HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Diederik van Leeuwen aan leden VOB: ‘U bent ook aan zet!’

Wim Keizer
17-06-2013
Diederik van Leeuwen aan leden VOB: ‘U bent ook aan zet!’
Er bestaat een kopgroep van enthousiaste bibliotheken die het voortouw neemt bij het gebruik van de door Bibliotheek.nl (BNL) ontwikkelde digitale infrastructuur. Maar daar staat tegenover dat veel bibliotheken nog slechts een ‘minimaal’ gebruik maken van wat er ontwikkeld is. Dat meldde Diederik van Leeuwen, directeur van BNL, op 13 juni tijdens de algemene ledenvergadering van de VOB, bij het agendapunt ‘Voortgang digitale infrastructuur’.
Lastig speelveld
Van Leeuwen liet opnieuw zien, net als bij de bijeenkomst van 27 november 2012, dat BNL in een zeer lastig speelveld moet opereren. Maar hij meende ook dat meer van de bibliotheken zelf verwacht mag worden: ‘U bent ook aan zet! Dat is de portee van mijn verhaal.’
Op 27 november had hij al laten zien dat BNL met vijf complexe vraaglijnen te maken heeft: de klant/eigenaren OCW en SIOB, de klant/gebruikers VOB en individuele bibliotheken, de leden en niet-leden van de bibliotheek, de technologische marktontwikkelingen en de ontwikkelingen op gebied van e-content. En daar komt dan nu, door de nieuwe wetgeving, ook de Koninklijke Bibliotheek (KB) bij: ‘Een extra vraaglijn die om afstemming vraagt’. Van Leeuwen voegde daar wat berustend aan toe: ‘We hadden al vijf vraaglijnen, daar kan dan ook nog wel een zesde bij.’
Toch wilde hij niet alles ophangen aan de complexiteit van de omgeving. Als beeld van het door hem geschetste ‘minimale’ gebruik, meldde hij dat nog niet één bibliotheek de uitvallijst voor de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) compleet heeft afgerond, dat minder dan twintig bibliotheken correct en periodiek data leveren voor het Datawarehouse (DWH) en dat de server soms uit gaat na sluitingstijd. En van de 500 in Public Library Online (PLO) beschikbare e-books worden er slechts 6000 per week gelezen of bekeken. ‘Er is onvoldoende promotie, terwijl de animo onder de lezers er wel is’, vond Van Leeuwen. Het gebruik van door BNL geleverde widgets is heel wisselend. Bibliotheek Eemland heeft de meeste geplaatst (242), maar er is ook een bibliotheek met maar één widget. Een gemiddelde WaaS-site kent 120 widgets (50 bibliotheken hebben een WaaS-site). 10% van alle bibliotheken heeft echter minder dan 10 widgets in gebruik.

Planning 2013/2014
Wat de planning voor 2013 en 2014 betreft, vertelde hij dat na de eerste fase van 2012 (eerste versie NBC, eerste 50 WaaS-sites en eerste versie DWH) de tweede fase zal bestaan uit de oplevering van de NBC+ (te beginnen in de OBA), de aansluiting op de WaaS van alle bibliotheken die dat willen, een portal van Bibliotheek.nl (voor wie afscheid wil nemen van z’n eigen site), het e-bookplatforn gekoppeld aan de NBC+ en een DWH 2.0 (ook voor financiële cijfers, HRM en marketing). Maar het tempo zal in grote mate bepaald worden door de omgeving. Net als in november, gaf hij aan dat er duidelijkheid moet komen in de opdracht van wat er gebouwd moet worden. De wetgeving en de integratie in de KB zullen de nodige impact hebben. Ook moeten de bibliotheken voldoen aan de randvoorwaarden voor gebruik van het e-bookplatform (zoals BNL toestemming geven voor het verwerken van lidmaatschapsgegevens).
Van Leeuwen ging ook weer in op het feit dat de beheerskosten van de infrastructuur toenemen en dat dit bij gelijkblijvend OCW-budget betekent minder ruimte voor ontwikkeling en innovatie. Met als gevolg dat er minder maatwerk geleverd zal kunnen worden.

