HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Bibliotheek op School (dBos): ‘mooi programma met groot nadeel’
Wim Keizer
25-03-2015
‘Sommige bibliotheken doen overigens bewust niet mee met dBos. De belangrijkste reden daarvoor zijn de kosten die gepaard gaan met de introductie van dBos. Sommige bibliotheken geven aan dat zij (soms vanwege bezuinigingen) het openhouden van wijkvestigingen of dorpsvestigingen prioriteit geven boven het introduceren van schoolvestigingen (via dBos).’ Dit staat te lezen in het door de Kwink Groep en de Rebel Group voor OCW gemaakte evaluatierapport over het Actieplan Kunst van Lezen 2012-2015, waar ‘de Bibliotheek op school’ (dBos), samen met BoekStart, onderdeel van uitmaakt.
Het evaluatierapport (pdf) vermeldt ook dat eind 2014 38% van de scholen in het primair onderwijs (PO) bereikt wordt. ‘In die 38% zijn niet de leerlingen in Amsterdam en Den Haag meegenomen, terwijl deze bibliotheken wel een uitgebreid palet aan producten en diensten bieden aan scholen in hun werkgebied (maar niet onder de noemer dBos en niet door een collectie aan te bieden op de school zelf).’

Te duur
Op de vraag aan Charles Noordam, directeur Bibliotheek Den Haag, waarom zijn bibliotheek niet meedoet, antwoordt hij het programma te duur te vinden en het bovendien een belangrijk nadeel te achten dat kinderen zich niet meer thuis gaan voelen in de bibliotheek. Hetzelfde nadeel noemde Marina Polderman in haar gastblog van 5 januari.
Noordam: ‘Wij hebben een paar jaar geleden uitgebreid gekeken naar het programma, met name om dat uit te rollen in de zes wijken waar we bibliotheken hebben moeten sluiten. We hebben ons laten voorlichten – met rekenmodules – door de adviseurs die indertijd bij Boek1Boek in Heerlen waren betrokken. Later hebben we in beginsel met de Bibliotheek Rotterdam afgesproken dat we dit samen met haar zouden doen, áls we tenminste zouden deelnemen. Ik vind het op zich een mooi programma, maar dan naast de wijkbibliotheek. Het programma was alleen zo duur, dat ik nog een extra wijkbibliotheek zou hebben moeten sluiten om in de zes wijken dit programma te kunnen uitrollen. Dat was voor ons voldoende om af te haken. In een tijd van bezuinigingen was het onmogelijk hiervoor extra geld op tafel te krijgen. Het filialenmodel, dat wij voorstaan (met Amsterdam en Utrecht, en naar ik hoop, inmiddels ook weer Rotterdam) biedt zoveel voordelen, dat wil je niet loslaten.’

Band met bibliotheek weg
Behalve de kosten noemt Noordam als een ander belangrijk nadeel van dBos: ‘Het snijdt de band met de bibliotheek compleet door. Je bent niet meer in staat kinderen zich thuis te laten voelen in de bibliotheek en daar deel te laten nemen aan de programma’s. De kans op ondersteuning van een voortgezette leescarrière na het primair onderwijs is dus nihil. Bovendien: als je wijkbibliotheken sluit, laat je alle andere groepen in de steek die er gebruik van maken. In Amsterdam en Utrecht denkt men er overigens hetzelfde over.’
Hij zegt verder: ‘In beknopte zin waren dit de overwegingen. We doen overigens heel veel met en voor het onderwijs en op de scholen: we hebben leesconsulenten, we hebben medewerkers onderwijsachterstanden die op de scholen werken, we hebben een jaarlijks aanbiedingsboek van lessen, die we op scholen en bibliotheken geven en we krijgen klassikaal bijna 100.000 kinderen per jaar in de bibliotheek om boeken te lenen. In het begin telde dit allemaal niet mee voor dBos: alleen het Boek1Boek-model was leidend; later is er een beetje aan “etikettenzwendel” gedaan en ging alles wat we doen onder de noemer van dBos figureren. Als je dat in aanmerking neemt, doen we dus wel mee aan dBos!’

