HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
VOB signaleert zorgen over mobiliteit en leeftijdsopbouw; doorwerken na AOW wenselijk?
Wim Keizer
31-01-2015
‘In onze branche moeten we ons afvragen of een recht van de werknemer om na de AOW-leeftijd door te werken, gezien de leeftijdsopbouw en de geringe mobiliteit in de branche, in zijn algemeenheid wel zo wenselijk is en wel in het belang van de werkgevers is. Er komen bij ons veel signalen binnen met zorgen omtrent de mobiliteit in de branche en de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand.’ Dit zegt Ap de Vries, directeur van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB).
De Vries doet zijn uitspraak in zijn antwoord van 28 januari 2015 (pdf) op een brief die het Brabants Netwerk Bibliotheken op 29 december 2014 over pensioenbesluiten naar de VOB stuurde. Hij voegt hier aan toe: ‘Overigens: in individuele gevallen kunnen werkgever en werknemer wel degelijk afspraken maken om ook na het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer het dienstverband voort te zetten.’ De Vries wijst er echter op dat daar nogal wat haken en ogen aan zitten, zoals de VOB al vermeld had in een notitie (pdf), die zij op 9 januari op haar site publiceerde. Die notitie zit als bijlage bij zijn brief aan het Brabants netwerk. Bibliotheekblad.nl baseerde het bericht van 12 januari op deze VOB-notitie.

Drie vragen
Het Brabants Netwerk meldde aan de VOB onaangenaam verrast te zijn door het besluit van ‘de sociale partners’ de pensioenleeftijd per 1 januari 2015 in één keer naar 67 jaar te verhogen. Het Netwerk stelde drie vragen aan de VOB.
De eerste was of het besluit (zie ook het bericht van 23 december 2014) niet door de werkgevers-bestuursleden in het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) had moeten worden voorgelegd aan de leden van de VOB, zoals dat ook met CAO-wijzigingen gebeurt. De tweede was wat de onderbouwing is van het argument dat mee laten schuiven van de pensioenleeftijd met de verschuivende AOW-leeftijd te bewerkelijk zou zijn.
De derde en laatste vraag was wat het betekent dat artikel 70, lid 1f van de CAO tot zeker 15 juni nog onveranderd zal blijven. In dit artikel is geregeld dat het dienstverband wordt beëindigd 'indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en wel met ingang van de dag waarop hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de Algemene ouderdomswet’. Als een daartoe strekkend wetsvoorstel wordt aangenomen, krijgt iedereen die voor 1 mei 1954 geboren is nog eerder AOW dan op haar of zijn 67ste (Zie bijgaand bestaand schema, met daarin ook het wetsvoorstel en het nieuwe schema).

Pensioenzaken geen onderdeel CAO
Op de eerste vraag antwoordt De Vries dat volgens de VOB-statuten resultaten van CAO-onderhandelingen wel aan de algemene ledenvergadering worden voorgelegd, maar dat dit niet geldt voor pensioenzaken. ‘Het pensioenreglement, waarin afspraken zijn vastgelegd over pensioenzaken, maakt geen onderdeel uit van de CAO Openbare Bibliotheken’, zegt De Vries, die verder meldt: ‘Ik wijs u erop dat pensioenzaken dermate complex en financieel-technisch van aard zijn, dat een behoorlijke mate van deskundigheid en grondige kennis van zaken nodig is om tot een oordeel te kunnen komen.’ Hij meldt ook dat de onderhandelingsdelegatie van de VOB bijgespijkerd moest worden en gespecialiseerde adviseurs heeft moeten raadplegen.
De tweede vraag was al beantwoord in de VOB-notitie: de pensioenleeftijd laten meelopen met de verschuiving van de AOW-leeftijd zou betekenen dat het POB iedere keer weer opnieuw alle pensioenen zou moet berekenen op basis van de dan geldende AOW-leeftijd. Dat zou steeds een tijdrovende en dus kostbare operatie zijn.
Wat de derde vraag betreft, antwoordt De Vries ook wat in de notitie staat: de sociale partners hebben de intentie om artikel 70 lid 1f ook na 15 juni onverkort te handhaven. ‘Tot de AOW-leeftijd weer dezelfde is als de pensioenrichtleeftijd ligt het voor de hand dat werknemers hun aanvullend ouderdomspensioen van het POB eerder in laten gaan en wel zoveel mogelijk tegelijk met de ingangsdatum van hun AOW,’ zegt De Vries, die er op wijst dat mensen die dat wensen met vervroegd pensioen mogen gaan. Hij dit laat volgen door wat in de aanhef van dit artikel vermeld staat.