Stimuleren gebruik
Om het gebruik van de infrastructuur verder te stimuleren, houdt BNL in het najaar roadshows, ook gericht op medewerkers. Het mailbestand van de e-nieuwsbrief wordt uitgebouwd (BNL heeft alle bibliotheken verzocht zo veel mogelijk mailadressen van medewerkers door te geven). In september of oktober komt er weer een klantendag. En ook de klankbordgroepen zullen gaan functioneren. Van Leeuwen deed een dringend beroep op alle aanwezigen: ‘Stimuleer het gebruik, pas het toe en geef feedback’. En: schrijf je meteen in op IAM (Identity en Access Management), benodigd voor de uitlening van e-books.

Zie ook de presentatie van Diederik van Leeuwen (Powerpoint-document).

E-bookplus-pakket
Belangrijk onderwerp tijdens de ledenvergadering was, zoals al gemeld in het verslag met de hoofdzaken, het e-bookplus-pakket. De VOB-leden stemden in met het voorstel een dergelijk pakket aan bibliotheekleden aan te bieden. In feite is het e-bookpluspakket een verfijning van de e-bookregeling (PDF), zoals die gepresenteerd was in de ledenvergadering van juni 2012. Daarin was onderscheid gemaakt tussen drie categorieën e-books: head (jonger dan een jaar', shoulder (een tot en met drie jaar) en long tail (ouder dan drie jaar). Voor head-titels eisen uitgevers een commercieel tarief en voor shoulder-titels € 20 per jaar. Voor long-tail-titels is een kwestie van samenwerking bij digitalisering (veel van de long tail is nog niet gedigitaliseerd).
Het startpunt voor het uitlenen van e-books ligt bij de shoulder-titels. Daarvoor zal aan gebruikers boven het gewone abonnementsgeld voor de uitleenfunctie van de fysieke bibliotheek € 20 extra worden gevraagd. Gebruikers mogen voor dat bedrag 18 e-books per jaar lenen (d.w.z. 1 keer in de drie weken). Vooralsnog gaat het om streaming (d.w.z. online voor smart phone, tablet of pc/laptop).
De voorzitter van de VOB-inkoopcommissie, Hans van Velzen (OBA), zei te verwachten dat er op basis van deze regeling e-books met shouldertitels voor uitlening beschikbaar zullen komen.
De leden stemden in met vier beslispunten:
  1. de voorwaarden, zoals gemeld in het voorstel, waarmee de Inkoopcommissie aan BNL opdracht kan verlenen de inkoop van e-booklicenties uit te voeren;
  2. de voorwaarden, zoals ook in het voorstel gemeld, waarmee de Inkoopcommissie aan BNL opdracht kan verlenen voor de VOB-leden de uitlening van e-books uit te voeren, inclusief de daarvoor benodigde technische en financiële afhandeling;
  3. de tariefstelling van € 20 voor een bibliotheeklid dat het e-bookplus-pakket wenst af te nemen;
  4. het toekennen van de netto-opbrengst van de verkoop van dit pakket aan die bibliotheken waarvan leden een e-bookplus-pakket hebben afgenomen.
Een belangrijke voorwaarde voor deelname is dat elke bibliotheek die mee wil doen BNL toestemming verleent om de lidmaatschapsgegevens te verwerken.

Waarom shoulder-titels als startpunt? Het voorstel meldde daarover: omdat
- dit een segment is waar relatief veel aanbod is (de afgelopen jaren zijn van bijna alle titels ook e-books geproduceerd);
- binnen deze categorie minder discussie plaatsvindt met uitgevers over het verdienmodel, aangezien de eerste periode met de grootste omzet al geweest is;
- de verwachting is dat door te starten met shoulder-titels de kans op weerstand vanuit de markt (zoals de boekhandel) gering is;
- hier in de samenwerking met de uitgevers de meeste synergie zit.

