HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
GS Utrecht naar ander beleid: geen subsidie aan PDO, wel aan PSO
Wim Keizer
20-06-2013
Gedeputeerde Staten van Utrecht willen met ingang van 2014 naar een nieuwe aanpak van het provinciale bibliotheekbeleid. GS vinden dat er veel goede dingen zijn bereikt in de provincie, maar dat het nu tijd wordt te kiezen voor een ander beleid, met een andere inzet van de provinciale subsidie.
Goed vinden GS dat de Utrechtse bibliotheken een gezamenlijke marktpropositie naar hun klanten hebben kunnen opstellen. ‘Die voorziet in één provinciaal toegankelijke collectie (inclusief de provinciale samenwerkingscollectie), één tarieven- en voorwaardenstelsel, één logistiek netwerk, één bibliotheekautomatiseringssysteem en er wordt gezamenlijk campagne gevoerd voor het werven en behouden van leden’, zo schrijven GS in hun notitie aan Provinciale Staten. ‘Ook hebben de bibliotheken het samen voor elkaar gekregen om het collectioneren provinciaal te organiseren. Dit is bijzonder, omdat dit in de meeste provincies niet gelukt is. Het collectioneren is nl. van oorsprong de kern van het werk van de bibliothecaris en nu is dat belegd bij een centraal collectieteam.’

Geen fusie SUB en BiSC

GS laten echter weten dat nu, na acht jaar, blijkt dat datgene wat volledig gezamenlijk kan, bereikt is. ‘En het is een uitdaging om dat in deze tijd van crisis vast te houden. Er zijn geen nieuwe onderwerpen die meerwaarde geven door het gezamenlijk te doen. Dit heeft te maken met de verschillen tussen de bibliotheken en gemeenten. Nu is er juist behoefte aan kwaliteitsverbetering en maatwerk. Nu is het nodig om sterk in te zetten op innovatie.’
GS laten ook weten dat de provincie in 2012 besloten heeft niet meer in te zetten op een fusie tussen de Samenwerkende Utrechtse Bibliotheken (SUB) en het Bibliotheek Service Centrum (BiSC). De SUB vormen het Provinciaal Directieoverleg (PDO), BiSC is de Provinciale Serviceorganisatie (PSO).
‘De reden hiervoor was onvoldoende draagvlak bij gemeenten. Daarbij hebben we geconstateerd dat de huidige aanpak van ons bibliotheekbeleid niet meer adequaat is. Daarom is een nieuwe aanpak ontwikkeld’, schrijven GS. De verschillen in kwaliteit en kwantiteit gelden vooral voor mediawijsheid, preventie laaggeletterdheid, HRM-beleid en diverse marketingacties. ‘De afstand tussen voortrekkers en volgers wordt groter. Het is niet wenselijk dat het aanbod op deze onderdelen voor alle bibliotheken gelijk wordt georganiseerd of ingevuld. Zo hebben de stadsbibliotheken heel andere behoeften en wensen dan de regiobibliotheken.’

Verschuiving gelden
GS laten in een financieel plaatje zien dat van de € 2.152.000 provinciale subsidie in 2013 € 1.433.000 naar BiSC gaat en € 719.000 naar de SUB.
Voor 2014 willen zij geen subsidie meer verstrekken aan de SUB, maar € 1.992.000 aan BiSC en € 160.000 vrijhouden voor een nieuwe lijn ‘Inzet middelen op innovatie en ondernemerschap’. Hoe dat geld wordt besteed, moet nog worden uitgewerkt.

GS merken wel op waarde te blijven hechten aan de SUB als belangrijke gesprekspartner en belangenbehartiger van de bibliotheken.

De gelden die in 2013 aan BiSC worden gegeven, zijn bestemd voor ICT, transport en P&F-taken (Personeel en Financiën). Het geld dat naar de SUB gaat, wordt uitgegeven aan marketing, de digitale bibliotheek, educatie, formulemanagement, HRM, netwerk, collectie, innovatie en ondersteuning SUB. Van dat bedrag besteden de SUB overigens 75% bij BiSC. De andere 25% is bestemd voor het provinciaal collectioneren.

In de nieuwe situatie onderscheiden GS voor BiSC twee lijnen. Lijn 1 bestaat uit de inzet van middelen voor ICT, transport, één provinciale bibliotheekpas en de toegang tot de provinciale collectie. Lijn 2 is de inzet van middelen voor vernieuwing, in samenhang met de afspraken tussen OCW, IPO en VNG, gebaseerd op een tweejaarlijkse ‘uitvraag’ van bibliotheken en gemeenten.

