HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Boekenbal 2011: feest der herkenning

Eimer Wieldraaijer
16-03-2011
Boekenbal 2011: feest der herkenning
'Kitty Mulisch is hier, dat vind ik wel erg mooi,' zegt Jan Mulder over de aanwezigheid van de weduwe van de schrijver die jarenlang gold als ongekroonde koning van het Boekenbal. Een Boekenbal zonder Harry Mulisch, kan dat eigenlijk wel? 'Ik weet het niet. Ach, eigenlijk stelt dat hele Boekenbal niet zoveel voor,' verzucht Gerrit Komrij met de lijzige tongval die hem kenmerkt.
'De CPNB nodigt een stel journalisten uit en daarna de elite van de Nederlandse schrijvers en die schrijvers gooien ze vervolgens voor de journalisten. Dat gaat de hele avond maar door, zoals de Romeinen de christenen voor de leeuwen gooiden. Voor het eerst van mijn leven voel ik sympathie voor de christenen'. Aldus de dichter in antwood op een vraag van oud-minister Ronald Plasterk, die in opdracht van het radioprogramma Met het oog op morgen eenmalig als verslaggever optreedt. Plasterk na afloop van zijn gesprek met Komrij: Dat interviewen is nog lastiger dan ik dacht. Journalistiek blijkt echt een vak.'

Mythologische kraai
 Het Boekenbal, dat traditioneel de Boekenweek opent, is dan al lang en breed op stoom gekomen. Nadat 'tout' bekend Nederland en een stevige delegatie namens de bibliotheeksector op dinsdagavond 15 maart via de rode loper de Stadsschouwburg in Amsterdam heeft betreden, opent Maarten Asscher, boekhandelaar en bestuurslid CPNB, even na negenen het programma. De aanwezigen in de grote zaal houdt hij het volgende stichtelijke woord voor: 'Het boek verandert in de veranderlijke tijden waarin wij leven zichtbaar mee. Van luisterboeken tot e-books, van grote-letteredities tot dwarsliggers, er dient zich van alles aan. Het aloude gebonden boek, de paperback en de pocket zijn nog altijd veruit in de meerderheid, maar het huis van het boek krijgt er voortdurend kleinere en grotere kamers bij. Maar boven dat huis vliegt de mythologische kraai die alle verhalen uit al die boeken met elkaar verbindt. Die kraai wordt schitterend tot literair leven gewekt in het gelijknamige Boekenweekgeschenk dat vanaf morgen bij aankoop van tenminste 12,50 euro aan boeken in alle boekhandels gratis te verkrijgen valt.'

Nieuwe Grote Drie
Aansluitend wacht cabaretier Jörgen Raymann de zware taak om de zaal niet al te zeer te laten smachten naar de borrel en de feestelijkheden op de dansvloer: 'U zult wel denken, wat doet die neger hier? Ja, ik weet het ook niet. Het Boekenbal is zo'n beetje de laatste linkse hobby, dus daar zal het wel mee te maken hebben. Hoe dan ook: ik sta hier vandaag met twee aanleidingen. Vandaag vindt voor de zestigste keer het Boekenbal plaats en voor de eerste keer gebeurt dat zonder de Grote Drie. Ik had geen idee wie die Grote Drie waren. Ik ken Albert Helman, Bea Vianen en Cynthia McLeod, dat waren voor mij in Suriname de drie grote schrijvers, maar ik heb begrepen dat hier Willems, Frederiks en Hermans worden bedoeld. Wat u zegt: zonder Harry Mulisch zal het Boekenbal nooit meer hetzelfde zijn, dus dames, wacht na afloop van deze presentatie daar bij de deur op mij en wie weet, wordt het toch nog een gezellige avond.

Maar voor het zover is, wil ik eerst enkele citaten over het Boekenbal aan u voorleggen. "Het ergste wat je kunt doen, is optreden op een Boekenbal. Het publiek is bijzonder kritisch en verwend". Dit zei Adriaan van Dis. Iemand anders liet zich ontvallen: "Ik ga nooit meer naar het Boekenbal. Een van de meest overgewaardeerde pretentieuze feestjes die er zijn. Aapjes kijken, dat is het." Die woorden zijn van Ronald Giphart. Hij is er vandaag weer, dus u kunt hem op zijn oordeel aanspreken. Nog een: "Wij nemen de joints mee van huis, want op het Boekenbal is niks te krijgen". Inderdaad, wie anders dan Simon Vinkenoog. Vandaag kunt u trouwens voor die joints bij mij terecht. Een laatste citaat: "Mijn echte vrienden bleven weg. Dat betekende dat ik alleen mijn doodsvijanden tegen het lijf liep. Dan dacht ik: God, ik heb mijn beledigingen niet klaar. Dus op naar de wc om na te denken en ja hoor, daar viel me iets in, maar dan moest je zo'n man in het gewoel weer opzoeken om hem die verwensing toe te kunnen voegen". Deze quote is van een uitgever, Theo Sontrop. Kent u hem? Ik niet.

