HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Bibliotheekinzicht volgt Bibliotheekmonitor op
Martin de Jong
03-09-2018
De opvolger van de Bibliotheekmonitor biedt geactualiseerde (basis)gegevens van de bibliotheken, bevat cijfers over onder meer leesbevordering en verschaft informatie over de bedrijfsmatige kant van het bibliotheekwerk.
‘Het liefst willen we dat het gezien wordt als iets voor en van het hele veld, waar we als sector slimmer van worden’, zegt Marjolein Oomes van de KB, over de website Bibliotheekinzicht, die een aantal maanden gelanceerd werd. Een toelichting van Marjolein en haar collega Marianne Hermans.

De website Bibliotheekinzicht van de Koninklijke Bibliotheek, de opvolger van de door het SIOB ontwikkelde Bibliotheekmonitor, is opgedeeld in drie hoofdthema’s. Een is er gewijd aan de kern- en basisgegevens van de bibliotheek, met basisstatistieken die sinds jaar en dag verzameld worden over collectie, leden, uitleningen en aantallen vestigingen. Het tweede hoofdthema gaat over de maatschappelijke functie van de bibliotheek, met aspecten als leesbevordering, mediawijsheid, basisvaardigheden en de rol van de bibliotheek voor laaggeletterden en kwetsbare groepen: wat speelt er in de maatschappij en wat doen bibliotheken op dat gebied. Het derde hoofdthema betreft de bedrijfsmatige kant van de bibliotheek: competenties van medewerkers, de scholing, de huisvesting en vraagstukken rondom de collectie.

Vanwaar de overgang van Bibliotheekmonitor naar Bibliotheekinzicht?
Marjolein: ‘De Bibliotheekmonitor was een van de grotere projecten voor de kennisdeling en werd structureel in stand gehouden, maar bij de overgang van het SIOB naar de KB is dat stil komen te liggen. De site was niet meer up-to-date en het was de wens om hem te vernieuwen en anders in te richten. Dat is een heel grote klus geweest, ook qua resources. Er moest content geüpdatet worden en geschreven, en techniek ingericht. Daar zijn we de afgelopen maanden heel druk mee bezig geweest. De relevante inhoud van de Bibliotheekmonitor werd meegenomen naar Bibliotheekinzicht. Het is een volledig nieuwe website geworden, met een opzet die voldoet aan de eisen van deze tijd en die geheel geactualiseerd is. Hij is uiteraard nooit klaar: de website wordt continu geüpdatet en aangevuld met nieuwe artikelen en cijfers. En als er iets speelt over een bepaald onderwerp, of er een publicatie over verschijnt, zullen we via social media naar de site verwijzen.’
Was het nodig de naam Bibliotheekmonitor te veranderen in Bibliotheekinzicht?
Marianne: ‘Wij vonden van wel!’
Marjolein: ‘En wel om twee redenen. Enerzijds om aan te geven dat we vernieuwen, een andere koers varen. Daarnaast merkten we in de afgelopen jaren dat iedereen een eigen interpretatie heeft van de term monitor. In feite gaat het om het structureel verzamelen van gegevens en het (laten) uitvoeren van onderzoek. Er zijn al verschillende monitors: de Monitor Bibliotheek op school, de Monitor BoekStart. Bibliotheekinzicht is de plek waar je gegevens ontsluit en samenbrengt. Niet waar je monitort maar waar je de resultaten uit monitors presenteert. Vandaar dat we dachten: het moet een andere naam krijgen.’

Onderzoeksgegevens komen van verschillende kanten.
Marjolein: ‘We laten veel onderzoek uitvoeren, maar we voeren ook zelf onderzoek uit. We werken samen met Stichting Lezen en Stichting Lezen en Schrijven. Lezen en Schrijven doet vooral onderzoek naar geletterdheid en programma’s daarover, met Stichting Lezen werken we samen om leesgedrag en leesmotivatie in Nederland te meten. Veel onderzoeken doen we dus samen, daarnaast refereren we naar onderzoeken die door hen zijn uitgevoerd. Om ons heen wordt er heel veel onderzoek uitgevoerd, maar er ontbrak een integraal beeld van hoe het met onze sector staat. Voor BoekStart voeren wij elk jaar een onderzoek uit: wat is de rol van de bibliotheek op dit vlak? Stichting Lezen doet evaluatieonderzoek. Allemaal losse rapporten, en je wilt één duidelijk stuk hebben, waarin staat: dit is het programma, zo gaat het ermee, zo heeft het zich in de tijd ontwikkeld. Waarbij je refereert naar al die losse stukken, en misschien ook aangeeft: dit zijn de bredere maatschappelijke ontwikkelingen waar het bij aansluit. Dat integrale perspectief is de meerwaarde van de website.’

