HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Cor Wijn ‘De VOB moet zich opnieuw zien te verhouden tot de KB’
Eimer Wieldraaijer
30-09-2015
Op 3 augustus trad Cor Wijn in dienst van de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) als opvolger van Ap de Vries. Wijn zal tot medio 2016 als interim-directeur aan de VOB verbonden blijven. In een uitgebreid interview geeft hij zijn visie op de VOB, de branche als geheel en de rol van de bibliotheek.
Cor Wijn  ‘De VOB moet zich opnieuw zien te verhouden tot de KB’
Op je LinkedIn-profiel staat dat je als interim-manager een duidelijke visie hebt op het functioneren van een organisatie. Sinds 3 augustus ben je in die hoedanigheid actief bij de Vereniging Openbare Bibliotheken. Brand los, zou ik zeggen.
(Lachend) ‘Mooie binnenkomer is dat… Laat ik allereerst aangeven met welke opdracht ik het veld in ben gestuurd. Het VOB-bestuur heeft mij in juni benaderd voor twee dingen: ik moet de lopende zaken behartigen en mij daarnaast buigen over de positionering van de VOB. Dat laatste kun je smal en breed opvatten. Met het bestuur ben ik in overleg welke benadering de voorkeur heeft en hoe wij de leden daarin het best kunnen betrekken. Vervolgens is het de bedoeling dat ik met een voorstel kom hoe we de positie van de VOB kunnen aanscherpen. Dat voorstel wordt ingebracht op de Algemene Ledenvergadering van december.’

Wat is je indruk van de VOB tot nu toe?
‘De huidige VOB bestaat, nadat zij werd gesplitst in een brancheorganisatie en een sectorinstituut, pas vijf jaar, maar in die periode is de wereld ingrijpend veranderd. We hebben de economische recessie meegemaakt, er kwam een ingrijpende decentralisatie door de overheid, en als sector hebben we de nieuwe bibliotheekwet gekregen. Een aantal panelen is zodanig verschoven, dat het zaak is een VOB 2.0 te bedenken, omdat het ontwerp uit 2009 niet langer volstaat.’

Waaruit blijkt dat?
‘Dat uit zich met name in issues die spelen op stelselniveau. Bij veel onderwerpen doet zich de vraag voor: wie gaat daar nu over, de VOB of de KB? Dat is aan de orde bij opleidingen, bij de Nationale Bibliotheekpas, bij het collectieplan, bij gegevenslevering en -uitwisseling (waaronder de BIS), bij monitoren van het stelsel en toegang voor burgers tot de openbare bibliotheek en noem maar op. Wat is precies de rol van de VOB en wat ligt er op het bordje van de KB? Hoe ga je daarin met elkaar om?’

Dat is niet goed uitgekristalliseerd?
‘Eigenlijk niet, maar dat is ook niet vreemd. De nieuwe bibliotheekwet is pas sinds 1 januari van kracht en dan is het begrijpelijk dat je even worstelt met de vraag: hoe verhouden wij ons als VOB en KB nou precies tot elkaar? Zo heeft de KB de regiefunctie toebedeeld gekregen. Maar wat houdt dat in? Voor sommige onderwerpen moeten ze overeenstemming bereiken met vertegenwoordigers van de branche. Wat is dat dan: overeenstemming, en hoe realiseer je dat? Daar moeten we met elkaar nog een concrete vorm voor vinden.’

Is het bij de VOB in 2010 niet al ‘fout’ gegaan vanwege de toen doorgevoerde boedelscheiding?
‘Dat denk ik niet. Het “probleem” spruit voort uit de nieuwe bibliotheekwet. Ten gevolge van die wet moeten wij ons, zoals gezegd, opnieuw zien te verhouden tot de KB. Daarnaast spelen bibliotheken – mede door de al genoemde decentralisatie – lokaal een andere rol. Dat maakt dat wij als landelijke organisatie onze leden wellicht op een andere manier moeten bedienen: meer gericht op het brede maatschappelijke terrein en minder op “boeken”.’