OBA
Martin Berendse, directeur van de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), zegt dat besluiten voor zijn tijd genomen zijn. Het is bekend dat Hans van Velzen tegen de letterlijke betekenis van ‘de bibliotheek op school’ was en de educatieve ondersteuning aan het onderwijs wilde laten blijven verzorgen vanuit bibliotheekvestigingen in de wijken.

Naar 50%
Het evaluatierapport maakt melding van de in het Actieplan Kunst van Lezen 2012-2015 geformuleerde doelstelling voor dBos PO dat eind 2015 50% van de lagere scholen bereikt moet zijn. De onderzoekers denken dat de kans dat deze doelstelling gehaald wordt groter is dan de kans dat deze niet wordt gehaald. Daar worden echter wel een paar kanttekeningen bij geplaatst. Deelnemers aan dBos geven aan dat het voor behalen van resultaat belangrijk is leesconsulenten in te zetten voor begeleiding van leerkrachten en leerlingen. ‘Echter, uit de cijfers blijkt dat een deel van de bibliotheken nog geen leesconsulenten heeft benoemd, dat een deel van de wel benoemde leesconsulenten scholen nog niet bezoekt en dat leesconsulenten die wel scholen bezoeken dat kort doen (gemiddeld 1 tot 3 uur per week). Het voorgaande is volgens betrokkenen een consequentie van het gegeven dat maar in zeer weinig gevallen de benodigde bijdrage voor de volledige uitrol van dBos (namelijk € 45 per leerling per jaar, die doorgaans opgebracht moet worden in de driehoek school, bibliotheek en gemeente) ook daadwerkelijk beschikbaar is.’ De onderzoekers bevelen aan effecten van dBos beter wetenschappelijk te onderzoeken en met de resultaten daarvan (opnieuw) in gesprek te gaan met gemeenten en basisscholen.

Ingrijpend
In een door Bart Janssen gemaakt dossier over dBos in Bibliotheekblad van november 2014 noemde Gerard Meijer, namens de Samenwerkende PSO’s Nederlands (SPN) projectmanager voor de uitvoering, ook 40 à 50 euro om het goed te doen. Hij benadrukte dat de keus daarvoor ingrijpend is, zowel op het budget als op het personeel (dat heel ander werk moet gaan doen). Hij noemde meedoen aan dBos een ‘niet te onderschatten reorganisatie van het bibliotheekwerk’. Wat de keus tussen dBos of vestigingen betreft, ging hij ervan uit dat het aantal vestigingen door bezuinigingen toch al onder druk staat en dat dBos dan een antwoord is op dat probleem.

Verschil per provincie
Het evaluatierapport meldt op basis van een jaarpeiling 2013 dat gemiddeld 6% van de bibliotheken zeker niet van plan is mee te doen. 31% doet nog niet mee, maar heeft wel plannen. Uit een staatje blijkt dat de verdeling over de provincies behoorlijk verschillend is. Bibliotheken die niet van plan zijn mee te doen, bevinden zich in Friesland (20%), Overijssel (11%), Gelderland (13%) en Noord-Holland (20%). In Flevoland, Utrecht, Zeeland en Limburg doet 100% van de bibliotheken mee. Overigens staat Zuid-Holland aangemerkt als provincie waar bibliotheken meedoen of plannen hebben, maar de onderzoekers zeggen te weten dat daar één bibliotheek bewust niet meedoet en ook geen plannen heeft. (Den Haag dus - wk).

Kostenverdeling
Het rapport zegt dat van alle kosten die momenteel voor dBos PO gemaakt worden 10% uit landelijke middelen komt, 10% uit provinciale middelen en 80% uit lokale middelen (gemeenten, onderwijsinstellingen en bibliotheken). Uit het onderzoek is gebleken dat bibliotheken zeggen zich te zullen beraden over de voortzetting als de rijksmiddelen wegvallen. ‘Het is mogelijk dat deze stellingname word ingegeven vanuit strategische overwegingen (namelijk de wens dat het Rijk de financiering uit rijksmiddelen zal continueren). Wij merken echter op dat een deel van de bibliotheken voor een dusdanige bezuinigingsopgave staat dat dit signaal serieus genomen moet worden.’
Overigens hebben ministers Bussemaker (OCW) en Asscher (SZW) en staatssecretaris Van Rijn (VWS) op 6 maart bekendgemaakt voor de periode 2016-2018 54 miljoen euro te willen investeren in het kader van het nieuwe actieplan 'Tel mee met Taal'. Mede op basis van het evaluatierapport maakt voortzetting van ‘Kunst van Lezen’ daar onderdeel van uit.

