HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Rijnbrink ontwikkelt trendcurve voor openbare bibliotheken
Bart Janssen
19-11-2018
Rijnbrink heeft vorige week Trendcurve 2018 uitgebracht, waarin 28 trends worden beschreven die voor openbare bibliotheken (en ‘aanpalende instellingen’) van belang kunnen zijn bij het opstellen van (toekomstig) beleid. 
Rijnbrink ontwikkelt trendcurve voor openbare bibliotheken
De inspiratie voor de Trendcurve 2018 gaat terug op de ‘Trendcurve: een overzicht van 21 trends voor de gemeenteraadsverkiezingen 2018 in Overijssel’(pdf) van het Trendbureau Overijssel. Mark Deckers, samen met Duco van Minnen auteur van het nu verschenen rapport, volledig getiteld Trendcurve 2018: 28 trends voor Bibliotheken en aanpalende culturele en maatschappelijke instellingen voor de komende beleidsperiode (pdf), schreef er op 8 januari 2018 een post over op zijn blog.

Deckers en Van Minnen gebruiken hetzelfde model, waarbij uitgegaan wordt van vier fases: ‘ontstaan’, ‘reactie’, ‘overwinning’ en ‘wasdom’, die zich gerelateerd aan innovatiebeleid laten vertalen in verschillende acties: onderzoek, experimenten, pilots, implementatie en doorontwikkeling. Werksessies met talloze collega’s leverden een groslijst op van bijna 200 trends die van (mogelijk toekomstig) belang voor de bibliotheek worden geacht, waarvan er 28 als meest relevante werden geselecteerd en op de trendcurve werden gepositioneerd, al naar gelang de ontwikkelingsfase. Zo bevindt ‘artificial intelligence’ zich helemaal aan het begin van de lijn, nog in de ontstaansfase, en vinden we ‘3rd place’ aan het eind van de curve, in de fase ‘wasdom’. 
 
Trendcurve
 

Relatie met Innovatieagenda

Elk van de 28 trends wordt in het rapport kort besproken, waarbij onder andere wordt ingegaan op versnellende of vertragende factoren en op de relevantie voor beleid.
De 28 trends worden vervolgens gekoppeld aan de in 2016 vastgestelde gezamenlijke innovatieagenda en dan met name aan de daarin vastgelegde vier beleidslijnen:
1. Jeugd en onderwijs
2. Participatie en zelfredzaamheid
3. Persoonlijke ontwikkeling
4. Veranderen en verbreding van de klassieke bibliotheek.

Bij elk van deze vier beleidslijnen passen volgens Deckers en Van Minnen steeds enkele trends, waarbij ze kort beschrijven hoe die trends zich tot de beleidslijnen verhouden en hoe bibliotheken hier tot dusver op in hebben gespeeld of in de toekomst nog op in kunnen spelen, waarna ze per beleidslijn enkele conclusies trekken.

Jeugd & onderwijs
Zo krijgen bibliotheken in het kader van de beleidslijn ‘Jeugd & onderwijs’ bijvoorbeeld te maken met trends als artificial intelligence, nieuwe curriculum, vermenging woord en beeld, 21st century skills, makerbeweging, roep om deskundigheid, maatschappelijke opbrengst, aandacht laaggeletterdheid, leefbaarheid krimpgebieden, digitalisering van diensten en 3rd place. Deckers en Van Minnen concluderen dat bibliotheken op het beleidsterrein ‘Jeugd & onderwijs’ het verst gevorderd zijn. ‘Op veel onderdelen past de innovatieagenda nog goed bij de onderwerpen die door de trendcurve worden aangereikt. Verdere uitrol van producten als Boekstart en Bibliotheek op school kunnen blijvend ondersteund worden en naderen zelfs soms het eind van de implementatiefase. Aandachtspunt is de verdere verdieping naar het onderwijs. Er is een breder veld mogelijk rondom het nieuw curriculum en de inrichting van het onderwijs van de toekomst. Op onderwerpen als 21st century skills en digitalisering kunnen Bibliotheken een prima rol spelen. Scholen kunnen in kleine kernen en prima partner zijn in het behoud van voorzieningen in een krimpregio. Scholen en Bibliotheekvestigingen lijken hier zeer natuurlijke partners. Bij de inrichting van Bibliotheken dient nadrukkelijk rekening te worden gehouden met scholieren uit het voortgezet onderwijs die de Bibliotheken als 3rd place gaan gebruiken,’ aldus de conclusies in het rapport.

Participatie & zelfredzaamheid
De beleidslijn ‘Participatie & zelfredzaamheid’ springt er op dit moment waarschijnlijk het meest uit omdat zich hier de transformatie van de bibliotheek van ‘uitleenfabriek’ naar maatschappelijke bibliotheek het scherpst aftekent. Het gaat dan om enkele trends die op de curve al bijna het eindstadium bereikt hebben, zoals ‘aandacht laaggeletterdheid’ en ‘aandacht digitale kloof’((digi)taalhuizen), ‘Bibliotheken moeten doorgaan met de verdere uitrol en doorontwikkeling van taalhuizen. We verschuiven van een periode van bewustwording naar een periode van actie. Overheden zullen hier blijvend middelen voor beschikbaar gaan stellen,’ aldus Deckers en Van  Minnen. Maar er zijn ook nog enkele gebieden waar de bibliotheek met haar innovatiebeleid enigszins achterloopt op de trend, zoals ‘tweedeling in de samenleving’. Deckers en Van Minnen schrijven hierover: ‘De aanpak verbreedt zich van laaggeletterdheid naar digitale vaardigheden en van daaruit naar aanpalende thema’s als geld, gezondheid en gezin. Uiteindelijk komen we uit bij een aanpak die inzet om een verdere tweedeling in de samenleving te voorkomen.’