Verklaringen
De Vries geeft in zijn brief verklaringen voor het feit dat de informatievoorziening ook in de ogen van het VOB-bestuur (die de Brabantse brief op 23 januari behandelde) te wensen over liet. Die verklaringen liggen in de late besluitvorming over het pensioenstelsel in het parlement en in de ingewikkeldheid van de materie.

Onrust
In een PS onder z’n brief zegt De Vries dat op de site van Bibliotheekblad de inhoud van de Babantse brief al vermeld stond nog voordat de brief bij de VOB ontvangen was. ‘Dat vinden we eerlijk gezegd niet chique. De brief al via de media (laten) verspreiden, nog voordat wij in de gelegenheid zijn geweest haar te beoordelen, maatregelen te nemen en/of te beantwoorden, heeft o.i. tot meer onrust onder werkgevers en werknemers in de branche geleid dan nodig was.’
Tot zover de brief van de VOB.

POB-site
Op 30 januari verscheen op de POB-site het bericht dat de site wordt bijgewerkt met de nieuwe cijfers voor 2015 en dat de site eind februari weer actueel zal zijn. Het POB wijst er ook op dat de pensioenplanner wordt aangepast aan de nieuwe regeling.

Openstaande vragen
Op de vraag van Bibliotheekblad.nl aan de vakbonden hoe hun insteek met betrekking tot artikel 70 lid 1f van de CAO zal zijn, kwam nog geen reactie. Eerder meldde Eldert Grootendorst, namens het CNV Publieke Zaak vertegenwoordigd in het COAOB en tevens voorzitter van het POB, desgevraagd dat het besluit de pensioenleeftijd op 67 jaar te stellen in principe betekent dat artikel 70 lid 1f bij herschrijving van de CAO zal moeten worden gewijzigd.
Ook op de vraag of de leeftijd waarop men met vervroegd pensioen mag gaan wordt opgetrokken van 55 naar 57 jaar kwam nog geen antwoord.

Tekst: Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (8)

Wim Keizer
2-2-2015 12:01
Aanvulling artikel 70 1f
Hanan Yagoubi (FNV Publiek Belang) liet 2 februari weten dat artikel 70 1f onderdeel is van de CAO-onderhandelingen. "We hopen eind april met een onderhandelingsresultaat te komen waar artikel 70 onderdeel van uitmaakt. Het onderhandelingsresultaat wordt vervolgens voorgelegd aan de leden. Het is aan de leden om te bepalen of er een akkoord komt of niet. Kortom, ik kan helaas nog geen uitsluitsel geven over artikel 70", aldus Yagoubi.
Nanno Nanninga
4-2-2015 08:15
 Ik denk dat een recht een recht is, wenselijk of niet. Daar gaat de wetgever over, wij niet. Maar los daarvan. De mobiliteit en leeftijdsopbouw aanpakken doe je niet met deze pensioenmaatregelen. Daar is pensioen ook niet voor bedoeld lijkt me. Wel zou je de groep vakgenoten die geboren is van 1 januari 1950 tot 1 mei 1954 makkelijker zijn uitgetreden als de VPL nog wat langer had geduurd en de pensioenleeftijd gelijk zou oplopen met de AOW-leeftijd. Nu wordt het deze groep mensen onmogelijk gemaakt om hun maximale pensioen op te bouwen, dat voelen zij ook als een recht.
Marius Pennings
11-2-2015 11:06
Naar mijn mening hebben degenen die voor 1 mei 1954 geboren zijn op korte termijn behoefte aan meer informatie over het al dan niet wijzigen van artikel 70, lid 1f door de COAOB. Voor 15 april a.s. willen een aantal namelijk de beslissing nemen/ keuze maken of zij met pensioen willen gaan op 1 juni a.s. of op de AOW gerechtigde leeftijd of bij 67 jaar. Het is toch heel curieus dat de COAOB beslist dat de pensioenleeftijd  in één keer naar 67 jaar wordt opgeschoven  en daar het einde van de arbeidsovereenkomst niet aan koppelt . Een aantal medewerkers van voor 1 mei 1954 die graag tot de 67ste zouden willen blijven werken, dupeer je hiermee en worden dus onvrijwillig geconfronteerd met minder pensioenopbouw.
Wim Keizer
12-2-2015 11:59
Het POB zegt (http://www.pob.eu/nieuws/2015/wijzigingpensioenregelin2015):   De pensioenleeftijd wordt verhoogd naar 67 jaar. Dat betekent dat u twee jaar langer pensioen opbouwt. De periode dat u pensioen ontvangt, start twee jaar later. Uw eerder opgebouwde pensioenaanspraken worden omgerekend naar een pensioenleeftijd van 67 jaar. (...). Natuurlijk blijft het pensioenreglement ook de mogelijkheid bieden om eerder met pensioen te gaan. Die keuze is aan u.
Er staat niet bij dat twee jaar langer pensioen opbouwen niet zou gelden voor de groep die voor 1 mei 1954 geboren is en dus eerder AOW krijgt dan met 67.