Leenrecht gevoelig punt
Een bij auteurs van kinderboeken en de Stichting Leenrecht gevoelig punt inzake dBos is het feit dat traditionele schoolbibliotheken geen leenrecht hoeven af te dragen. De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) besteedde daar 10 februari aandacht aan en publiceerde een door het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) en de Stichting Lezen in 2012 gemaakt leenrechtadvies (pdf). Daarin staat dat de vraag of uitleningen in het kader van dBos zijn vrijgesteld van leenrecht afhankelijk is van de vraag onder wiens verantwoordelijkheid wordt uitgeleend. Het stuk zegt: ‘Als uitleningen aan leerlingen en leerkrachten plaatsvinden in en onder verantwoordelijkheid van de school, dan hoeft geen leenrecht te worden betaald, omdat het dan valt onder het vrijstellingsregime. In deze situatie is niet van belang of de school een eigen collectie heeft of dat zij gebruik maakt van collecties die ter beschikking worden gesteld door de bibliotheek of provinciale serviceorganisatie.’
Maar ook: ‘Als de uitleningen in het gebouw van de school plaatsvinden, onder verantwoordelijkheid van de bibliotheek, dan moet over de uitleningen wel een leenrechtvergoeding worden betaald aan Stichting Leenrecht. Hiervan is onder andere sprake als de bibliotheek in de school fungeert als bibliotheekvestiging die publiek toegankelijk is, zoals in het geval van een buurtbibliotheek of bij multifunctionele accommodaties (brede school). In deze situaties worden de uitleningen als eigen uitleningen van de bibliotheek vermeld in de jaarstatistiek bij het jaarverslag.’
Het stuk laat zich er echter niet over uit dat bij sluiting van bibliotheekvestigingen en de komst van ‘bibliotheken op school’ de uitleningen aan kinderen in aanzienlijke mate verschuiven van bibliotheek naar school en dat dit een andere situatie is dan toen er alleen nog traditionele schoolbibliotheken waren. (Zie ook het op 5 december 2013 op bibliotheekblad.nl gepubliceerde artikel 'Raakt Bibliotheek op school schrijvers in de portemonnee?')

Andere onderdelen
Andere in het evaluatierapport genoemde onderdelen zijn BoekStart voor baby’s, BoekStart in de kinderopvang en dBos voortgezet onderwijs (VO).
De ambitie om eind 2015 155 bibliotheken met tenminste één vestiging te laten meedoen aan Boekstart voor baby’s is al gehaald, want het zijn er 159 (van de 160). Maar het doel om 65% van de baby’s te bereiken is nog niet gehaald, het ligt op 32%. De onderzoekers bevelen aan de marketing te verbeteren en zich meer te richten op de doelgroep ‘lage SES (Sociaal Economische Status)’, daar BoekStart nu vooral de doelgroep “hoge SES’ lijkt te bereiken.
Aan BoekStart in de kinderopvang doet 62,5% van de bibliotheken mee. Het doel voor eind 2015 is 65% en verwacht wordt dat dit gehaald wordt. Maar het doel daarmee 37,5% van de opvanglocaties te bereiken zal waarschijnlijk niet bereikt worden, het is nu 13%.
De voor dBos VO gestelde ambitie om eind 2015 35% van de leerlingen te bereiken zal niet gehaald worden, het is nu minder dan 5%. Ook het aantal deelnemende bibliotheken is 5%, dBos VO zit nog in de pilotfase. ‘De uitrol in het VO is overigens veel ingewikkelder dan die in het PO, omdat het VO zeer gevarieerd is (van VMBO tot VWO) en omdat de bibliotheken met het VO van oudsher veel minder sterke relaties hebben dan met het PO’ , aldus het rapport.

