HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Verkenners bevelen consortium KB/OB’en voor ledengegevens aan
Wim Keizer
26-09-2015
De heren Job Cohen en Ton Brandenbarg, op verzoek van het VOB-bestuur ‘verkenners’ inzake de vraag wat de mogelijkheden zijn om de op 18 juni aangenomen motie over digital-only-lidmaatschappen uit te voeren, bevelen aan een consortium van Koninklijke Bibliotheek (KB) en openbare bibliotheken (OB’en) op te richten met als doel inschrijving van leden en beheer van ledengegevens gezamenlijk te realiseren. 
Dit blijkt uit het door het VOB-bestuur aan de VOB-leden beschikbaar gestelde rapport (pdf). Het bestuur stelt de leden voor de aanbeveling te volgen. Daarbij gaat het zowel om de oprichting van het consortium als de voorbereiding door een ‘gemengde werkgroep’. 

De verkenners noemen hun aanbevolen oplossing ‘een derde weg’. Zij schrijven: ‘Alles overziende stellen wij vast dat het niet mogelijk is met een voorstel te komen dat alle partijen geheel bevredigt.’ En: ‘Registratie landelijk of lokaal blijft wringen. Het knelpunt zit in de registratie en de kwestie van beheer en gebruik van klantgegevens voor zover het de landelijke digitale bibliotheek betreft. Noch de exclusief landelijke route, noch de exclusief lokale route zal uiteindelijk rust brengen in de branche.’
De verkenners zijn van mening dat de motie naar de letter eigenlijk niet uitvoerbaar is, maar dat ook de door het bestuur op 18 juni gepresenteerde KB/VOB-visie evenmin tot helderheid leidt en veel vragen oproept. Vandaar hun keuze voor ‘een derde weg’.

Sleutel bij netwerk
Cohen en Brandenbarg schrijven over hun oplossing: ‘Om een dergelijke constructie te organiseren is waarschijnlijk een apart bestuurlijk gremium nodig, waar alle partners in participeren, zowel de KB als lokale bibliotheken. Het hele netwerk vormt het consortium: KB en OB’en. Het consortium vormt een juridische eenheid en treedt op als “bewerker” van de klantgegevens conform de privacywet.’ 

De auteurs zeggen over hun oplossing dat de sleutel ligt bij de essentie van de Wsob: samenhang in het netwerk, zonder rangorde van leden, maar wel met te onderscheiden taken en verantwoordelijkheden. De KB staat in het netwerk niet boven andere partners, maar ernaast. Als niet de KB of de lokale bibliotheken zeggenschap over de gegevens hebben, maar het netwerk als geheel (de hele familie) ontstaat een gelijkwaardig en dus aanvaardbaar speelveld. Die opvatting past binnen de wet, komt tegemoet aan de motie en brengt rust in de branche, ook al wordt de motie niet naar de letter uitgevoerd. Deze aanpak brengt met zich mee dat de KB daadwerkelijk laat zien onderdeel van het netwerk te zijn. Dit lijkt ons voor de hele branche een nuttige stap.’

In een ‘agenda’ geven de verkenners aan waaraan gedacht moet worden bij de vorming van het consortium. Zij hebben zich ervan vergewist dat OCW, KB, VOB-bestuur en motie-indieners het een begaanbaar pad vinden.

Juridische benadering
In hun rapport geven de verkenners aan dat de G4-bibliotheken op 22 juli een juridisch advies over de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) hebben laten opstellen door een advocatenkantoor. In dat advies staat dat de landelijke digitale bibliotheek moet worden gezien als een voorziening en niet als een organisatie. Volgens het advies is de KB geen openbare bibliotheek. Lokale bibliotheken zijn volgens het advies verantwoordelijk voor het aanbieden van een lidmaatschapsvorm aan ‘digital-only’-gebruikers. Maar de minister van OCW vindt dat de KB, wat het digitale deel betreft, een openbare bibliotheek is.
De verkenners neigen naar het standpunt van de minister, maar zeggen erbij dat over dat punt een juridisch gevecht kan worden gevoerd. Dat achten zij echter bepaald ongewenst, daar het lang kan duren en de bibliotheekwereld er behoefte aan heeft zo snel mogelijk het nieuwe netwerk in te regelen, waarbij het woord ‘vertrouwen’ een belangrijke rol speelt.

Kans geven
Over het initiatief van Bibliotheek Rivierenland met e-readerabonnementen zeggen de verkenners dat dergelijke experimenten een kans moeten krijgen, waarbij dan wel rekening moet worden gehouden met landelijke afspraken met uitgevers.
Over OCW vinden Cohen en Brandenbarg dat het ministerie er goed aan zou doen zich terughoudend op te stellen, nu de wet er is en het erop aankomt dat de participanten binnen die wet zelf hun weg vinden en hun taken en rollen expliciteren.

Minder nadruk uitleenfunctie
Onder ‘overige waarnemingen’ merken de verkenners op dat in discussies over de nationale bibliotheekpas en de landelijke digitale bibliotheek de nadruk wel sterk op de uitleenfunctie ligt, maar dat ingezet zou moeten worden op alle vijf functies.
Ze stellen aan het eind van hun stuk vast dat het nog lang kan duren voordat er een nationale bibliotheekpas is als die wordt gekoppeld aan een tarief, daar die tarifering een belangrijk discussiepunt is ‘Ons advies: snel invoeren, maar in een lichte variant.’

Het voorstel en het rapport (pdf) zijn in handen van Bibliotheekblad.nl. Beide stukken worden op 8 oktober ’s ochtends behandeld in een extra ledenvergadering van de VOB (pdf).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

De bibliotheek moet progressief zijn en stelling nemen om relevant te blijven
Eens
Oneens
Torbjörn Nilsson, directeur van de bibliotheek in het Zweedse Malmö, zegt in een interview in Bibliotheekblad 3 /4 2019 dat...
Lees meer en geef uw mening