Wat maatschappelijke ontwikkelingen betreft: laatst werd er bericht dat de leeslust van jongeren verder is afgenomen.
Marjolein: ‘Dat is een goed voorbeeld. Wij hebben als KB dat onderzoek – dat is uitgevoerd door het SCP – mede gefinancierd. Er komen heel interessante bevindingen uit, over ontlezing, hoe het daarmee staat, hoe het zit het met kopen en lenen. Dat moet verwerkt worden op onze website, en als de pers meer wil weten over dat onderwerp, zijn wij daar één van de kanalen voor.’
In de meer dan tien jaar dat het bestaat is BoekStart een succes gebleken. Wil dat zeggen dat de peuters die het lezen letterlijk en figuurlijk met de paplepel ingegeven krijgen straks voor lagere ontlezingscijfers zullen zorgen?
Marjolein ‘Dat is wel ons doel als bibliotheeksector. Daar doen we veel onderzoek naar of we laten er onderzoek naar doen. Een paar jaar geleden hebben we een promotieonderzoek mede ondersteund en gefinancierd, samen met Stichting Lezen, vanuit Kunst van Lezen, naar de effecten van BoekStart. Heeft het inderdaad positieve effecten op de woordenschat van kleine baby’s al, zijn ouders meer met boeken bezig en bezoeken ze de bibliotheek vaker? Daarnaast is er de Bibliotheek op school, dus als je kind van de opvang afgaat, geen baby meer is, komt het daar ook weer met de bibliotheek in aanraking. Het is een doorlopende leerlijn, leeslijn, waar je het over hebt. Op Bibliotheekinzicht willen we laten zien wat we weten, over die ontwikkeling en de effecten. Hoe het is geprofessionaliseerd, in de afgelopen jaren.’
Marianne: ‘Als het gaat over de gevolgen van BoekStart voor het lezen, denk ik dat er ook factoren in het spel zijn waar je geen invloed op hebt. Maar je weet ook niet wat er gebeurd zou zijn zonder BoekStart. Misschien was dan de daling in het lezen nog sterker geweest. Ik vind dat je op Bibliotheekinzicht niet alleen de succesverhalen moet laten zien, je wilt laten zien wat er feitelijk gebeurt, met nuancering erbij. De hele maatschappij is in tien jaar tijd zo gigantisch veranderd. Neem het mediagebruik: hele jonge kinderen zitten gekluisterd aan hun iPad en aan allerlei schermpjes. Nog steeds is het nodig met BoekStart et cetera het lezen te bevorderen, maar je hebt inmiddels met zoveel andere factoren te maken.’
Marjolein: ‘Van al dat soort inzichten zeggen wij: die zijn handig en belangrijk voor bibliotheken om te weten. Want ze vormen onderbouwing voor hun dienstverlening. Bibliotheken willen weten: hoe staat het met die leesontwikkeling? Is het belangrijk dat er nog veel gelezen wordt? Wat voor invloed heeft de beeldcultuur erop, wat weten we daarover? Zonder daar een oordeel over te vellen, proberen wij die inzichten bij elkaar te krijgen en in kaart te brengen en te duiden. De staat van het stelsel proberen we te schetsen op die website, zodat bibliotheken daar ondersteuning en onderbouwing van hun eigen beleid en activiteiten in vinden.’

Op wie richten jullie je vooral?
Marianne: ‘Een belangrijk doelgroep zijn de beleidsmakers en bibliotheekprofessionals die bezig zijn met een inhoudelijk thema, die op zoek zijn naar de stand van zaken over een bepaald onderwerp mee staat. Daarbij streven we naar een objectieve weergave van de feiten. Het moet natuurlijk wel lekker lezen, maar daarbij voldoen aan een kwaliteitseis.’

Is de website af?
Marjolein: ‘Nee. We hebben het project opgedeeld in twee fasen. We lanceren Bibliotheekinzicht nu in de vorm van artikelen waarin we statistische informatie in historische en maatschappelijke context plaatsen. In de tweede fase, in het najaar, zullen we een databank aan de website toevoegen. We zijn als KB, als publieke organisatie, een voorstander van open data. We communiceren duidelijk dat we alle onderzoeksgegevens die we onder bibliotheken verzamelen in principe als open data willen ontsluiten. Er zal een data analyse tool aan de website worden toegevoegd waar bibliotheken ook zelf grafieken kunnen uitdraaien, zodat ze hun eigen bibliotheek met een andere kunnen vergelijken. Maar niet alleen bibliotheken kunnen dat doen, ook gemeenten of ministeries. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we input krijgen vanuit het veld, en ook van daarbuiten. Het liefst willen we dat Bibliotheekinzicht gezien wordt als iets voor en van het hele veld, waar we als sector slimmer van worden.’


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Peiling

Bibliothecarissen moeten zich activistischer opstellen
Eens
Oneens
In nummer 4 van Bibliotheekblad wordt in het gesprek met de Beste Bibliothecarissen de vraag opgeworpen of bibliothecarissen zich...
Lees meer en geef uw mening