HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Laatste week internetconsultatie bibliotheekwet
Bart Janssen
13-05-2013
Met nog een kleine week te gaan begint het aantal reacties op het wetsvoorstel voor een nieuwe bibliotheekwet met name de laatste dagen snel op te lopen. Op het moment van schrijven zijn er via internetconsultatie.nl inmiddels 76 reacties ingediend. Afgelopen vrijdag stond de teller nog op 38. Vanaf 19 april kan iedereen reageren op de conceptwettekst. Op 19 mei sluit de internetconsultatie over de bibliotheekwet.
De integrale tekst van de ontwerpwet alsmede de memorie van toelichting zijn ook te raadplegen via internetconsultatie.nl. (Zie ook dit artikel van Wim Keizer over het wetsontwerp)

Manifest
Een groot deel van de reacties is afkomstig van bibliotheekdirecteuren, die in veel gevallen bij wijze van reactie de tekst indienen van het door de VOB opgestelde manifest (Word-document). (Zie ook dit bericht) In dit manifest worden onder andere de volgende wensen op tafel gelegd: ‘De wet geeft met de nationale bibliotheekpas elke burger toegang tot fysieke en digitale dienstverlening van de bibliotheek. Dit lidmaatschap wordt in de lokale bibliotheek geregistreerd. Voorwaarden voor het lidmaatschap en de hoogte van het tarief worden door de branche geregeld. Het leenrecht voor e-boeken wordt wettelijk geregeld. De openbare bibliotheken zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inkoop van E-content voor openbare bibliotheken (…). In deze verdeling is het rijk verantwoordelijk voor het bibliotheekstelsel als geheel en voor de digitale infrastructuur. De gemeente draagt bij aan het stelsel van openbare bibliotheken door het in stand houden van een openbare bibliotheek, eventueel met andere gemeenten samen. De provincies waarborgen de taken op het terrein van netwerk, collecties, interbibliothecair leenverkeer en innovatie. De wet stelt vast dat het bibliotheekstelsel decentraal blijft functioneren, ook bij een centrale rol van de Koninklijke Bibliotheek.’

Enkele andere reacties op de internetconsultatie behelzen het indienen van het door de VOB opgestelde stuk (Word-document) waarin artikelsgewijs ingegaan wordt op de conceptwet.
In dit VOB-stuk wordt met name gewezen op het feit dat de landelijke digitale bibliotheek en de lokale fysieke bibliotheek nog te zeer als aparte ´entiteiten´ worden benoemd en benaderd. Ook wordt er door de VOB onder andere op gewezen dat de in de wet genoemde netwerkverantwoordelijkheid een 'papieren tijger' is: ‘Er is geen resultaatverplichting en de overheden hebben geen sanctiemogelijkheid ten opzichte van elkaar’. Verder mist de VOB de provinciale netwerktaken en het faciliteren van provinciaal collectiebeleid en wijst zij er op dat een aparte registratie voor digitale dienstverlening een extra kostenpost voor de bibliotheek betekent. ‘Wij pleiten dan ook voor het lokaal beheren van de ledengegevens, aangezien dit de praktijk is en daar de expertise en menskracht aanwezig is. Lokale bibliotheken gebruiken ook nu al de ledengegevens om hun dienstverlening en marketing te kunnen uitvoeren. Voor niet vrij beschikbare e-content vinden ook wij een registratie onvermijdelijk. Voor vrij beschikbare content achten wij vrije toegang voor iedereen zonder registratie een belangrijke factor om de bibliotheek aantrekkelijk te positioneren,’ aldus de VOB.

Reacties
Uit de reacties via internetconsultatie.nl blijkt met name vrees voor mogelijke aantasting, of zelfs het verdwijnen, van (de rol van) de fysieke bibliotheek, mede als gevolg van het ontstaan van een scheiding tussen de lokale fysieke bibliotheek en de landelijke digitale bibliotheek die velen als gevolg van de wet zien ontstaan. In de meeste gevallen pleit men voor één lidmaatschap voor zowel fysieke als digitale bibliotheek. Veel mensen pleiten er ook voor in de wet te verankeren (anders dan nu het geval is) dat gratis lidmaatschap voor iedereen jonger dan 18 jaar in elke gemeente gegarandeerd is.

