HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Uitgevers uiten ‘fundamentele zorgen’ over nieuwe bibliotheekwet
Maarten Dessing
03-06-2013
Twee weken geleden werd de internetconsultatie over de nieuwe bibliotheekwet afgesloten met een totaal van 168 reacties. De bijdrage die binnen de bibliotheekwereld misschien wel de meeste aandacht trok was die van het Nederlands Uitgeversverbond (NUV). Adjunct-secretaris Economische en Juridische Zaken Hans Osinga geeft een toelichting.
Mag de bibliotheek van de uitgevers geen informatie contextualiseren, zoals de sector zelf graag wil? Is het onwenselijk dat bibliotheken collectief en centraal e-boeken inkopen? Meer dan 165 instellingen en personen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om online te reageren op het voorstel van de nieuwe bibliotheekwet. Geen van de bijdragen riep echter zo veel vragen op als de brief die het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) aan de verantwoordelijke minister Jet Bussemaker stuurde.

Om te beginnen hecht Osinga eraan te benadrukken hoe positief de uitgevers het vinden dát er eindelijk een nieuwe bibliotheekwet komt. ‘De rol en functie van bibliotheek was versnipperd. Deze wet stelt duidelijk vast wat die is en regelt ook de diverse functies van de Koninklijke Bibliotheek en de openbare bibliotheken in een helder bouwwerk. Dat is een goed initiatief. Maar wij hebben wel twee fundamentele zorgen met betrekking tot het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting, die overigens niet op alle punten even duidelijk zijn.’

Tarieven en intellectueel eigendom
De eerste zorg betreft de tarieven voor het uitlenen van e-books aan bibliotheekleden. Osinga: ‘Het lijkt erop dat bibliotheken die straks in samenspraak met de minister vastleggen. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de rechthebbenden: auteurs en uitgevers. Uitgevers geven nu licenties aan bibliotheken, waarin afspraken zijn gemaakt over tarieven en uitleenduur. Die afspraken moet je nakomen. Het zou nadelige gevolgen voor de bibliotheken zelf hebben als dat niet gebeurt. De uitgevers moeten ruimte houden om een goed aanbod aan informatie en cultuur te ontwikkelen. Alleen dan kunnen bibliotheken zelf een goed aanbod bieden.’
Het tweede punt gaat over het intellectueel eigendom. ‘Er zijn overdraagbare en niet-overdraagbare licenties. Het lijkt erop dat de wet de bibliotheken verplicht om uitsluitend het eerste type licentie met uitgevers overeen te komen. Dat zou betekenen dat bibliotheken de licenties kunnen overdragen op derden, bijvoorbeeld de overheid, die er wat dan ook mee kunnen doen. Uitgevers vinden het principieel beter als bibliotheken contractvrijheid hebben. Dat ze de ruimte hebben om een eigen beleid te voeren. Anders loop je het gevaar dat nieuwe initiatieven niet van de grond komen of dat uitgevers helemaal geen licenties willen afsluiten.’

Vervolgens licht Osinga een aantal citaten toe uit de brief van het NUV als reactie op de bibliotheekwet.

Marktverstoring
Citaat: Een duidelijk onderscheid tussen het publieke en private domein is op zichzelf onvoldoende om marktverstoring door bijvoorbeeld eenzijdig en niet afgestemde gesubsidieerde activiteiten te voorkomen en zou duidelijk verder uitgewerkt moeten worden.
Osinga: ‘Er wordt gesuggereerd dat het sec maken van onderscheid, als het plakken van een sticker, voldoende is om marktverstoring te voorkomen. Dat is publiek, dat is privaat. Daar moeten echter concrete afspraken over worden gemaakt. Anders loop je het gevaar dat in Nederland hetzelfde gebeurt als in Denemarken. Daar is geëxperimenteerd met lage tarieven voor het volledige aanbod van e-boeken in bibliotheken: zowel de print als de digitale markt ondervonden daarvan zeer negatieve effecten.’

