HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
SCP: sterke daling lezers onder tieners en jongvolwassenen; actie nodig
Bart Janssen
22-01-2018
Uit het op 18 januari verschenen rapport Lees:Tijd Lezen in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt onder meer dat lezen in de vrije tijd het afgelopen decennium verder teruggelopen is. In 2006 las 90% van de Nederlanders minstens 10 minuten aaneengesloten per week, in 2016 was dit 72%. In het rapport wordt onder andere geconcludeerd dat het aantal tieners en jongvolwassenen dat leest, enorm is teruggelopen. Ook het percentage lezers onder laagopgeleiden daalde de afgelopen jaren sterker dan onder hoogopgeleiden. 
SCP: sterke daling lezers onder tieners en jongvolwassenen; actie nodig
Het rapport Lees:Tijd Lezen in Nederland beschrijft de stand van het lezen in Nederland: Hoeveel, wat, hoe en wanneer Nederlanders lezen. Ook belicht het de ontwikkelingen in het lezen in de afgelopen 10 jaar en de verschillen tussen bevolkingsgroepen. De studie is gebaseerd op een analyse van jarenlange dagboekgegevens van 11.000 Nederlanders.
Het onderzoek is namens het SCP uitgevoerd door Annemarie Wennekers Frank Huysmans en Jos de Haan.

Daling lezers, vooral onder jeugd
De onderzoekers stellen dat de geconstateerde daling van de leestijd sinds 2006 vooral het gevolg is van de daling van het aandeel lezers; de gemiddelde leestijd per lezer blijft zo goed als gelijk (rond de 5 uur in de week). Onder lezen wordt daarbij niet alleen verstaan het lezen van papier, maar ook digitaal lezen (nieuwssites/-apps en andere online informatie) e.d.).

In 2006 las 90% van de Nederlanders minstens 10 minuten in de week; in 2016 was dit 72%. Het aandeel lezers daalde zeer sterk tussen 2006 en 2011 (van 90% naar 79%). Tussen 2011 en 2016 zette deze daling door, maar in mindere mate: van 79% naar 72%. De afname in het aandeel lezers tussen 2006 en 2011 is zichtbaar over de hele linie van de traditionele tekstmedia (boeken, kranten, tijdschrien, enz.), maar raakt vooral de tijdschriften en de kranten. In tien jaar tijd daalde het aandeel Nederlanders dat in een week tijdschriften leest van 50% in 2006 naar 16% in 2016. Het aandeel lezers van kranten daalde van 66% in 2006 naar 40% in 2016. Het aandeel lezers van boeken lijkt sinds 2011 te stabiliseren. Tussen 2006 en 2011 daalde het aandeel Nederlanders dat in een week boeken leest weliswaar van 44% naar 26%, maar in de afgelopen vijf jaar ze‡e deze daling niet door. In 2016 las 29% van de Nederlanders in een week boeken in de vrije tijd.

Over de hele periode 2006-2016 valt op dat met name beneden de 35 jaar het aandeel lezers sterk terugliep. Onder deze leeftijdsgroep leest nu minder dan de helft wekelijks een aaneengesloten tijdspanne van minstens tien minuten. Onder jongvolwassenen (20-34-jarigen) was de daling het sterkst, van 87% naar 49%, gevolgd door de tieners (13-19-jarigen): van 65% naar 40% .Van de 65-plussers las in het afgelopen decennium steevast meer dan 90% in een week, terwijl het percentage lezers onder de andere leeftijdsgroepen licht daalde.
 
Tabel 1

 
De onderzoekers constateren verder dat de sociale verschillen in het lezen de laatste jaren groter zijn geworden. Het percentage lezers onder laagopgeleiden daalde sterker dan onder hoogopgeleiden. Met name vanaf 2011 tekenen zich zich duidelijke verschillen af: hoe hoger het opleidingsniveau, des te hoger het aandeel lezers. Het opleidingsverschil is relatief groot bij het lezen van boeken en van hedendaagse tekstmedia (nieuwssites/-apps en andere online informatie); dit doen met name hoogopgeleiden.

De onderzoekers omschrijven, kijkend naar de sociale verschillen gerelateerd aan het leesgedrag, het ‘typische boekenpubliek’ als: ‘oudere mensen, vrouwen en hoogopgeleiden’. Bij tijdschriften en kranten zijn het de middelbaar opgeleiden die wat betreft het aandeel lezers achterblijven bij de andere opleidingsniveaus. Met betrekking tot digitaal lezen kan geconstateerd worden dat hoe hoger het opleidingsniveau is, des te hoger het aandeel lezers is van teletekst, nieuwssites/-apps, en specifieke informatie via internet.
 
