HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Gezamenlijke (innovatie)agenda: blijf binnen expertisedomein
Wim Keizer
25-04-2016
‘Bij deze prioriteit moet overigens wel worden bewaakt dat bibliotheken binnen het eigen expertisedomein blijven: informatie, voorlichting, educatie en verwijzing. Daarentegen behoren zorg en hulpverlening tot het domein van zorgprofessionals en niet tot het domein van de openbare bibliotheken.’
Zinnetje in het concept van de Gezamenlijke (innovatie)agenda netwerk openbare bibliotheekvoorzieningen; richtinggevend kader voor permanente en gezamenlijke innovatie.  De oproep tot domeinbewaking staat bij het tweede van de vier genoemde prioriteiten, namelijk ‘Participatie & Zelfredzaamheid’ . De andere drie zijn ‘Jeugd & Onderwijs’, ‘Persoonlijke ontwikkeling’ en ‘Verandering & verbreding klassieke bibliotheek’.
Het stuk (pdf), gemaakt door de Kwink Groep, staat gepubliceerd op de site van de Koninklijke Bibliotheek (KB). Iedereen kon er tot 22 april op reageren. In een aantal regionale bijeenkomsten, waarvan de laatste op 17 februari in Utrecht werd gehouden, was al input gevraagd voor deze strategische agenda. De KB meldt dat er na de open consultatie een validatiebijeenkomst plaatsvindt met vertegenwoordigers van betrokken partijen. Tot slot wordt de agenda aangeboden aan het bestuurlijk overleg (OCW, IPO, VNG, VOB en KB) voor vaststelling.

Raakvlakken POI’en en KB
Aanleiding tot het maken van de agenda is volgens de inleiding het feit dat er sterke raakvlakken bestaan tussen de gezamenlijke wettelijke taak van de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) en de coördinerende taak van de KB. In het bestuurlijk overleg van OCW, IPO, VNG, VOB en KB was de wens ontstaan om te komen tot een gezamenlijke (innovatie)agenda. Die wens werd nog versterkt door de constateringen dat er afstemming en een heldere taakverdeling nodig zijn om te voorkomen dat op verschillende plekken aan dezelfde innovatie wordt gewerkt en dat de bibliotheekbudgetten in veel gemeenten en provincies onder druk staan.

Innovatiekracht versterken
Hoofddoel van de agenda is het versterken van de innovatiekracht van de bibliotheeksector, om op die manier duurzame maatschappelijke waarden te kunnen bieden. Om dat hoofddoel te kunnen realiseren, wil de agenda inzetten op drie dingen: 1. aanbrengen van focus door innovatiekracht te bundelen op een overzichtelijk aantal breed gedragen prioriteiten, 2. het op gang brengen van een permanent proces van innovatie op deze prioriteiten en 3. het geven van helderheid over de concrete rolverdeling tussen de betrokken partijen, passend binnen de kaders van de Stelselwet. De agenda vormt een uitvoeringskader voor de Stelselwet in de periode 2016-2018.

Bij de vier genoemde prioriteiten wordt, de decentralisatie indachtig, meteen opgemerkt dat niet alle individuele deelnemers verplicht zijn op al deze prioriteiten te innoveren.

Vier prioriteiten
Bij prioriteit 1, Jeugd & onderwijs, staat dat het gaat om het stimuleren van lezen, het bevorderen van leesplezier, taalontwikkeling en mediawijsheid van kinderen en jongeren en het voorkomen van taalachterstanden en laaggeletterdheid. Aangehaakt wordt bij het Actieprogramma Tel mee met Taal en de Ambitie-agenda van de Leescoalitie.

Prioriteit 2, Participatie & zelfredzaamheid, gaat over het leveren van een bijdrage aan het vergroten van de zelfredzaamheid en de participatie van burgers die niet over voldoende vaardigheden beschikken om goed mee te kunnen komen. Hier wordt gesproken over het ontwikkelen van ‘basisvaardigheden’, in samenwerking met andere organisaties. Bij deze prioriteit staat de in de aanhef genoemde waarschuwing.

Prioriteit 3 is ‘Persoonlijke ontwikkeling’. De bibliotheek wil iedereen in staat stellen zich als individu te ontplooien en een leven lang te leren.

De vierde prioriteit, die in een cirkelvormig plaatje in het midden van de andere drie wordt neergezet, betreft het effectiever en efficiënter organiseren van de uitleenfunctie, met nieuwe (bedrijfs)modellen en een nieuw aanbod. ‘Via die weg kunnen middelen worden vrijgespeeld om de maatschappelijk-educatieve functie van de bibliotheek verder uit te bouwen en geld te kunnen inzetten op de nieuwe klantbehoeften’, zegt de agenda. Er staat wel bij: ‘Het netwerk van bibliotheekvoorzieningen is een autoriteit op het gebied van informatie: fysieke en digitale bronnen. Het uitlenen van boeken en andere materialen, of ze nu fysiek of digitaal zijn, is en blijft een belangrijke taak van de bibliotheken. Dat neemt niet weg dat de bibliotheek veel meer is dan een ruimte die wordt opengesteld om een collectie uit te lenen. De bibliotheek heeft een brede functie. Dat wordt bevestigd in de beschrijving van de vijf kernfuncties in de Wsob en in de toenemende behoefte aan de maatschappelijk-educatieve rol die bibliotheken kunnen spelen in het lokale speelveld.’

Analyses nodig
De agenda vindt dat innovaties op de vier genoemde terreinen moeten beginnen vanuit analyses van de gebruikersbehoeften en van de mate waarin de bibliotheek op grond van haar unieke positie toegevoegde waarde kan bieden. Vervolgens worden voorbeelden genoemd van die unieke positie (uitgebreid netwerk, grote naamsbekendheid, onafhankelijke, niet-commerciële uitstraling) en zegt de agenda: ‘De uitkomst van de analyse kan dus ook zijn dat de bibliotheken bepaalde innovaties beter kunnen overlaten aan andere organisaties die daarvoor beter gepositioneerd of geëquipeerd zijn (en dat de bibliotheek bijvoorbeeld hiernaar doorverwijst).’

Financiering
Over de financiering van innovatie merkt het stuk op dat succesvol innoveren niet alleen een kwestie van geld is, maar ook van mensen ruimte gunnen om te innoveren en te experimenteren. Landelijke middelen kunnen worden ingezet voor coördinatie (door de KB) en voor de innovatie van de landelijke digitale bibliotheek. ‘Door de wettelijke taak van gezamenlijke POI’en op het gebied van innovatie vervult de provincie een belangrijke rol als het gaat om financiering van innovatie.’

Uitvoeringsprogramma’s
Tot slot wordt opgemerkt dat het een kaderstellend stuk is. ‘De POI’en (en SPN) worden gevraagd om in afstemming met de netwerken van lokale bibliotheken én in afstemming met de provinciale overheden die middelen voor innovatie beschikbaar stellen te komen tot de invulling van een provinciaal uitvoeringsprogramma (op basis van vigerende landelijke en provinciale netwerkprogramma’s en andere voorstellen hiervoor).’ Parallel daaraan moet afstemming over de provinciegrenzen heen plaatsvinden en wordt er met ondersteuning van de KB een landelijk programma ontwikkeld.

Tekst: Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

De potentiële kracht van het landelijke merk Bibliotheek wordt niet voldoende benut
Eens
Oneens
In een interview in Bibliotheekblad nr 7 2019 stelt Cyril Crutz, directeur-bestuurder van BiblioPlus, dat de potentiële power...
Lees meer en geef uw mening