Persoonlijke ontwikkeling
De beleidslijn ‘Persoonlijke ontwikkeling’ loopt wat achter bij de voorgaande twee, maar ‘de bibliotheek als publieke ruimte voor persoonlijke ontwikkeling wordt herontdekt,’ aldus Deckers en Van Minnen. Trends die van belang zijn voor deze beleidslijn zijn onder andere: leven lang leren, digitale vaardigheden, robotisering, 21st century skills en het ondersteunen van een makerbeweging, die veelal nog niet de fase van wasdom hebben bereikt. ‘Er is nog pionierswerk nodig om wellicht later tot een generiek aanbod te kunnen komen. Experimenten en pilots of groeiende programma’s liggen dan ook voor de hand,’ zo wordt in het rapport vastgesteld. ‘In tegenstelling tot de landelijke programma’s Bibliotheek op school en Bibliotheek en basisvaardigheden is hier nog geen landelijk programma. De Koninklijke Bibliotheek kan hier samen met de SPN in investeren om op basis van best practices hiertoe te komen. Op lokaal niveau lijkt een strategie van een groeiend programma een logische keus waarbij veel te leren valt van Bibliotheken en andere organisaties om u heen. Wie in het veld van een Leven Lang Leren komt, doet er goed aan zich te verbinden aan werkgevers en overheden die hierop inzetten. Bibliotheken kunnen zich op dit punt profileren op de economische agenda van gemeenten en andere overheden.’

Klassieke bibliotheek
Ook ten aanzien van de ‘klassieke bibliotheek’ (beleidslijn 4) is sprake van een herwaardering en transformatie. Trends die hier spelen zijn bijvoorbeeld ‘thuisbezorging’, ‘digitalisering van diensten’ en ‘leefbaarheid krimpgebieden’. Deckers en Van Minnen schrijven hierover: ‘Burgers raken gewend aan een fijnmaziger distributienetwerk dan dat de bibliotheek thans kent. De verwachting van burgers gaat hierbij achterlopen op de werkelijkheid. Investeren in nieuwe vormen van fijnmazige distributie of het uitbreiden van het huidige aanbod ligt voor de hand. De combinatie tussen fysieke vestigingen en digitalisering is slechts zeer beperkt gemaakt. Hier zou echt steviger op geïnvesteerd moeten worden. Samenwerken lijkt voor alle soorten vestigingen een speerpunt in het beleid. Voor kleine vestigingen in het kader van behoud van voorzieningen en bij grote vestigingen vaak een clustering op cultuurgebied. Herpositionering in het maatschappelijke, culturele en educatieve veld is nodig waar het gaat om de nieuwe rol. Van welk “metier” is men nu in de bibliotheek? Er is nauwelijks een echt ver toekomstbeeld van de fysieke vestiging waar nieuwe technologieën als artificial intelligence en robotisering in verwerkt zijn. Deze verkenning zijn nodig om volgende stappen op termijn mogelijk te maken.’

Organisatie en financiering
Deckers en Van Minnen gaan in een laatste paragraaf ook nog kort in op de consequenties voor de organisatie en de financiering. Zij stellen vast dat bibliotheken in de afgelopen jaren een substantieel deel van hun formatie – in sommige gevallen ruim 25% - hebben verplaatst naar bijvoorbeeld ondersteuning van het onderwijs. Veel bibliotheken kennen thans een verdeling waarbij 50% van het personeel wordt ingezet in programma’s en waar de andere helft de bibliotheekvestiging ‘runt’. De financiële marges zijn smaller geworden, structurele subsidies zijn verlaagd en meer en meer wordt gewerkt met projectsubsidies. Zij wijzen verder op de vergrijzing van de sector, het feit dat er nauwelijks nieuwe mensen instroomden en de groeiende inzet van vrijwilligers. Met het oog op de voorziene grote uitstroom van pensioengerechtigde medewerkers is de verwachting dat er in de komende jaren ook weer nieuwe instroom kan plaatsvinden, waarbij er geworven kan worden op nieuwe competenties die nodig zijn voor de nieuwe rollen van de bibliotheek. Verder stellen zij concluderend: ‘Samenwerking is een middel om bij gelijkblijvende budgetten toch nieuwe doelen te kunnen bereiken. Tegelijkertijd kunnen organisatie- en personeelsrisico’s in een samenwerking worden gedeeld. Gezien de uitstroom en werving van nieuw personeel is een visie op flexibilisering van arbeid interessant. Biedt dit kansen of juist niet?'

Aan de Trendcurve is ook nog een praktische component toegevoegd in de vorm van een scorelijst met een overzicht van de behandelde trends, waarop bibliotheekorganisaties kunnen aangeven hoe goed zij zelf denken in te spelen op de 28 trends, als ‘hulpmiddel om een verbinding te maken tussen uw huidige handelen en de trends.’

Rijnbrink spreekt van een eerste Trendcurve, die in de komende jaren waarschijnlijk een vervolg krijgt - van tijd tot tijd zal worden aangevuld en vernieuwd -, als de methode wordt gewaardeerd.

Het rapport is te vinden op de website van Rijnbrink. Mark Deckers publiceerde op zijn eigen weblog ook een bericht over de Trendcurve.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Niets dodelijkers dan een landelijke huisstijl
Eens
Oneens
In nummer 9 van Bibliotheekblad stelt Sjaak Driessen, als directeur per 1 december afscheid nemend van de Bibliotheek Wageningen,...
Lees meer en geef uw mening