We hadden het al over de Grote Drie. Maar wie zijn de nieuwe Grote Drie? Ik dacht zelf aan Kluun. De film is in ieder geval fantastisch. Misschien dat ook Groenberg een kans maakt. Verder zou ik het niet weten. Ik lees namelijk niet. Toch wil ik u dit citaat van Harry Mulisch niet onthouden: "Het voorprogramma" - Harry bedoelt daarmee datgene waarnaar u nu zit te luisteren - "is meestal knudde. Dat zit je uit. Dan loop je een beetje over de trap en door de gangen. Het belangrijkste is dat je een kringetje vindt van een man of vijf à zes, met wie je je plezierig voelt. Men hen ga je ergens zitten en daarna beweeg je je niet meer". Nu begrijp ik waarom ze mij gevraagd hebben. Voordat het feest dadelijk echt begint wil ik nog één gedicht van een Surinaamse dichter aan u voorlezen. Ja, ik zie u denken: nu zijn we de lul. Zijn er trouwens Surinamers in de zaal? Daarboven? Sommige dingen veranderen nooit. Wat hoor ik? Er is ook een Marokkaan in de zaal? Let op je spullen, jongens! Terzake. Het gedicht dat ik voordraag heet Wan bon, één boom, en is geschreven door R. Dobru. Dit gedicht gaat over de eenheid van een volk, de nachtmerrie van Geert Wilders. Een eenheid die we in Nederland nog niet vaak genoeg vinden. Ik hoop dat u geïnspireerd raakt door dit gedicht en dat de volgende Boekenweek in het teken zal staan van eenheid. Maar laten we eerst deze Boekenweek officieel openen. En wie kan dat beter doen dan de auteur van het Boekenweekgeschenk, Kader Abdolah!'

Als een koning in Nederland
De auteur later, in de wandelgangen van de Stadsschouwburg, vergezeld door vrouw en beide dochters: 'Ik voel mij vereerd dat ik tegelijkertijd met twee boeken mag komen, het Boekenweekgeschenk De kraai en mijn nieuwe roman De koning. Of ik daarmee niet te veel hooi op mijn vork neem? Weet u, mijn kameraden zitten in Iran al jaren in de gevangenis. Ik woon hier in Nederland als een koning. Ik mag nooit klagen. Boeken schrijven is een feest. Schrijven is mijn opdracht. Als ik zie en hoor wat er nu in de Arabische wereld plaatsvindt, trillen mijn handen van geluk. Ik voel mij gelukkig tussen de miljoenen mensen in Egypte en Tunesië en hoop dat ook het volk van Libië zich zal bevrijden. Met mijn pen probeer ik vanuit Nederland een bijdrage aan dit proces te leveren. Daarbij vergeleken zijn de problemen in Nederland luxeproblemen. Dat geldt ook voor de bezuinigingen in de culturele sector. Misschien dat er bibliotheken verdwijnen, maar wij hebben Facebook, iPad, internet. De jongeren in dit land zijn op de hoogte van wat er om hen heen gebeurt en nemen digitaal kennis van de ontwikkelingen. Alles komt goed, ik geloof in deze generatie. Daarmee zeg ik niet dat de bibliotheek haar langste tijd gehad heeft. De bibliotheek krijgt een nieuw gezicht, nieuwe vormen. Ik hoop van harte dat de bibliotheek zich weet aan te passen aan de digitale tijd. Hoe ze dat moet doen? Ze moet kijken naar Egypte, naar Tunesië. Kijk hoe de jonge generatie daar de stof van het verleden heeft afgeschud en haar land een nieuw gezicht weet te geven. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat de bibliotheek ook lukt.'

Tekst: Eimer Wieldraaijer
Beeldmateriaal: Eimer Wieldraaijer





Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gastblog

Durf te dromen Loeka van der Kooij

Durf te dromen. Dat is het landelijke thema van de Week van de Alfabetisering die in september 2019 zal plaatsvinden. En gedroomd; dat hebben we. In Bibliotheek Bollenstreek werden in oktober 2018 de eerste plannen rondom deze week al gesmeed. Een Bibliotheek Bollenstreek Boekenbal. De alliteratie alleen... Lees verder