Tabel 3 SCP
Figuur toont de tijd besteed aan verschillende tekstmedia gemiddeld over lezers en niet-lezers samen. De daling in tijd die Nederlanders aan verschillende tekstmedia besteden blijkt voor een groot deel terug te voeren op een dalend bereik, dat wil zeggen minder lezers, en niet zozeer een daling van de tijd die lezers besteden aan het lezen van boeken, kranten, tijdschriften, enzovoort (Zie onderstaande tabel).

Tabel 4 SCP


Digitaal lezen
De onderzoekers hebben ook gekeken naar de verhouding tussen van papier lezen en van het scherm lezen. Het scherm is geen vervanging van, maar een aanvulling op papier. De leestijd van papier is wat teruggelopen van 36 minuten in 2013 naar 31 minuten.in 2016, binnen het totaal van 50 minuten dat door lezers gemiddeld per dag wordt gelezen. Papier domineert nog het meest bij het lezen van tijdschriften, gevolgd door kranten en boeken. Het schermlezen omvat voor het grootste deel nog de media zonder papieren pendant (teletekst, nieuwssites/-apps, informatie via internet). De meest gebruikte apparaten bij het schermlezen zijn achtereenvolgens de computer (pc en laptop), tablet en smartphone.

Van de 50 minuten die lezers gemiddeld op een dag in 2015 lezen wordt 16 minuten besteed aan het lezen van kranten, gevolgd door boeken (12 minuten). Tijdschriften volgen op grote afstand (5 minuten). De resterende tijd gaat naar lezen van informatie via internet (7 minuten) en de nieuwssites/-apps (6 minuten). Verder nog: huis-aan-huisbladen (1 minuut), overige (2 minuten) en teletekst (1 minuut). Het aandeel lezers van e-books is sinds 2014 nauwelijks meer toegenomen.

De totale groep lezers is verdeeld over een deel dat alleen van papier leest (30%), een groot deel dat het lezen van papier combineert met het lezen van een scherm (49%) en een deel dat alleen van schermen leest (21%). De verschillen op dit aspect zijn het grootst als gekeken wordt naar leeftijd. Van de lezers van 65 jaar en ouder leest een groot deel (55%) alleen van papier, tegenover 16% van de jongvolwassen lezers (20-34 jaar). Onder de jongvolwassenen en de tieners vindt men de meeste lezers die voor het grootste deel van het scherm lezen, respectievelijk 40% en 36%. De 35-64-jarige lezers combineren relatief vaak het lezen van papier met het lezen van schermen. Hoe hoger het opleidingsniveau is, hoe minder er alleen van papier wordt gelezen en hoe meer het lezen van papier gecombineerd wordt met schermlezen. Verder spelen nog andere factoren een rol, zoals de mate van affiniteit met technologie en digitale vaardigheden. 

Schermlezen wordt het meest omarmd door jongere leeftijdsgroepen en middelbaar en hoogopgeleiden. Vrouwen, ouderen en laagopgeleiden houden het meeste vast aan papierlezen.

Tijdsdruk en lezen
Het SCP stelt vast dat de fervente lezers vaak over meer vrije tijd beschikken. Degenen die meer tijd aan werken en leren besteden behoren vaker tot de groep die niet leest in de vrije tijd. Tijdsdruk verklaart niet de verschillen in het lezen tussen jongeren en ouderen en laag- en hoogopgeleiden. Als jongeren eenmaal lezen doen zij in tijdsbesteding nauwelijks onder voor de oudere lezers. Mannen behoren vaker tot de niet-lezers dan vrouwen, wat mede wordt verklaard door verschillen in tijdsdruk. Als mannen lezen besteden ze er echter wel meer tijd aan dan vrouwen.
Als er al sprake is van een concurrentieverhouding tussen lezen en andere media, dan betreft het de digitale gadgets, die het populairst zijn onder jongeren en jongvolwassenen.

Actie nodig
De onderzoekers gaan in een slotbeschouwing in op de mogelijke consequenties van de door hen geconstateerde ontwikkelingen voor de leescultuur en zij kijken naar de toekomst van het lezen (en eventuele ‘ontlezing’).
De onderzoekers wijzen op enkele onderzoeken die licht werpen op de positieve gevolgen van lezen. ‘Zo presteren jongeren die meer lezen beter op school, hebben lezers betere kansen op de arbeidsmarkt en versterkt het lezen van literaire ctie empathische vermogens die bijdragen aan beter sociaal contact. Met de opkomst van het internet is een grote hoeveelheid informatie beschikbaar gekomen waarin burgers hun weg moeten zien te vinden. Het belang groeit van de vaardigheid om teksten te doorzoeken, de inhoud te begrijpen en te verwerken, digitaal te communiceren met de overheid, en relevante teksten te selecteren (en bijvoorbeeld fake news te herkennen). Informatievaardigheden en de daaraan voorafgaande leesvaardigheid zijn dan ook onontbeerlijk in een kennis- of informatiesamenleving als de onze,’ zo stellen zij.