Het hele op 20 januari verschenen evaluatierapport is te vinden op de website van de rijksoverheid, samen met een aanbiedingsbrief d.d. 13 februari aan de Tweede Kamer, alsmede evaluatierapporten van het taaltraject Taal voor het leven en het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015.

Tekst: Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (7)

Wim Keizer
26-3-2015 22:07
Aanvulling

In aanvulling op bovenstaand bericht meldt Martin Berendse, directeur van de OBA, dat de gemeente wijkvestingen wil openhouden en dat dit niet in strijd met samenwerking tussen bibliotheek en scholen.
Hij wil onderscheid maken tussen twee vragen:
- Wat gaat de OBA wel en niet met collecties op of voor scholen doen?
- Als de OBA iets met collecties op of voor scholen doet, zal het dan zijn volgens het format van dBos?
Berendse zegt dat de OBA in haar nieuwe beleidsplan literatuur, lezen en digitale vaardigheden als een educatieve kernactiviteit ziet. De OBA wil intensief met scholen blijven samenwerken. Al voor dBos bestond, deed de OBA dat al met o.a. wisselcollecties. Ook worden schoolbibliotheken met programma’s ondersteund. Hij zegt dat die ondersteuning eerder uitgebreid dan ingekrompen zal worden. De OBA ziet een heel stevige rol voor samenwerking met scholen.
Berendse: “Maar is dat specifieke dBos-format nu passend bij de wijze waarop de OBA de samenwerking met scholen wil vormgeven? Die 45 euro per leerling vind ik heel veel. Wij vinden het niet zo principieel of de leerlingen naar ons komen of wij naar de scholen. De gemeente Amsterdam wil wijkvestigingen openhouden. En dat staat niet onder druk als we met scholen samenwerken. Maar dBos is zo intensief en zo kostenvol dat gemeenten en scholen dat nooit gaan financieren. Ik steek liever energie in iets dat ook op langere termijn vol te houden is.”
Hij zegt in gesprek te gaan met Kunst van Lezen, daar Amsterdam zeker niet anders is dan de rest van het land. Berendse wil programma’s voor de hele stad en niet alleen voor scholen.
Erna Winters
10-4-2015 09:55
 Wat ik mis in de opmerkingen van Charles Noordam en Martin Berendsen of zij ook een berekening hebben gemaakt van wat hun huidige dienstverlening aan scholen kost, én hoe effectief die nu is in het bestrijden van leesachterstanden en het bevorderen van informatievaardigheden. 
In Kennemerwaard hebben we er een aantal jaar geleden voor gekozen om wel voor de structurele samenwerking met scholen, onder de noemer dan 'De Bibliotheek op School' te gaan. Daarbij is voor ons een belangrijke beweegreden geweest dat wij merkten dat de toenmalige programma's onvoldoende impact hadden op leesbevordering en informatievaardigheden bij schoolgaande kinderen. Met de inzet van bibliotheekconsulenten en een ondersteunende collectie op de school zien we nu dat bij die scholen waar we werkzaam zijn, door de gezamenlijke inzet van bibliotheek, school en ouders leesachterstanden weggewerkt worden. 
We kiezen er voor om alleen met die scholen in zee te gaan die ook bereid zijn de investering van € 10,- per leerling te betalen. Of de gemeente bereid te vinden via onderwijsachterstandenbeleid dit bedrag aan de bibliotheek over te dragen. Scholen die ver van de bibliotheek zitten komen niet of nauwelijks, maar hebben nu wel ondersteuning en zien de waarde van de bibliotheek. Scholen die dichtbij zitten komen met de consulent regelmatig op bezoek bij de bibliotheek. 
Voor ons is de keuze voor 'De Bibliotheek op School' niet een kostenkeuze maar een opbrengstenkeuze. 
Overigens bieden wij voor scholen die niet bereid/in staat zijn om dit bedrag per leerling te besteden, of andere invulling willen ook korte programma's aan, eenmalige projecten, klassenbezoeken en klassikaal lenen etc. De school bepaalt uiteindelijk welke dienstverlening wordt afgenomen van de bibliotheek. En geen van die producten is kostendekkend, ik denk die van Amsterdam en Den Haag ook niet ;-)







 
Wim Keizer
13-4-2015 10:17
Het evaluatierapport zegt dat om goed aan dBos mee te kunnen doen € 45 per leerling nodig is.
Het rapport stelt ook vast dat "in zeer weinig gevallen de benodigde bijdrage voor de volledige uitrol van dBos (namelijk € 45 per leerling per jaar, die doorgaans opgebracht moet worden in de driehoek school, bibliotheek en gemeente) ook daadwerkelijk beschikbaar is."
Als in Kennemerwaard in de schoolhoek € 10 per leerling beschikbaar is, ben ik benieuwd, Erna, wat er nog uit de gemeentehoek en de bibliotheekhoek bij komt. En hoeveel het totaal is. Haalt Kennemerwaard die €45?
En hoe zit dat in Amsterdam en Den Haag? Blijkbaar gaat het daar niet om € 45 per leerling, maar om hoeveel dan wel?
Erna Winters
13-4-2015 16:56
 Bij ons komt op dit moment het resterend bedrag ofwel uit de bibliotheekbegroting dan wel uit de gemeentebegroting via de combinatiefunctionarisregeling. Natuurlijk vind ik kosten belangrijk, tegelijkertijd lever ik liever iets wat daadwerkelijk resultaat heeft. In het verleden boden wij klassenbezoeken, leesbevorderingsprojecten e.d. voor de scholen aan. Allemaal éénmalige of kortdurende projecten of activiteiten. De scholen waren wisselend tevreden, maar een verschil in leesbevordering of informatievaardigheden maakten we naar mijn idee niet. Bewijzen kan ik dat niet, want er waren geen meetgegevens beschikbaar, toch denk ik dat het zo was. Kinderen die aan een activiteit deelnamen kwamen daarna ook als ze toch al enthousiast waren, of misschien nog één keer omdat ze dan hun geleende boek moesten inleveren. En de scholen konden afvinken dat ze de bibliotheek 'hadden gehad'.

Wij zijn in Heerhugowaard en Castricum begonnen met de consulenten, via de combinatiefunctionarissen en dus met financiering vanuit 3 kanten. In Alkmaar betalen we het tot nu toe nog zelf, maar zijn we wel met de wethouders cultuur en onderwijs in gesprek over een andere bekostiging. In Bergen is een bijdrage vanuit de gemeente toegezegd van € 20.000,-- uit onderwijsachterstandsbeleid.

Voor ons is het belangrijkst dat een school echt moet willen, en als de bibliotheekvestiging om de hoek zit gaan wij geen collectie op school neer zetten. Op dit moment hebben ongeveer 10% van de scholen een consulent van de bibliotheek, op diverse manieren gefinancierd dus. Maar de resultaten zijn overal waar we ook echt die 4 uur per 200 lln hebben overweldigend. Goede resultaten voor de kinderen en laaiend enthousiaste schooldirecteuren. En die twee laatste zaken vind ik belangrijk, en leveren uiteindelijk in discussies met wethouders en raadsleden een consistenter en overtuigender verhaal op dan de klassenbezoeken eens per jaar in het beste geval.



Of wij precies aan die € 45,= per leerling komen durf ik zo niet te zeggen. De invulling verschilt per school en per gemeente.

 
Marga Rosier
14-4-2015 13:58
 Helemaal eens met de reactie van Erna! Ook onze bieb richt zich via dBos veel structureler op scholen in plaats van incidentele activiteiten. Er vindt dus voor een deel een verschuiving van geld plaats. Maar wat, zoals Erna ook al stelt, vooral van belang is: de opbrengst. Structureel werken op basis van de leesmonitor levert keiharde resultaten op: er wordt vaker gelezen, er is meer plezier in lezen. En dan nog iets: hoeveel subsidie kost een klant van onze reguliere vestigingen ons eigenlijk per jaar? Ik weet niet hoe dat in Amsterdam of Den Haag zit, maar bij ons kost in de goedkoopste vestiging een lid van De Bieb de gemeente jaarlijks 47,-.
Jos Debeij, Gerlien van Dalen, Adriaan Langendonk
14-4-2015 17:44
Gesprek met de G4
Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek gaan binnenkort in gesprek om de uitkomsten van het evaluatierapport Kunst van Lezen van de Kwink groep te bespreken met de G4. Dit gesprek zal plaatsvinden in een ruime context over taal- en leesbevordering in de grote steden. Het besef is er dat er, naast BoekStart en de Bibliotheek op school, soortgelijke (succesvolle) inspanningen worden gedaan maar dan onder de naam van de Bibliotheek of, zoals in Den Bosch, onder de naam SchoolBieb (overigens tellen we die scholen mee in het totaal aantal aan de Bibliotheek op school deelnemende scholen).