Collectieve inkoop
Citaat: [Het] uit efficiencyoverwegingen uitsluitend collectief en centraal inkopen van e-boeken, omdat het [huidige] gehanteerde omslagsysteem onvoldoende collectieve koopkracht [kan] organiseren, is niet per definitie wenselijk.
Osinga: ‘Het gevaar van collectief inkopen is dat er een te groot blok ontstaat dat uitgevers onder druk zet om tegen zo scherp mogelijke tarieven te leveren. Dat er een grote partij ontstaat met een enorm marktaandeel, dat het voor uitgevers onmisbaar wordt om mee te doen. Het hangt er natuurlijk helemaal van af hoe een dergelijk collectieve inkooporganisatie zich in onderhandelingen opstelt en hoe het digitaal lezen zich ontwikkelt. Maar waar het ons om gaat, is dat het wetsvoorstel nu veel nadruk legt op efficiency, collectieve koopkracht, scherpe tarieven, terwijl uitgevers ruimte moet behouden om nieuw aanbod te kunnen creëren.’

Dubbele pet KB
Citaat: Het is van belang om aandacht te schenken aan de dubbele rol van de Koninklijke Bibliotheek als beheerder van het depot van het Nederlands geschreven erfgoed alsmede haar centrale rol in de landelijke digitale bibliotheek.
Osinga: ‘De KB krijgt vanwege haar depotfunctie alle uitgegeven werken in Nederland. Dan is het verleidelijk om die werken, als de KB die toch in huis heeft, te gebruiken voor nieuwe verhuurmodellen, vanwege haar rol als verantwoordelijke voor het aansturen van de digitale bibliotheek. Wij zeggen niet dat het zal gebeuren, maar het lijkt ons goed dat het wordt benadrukt in het wetsvoorstel. Dat is nu niet het geval. Het feit dat de KB alles heeft, wil niet zeggen dat de KB er alles mee kan doen, zonder toestemming van de rechthebbenden.’

Contextualiseren
Citaat: De primaire aandacht van bibliotheken moet uitgaan naar het kunnen aanbieden van een toegankelijke en volledige collectie. (…) Het gevaar bestaat dat ‘context bieden aan digitale vormen van informatie en cultuur met een toets op betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, authenticiteit en pluriformiteit’ leidt tot het verliezen van aandacht.
Osinga: ‘Wij zien het kerndoel van de bibliotheek als het bieden van een grote collectie die heel toegankelijk is. Ook al verandert de rol van de bibliotheek, dát blijft. Wij willen bibliotheken niet tegenhouden als zij meer context willen geven. Dat is ook belangrijk. Een bibliotheek moet meer bieden dan het zoeken op titelniveau en het vervolgens uitlenen van deze materialen. Maar informatie checken op vier punten? Dat lijkt ons niet nodig. Een uitgever van bijvoorbeeld wetenschappelijke informatie zorgt er al voor dat de inhoud van boeken klopt. Bibliotheken hoeven dat niet over te doen. Als bibliotheken informatie impliciet toetsen, door bijvoorbeeld het ene boek over een onderwerp wel en het andere boek over hetzelfde onderwerp niet in te kopen, is dat voldoende.’

Publiek-private samenwerking
Citaat: Bibliotheken werken samen met andere publieke aanbieders, maar ook vormen van publiek-private samenwerking zijn zeer wenselijk. Door uitgevers inmiddels ontwikkelde innovatieve diensten voor het verkopen en verhuren van e-boeken kunnen in het publieke domein worden ingezet.
Osinga: ‘De Memorie van Toelichting roept op tot samenwerking met andere publieke partijen. Maar uitgevers hebben ook allerlei initiatieven opgezet. Denk aan het Digitaal Platform, dat wordt beheerd door Centraal Boekhuis. Bibliotheken kunnen daar ook bij aansluiten. Bibliotheken hoeven niet zelf het wiel uit te vinden. Dat zou ook belastinggeld schelen.’