Maria Heijne, directeur van het SIOB, wees erop dat het heel belangrijk is dat de branche duidelijk aantoont waarom zij e-books wil aanbieden in het publieke domein. ‘De openbare bibliotheek is er voor open toegang. Nu zet je iets achter een sleutel: er moet voor betaald worden. Maar ik zou dan zeggen: bied het gratis online aan in de bibliotheek zelf. Dat gebeurt ook in universiteitsbibliotheken, daar is toegang "on site".'

De VOB-commissie Marketing had van tevoren naar het voorstel gekeken, het advies zat erbij. De commissie vindt het voorstel bij lange na niet ideaal, maar adviseerde toch te starten omdat nu beginnen belangrijker is dan het streven naar een optimaal aanbod.
De commissie kan het billijken dat zowel inschrijven voor als incasso van het e-bookplus-pakket centraal plaatsvindt. ’Voorkomen moet echter worden dat naast het lokale lidmaatschap er een aparte, centraal geregelde e-dienstverlening ontstaat die los staat van de lokale bibliotheek. Zij adviseert om BNL de opdracht te geven het voor 1 januari 2015 technisch geregeld te hebben dat zowel inschrijving als prolongatie van het e-bookplus-pakket door de lokale bibliotheek geregeld kan worden. De commissie adviseert om volstrekt duidelijk te maken dat BNL de vergoedingen incasseert namens de bibliotheek en deze vergoedingen vervolgens weer afdraagt aan de bibliotheek.’

Omslaggelden en wet
Zoals gemeld in het korte verslag, stemden de leden ook in met het voorstel het bedrag voor de omslaggelden in 2014 te brengen op € 0,35 per inwoner. De Inkoopcommissie adviseerde de bibliotheken op basis van een TNO-rapport dat ten grondslag lag aan eerdere berekeningen voor 2015 rekening te houden met € 0,45 per inwoner. Maar, als de plannen doorgaan, zal de inkoop van e-content ingaand 2015 bekostigd worden uit gelden die de KB van OCW ontvangt en die beschikbaar komen door een uitname uit het gemeentefonds.
Uit de zaal werd meegegeven als VOB opnieuw tegen deze uitname te pleiten. Maar VOB-voorzitter Kars Veling riep op daar nu, gezien de tijd die al met de vergadering gemoeid was, geen discussie over aan te gaan.
Veling toonde zich optimistisch over de resultaten van alle commentaar op het voorstel-Stelselwet. Maar Hans van Velzen (OBA) wilde toch wel graag weten wanneer wij het als branche een goede wet kunnen vinden.

A&O-fonds
De VOB-leden gingen op het gebied van arbeidsverhoudingen akkoord met de oprichting van een Arbeidsmarkt & ontwikkelingsfonds (A&O-fonds). Met zo’n fonds, waar subsidies van het Europees Sociaal Fonds (ESF) voor beschikbaar zijn, kunnen activiteiten worden aangejaagd die nodig zijn om de veranderingen op de arbeidsmarkt te kunnen aanpakken. Het voorstel noemde de ontwikkelingen in de bibliotheekbranche (digitalisering, bezuinigingen) en op de arbeidsmarkt (verhoging AOW-leeftijd, vergrijzing babyboomgeneratie, de ontgroening van de arbeidspopulatie). ‘Over enkele jaren is een grote uitstroom van de babyboomgeneratie te verwachten, waar ook de bibliotheekbranche mee te maken krijgt. De generatie die nu gaat uitstromen heeft mede vorm gegeven aan de bibliotheek zoals we die nu kennen. Voordat de uitstroom begint, wordt van deze groep echter ook nog een belangrijke bijdrage verwacht aan de bibliotheek van de toekomst. De problematiek waar de branche mee te maken krijgt is hoe we de uitstroom gaan opvangen en hoe we een aantrekkelijke werkgever blijven voor nieuwe generaties’, aldus het voorstel.