Het rapport sluit af met de constatering dat de doorzettende dalende trend in het aandeel lezers, met name onder de jongere helft van de bevolking, in combinatie met de vele onderzoeken die de positieve bijdrage van lezen en leesvaardigheid hebben aangetoond, aan dient te zetten tot actie. Een intensivering van het leesbevorderingsbeleid in de volle breedte ligt volgens de onderzoekers in de rede.
‘Het is niet nodig om de toekomst af te wachten om te starten met discussies over het stimuleren van de leescultuur. Hier ligt een opgave voor de samenleving als geheel.Dat houdt in dat overheid, wetenschap, marktpartijen en de burgers zelf zich voldoende rekenschap geven van de huidige situatie, waarvan het leesgedrag van Nederlanders in dit rapport gedetailleerd is beschreven, met inbegrip van de nieuwe, born-digital tekstmedia. De vraag dient te worden opgeworpen of naast het al rijke en diverse beleidsinstrumentarium er naar nieuwe wegen gezocht moet worden om het lezen van tekstuele media en de daarmee gepaard gaande positieve opbrengsten te stimuleren. Gezien de tot zorg stemmende ontwikkelingen zijn alle partijen aan zet om middels het beantwoorden van die vraag een bijdrage te leveren aan wat velen koesteren: een levendige leescultuur in Nederland.’

Oproep Stichting Lezen
In reactie op de SCP-cijfers doet Stichting Lezen een oproep om het leesbevorderingsbeleid voor tieners en jongvolwassenen in samenwerking met het onderwijs te intensiveren en verwijst daarbij ook naar andere recente onderzoeken waaruit onder meer blijkt dat kinderen minder vaak gaan lezen als ze de overstap maken van het basis- naar het voortgezet onderwijs. Ook bleek uit recent PIRLS- en PISA-onderzoek dat zowel basis- als middelbare scholieren lezen minder leuk vinden dan leeftijdsgenoten uit andere landen.

‘Leesbevordering kan deze negatieve spiraal helpen tegengaan. Educatieve programma's die aandacht besteden aan een goede boekencollectie op school en aandacht voor voorlezen en vrij lezen in de klas, blijken effectieve middelen om het leesplezier en de leesvaardigheid te vergroten. Vooral de leesvaardigheid van middelbare scholieren gaat dankzij dergelijke interventies vooruit, zo blijkt uit een meta-analyse van 88 wetenschappelijke onderzoeken,’ aldus Stichting Lezen, die de overheid oproept om de komende jaren nog gerichter in te zetten op leesbevordering onder tieners en jongvolwassenen, door continuering en intensivering van het programma Tel mee met Taal.

Het rapport Lees:Tijd Lezen in Nederland (pdf) is tot stand gekomen op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en uitgevoerd met steun van de Stichting Lezen, de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), KVB Boekwerk en de KB.

De gegevens waarop het rapport gebaseerd is, zijn afkomstig van de laatste drie metingen (2006, 2011, 2016) van het langlopende Tijdsbestedingsonderzoek (TBO) van het SCP en het CBS en van de twee metingen (2013 en 2015) van het Media:Tijd-onderzoek van het SCP en onderzoeksorganisaties op het gebied van mediabereik (SKO, NOM, NLO en BRO).

Voor het volledige rapport, zie de website van het Sociaal Cultureel Planbureau. Er is ook een persbericht beschikbaar, alsmede een bijlage met de gebruikte databestanden.

Vlaanderen
Ook in Vlaanderen leven overigens zorgen over het lezen door jongeren. Daar bleek uit het eind vorig jaar gepubliceerde PIRLS-onderzoek dat Vlaamse leerlingen binnen Europa ondermaats presteren op het gebied van begrijpend lezen. Binnen West-Europa is Vlaanderen de grootste daler in vergelijking tot tien jaar geleden. Waar het gaat om leesplezier scoren de Vlaamse leerlingen ook slecht: slechts 24 procent van hen leest graag, bijna een derde heeft een ‘eerder negatieve houding’ tegenover lezen. Reden waarom - in combinatie met het teruglopen van de tijd die binnen het onderwijs wordt besteed aan lezen - de leesvaardigheid drastisch is teruggelopen. De resultaten van het onderzoek waren voor linguïst Erik Moonen, verbonden aan de Universiteit Hasselt, aanleiding om op 18 januari in Knack in een opiniestuk met de alarmerende titel ‘Als we zo voortdoen, is binnen vijf jaar een kwart van de jongeren niet meer in staat de krant te lezen’ de noodklok te luiden.
 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening