreren, heeft dat niet alleen geen positief effect, maar zelfs een negatief effect.

Aandachtspunten
Door het bestaan van dit soort onderzoeken kan Stichting Lezen toch al iets zeggen over kinderboekenapps, niet als richtlijnen, maar als aandachtspunten. De leesbevorderaars onderscheiden drie hoofdpunten waar ontwikkelaars over moeten nadenken: 1. de voorleesstem: kun je ook uitzetten? Bestaat de mogelijkheid om, als ouder, zelf een opname te maken? Is de tekst tegelijk zichtbaar? 2. de interactiviteit: Draagt die bij aan het verhaal? Wat voor feedback krijgt de lezer? 3. multimediale aspecten: verduidelijkt een filmpje het verhaal? Doet de muziek dat?

Dat ontwikkelaars inderdaad rekening houden met de aandachtspunten, bleek uit de laatste bijdrage, waarin kinderboekenschrijfster Rian Visser de apps van haar boeken liet zien: van Timo en het toverstokje tot Daar komt aap. Zij gaf bovendien mee dat ook marktpartijen invloed hebben op apps. Zo zitten uitgevers er niet op te wachten, vanwege de lage winstkansen ervan. Subsidie is nodig om apps te ontwikkelen. Tegelijk eist Apple dat apps voldoende interactief zijn, terwijl dat niet per se gunstig is voor kinderen.

Zie ook Leesmonitor, onder andere over het onderzoek naar de leesbeleving van e-books, digitale leesbevordering en het leesgedrag op het gebied van e-books.
Zie verder ook het e-magazine Leesmonitor (op ISSUU)

Tekst: Maarten Dessing



Reacties op dit artikel (1)

Magda van Tilburg
11-7-2013 02:06
Dag Maarten!

Dank voor dit prima artikel. We staan middenin een periode van bruisende ontwikkelingen, die elkaar steeds sneller opvolgen. Wat doet dat met leesonderwijs en ons leesgedrag?

Als illustrator/auteur sta ik versteld dat Apple voorschrijft hoe interactief een prentenboek-app moet zijn om toegelaten te worden. Een verhaal met al zijn lagen moet vertéld worden. Animaties kunnen kunnen bepaalde lagen leven geven. Maar zelf met een vinger het verhaal onderbreken voor spelletjes, lijkt me de focus van een verhaallijn af te halen. Spelletjes kun je erná spelen.

Dat is in ieder geval de visie achter de leesbevorderingssite die ik zelf heb opgebouwd:
http://booxalive.nl/over-boox-alive/
Begin dit jaar lanceerde ik de bèta versie. Daarom volg ik deze discussie (gevolgen van de digitalisering op het lezen) nauwgezet, om te kijken of ik kan inspelen op bepaalde behoeften.
Zo hoop ik mijn piepkleine steentje bij te dragen aan een jeugd met een rijke bagage.

Vriendelijke groetjes,
Magda van Tilburg / booxalive.nl

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Meer inclusie voor meer mensen? Begin met CRM! Peter van Eijk

Het evaluatieproces van de bibliotheekwet is aan de gang. Betrokken beleidsambtenaren, begeleiders en externe adviseurs denken juist nu na over de toekomst van het openbaar bibliotheekwerk. Dat is een complexe opdracht in de huidige context.   Lees verder