Brede collectie
Citaat: Een zorgvuldig afgewogen collectie komt niet uitsluitend vraaggestuurd tot stand, maar bevat ook cultureel waardevolle werken van commercieel misschien minder geslaagde auteurs.
Osinga: ‘Het wetsvoorstel gaat uit van een collectie die zo veel mogelijk aan de vraag van leden tegemoet komt. Maar een collectie moet niet te veel in de massacultuur blijven hangen. Ook werken voor een kleiner publiek moeten goed beschikbaar blijven. Ook dat is een taak van de bibliotheken. U vraagt of inkoop van bibliotheken belangrijk is voor uitgevers om werken voor een klein publiek te blijven uitgeven. Die inkoop alléén maakt een uitgave niet mogelijk, maar het speelt wel een rol, ja.’

Belangen van rechthebbenden
Citaat: Om te komen tot een succesvolle digitale bibliotheek, zullen de Koninklijke Bibliotheek en uitgevers in onderlinge overeenstemming licentieovereenkomsten af moeten sluiten. De mogelijkheden om dergelijke afspraken te maken, worden door het wetsvoorstel echter ingeperkt, waarbij in bepaalde opzichten de wettige belangen van rechthebbenden onredelijk lijken te worden geschaad.
‘Dat is dus onze fundamentele zorg. Als er afspraken zijn gemaakt tussen bibliotheken en uitgevers, moeten die afspraken worden nagekomen.’

Tekst: Maarten Dessing

Voor de volledige tekst van de brief van het Nederlands Uitgeversverbond, zie hier (PDF)


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Jeroen de Boer
3-6-2013 14:05
Wauw, wat een stortvloed aan argumenten vanuit de uitgeverswereld om de bewegingsruimte van bibliotheken in te perken. Het meest tegen de borst stuit echter toch wel het argument dat auteursrechten de voornaamste motor zijn achter een vruchtbare culturele ontwikkeling.
Wat dat aangaat heeft Andy Gowers, namens de Britse overheid opsteller van het Gowers Review, zinnige dingen gezegd, bijvoorbeeld ihkv de oprekking van de termijn op naburige rechten met 20 jaar:

Gowers says he wanted to reduce the term to around 20 years, but that it would have been politically undeliverable. "No one is going to be de-incentivised to make music," he says. "No one can say that the Beatles would not have recorded Love Me Do if they only got 30 rather than 50 years of rights for it. It is ludicrous."

http://www.guardian.co.uk/media/organgrinder/2011/sep/25/copyright-term-extended-music-recordings

Maar wat vind de bibliotheekwereld hier nu van? Nog steeds een oorverdovende stilte vanuit de verschillende gremia.


Raymond Snijders
3-6-2013 17:03
Ook ik snap niet heel goed waarom de bibliotheekwereld niet met een 'fundamentele' reactie komt. Ik voel zelf al flinke ergernis over die argumenten en opmerkingen die in mijn ogen niet alleen zeer defensief tav de eigen belangen van uitgevers overkomen maar vooral de contouren lijkt te schetsen van hoe ze vinden waar een bibliotheek zich wel en vooral niet mee bezig moet houden.

Ik verwijs zowel de uitgevers maar ook de bibliotheken graag naar de e-lending principles van de IFLA die een duidelijk standpunt formuleert als het gaat om het beschikbaar maken van ebooks voor uitlenen. Inclusief het voornemen om te sturen op collectieve licensering en eventueel afdwingen hiervan in de wet. Als uitgevers zich zorgen maken over een potentieel machtsblok van een inkoopcommissie, dan lijkt het me een goed iets dat beide partijen met elkaar nadenken om gezamenlijk tot een resultaat te komen dat er hoe dan ook moet komen. In plaats van alleen maar zorgen uit te spreken als een openingszet van een ongetwijfeld jaren durend proces van versplinterd onderhandelen.

Maar goed,dat kan ik vinden maar ik mis een duidelijke stellingname van de betrokken partijen in het wetsvoorstel.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening