HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Nog niet alle vragen over pensioenbesluit beantwoord
Wim Keizer
12-01-2015
Mogen bibliotheekwerknemers die dat wensen nu wel of niet doorwerken tot ze 67 zijn geworden? Die vraag ligt nog op tafel, ook nadat de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) vorige week informatie op hun websites hebben gezet over de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar.
In artikel 70, lid 1f van de CAO Openbare Bibliotheken is geregeld dat het dienstverband wordt beëindigd 'indien de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en wel met ingang van de dag waarop hij aanspraak krijgt op een uitkering krachtens de Algemene ouderdomswet’. De pensioenleeftijd is ingaand 1 januari 2015 verhoogd tot 67 jaar, maar degenen die tussen 1 januari 1950 en 1 mei 1954 geboren zijn krijgen eerder AOW dan op hun 67ste (ervan uitgaand dat het wetsvoorstel dat de AOW-leeftijd eerder op 67 brengt dan momenteel het geval is door de Kamers wordt aangenomen).

Artikel 70 ongewijzigd

Ondanks het eerdere bericht dat werknemers die dat wensen mogen doorwerken tot hun 67ste om zodoende aan een volledig opgebouwd pensioen te komen, meldt de VOB-notitie (pdf), die volgens een bericht van 9 januari op de VOB-site tot stand gekomen is in samenwerking met het POB-bestuur, dat het de intentie van de CAO-partijen is om artikel 70 ook na 15 juni 2015 in een nieuwe CAO ongewijzigd te laten. Dit betekent dat als werknemers die voor 1 mei 1954 geboren zijn er voor willen kiezen niet met vervroegd pensioen te gaan, de werkgever daar akkoord mee moet gaan. De VOB-notitie wijst erop dat voortzetting van een arbeidsovereenkomst op dit moment nogal wat consequenties heeft, maar dat er een wet in voorbereiding is die het aantrekkelijker moet maken om na de AOW-leeftijd door te werken (Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd). Ook de rijksoverheid wijst op die consequenties. Bij ‘aantrekkelijker maken’ gaat het volgens het wetsvoorstel vooral om zaken die het aantrekkelijker maken voor werkgevers, zoals: bij ziekte van de oudere werknemer korter doorbetalen, minder re-integratieverplichtingen en een kortere opzegtermijn.

Artikel 70 in COAOB
Desgevraagd meldde Fanny Pang, beleidsmedewerker werkgeverszaken en juridische zaken bij de VOB en ambtelijk secretaris van het Centraal Overleg Arbeidsvoorwaarden Openbare Bibliotheken (COAOB), waarin VOB en vakbonden (“de sociale partners”) vertegenwoordigd zijn, dat vragen die er zijn over de aanpassing van artikel 70 van de CAO worden meegenomen in de komende vergadering van de sociale partners in het COAOB. Deze zal eind januari plaatsvinden.
Eldert Grootendorst, namens het CNV Publieke Zaak vertegenwoordigd in dat COAOB en tevens voorzitter van het POB, meldde desgevraagd dat het besluit de pensioenleeftijd op 67 jaar te stellen betekent dat artikel 70 lid 1f in principe bij herschrijving van de CAO zal moeten worden gewijzigd.
In zijn bericht van 8 januari over de pensioenveranderingen meldde het POB: ‘De pensioenleeftijd wordt verhoogd naar 67 jaar. Dat betekent dat u twee jaar langer pensioen opbouwt. De periode dat u pensioen ontvangt, start twee jaar later. Uw eerder opgebouwde pensioenaanspraken worden omgerekend naar een pensioenleeftijd van 67 jaar. Op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) dat u 2015 van uw pensioenfonds ontvangt, ziet u wat dat voor u betekent. Natuurlijk blijft het pensioenreglement ook de mogelijkheid bieden om eerder met pensioen te gaan. Die keuze is aan u. Met deze beslissing kunnen we de startdatum van uw pensioen eenvoudig laten aansluiten bij uw overige oudedagsvoorzieningen (AOW en/of eventuele aanvullende individuele voorzieningen.’ Dit POB-bericht maakt geen onderscheid tussen werknemers die voor en na 1 mei 1954 geboren zijn.
Op de vraag van Bibliotheekblad.nl aan Hanan Yagoubi en Gert de Ruiter, namens AbvaKabo (thans FNV Publiek Belang) vertegenwoordigd in het COAOB (en ook tevens lid van het POB-bestuur), wat hun insteek zal zijn ten aanzien van artikel 70 kwam nog geen reactie.

Niet meeschuiven
Artikel 70 lid 1f was één van drie vraagpunten van het Brabants Netwerk. Een andere vraag was waarom er niet voor gekozen is de pensioenleeftijd mee te laten schuiven met de AOW-leeftijd. Daarover zegt de VOB-notitie: ‘Het POB heeft ervoor gekozen om de pensioenrichtleeftijd in één keer te verhogen van 65 naar 67, omdat de wijziging een enorme ingrijpende administratieve operatie is. Zou de pensioenrichtleeftijd in dezelfde stappen zijn verhoogd parallel aan de verhoging van de AOW-leeftijd dan zou dit iedere keer opnieuw een heel kostbare ombouwoperatie betekenen voor het POB. Ook andere pensioenfondsen handelen op deze manier. Eenvoudiger was daarom ervoor te kiezen op verzoek van deelnemers in individuele gevallen het aanvullend ouderdomspensioen te laten vervroegen naar de AOW-leeftijd.’
Overigens zegt het POB zelf dat het besluit niet door het POB is genomen, maar door ‘de sociale partners’ (d.w.z. VOB, FNV Publiek Belang en CNV Publieke Zaak) en dat het POB het alleen maar uitvoert.

Governance
Op de vraag van het Brabants Netwerk of het besluit niet als voorstel had moeten voorgelegd aan de VOB-leden kwam nog geen reactie. Bibliotheekblad.nl stelde dezelfde vraag – ook voor wat betreft de ‘governance’ binnen de vakbonden - aan deelnemers in het COAOB (van wie drie vakbondsvertegenwoordigers tevens in het POB-bestuur zitten), maar ook daarop kwam nog geen antwoord.

VPL-regeling
Het besluit de VPL-regeling af te schaffen (pdf), maar werknemers die er aanspraak op kunnen maken nog gelegenheid te bieden er tot uiterlijk 15 juni gebruik van te maken (mits de aanvraag om pensioen voor 15 april binnen is) heeft geleid tot de vraag van zeker twee werknemers aan Yagoubi of het afschaffen niet voorkomen had kunnen worden, gezien de financiële consequenties voor werknemers die er niet voor 15 juni gebruik van willen maken. Het antwoord was: ‘Het gaat hier om complexe theorie. Ik heb niet eerder kunnen communiceren dan eind december omdat er pas in december 2014 een besluit is genomen over de VPL-regeling. Er was sprake van een patstelling hierover met de werkgevers. Wij hebben in december een overgangsperiode kunnen afdwingen en ons best gedaan om de schade zo veel mogelijk te beperken.’ AZL, de pensioenuitvoerder van het POB, zegt op dit moment nog geen voorbeeldberekeningen te kunnen maken.

Tekst: Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

De bibliotheek moet progressief zijn en stelling nemen om relevant te blijven
Eens
Oneens
Torbjörn Nilsson, directeur van de bibliotheek in het Zweedse Malmö, zegt in een interview in Bibliotheekblad 3 /4 2019 dat...
Lees meer en geef uw mening