Ap de Vries, directeur VOB, stelt in zijn reactie onder andere: ‘Alleen dat [de digitale dienstverlening, BJ] regelen - en kennelijk doet dit wetsvoorstel dat in hoofdzaak - is te beperkt. Er is 1 openbare bibliotheek, die lokaal fysiek zichtbaar is en via de digitale kanalen (…) Maar nu lijkt het of dat een aparte entiteit wordt, een 164e basisbibliotheek, door het rijk gefinancierd en verder losstaand van de 163 met gemeentemiddelen gefinancierde bibliotheken.Dat is geen goede zaak en een groot risico voor de lokale bibliotheken (…) Borg in de wet dus ook de voorziening openbare bibliotheek op gemeenteniveau. En regel dat de gebruikers van de lokale bibliotheken gebruik kunnen maken van de digitale diensten en dat de gebruikers van de digitale diensten evenzo ook gebruik kunnen maken van de fysieke diensten: een lidmaatschap dat via beide kanalen gelijkwaardig is en gekoppeld aan wat de bibliotheken maken tot wat ze zijn: de lokale openbare bibliotheken (…) Het leenrecht voor digitale boeken voor bibliotheken moet met voorrang geregeld worden, juist een taak voor de minister van OCW.’

Kars Veling, voorzitter van de VOB, spreekt in zijn reactie (pdf) eveneens zijn zorg uit over een splitsing van landelijk digitaal en lokaal fysiek: 'Tot nu toe heb ik consequent gesproken over de Openbare Bibliotheek Nederland, waarmee ik adhesie betuig aan de door de conceptwet beoogde samenhang. Maar heel opvallend is dat de bepalingen in de conceptwet die samenhang principieel wordt doorbroken door nadrukkelijk te spreken over de landelijke digitale bibliotheek. Op het eerste gezicht lijkt daar iets voor te zeggen. Gebruik maken van digitale boeken en andere informatie is niet aan plaats of tijd gebonden, anders dan wat de lokale bibliotheken in huis aanbieden. Maar het splitsen van de Openbare Bibliotheek Nederland in twee gescheiden segmenten is echt een heel slecht idee. Ik vind het ook onbegrijpelijk in het licht van de centrale bedoeling van de nieuwe wet.’ Verder stelt Veling, verwijzend naar het feit dat in de wet drie functies van de bibliotheek worden vastgelegd (ter beschikking stellen van kennis en informatie; bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie; bevorderen van lezen en kennis laten maken met literatuur) onder andere ook nog: ‘We weten allemaal dat gemeenten kampen met serieuze budgettaire problemen. Maar juist in tijden van krapte zou het voor de Openbare Bibliotheek Nederland een zeer welkome steun in de rug zijn als iets zou worden gezegd over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor lokale voorzieningen, bij voorbeeld in een verplichting voor gemeenten om onderlinge afspraken te maken over te maken keuzes.’