Vrijheid in uitvoering, kwaliteit staat voorop
Stichting Lezen, de KB en SPN (uitvoerende partij van de Bibliotheek op school) hebben op een tiental basisbouwstenen een breed gedragen aanpak ingericht die stoelt op LEES: Leesomgeving (collectie gericht op de populatie op een school), Evidentie (monitor en wetenschappelijk onderzoek), Expertise (getrainde leesconsulenten en leescoordinatoren), Samenwerking (structureel, strategisch en langdurig). Wij merken dat de beeldvorming daarbij bij een aantal Bibliotheken anders is dan wij beogen. Deze Bibliotheken veronderstellen ten onrechte dat wij de invulling van de aanpak streng voorschrijven. Maar bij de lokale invulling schrijven wij juist niet streng voor hoe de uitvoering verloopt, dat is vooral een zaak van de basisbibliotheek in overleg met plaatselijke stakeholders uit gemeente, kinderopvang en onderwijs. In de praktijk verloopt de aanpak dan ook zeer divers en fasegewijs, doorgaans onder de programmanamen zoals wij die gelanceerd hebben maar ook wel onder een andere naam, terwijl er veel overeenkomsten zijn. Daar staan wij positief tegenover, het gaat uiteindelijk om een structurele langdurige leesbevorderingsaanpak waarbij de Bibliotheek dicht bij het onderwijs opereert op basis van ondersteunende expertise op het gebied van lezen en informatievaardigheden aan leerlingen, ouders en leerkrachten. Doel is kinderen taal- en mediavaardiger te maken door veel voor te lezen, vrij te laten lezen en te ondersteunen bij informatievaardigheden. Op zich is de naam waaronder dit gebeurt ondergeschikt. Uiteraard hechten we in dit verband wel aan een samenhangende structurele uitvoering van goede kwaliteit.

Kosteninzicht van belang
De met de aanpak gepaard gaande kosten zijn natuurlijk van belang. De door ons naar voren gebrachte en door Kwink overgenomen 45 euro per leerling per jaar is een gemiddeld rekenbedrag dat uit een aantal exploitatie-berekeningen naar voren komt om de aanpak goed uit te voeren. Wij gebruiken dit op landelijk nveau vooral om inzicht te krijgen wat de totale kosten voor Nederland zijn wanneer je voorrekent wat een structurele leesbevorderingsaanpak op scholen landelijk kost in vergelijking met budgetten voor bijvoorbeeld onderwijs. Anders blijf je altijd in vage termen spreken terwijl helderheid vereist is om een begroting inzichtelijk te krijgen. Bij de daadwerkelijke exploitatie zien wij Bibliotheken die de volledige aanpak zelf financieren en geen bijdrage aan het onderwijs vragen. Ook zijn er Bibliotheken die tien euro vragen aan de school (zoals Kennemerwaard) en als er minder budget beschikbaar is de dienstverlening daarop aanpassen. Dus geen landelijke voorschriften maar een eigen plaatselijke afweging, passend binnen gemaakte beleidskeuzes en de budgettering van de bibliotheek, gemeente en het onderwijs. 

Programmanamen bieden wel houvast
Gezien de prestatieafspraken met OCW over bereik van de programma's (en de daarmee gepaard gaande financiële ondersteuning) is er over het algemeen begrip voor dat we de programmanamen duidelijk positioneren. Het biedt veel Bibliotheken houvast in hun gesprekken met de gemeente en instellingen. Bovendien investeert Kunst van Lezen circa 40% van het jaarbudget aan stimuleringsregelingen om goede navolgbare voorbeelden te creëren die vaak gefinancierd worden door gemeenten. Wat ons betreft is dat de manier om qua marketing landelijk bekendheid en massa te krijgen om vervolgens aan te tonen dat dit soort programma's bestaansrecht hebben en niet vrijblijvend zijn. Ze zijn het waard om landelijk, provinciaal en lokaal ondersteund te worden door de Rijksoverheid, provincies en gemeenten. Dit heeft zijn vruchten afgeworpen, na een aanvankelijke ondersteuningsperiode van vier jaar, is het programma in maart door het Kabinet voor de tweede keer verlengd en loopt straks vanaf 2008 tot en met 2018.