Toenmalig VOB-voorzitter Erik Jurgens noemde in zijn afscheidsinterview in Bibliotheekblad (pdf) de splitsing van de VOB in een brancheorganisatie en een sectorinstituut een historische fout, iets waarvan ‘we’ nog spijt zouden krijgen.
‘Ik heb niet de behoefte mij daarover uit te spreken. Die splitsing is een voldongen feit. Laten we kijken hoe de wereld er nu uitziet en voor welke vragen we op dit moment staan.’

Hoe pak je het vraagstuk van de positionering aan?
‘Om scherp te krijgen hoe onze rol in de toekomst zou moeten zijn, kijk ik eerst naar het ontwerp uit 2009 en stel daarbij de vraag hoe de VOB thans functioneert. Verder oriënteer ik mij op andere brancheorganisaties in de culturele sector en daarbuiten. En in de derde plaats onderzoek ik onze verhouding tot de KB. Op basis van die drie analyses formuleer ik mijn aanbevelingen, bespreek deze met het bestuur, en als die zich daarin kan vinden, leggen we het plan in december voor aan de leden. Interessant aspect daarbij is de vraag hoe je als vereniging tot beleid komt. In de klassieke vorm werk je met een algemene ledenvergadering, een bestuur, commissies en een directie. Die vierslag zie je overal, behalve bij recent tot stand gekomen brancheorganisaties. In het traditionele model zijn de besluitvormingslijnen lang. Niet zelden gaat het om een jaar. Die doorlooptijd is te lang. In mijn ogen is het zaak naar vormen van beleidsontwikkeling te zoeken die ons in staat stellen sneller te acteren. Als wij op vragen van partners niet vlot kunnen antwoorden, kunnen we onze rol in het stelsel niet naar behoren vervullen.’
 
Jouw voorganger positioneerde de VOB meer als werkgeversorganisatie en minder als brancheorganisatie.
‘Ik vind werkgeversorganisatie een te beperkte formulering. Ik zou eerder kiezen voor de omschrijving materiële belangenbehartiger. Dáár hoort mijns inziens het accent te liggen, te meer omdat duidelijk is dat de KB in het nieuwe stelsel in belangrijke mate over de inhoud gaat.’

Wat versta je onder materiële belangenbehartiging?
‘Alles wat nodig is om de bibliotheek als lokale instelling goed te laten functioneren. Financieel, organisatorisch, juridisch – denk aan kwesties als auteursrecht en leenrecht - et cetera.’

De VOB is er niet meer voor bibliotheekinhoudelijke zaken?
‘Als je kijkt naar het thema bibliotheekvernieuwing, is dat in de eerste plaats een opgave van de lokale bibliotheken zelf. Daarnaast is het aan de PSO’s zich daar expliciet mee bezig te houden. Vervolgens heeft ook de KB daar – zeker in het digitale domein – een duidelijke rol in. Dan vind ik niet dat wij als VOB daarbij ook nog eens op de voorgrond moeten treden. Als het gaat om bibliotheekinhoudelijke zaken, dienen wij als VOB terughoudend te zijn.’

Vergeleken bij de situatie van voor de splitsing is de VOB een kleine organisatie geworden, terwijl de KB – zeker na het samengaan met het SIOB – een grote speler mag heten. Maakt dat jullie (onderhandelings)positie niet lastig?
‘Als je onze leden meetelt, zijn wij geen kleine club. In gesprekken met de KB zeggen we ook altijd: wij vertegenwoordigen vier miljoen leden. Voordeel van de VOB is dat de lijnen intern kort zijn. Daarentegen is het best lastig de KB in beweging te krijgen. Laat ik het voorbeeld noemen van de digitale bibliotheek. Dit jaar is acht miljoen euro onttrokken aan het Gemeentefonds. In 2016 gaat het over een nog groter bedrag, maar de digitale bibliotheek is er op dit moment nog steeds niet. Als VOB willen wij graag dat de KB daar eindelijk stappen in zet. Het gaat ons op dit moment absoluut niet hard genoeg.’