De VOB blijft zeggen dat de sociale partners de intentie hebben artikel 70 lid 1f ongewijzigd te laten. De vakbonden zeggen echter dat dit artikel onderdeel is van de CAO-onderhandelingen (waarvan de uitkomst, zoals gebruikelijk, aan de leden wordt voorgelegd).
Stel dat uit die onderhandelingen komt dat artikel 70 lid 1f ongewijzigd blijft, dan is het aan de vakbondsleden - dat zijn er niet al te veel in het openbare bibliotheekwerk - of zij er wel of niet akkoord mee willen gaan. Dan kunnen ze artikel 70 afwegen tegen andere zaken die ze belangrijk vinden. En wat de werkgevers betreft, is het aan de VOB-leden.
Marius Pennings
12-2-2015 13:46

Er staat inderdaad  niet  bij dat “Twee jaren pensioen opbouwen niet zou gelden voor die groep van voor 1 mei 1954”.  Rob Pronk, bestuurslid van POB, gaat er dan ook vanuit dat in de cao Openbare Bibliotheken zal worden geregeld dat werknemers tot 67e mogen doorwerken, ook degenen die al eerder dan met 67 jaar AOW zullen ontvangen. (website bibliotheekblad: d.d. 23-12-2014: “Pensioenleeftijd werknemers openbare bibliotheken in één keer naar 67 jaar”). De POB is uitvoerend en de COAOB bepaalt de arbeidsvoorwaarden. Dus zolang de COAOB het artikel 70, lid 1f  niet aanpast, houdt de arbeidsovereenkomst op bij de AOW-gerechtigde leeftijd (voor de leeftijdsgroep van voor 1 mei 1954 is dit dus voor 67 jaar)). Je bent dan afhankelijk van de werkgever of deze bereid is een (gewijzigde) arbeidsovereenkomst aan te bieden.
Ik blijf het heel tegenstrijdig vinden dat dezelfde personen (COAOB) beslissen dat de pensioenleeftijd  in één keer naar 67 jaar wordt opgeschoven  en daarnaast tot heden het uitgangspunt hebben een aantal deelnemers te gaan duperen die niet tot die leeftijd mogen blijven werken en dus onvrijwillig geconfronteerd worden met minder pensioenopbouw.
Wim Keizer
13-2-2015 12:14
Ik ben het met Marius Pennings eens dat het vreemd is dat het POB zonder voorbehoud zegt dat er twee jaar langer pensioen kan worden opgebouwd, maar dat tegelijk artikel 70 lid 1f van de CAO wellicht ongewijzigd blijft.

De onderhandelingsdelegatie in het COAOB (http://www.debibliotheken.nl/werkgeverszaken/over/coaob) bestaat namens de VOB uit Astrid Vrolijk (Bibliotheek Zwolle), Jan Hoogenberg (Bibliotheek Noordwest-Veluwe), Christine Oyen (VOB) en Henk Strating (extern deskundige). Namens de werknemers zitten er in: Gert de Ruiter, Irene Rensink en Hanan Yagoubi (alle drie FNV Publiek Belang) en Eldert Grootendorst (CNV Publieke Zaak).