Ook Charles Noordam, directeur Bibliotheek Den Haag, waarschuwt (pdf) voor een scheiding van de digitale en de fysieke bibliotheek: ‘Een belangrijk deel van de wet richt zich rechtstreeks op de ontwikkeling van de landelijke bibliotheek en veel andere bepalingen hebben daar indirect mee te maken. In belangrijke mate is deze wet instrumenteel aan het realiseren van dat doel, zelfs in die mate dat er niet is gekozen voor een samenhangende nationale openbare bibliotheek, maar voor twee stromen: een digitale bibliotheek en een fysieke bibliotheek. Het uitgangspunt dat met name in de toelichting op het voorstel is opgenomen dat digitale en fysieke een twee-eenheid vormen, is in feite in het voorstel zelf niet gerealiseerd. (…) De gecombineerde bepalingen in het voorstel inzake de digitale bibliotheek en de Koninklijke Bibliotheek kunnen ertoe leiden dat alle klanten van de voorgestelde digitale bibliotheek zich aanmelden als lid van de Koninklijke Bibliotheek, die dan in korte tijd enkele miljoenen leden zou kunnen verwerven ten koste van de lokale bibliotheken. Die financieren dit immers indirect via de voorgestelde uitname uit het gemeentefonds. Dit scenario kan als sterfhuisconstructie van lokale bibliotheken worden gezien. Het is zeer onwenselijk, omdat het niet leidt tot versterking van het bibliotheekstelsel, maar integendeel tot een verzwakking ervan. De Nederlandse burgers zouden in dit voorstel in het middelpunt moeten staan. De vraag hoe men zo gemakkelijk mogelijk openbare informatie bereikt ongeacht de vorm is daarin de logisch te beantwoorden vraag. De bibliotheekbranche stimuleert deze gemakkelijke toegang door de ontwikkeling van de nationale bibliotheekpas. De logische twee-eenheid zou dan moeten zijn: de nationale bibliotheekpas geeft toegang tot de Nationale Openbare Bibliotheek! Klanten willen graag alle informatie in samenhang zien om daaruit hun keuze te maken. In plaats daarvan staat in het voorstel het organiseren van twee kanalen, met verschillende aanmeldprocedures centraal.'

Marian Buvelôt, directeur De Bibliotheek (Weesp, Muiden, Eemnes, Wijdemeren), sluit zich hierbij aan: ‘Het lijkt mij dan ook van groot belang dat wanneer er van wordt uitgegaan dat elk openbaar bibliotheeklid automatisch ook lid wordt van de landelijke digitale bibliotheek dit ook vice versa moet plaatsvinden, mede om verdere uitholling van het – lokaal onder vuur liggende gesubsidieerde bibliotheekwerk - te voorkomen. Ik denk dan ook dat het een betere invulling zou zijn dat vanuit het fysieke bibliotheeklidmaatschap tevens gebruik gemaakt kan worden (lidmaatschap) van de digitale bibliotheek.’

Overigens heeft ook Marjan Berk vandaag in haar column in het Algemeen Dagblad (met als titel: 'Het is vijf voor twaalf voor de fysieke bibliotheek!') gereageerd op het wetsvoorstel en heeft ze haar lezers opgeroepen eveneens gebruik te maken van de mogelijkheid te reageren via internetconsultatie.nl

Reageren op het wetsvoorstel kan nog tot 19 mei via: http://internetconsultatie.nl/bibliotheekwet/reacties