Verankerd in beleid
Sinds SPN gekozen heeft de uitvoering van de Bibliotheek op school op zich te nemen is de structuur met coördinatoren van PSO's die basisbibliotheken ondersteunen verstevigd en groeit het aantal deelnemende scholen aan de Bibliotheek op school verder door. Projectmanager de Bibliotheek op school Gerard Meijer van SPN geeft aan dat in zijn provincie Drenthe uitstekende resultaten gehaald worden met de Bibliotheek op school nu het steviger verankerd is in beleid. Een gemeente heeft bijvoorbeeld dit jaar voor het eerst 19 van de 20 scholen die het programma volledig draaien. Het aantal jeugdleden (incl. de kinderen die alleen op school gebruik maken van de bibliotheekdiensten) is inmiddels met 28% gestegen in de betreffende gemeente. Het aantal jeugduitleningen stijgt momenteel met 14%, terwijl vorig jaar een daling van 7% genoteerd werd. Deze positieve cijfers bevestigen de beleidslijn van Biblionet Drenthe om in haar werkgebied in alle gemeenten richting de 100% te koersen. Voor Drenthe een trendbreuk die goede perspectieven biedt en aansluit bij de WSOB waarin vastgelegd is dat de Bibliotheek een educatieve dienstverlening dient aan te bieden.

Effectieve maatwerkaanpak
De KB en Stichting Lezen gaan met de G4 bespreken hoe we de komende jaren gezamenlijk een effectieve maatwerkaanpak kunnen uitwerken waar de landelijke partijen en de G4 zich in kunnen vinden en baat bij hebben. En die meetelt in het aantal bereikte scholen.

Jos Debeij, Gerlien van Dalen, Adriaan Langendonk

Wim Keizer
20-4-2015 12:12
Ik zie bij openbare bibliotheken drie soorten educatieve ondersteuning opdoemen:
- “dBos”, zij het dat, zoals de evaluatie meldt, maar in zeer weinig gevallen € 45 per leerling wordt opgebracht.
- Effectieve maatwerkaanpakken die weliswaar niet (helemaal) volgens het “dBos-format” (met tot nu toe als belangrijk kenmerk het aanbieden van een collectie op school, naast de inzet van een of meer leesconsulenten) verlopen en die ook een ander naam kunnen hebben (zoals het Bossche “SchoolBIEB”), maar waarbij het aantal bereikte scholen wel kan meetellen als behorende bij de dBos-aanpak (zoals mogelijk na die gesprekken met de G4 ook gaat gelden voor de bibliotheken in de vier grote steden).
- Andere vormen van (lichte tot zeer lichte) educatieve ondersteuning die echter niet het etiket dBos mogen dragen, omdat ze niet voldoen aan (nog nader of opnieuw vast te stellen?) kenmerken die minimaal horen bij het dBos-format.
Een vierde soort betreft natuurlijk bibliotheken die helemaal niets doen aan educatieve ondersteuning, maar ik vermoed dat er daar weinig tot geen van bestaan.

Overigens ben ik nog steeds voorstander van verschuiving van middelen van met name de recreatieve functie naar de educatieve functie, zoals ik in oktober 2012 scheef in een column voor dBos:
http://bibliotheek.debibliotheekopschool.nl/content/landelijk/bibliotheekopschool/nl/columns-de-bibliotheek-op-school/is-de-branche-de-kluts-kwijt.html.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Niets dodelijkers dan een landelijke huisstijl
Eens
Oneens
In nummer 9 van Bibliotheekblad stelt Sjaak Driessen, als directeur per 1 december afscheid nemend van de Bibliotheek Wageningen,...
Lees meer en geef uw mening