HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Auteurs, uitgevers, ontwerpers en Stichting Leenrecht roepen op tot modernisering leenrechtstelsel
Bart Janssen
07-06-2019
De Auteursbond, Groep Algemene Uitgevers (GAU), Stichting Leenrecht en de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers (BNO) roepen minister Van Engelshoven van OCW op om het leenrechtstelsel te moderniseren en op korte termijn middelen ter beschikking te stellen. De vier organisaties sorteren hiermee voor op de evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob), eind dit jaar, waarin ook de leenrechtvergoeding aan de orde zal komen. 
De Auteursbond, GAU, BNO en Stichting Leenrecht hebben op 28 mei een brief (pdf) aan verantwoordelijk minister Ingrid van Engelshoven van OCW gestuurd waarin zij stellen de inspanningen vanuit de overheid ter bevordering van het lezen en leesplezier toe te juichen, maar aangeven nu op een punt gekomen te zijn ‘dat we het ons niet langer kunnen veroorloven dat alle aandacht en middelen in de strijd tegen ontlezen naar het stimuleren van taal en lezen gaan, terwijl de negatieve effecten hiervan op de inkomsten van schrijvers, illustratoren en uitgevers onbesproken blijven’. Reden om de noodklok te luiden, zo menen de organisaties.
 
De vier organisaties wijzen hierbij met name naar het huidige leenrechtstelsel en pleiten bij de minister voor aanpassing daarvan. ‘De voorlopige cijfers van de leenrechtvergoedingen voor 2019 geven namelijk opnieuw een flinke daling te zien, waarmee de trend vanaf 2010 wordt voor[t]gezet. Die trend kan zonder uw interventie niet worden gekeerd. Ongewijzigd beleid zal binnen afzienbare termijn het einde van het leenrechtstelsel betekenen. Wij doen daarom een dringend beroep op u als bewindspersoon, verantwoordelijk voor het stelsel, om voor het leenrecht op korte termijn tijdelijk middelen beschikbaar te stellen en stappen te zetten om het stelsel structureel te moderniseren,’ zo schrijven de organisaties in de brief.

De vier organisaties wijzen op de daling uit de opbrengsten uit leenrechtvergoedingen, Zij spreken van een daling van 75 procent in de afgelopen 25 jaar, van 23 miljoen euro voor 158 miljoen uitleningen in 1995 naar 8 miljoen euro voor 59 miljoen uitleningen in 2018. Dat er sprake was van een daling werd ook al geconstateerd in het rapport over de afdracht van leenrechtgelden dat op 17 juni 2017 door toenmalig minister Bussemaker van OCW naar de Tweede Kamer is gestuurd. In het Ecorys-rapport, getiteld Onderzoek naar de ontwikkeling van de afdracht van leenrechtvergoedingen (2006-2015) (pdf) wordt gesteld dat in de periode 2006-2015 het aantal uitleningen is gedaald van ongeveer 125 miljoen naar ongeveer 80 miljoen en dat in dezelfde periode de afdrachten van leengelden gedaald zijn van circa 15 miljoen euro naar circa 11 miljoen euro. Volgens het rapport zou over de periode 2005-2016 een aantal van circa 10 miljoen minder uitleningen zijn toe te schrijven aan het ontstaan van de Bibliotheek op school. De vier organisaties wijzen er in hun brief dus op dat het aantal uitleningen na 2015 verder gedaald is naar 59 miljoen en de leengelden naar 8 miljoen euro. ‘De belangrijkste oorzaak is dat er veel minder uitleningen worden geregistreerd en een verschuiving plaatsvindt van activiteiten naar schoolbibliotheken, die onder de onderwijsvrijstelling vallen. De afgelopen jaren hebben onderzoeksrapporten tot veel discussie over de oorzaken van deze teruggang geleid. Maar niet tot een oplossing,’ aldus Stichting Leenrecht op haar website. In de brief spreken de organisaties van een ‘diffuus’ beeld ‘omdat uitleningen verschuiven van bibliotheken naar schoolbibliotheken, mede door de succesvolle uitrol van het programma de Bibliotheek op School’. De impact hiervan is door het ontbreken van eenduidige cijfers lastig te meten. ‘Die onduidelijkheid blijft en wordt gevoed door verschillende cijfers van verschillende instanties en instituten die via verschillende methoden worden verzameld. De effecten voor leenrecht van deze verschuiving naar schoolbibliotheken kunnen niet langer worden gebagatelliseerd. De toekomst van het lezen en het uitlenen van boeken ligt voor kinderen zeker ook op scholen en voor alle leeftijden bij de digitale bibliotheek,’ aldus de organisaties.