De CAO-partijen zien de volgende bouwstenen voor de meerwaarde van een A&O-fonds in de branche:
  • langer doorwerken: gezond en gemotiveerd tot aan het pensioen. Hiervoor is onderzoek nodig naar de effecten op de fysieke en mentale belasting in de branche;
  • stimuleren van mobiliteit: geef om de paar jaar een loopbaanadvies cadeau;
  • stimuleren van kennisuitwisseling in de branche;
  • de branche in ontwikkeling: hier horen activiteiten bij die ondernemerschap en proactief gedrag bij de medewerkers stimuleren;
  • zorgen voor behoud van voldoende instroom in de branche: hiervoor is nodig dat de arbeidsmarkt in beeld wordt gebracht ten behoeve van sturing op in-, door- en uitstroom.
Branchestrategie
In een notitie over de branchestrategie (uitwerking ‘De bibliotheek levert waarde’) had het VOB-bestuur gemeld dat de projecten Nationale Bibliotheekpas - met als trekker de stichting Samenwerkende PSO’s (SPN) – en de Nationale Bibliotheek Catalogus plus (NBC+) – met als trekker het SIOB – op schema liggen. Voor het programma ‘De bibliotheek onderneemt’ (trekker VOB) is een concreet programmaplan opgesteld. Voor de B-reader wordt nog gezocht naar een ‘overall trekker’.
De VOB voert verder met de SPN verkennende gesprekken over gezamenlijk marktonderzoek en de ontwikkeling of inkoop van HRM-instrumenten.
In workshops werd ’s middags aandacht besteed aan de strategieprojecten.

Certificering
Niet ter besluitvorming, maar nog slechts ter informatie, was het onderwerp ‘Certificering: kwaliteitskader en nieuwe aanpak per 2014’ op de agenda.
Omdat dit punt was verschoven naar het middaggedeelte van de vergadering, kon ik daar niet bij zijn.
Eimer Wieldraaijer tekende er over op: 'Wij vinden het tijd voor verandering. Wij stellen het verhaal van de bibliotheek centraal. Wat is onze visie op de toekomst en waar werken we naartoe? Tot op heden was de certificering voornamelijk een toetsing van documenten, maar de kaders zijn veranderd en dat vergt een andere manier van certificeren,' aldus Willem van Moort (BplusC), voorzitter van de werkgroep die in opdracht van de Stichting Certificering Openbare Bibliotheken, met behulp van extern deskundige Peter Noordhoek, in de notitie Verder met een verhaal aan de ledenvergadering voorstelde per 2014 de aanpak in bovengenoemde zin te wijzigen.
Duidelijk werd al snel dat een flink aantal VOB-leden het plan van de werkgroep het liefst zo snel mogelijk in de prullenbak ziet verdwijnen. Hans van Velzen voorop: 'Ik heb ernstige twijfels bij dit voorstel. We doen de huidige manier van certificeren nog niet zo lang, dus waarom nu al veranderen? Als branche kijken we gezamenlijk naar onze toekomst. Moet dat straks op 200 plaatsen apart in Nederland gebeuren? De winst van de oude certificering is juist het handhaven van kwaliteitseisen, ook richting nieuwkomers op de markt.' Onder anderen Henriëtte de Kok (Midden-Brabant), Lotte Sluyser (Zuid-Kennemerland), Frans Bergfeld (Waterland), én niet te vergeten Arend Middelveld (secretaris/penningmeester Stichting Certificering Openbare Bibliotheken), sloten zich bij Van Velzens harde oordeel aan. Reden voor VOB-voorzitter Kars Veling om de vergadering toe te zeggen dat de exercitie om te komen tot een nieuw kwaliteitskader, aanpak en financiering van de certificering, nog eens grondig tegen het licht wordt gehouden. Veling: 'Mijn conclusie: wat nu op tafel ligt, is niet evenwichtig. Ik beschouw het niet als verloren arbeid, maar er zijn wel ernstige kanttekeningen door de vergadering bij geplaatst, dus het laatste woord is hier zeker nog niet over gesproken.'

Tekst: Wim Keizer



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Generatie Z in the library Anne-Katelijne Rotteveel

Jongeren en de bibliotheek. De bibliotheek wil wel, maar de jongeren net wat minder. Tenminste zo lijkt het. Eerst die vervelende millennials (geboren tussen 1980 en 2000) en nu generatie Z (geboren tussen 1995 en 2010). Uit onderzoek naar deze doelgroep blijkt dat ze heel visueel zijn ingesteld, 24/7 op... Lees verder