HomeRubriekenArtikel
voetnoot

LOCUStoer biedt waarschuwingen en visioenen

Elselien Dijkstra
27-06-2013
LOCUStoer biedt waarschuwingen en visioenen
Wat is de toekomst van de culturele sector van Vlaanderen? Dit was de centrale vraag van de LOCUStoer op vrijdag 14 juni in Oostende. Zo’n driehonderd cultuur- en bibliotheekmedewerkers bezochten De Grote Post, het cultuurcentrum van Oostende.
Het voormalige postkantoor De Grote Post werd creatief ingezet. Postbodes ontvingen het publiek en wezen hen de weg in het gebouw. Deelnemers konden ‘speciale zendingen’ bezoeken of inspiratie opdoen in het ‘ideeënsorteercentrum’. Eenmaal aangestoken door workshops, lezingen of de tentoonstelling van 50 experimenten (pdf), kon het publiek de hele dag nieuwe ideeën inleveren bij een van de rondlopende postbodes. De visioenen werden zorgvuldig uitgetikt op een ouderwetse typemachine om vervolgens te worden verstuurd. De drie ansichtkaarten met de beste ingezonden ideeën werden aan het eind van de dag bekendgemaakt.

Locustoer 1 Locustoer 2

Op zichzelf aangewezen burgers
Je zou je, nu er een culturele kaalslag in Nederland plaatsvindt, af kunnen vragen of Nederland nog wel een gidsland voor Vlaanderen zou moeten zijn. Of is het juist goed om op het ergste voorbereid te zijn? Bert Mulder, lector aan de Haagse Hogeschool, schetste in zijn lezing Culturele organisaties: een katalysator in een vitale samenleving in ieder geval geen glorieus beeld van de toekomst. Hij voorspelde over vijftien jaar een halvering van het aantal medewerkers in zorg, overheid en onderwijs en daarmee het verdwijnen van een groot aantal openbare voorzieningen.
Burgers zullen volgens Mulder steeds zelfredzamer moeten worden en meer moeten mantelzorgen. Om zijn verhaal kracht bij te zetten citeerde hij Paul Schnabel van het Centraal Planbureau, die gezegd schijnt te hebben dat ‘er in Nederland een tijd gaat komen dat er mensen op straat liggen te sterven’. Of in Vlaanderen dezelfde ontwikkelingen plaats zullen vinden als in Nederland, vermeldde hij er niet bij.

In een nieuwe samenleving van op zichzelf aangewezen burgers, verandert ook de rol van de culturele sector. Niet alleen zullen bibliotheken en andere culturele instellingen meer moeten samenwerken, ze zullen ook hun eigen meerwaarde moeten bewijzen om te kunnen voortbestaan. ‘Als de culturele sector er niet in slaagt om haar eigen essentie en de waarde van cultuur uit te drukken, zullen ze ook geen geld ontvangen van beleidsmakers’, aldus Mulder.

Met deze waarschuwing op zak kon het publiek zich storten op het volle programma van de LOCUStoer: keuze uit acht workshops, zestien praktijktafels en drie speciale zendingen, met aansluitend nog een lezing en de prijsuitreiking van de Vlaamse gemeenschap voor lokaal cultuurbeleid 2013.

Vennoten in coöperaties

De eerste ‘Speciale zending’ leek een oefening om te wennen aan de nieuwe samenleving die Mulder schetste: ‘Wat als de bibliotheek de coöperatieve kaart trekt?’ (Powerpoint-document) Sprekers Marc Standaert (Coopapotheken) en Peter Bosmans (Febecoop) legden uit hoe deze rechtsvorm een oplossing zou kunnen bieden om nieuwe bibliotheken in te richten wanneer de overheid te log en soms te laks is om snel te veranderen, terwijl bedrijven te veel georiënteerd zijn op winst maken. Bij een coöperatie zouden lezers vennoot kunnen worden en op die manier inspraak krijgen in de werking van de bibliotheek.
Tijdens de denkoefening bleek echter dat niet alle aanwezige bibliotheekmedewerkers stonden te trappelen voor deze optie. Want wat zou dit betekenen? Gaat de bibliotheek hiermee terug naar het tijdperk van het vrijwilligerswerk? Verliezen bibliotheken zo niet de solide structuur die ze hebben opgebouwd?
Anderzijds spoorde het idee wel aan om het perspectief van bibliotheekgebruikers in te nemen. Waar zouden zij als vennoot aan willen meebetalen? Wat zijn hun behoeften? De gedachten gingen onder andere uit naar meer flexibele openingstijden en een uitnodigende inrichting. En kunnen vennoten eigenlijk ook meebepalen hoe de collectie eruitziet? Algemeen werd aangenomen dat het idee van een coöperatie meer betrokkenheid van burgers zou opleveren, maar daarnaast werd ook gewaarschuwd de professionaliteit niet uit het oog te verliezen.