In het POB-bestuur (http://www.pob.eu/overhetfonds/overhetfonds/organisatie/bestuurssamenstelling)
zitten namens de werknemers: Eldert Grootendorst, Wim Oosterink, Gert de Ruiter en Hanan Yagoubi. Namens de werkgevers: Wim Feijt, Ria de Herder, Rob Pronk en Margreet Teunissen (die Grootendorst is opgevolgd als voorzitter).

We zien dus dat drie vakbondsvertegenwoordigers (Grootendorst, Yagoubi en De Ruiter) dubbelrollen hebben. Verwacht mag worden dat zeker zij zich sterk maken voor wijziging van artikel 70 lid 1f.
Uit de VOB-uitlatingen over de geringe mobiliteit kun je opmaken dat er werkgevers zijn die graag artikel 70 lid 1f ongewijzigd laten. Maar het is natuurlijk in het belang van de werknemers dat ze vrij kunnen kiezen wanneer ze met pensioen willen gaan en dat ze, als ze dat willen, door kunnen werken tot 67, ook als ze geboren zijn voor 1 mei 1954.
Er zijn trouwens ook directeuren/werkgevers met een geringe mobiliteit ;-)

Marius Pennings
13-2-2015 17:40
Op mijn beurt lig ik op één lijn met Wim Keijzer voor wat betreft het vrij kunnen kiezen van de pensioendatum.  
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Het is daarbij wel van belang dat de werkgevers en -nemers voor 1 april 2015 in kennis zijn gesteld van de al dan niet wijziging van artikel 70, lid 1f. Als het onderhandelingsresultaat niet voor 1 april bereikt wordt, is een andere optie om het tijdstip (nu: voor 15 april) voor de aanvraag om per 1 juni 2015 met pensioen (en behoud van VPL)  te gaan, uit te stellen..                                                                                                     Als de COAOB voor dit verzoek de ogen sluit, laat ze naar mijn idee een steek vallen richting de werkgevers en werknemers die op dit moment hun pensioendatum in overweging nemen.                                                                                         Degenen die geboren zijn voor 1 mei 1954 zijn, willen immers een keuze kunnen maken tussen                                                                                                    1) het gebruik maken van de overgangsregeling (indiening voor 15 april),                                       2) het met pensioen gaan bij het bereiken van de AOW leeftijd of                                                      3) met 67  jaar.                                                                                                                                                                                     Een gefundeerde keuze is niet mogelijk omdat de laatste keuze niet voor 15 april gemaakt kan worden omdat dan waarschijnlijk nog niet bekend is of artikel 70, lid 1f zodanig aangepast gaat worden dat de pensioengerechtigde leeftijd en het einde van de arbeidsovereenkomst  67 jaar wordt.
Nanno Nanninga
11-3-2015 13:50
Ik constateer ook nu (11 maart 2015) nog het volgende. Het POB communiceert (in de nieuwste nieuwsbrief en in de brief die ik als deelnemer maandag thuis ontving) dat de pensioenleeftijd  is verhoogd naar 67. Ondubbelzinnig wordt doorwerken na je AOW-leeftijd als mogelijkheid genoemd. Maar nu kan dat nog helemaal niet voor de groep medewerkers, geboren tussen 1 januari 1950 en 1 mei 1954, de CAO heeft je einde dienstverband gekoppeld aan je AOW-leeftijd.
Om de belofte waar te maken die het POB doet zal dus de CAO gewijzigd moeten worden.
Om recht te doen aan de onderbouwing van de reeks genomen besluiten zal er in de nieuwe CAO een loonsverhoging worden voorgesteld. (2 %?). De VOB-leden/werkgevers  zitten als laatste in deze reeks van genomen en kennelijk onomkeerbare besluiten. (instemmen met voorgestelde wijziging CAO art. 70 1f en loonsverhoging) Eerlijk gezegd voelt dat in deze zaak niet heel prettig.

 




 

 

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

De potentiële kracht van het landelijke merk Bibliotheek wordt niet voldoende benut
Eens
Oneens
In een interview in Bibliotheekblad nr 7 2019 stelt Cyril Crutz, directeur-bestuurder van BiblioPlus, dat de potentiële power...
Lees meer en geef uw mening