Minister Van Engelshoven ging in haar op 22 december 2017 gepresenteerde Midterm review Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) ook in op de in het Ecorys-rapport geconstateerde problematiek rond de leenrechtvergoedingen. Zij stelde een aantal oplossingen voor, onder andere een voorkeursmodel van dBos, waarbij de boeken eigendom zijn van de lokale openbare bibliotheek en aan leerlingen kunnen worden uitgeleend via de school en waarbij de bibliotheek verantwoordelijk is voor een systeem voor de registratie van de uitleningen via de school, zodat voor de uitleningen
leenrechtvergoeding kan worden afgedragen. Verder stelt ze voor het landelijke datawarehouse van de KB in te zetten voor een meer eenduidige registratie van vergoedingsplichtige uitleningen en heeft ze het over ondersteuning van jeugdauteurs via een uitbreiding van de collectie jeugd in de digitale openbare bibliotheek, meer aandacht voor jeugdliteratuur in de activiteiten van het Letterenfonds en de Schrijverscentrale en verbeteringen bij het model voor e-lending ten gunste van de auteurs.

De organisaties stellen in de brief dat er anderhalf jaar na de Midterm review nog steeds weinig zicht is op verbetering. Het datawarehouse is nog niet operationeel en zal dat ook in 2020 nog niet zijn en bovendien laat het Datawarehouse uitleningen op scholen voorlopig buiten beschouwing. Verder is het voorstel voor een nieuw registratiesysteem van uitleningen via de school, onder verantwoordelijkheid van de lokale openbare bibliotheek, nog door niemand opgepakt, aldus de organisaties en over het pleidooi van de minister voor uitbreiding van de jeugdcollectie in de digitale openbare bibliotheek schrijven zij: ‘De praktijk wijst uit dat kinderen liever papieren boeken lezen, uitgevers (niet alleen in Nederland maar ook internationaal) geven daarom minder prioriteit aan de publicatie van e-books voor deze doelgroep.’

Stichting Leenrecht stelt daarom dat er ‘nieuw commitment’ nodig is voor een toekomstbestendig leenrechtstelsel, dat een nieuwe basis vormt en recht doet aan de oorspronkelijke doelstelling: een billijke vergoeding voor schrijvers en andere rechthebbenden voor het uitlenen van auteursrechtelijk beschermd werk. Stichting Leenrecht meldt aan de VOB te hebben voorgesteld als eerste stap de tarieven voor 2019 met 10% te verhogen om de billijke vergoeding weer enigszins op niveau te brengen. Op 11 maart van dit jaar trok Stichting Leenrecht ook al aan de bel in een bericht met als titel ‘Solide basis voor leenrecht verdwijnt’. ‘We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling, het aantal uitleningen via scholen steeg volgens het rapport van 1,5 miljoen in 2014 naar 4 miljoen in 2015. Het snel oplopende verschil tussen de cijfers van CBS en Stichting Leenrecht bevestigen deze ontwikkeling. Voor bijsturing op de huidige situatie is een goed inzicht in alle uitleningen nodig,’ aldus Stichting Leenrecht in dit bericht.

Eind dit jaar vindt de evaluatie van de Wsob plaats. In de Midterm review gaf de minister reeds aan dan terug te zullen komen op de ontwikkelingen rondom de leenrechtvergoeding.

Tekst: Bart Janssen


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

De potentiële kracht van het landelijke merk Bibliotheek wordt niet voldoende benut
Eens
Oneens
In een interview in Bibliotheekblad nr 7 2019 stelt Cyril Crutz, directeur-bestuurder van BiblioPlus, dat de potentiële power...
Lees meer en geef uw mening