Drempels wegnemen
Na deze toekomstvisies brachten praktijktafels de bezoekers weer met beide voeten op de grond. Hier gaven bibliotheken en cultuurcentra aan zestien tafels praktijkvoorbeelden van innovatieve ideeën. Opvallend waren de twitterleesclub (#welezen) van de Bibliotheek Antwerpen en het project ‘wARM WELKOM’ van De Schakel uit Puurs. Dit laatste initiatief probeert arme mensen meer te betrekken bij cultuur. Er bestaan voor arme mensen namelijk nogal wat drempels om een bibliotheek te bezoeken: boetes en uitleenautomaten schrikken mensen af, maar vooral ideeën als ‘boeken zijn niks voor mij’ of angst voor een te korte uitleentermijn weerhouden mensen van een bezoek. Een manier om die drempels weg te nemen, is actief contact zoeken met arme mensen via bijvoorbeeld OCMW (het UWV in Nederland), wachtzalen van huisartsen, of via buurthuizen. Buurthuis De Schakel uit Puurs heeft inmiddels een bibliotheekclub die wekelijks de bibliotheek bezoekt.

Cultuur niet nivelleren

Laagdrempelig betekent niet dat de cultuur zelf ook laagdrempelig moet worden, waarschuwde Reinhilde Decleir tijdens de Speciale Zending Wat als een curator de bibliotheek onderhanden neemt? Om haar ideale bibliotheek denkbeeldig in te richten deed ze veelvuldig beroep op de ideeën van Joseph Brodsky, die bijvoorbeeld schreef: ‘We kunnen allemaal lezen, dus is iedereen in aanleg poëzielezer; daarop moet de distributie van boeken worden gebaseerd en niet op een benauwd soort vraagbegrip. Op cultureel gebied bepaalt niet de vraag het aanbod maar andersom.’
Cultuur mag je niet nivelleren, dat doet de bekende Antwerpse regisseuse van volkstheaterhuis Tutti Fratelli zelf ook niet. Met opzet kiest ze voor het opvoeren van moeilijke theaterstukken, zoals die van Shakespeare. Dat mensen geen geld hebben, betekent niet dat ze ook arm van geest hoeven te zijn. De ideale openbare bibliotheek van de kunstzinnige Decleir lijkt totaal niet op bestaande openbare bibliotheken. Volgens haar hebben die te veel de uitstraling van een kantoor. ‘Een bibliotheek moet een gebouw met klasse zijn, dat warmte uitstraalt. En er moet stilte heersen zoals in de coulissen van het theater.’ De medewerkers van Decleirs bibliotheek, die ze ‘Spiegels van de ziel’ zou noemen, zouden anders opgeleid moeten worden. De collectie zou moeten worden samengesteld door dichters en schrijvers en het bedienend personeel zou veel kundiger moeten zijn op literair gebied. ‘Ze moeten de mensen individueel en persoonlijk benaderen en kennis van zaken hebben. Geen loket of kassa en geen computers!’

Loxustoer 3 Locustoer 4

Leeshoekjes
De stille bibliotheek waar Reinhilde Decleir zo naar verlangt, lijkt langzaam te verdwijnen, als je de titel van de lezing Nooit meer stil in de bieb tenminste mag geloven. Antropologe Ruth Soenen en architect Joris van Reusel onderzochten het gedrag van bibliotheekbezoekers in de trendy bieb in Genk. Een van hun conclusies: een bibliotheek mag wel huiselijk zijn, maar zodra bepaalde groepen de ruimte gaan opeisen, verliest het gebouw haar openbare functie. Concrete tip: zorg ervoor dat er, wanneer jongeren op woensdagmiddag de bibliotheek lijken te confisqueren, overal in de bieb leeshoekjes voor kleine kinderen zijn. Geen enkele jongere wil namelijk een hele middag rondhangend tussen de peuters gezien worden.
Hoe de bibliotheek er in de toekomst ook uit zal zien, de verwachting is dat ze zal blijven proberen om mensen door te lezen met elkaar te verbinden. De prijs van de Vlaamse gemeenschap voor cultuurbeleid 2013 ging dan ook naar een project dat niets minder dan de liefde voor het boek promoot onder laaggeletterden: I Book You.

Voor enkele van de presentaties en verslagen van de sessies, zie de LOCUS-website.

Tekst: Elselien Dijkstra
Foto's: Philippe Debroe




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Chicks en Twix Maartje Spoelstra

Een groepje jongens van rond de 15 zit 's avonds op de jeugdafdeling te werken. Ze zitten er vaak en ik bedenk dat ik het gevoel heb dat ik ze een beetje ken. Bijna elke week brengen we de avond samen door.   Lees verder