Regisseur
GS zeggen: ‘De provincie treedt in de nieuwe situatie op als regisseur en beslist over de toekenning van de subsidie op grond van vooraf geformuleerde uitgangspunten, voorwaarden en aandachtspunten. Formeel heeft zij die status uiteraard al, maar tot nu toe was de regel dat de SUB met een collectieve aanvraag kwamen namens alle bibliotheken en kreeg BiSC subsidie voor de uitvoering van de stelseltaken. De provincie was als inhoudelijk regisseur niet prominent aanwezig. In het nieuwe model is dat wel het geval.’

Het voorstel van GS wordt 24 juni behandeld in de Statencommissie Wonen, Maatschappij en Cultuur. Zie de agenda, punt 11.

Fusie BiSC en ProBiblio?
Het GS-voorstel meldt ook dat BiSC op basis van een onderzoek door PriceWaterhouseCoopers besloten heeft intensieve samenwerking met ProBiblio, de PSO van Noord- en Zuid-Holland, aan te gaan. ‘Mogelijk leidt dit in de toekomst tot een fusie. Serviceorganisaties als BiSC vormen een schakel tussen landelijk en lokaal beleid. Om te zorgen dat de samenwerking geen nadelige gevolgen heeft voor ons beleid en de besteding van de provinciale subsidie, nemen we in de kaderbrief aan BiSC voorwaarden op rond deze samenwerking’, zeggen GS.

Negen bibliotheken
In Utrecht zijn negen basisbibliotheken, waarvan er twee niet meedoen in de SUB, namelijk die van Nieuwegein en Veenendaal. De zeven andere zijn de bibliotheken Angstel, Vecht en Venen (Noordwest-Utrecht), Eemland (Amersfoort e.o), Het Groene Hart (Woerden e.o), Idea (Zeist, De Bilt, Soest en Bunnik), Lek en IJssel (Houten en IJsselstein e.o), ZOUT (Zuidoost-Utrecht, behalve Veenendaal) en Utrecht (stad).

Bibliotheek Utrecht oneens
In hun brief aan PS schrijven GS dat de Bibliotheek Utrecht het niet eens is met de keus om het provinciaal collectiebeleid onder lijn 1 van de taken van BiSC te brengen. ‘Het is mogelijk dat bibliotheken die nu taken uitvoeren onder regie van de SUB niet tevreden zijn over de keus om als provincie rechtstreeks een partij (BiSC) te subsidiëren. Een struikelblok hierin kan de uitvoering van het gezamenlijke collectiebeleid worden, dat nu grotendeels belegd is bij Bibliotheek Utrecht. De kans is aanwezig dat bibliotheken andere keuzes willen maken dan BiSC doet. Dit kan gevolgen hebben voor de samenwerking’, schrijven GS in de brief. Zij zeggen er in de notitie wel bij dat ze zoveel mogelijk consensus zullen stimuleren en waar nodig knopen zullen doorhakken.
GS melden ook dat Nieuwegein en Veenendaal kunnen meedoen aan de nieuwe samenwerking, maar dat dit geen extra kosten voor de provincie met zich mee kan brengen.

Meer in de brief van GS d.d. 11 juni aan Provinciale Staten (pdf) en in de notitie Een nieuwe aanpak in bibliotheekbeleid (pdf).


Reactie Bibliotheek Utrecht op wet
In zijn reactie op het voorstel Stelselwet, liet Ton van Vlimmeren, directeur Bibliotheek Utrecht, overigens over artikel 13 (de provinciale taken op het gebied van interbibliothecair leenverkeer en innovaties) weten: ‘Wij vinden dit artikel overbodig. Deze netwerktaken kunnen door de bibliotheken op basis van een klant-leverancier-relatie worden ingekocht. Het (exclusief) beleggen van innovaties in het fysieke domein bij de serviceorganisaties vinden wij ongewenst. Dit gaat voorbij aan de rol die de lokale bibliotheek in innovatie moet spelen en aan de bijdragen van tal van marktpartijen en partners. Bovendien zijn innovaties nimmer uitsluitend fysiek of digitaal en dus niet op deze manier op te delen. Ook hier komt ons bezwaar tegen de tweedeling tussen digitaal en fysiek weer om de hoek kijken.’

Tekst: Wim Keizer



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Bibliothecarissen moeten zich activistischer opstellen
Eens
Oneens
In nummer 4 van Bibliotheekblad wordt in het gesprek met de Beste Bibliothecarissen de vraag opgeworpen of bibliothecarissen zich...
Lees meer en geef uw mening