Moeten bibliotheken in dat opzicht zelf ook niet het boetekleed aantrekken?
‘Het is de verantwoordelijkheid van de KB om met de digitale propositie te komen, en die komt er maar steeds niet. In juni 2013 heeft de ledenvergadering van de VOB unaniem een voorstel aangenomen over e-books. In dat document, dat samen met BNL is opgesteld, werd aangegeven dat bibliotheken voor een bedrag van twintig euro achttien e-books via een soort strippenkaart aan gebruikers beschikbaar wilden stellen. Een heel werkbaar model met een uitgekiend tarief waarvoor breed draagvlak was. Maar meer dan twee jaar na dato is het nog steeds geen realiteit, terwijl commerciële partijen inmiddels alternatieve diensten in de markt zetten. Wij zitten al die tijd maar te wachten en te wachten. Dat is echt frustrerend voor de lokale bibliotheken. Met als gevolg dat men in Rivierenland en elders van de weeromstuit bepaalde dingen zelf is gaan ontwikkelen.’

In VOB-verband vindt er onderzoek plaats naar de samenhang tussen de digitale bibliotheek en de lokale bibliotheek. Job Cohen en Ton Brandenbarg zijn als verkenners op pad gestuurd. Wat wordt er gedaan met hun bevindingen?
‘Hun rapportage wordt op 8 oktober tijdens de ingelaste ledenvergadering besproken. Door het bestuur is hun gevraagd te onderzoeken hoe de motie Bergfeld c.s. uitgevoerd zou kunnen worden. Bij hun analyse van de kwestie zijn ze op een soort derde weg uitgekomen die het midden houdt tussen wat het VOB-bestuur en de KB voorstelden en wat Bergfeld en de zijnen beogen. Die derde weg lijkt mij heel begaanbaar en zoals het goede verkenners betaamt, hebben zij afgetast of hun voorstel op voldoende draagvlak kan rekenen. Dat ziet er hoopgevend uit.’

In april 2011 schreef je mee aan de handreiking Subsidiebeleid Openbare Bibliotheken van de VNG. Er volgden vier regionale bijeenkomsten voor gemeentebestuurders en ambtenaren. Welk beeld heeft die exercitie bij je achtergelaten als het gaat om de visie op en de verwachting van deze ‘stakeholders’?
‘Wat me is bijgebleven, is dat er soms zo weinig contact is tussen bibliotheek en gemeente. Daar kan ik mij zeer over verbazen. De bibliotheek vervult immers een opdracht in het publieke domein en is daarmee een natuurlijke partner van de gemeente. Dan ligt het voor de hand dat je regelmatig met elkaar om de tafel gaat zitten. Er is een boekje van Claartje Bunnik en Edwin van Huis met als titel Niet tellen maar wegen. De ondertitel van hun studie luidt: 'Over de zin en onzin van prestatieafspraken in de culturele sector'. De auteurs betogen dat het er bij het beoordelen van bijvoorbeeld een bibliotheek niet om gaat hoeveel bezoekers je precies trekt en hoeveel boeken je exact uitleent. Het gaat niet om de cijfers, maar om het gesprek daarover. Waarom trek je zoveel bezoekers? Vormen zij de juiste doelgroep of kun je je beter op een andere doelgroep richten. Dat soort vragen. In mijn optiek vindt dat gesprek onvoldoende vaak plaats tussen bibliotheek en gemeente.’

Jij schetste (pdf) in 2011 vijf toekomstscenario’s voor de bibliotheek. Scenario 1 was het sturen op centralisatie (filialen sluiten en een aantrekkelijke hoofdvestiging als een soort Bijenkorf). Scenario 2 was het tegenovergestelde en betrof de keuze voor een wijkgerichte benadering. Scenario 3 was de afbouw van de bibliotheek in haar huidige vorm en het accent leggen op schoolbibliotheken en bibliotheken in tehuizen. Scenario 4 was sturen op inhoud (collectie) en activiteiten, door speerpunten te kiezen, zoals leesbevordering en voor- en vroegschoolse educatie. Scenario 5 was een dialoog over de toekomst, waarbij bibliotheek en gemeente in een open proces op zoek gaan naar onorthodoxe oplossingen. Projecteer dat plaatje eens op de huidige situatie in bibliotheekland? Welk patroon herken je dan?
‘Oei, dat is glad ijs, natuurlijk!’

Maar daarom niet minder interessant.
‘In het algemeen wil ik daar wel twee dingen over kwijt. Bibliotheken moeten als organisatie flexibeler worden – zowel wat betreft huisvesting en personeel als collectie – teneinde sneller te kunnen schakelen. En als het gaat om de inhoud, moeten bibliotheken zich verbreden, zowel op het maastschappelijke als op het culturele speelveld.’

Ik stelde de vraag ook omdat ik parallellen zie met de brief over de nieuwe branche-ontwikkelagenda – Route 2020 – die je onlangs naar de leden van de VOB hebt gestuurd.
‘De ledenvergadering vindt dat de VOB te grote financiële reserves heeft. Bij motie heeft zij uitgesproken dat de VOB tot een zinvolle besteding van die middelen moet komen. Om daar richting en uitvoering aan te geven hebben we een enquête onder de leden gehouden. De uitkomst moet je inderdaad zoeken in de hoek waarover ik zojuist sprak: flexibeler worden en breder gaan. Dat heeft geresulteerd in een plan van aanpak. We gaan met twee actiegroepen aan de slag. Eentje spitst zich toe op marketing en bedrijfsvoering, en de andere legt de nadruk op maatschappelijke verbreding. Het is de bedoeling dat deze actiegroepen op korte termijn met concrete ideeën en voorstellen voor projecten komen.’

Vanwaar de keuze voor actiegroepen?
‘Eerlijk gezegd, loopt Route 2020 enigszins vooruit op de positioneringsdiscussie: hoe kom je nou van een idee tot actie en vooral: hoe kun je iets sneller bewerkstelligen? Daarom werken we met actiegroepen en niet met commissies die veel statischer zijn. Als de ledenvergadering zich daarin kan vinden, zou ik ook met nieuwe vormen van ledenpeiling willen gaan werken. Niet een halfjaar wachten tot de eerstvolgende ledenvergadering, maar snel digitaal in kaart brengen wat de achterban over een onderwerp vindt.’

Wat heeft je het meest verrast toen je deze club beter leerde kennen? Je hebt tenslotte ervaring in diverse organisaties.
‘De dynamiek van het bureau heeft mij het meest verbaasd. Een kleine club die veel op haar bordje heeft liggen, maar wel van aanpakken weet. Ik ben blij met de mensen hier.’

Zie je veel parallellen met de vraagstukken die elders spelen?
‘Ik heb vooral ervaring opgedaan in de culturele sector: musea, theaters, podia. Kenmerkend voor de bibliotheekwereld is het grote aantal overlegvormen. Een baaierd aan clubjes en stichtingen. Dat heeft zijn voordelen – de bibliotheeksector is vergeleken met andere culturele spelers goed georganiseerd – maar tegelijkertijd zijn we ontzettend druk met elkaar. In die situatie bestaat het gevaar dat je je daarin verliest. Zeker nu de bibliotheek ook oog dient te hebben voor nieuwe partners. Welke dat zijn? Bijvoorbeeld het UWV en Vluchtelingenwerk Nederland.’

Aanvankelijk zou je tot 1 november interim-manager van de VOB zijn. Die opdracht is inmiddels verlengd tot medio volgend jaar. Blijkt de klus groter dan aanvankelijk ingeschat?
‘Nee, het bestuur vindt het verstandig eerst een nieuwe voorzitter aan te stellen en dan op zoek te gaan naar een nieuwe directeur. Bovendien is het niet alleen de bedoeling dat ik ideeën over de nieuwe positionering van de VOB presenteer op de algemene ledenvergadering in december, maar deze – als de vergadering de voorstellen omarmt – ook nog gedeeltelijk implementeer. Dat is best spannend. Ik ga niet de hele vereniging op haar kop zetten, maar wel een aantal ingrijpende hervormingen bepleiten.’ 

Tekst en foto: Eimer Wieldraaijer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Bibliothecarissen moeten zich activistischer opstellen
Eens
Oneens
In nummer 4 van Bibliotheekblad wordt in het gesprek met de Beste Bibliothecarissen de vraag opgeworpen of bibliothecarissen zich...
Lees meer en geef uw mening