Tekst: Bart Janssen

Technische briefing
Tijdens de technische briefing over het wetsvoorstel op 25 april jl, waarbij zo’n 40 bibliotheekdirecteuren aanwezig waren, bleek al dat de aanwezigen zich met name zorgen maken over een mogelijke splitsing van landelijk digitaal en lokaal fysiek. Zo gaf Erna Winters (Bibliotheek Kennermerwaard) aan dat het haar bevreemdt dat er gesproken wordt over één bibliotheek (fysiek en digitaal), met één collectie en één catalogus, maar dat er wel twee abonnementsvormen gehanteerd worden. Aad van Tongeren, beleidsambtenaar OCW, gaf tijdens de bijeenkomst aan dat weliswaar in de wet geregeld is dat iedereen die lid is van de openbare bibliotheek ook lid is van de landelijke digitale bibliotheek, maar dat mensen inderdaad ook apart lid kunnen worden van de digitale bibliotheek. Volgens Van Tongeren is het daardoor juist mogelijk om via het digitale kanaal het fysieke domein beter in beeld te brengen bij mensen die nu nog geen lid zijn van de openbare bibliotheek. Vanuit de zaal worden daar echter vraagtekens bij geplaatst. Enkele aanwezigen suggereren dat de digitale bibliotheek misschien wel helemaal niet zo’n succes wordt als je die los van de lokale bibliotheek neerzet, ook omdat er vooralsnog te weinig e-content beschikbaar is via de digitale bibliotheek, vooral als gevolg van de rechtenkwestie. De fysieke bibliotheek kan echter vanuit haar lokale contact en verbondenheid met de burgers een belangrijke rol spelen om de gebruikers naar de digitale bibliotheek te leiden.
Tijdens de briefing werd door Myriam van Bremen (Bibliotheek Groene Hart) de vraag opgeworpen wat er gebeurt als een bibliotheek niet (meer) voldoet aan de vereisten in de wet. Biedt de wet de mogelijkheid deze bibliotheken uit te sluiten? En van wat? Er bestaat onduidelijkheid over de stelselverantwoordelijkheid. Theo Bijvoet van OCW reageert door onder andere te stellen dat een nieuw element van deze wet in ieder geval is dat gemeenten met elkaar in overleg moeten als er een gemeente uit een basisbibliotheek valt. Daarnaast legt de wet vast dat IPO, VNG en OCW periodiek met elkaar moeten overleggen over hoe het stelsel functioneert. Mireille Pondman (BiSC Utrecht)  sluit hierbij aan door te vragen wie beslist of een organisatie nog gezien kan worden als een bibliotheek in de zin van de wet en of die organisatie dan bijvoorbeeld nog kan participeren in de landelijke digitale bibliotheek? Als er lokaal geen bibliotheek meer is, kan de burger wel lid worden van de digitale bibliotheek? En hoe moet dat dan met fysieke dienstverlening die in het verlengde van de digitale dienstverlening ligt? Het artikel over de stelselverantwoordelijkheid in de wet leidt tot verwarring in de zaal: zijn er sancties als een gemeente niet voldoet aan de in de wet gestelde eisen (cq de lokale bibliotheek niet voldoende uitvoering geeft aan de daarin genoemde functies)? Wie bepaalt het sanctiebeleid en op grond waarvan en wat zijn de eventuele consequenties? Helemaal helder werd het niet op dit punt, maar uiteindelijk suggereerden de aanwezige OCW-ambtenaren dat de minister het laatste woord heeft en een in gebreke blijvende bibliotheek (cq gemeente) eventueel kan afsluiten van de digitale infrastructuur. Adriaan van Geest (Bibliotheek Haarlemmermeer) vindt dat een stevig sanctiebeleid thuis hoort in de wet. Het ministerie verwacht dat de Raad voor Cultuur in haar advies op dit punt de wet kan aanscherpen.
Chris Wiersma (de nieuwe bibliotheek Almere) noemt het verder nog ‘een linke zaak’ dat de taken op provinciaal niveau in de wet behoorlijk beperkt worden. Met name bibliotheken in de kleine kernen op het platteland zouden hiervan het slachtoffer kunnen worden, omdat zij het meest afhankelijk zijn van de PSO’s. En die kleine bibliotheken zijn al hard getroffen. Wiersma spreekt van ‘het slechtste van twee werelden’: de provinciale functies worden verminderd, maar er worden geen financiën overgeheveld van het provinciale niveau naar de andere overheden. Als men dan toch de rol van provincies bij wet wil beperken dan zou een allocatie van middelen uit het provinciefonds naar de andere overheidsniveaus op zijn plaats zijn.
Veronica Spaans vraagt of het digitale leenrecht in de wet geregeld kan worden. OCW verwijst naar het recente onderzoek waaruit blijkt dat dit in het licht van Europese regelgeving niet kan. Wel geeft hij aan dat Nederland het onderwerp in Europa nog eens op de agenda zal zetten.

Zie ook de presentatie van OCW tijdens de briefing en het verslag van de VOB over de briefing.



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Wkm Keizer
14-5-2013 19:23

Reacties: zoek de verschillen

Ik lees in heel veel reacties, inclusief die van de VOB-top, nu zo vaak dat een scheiding tussen fysieke bibliotheken en een digitale bibliotheek ongewenst is dat ik bijna medelijden met de OCW-opstellers van het wetsvoorstel ga krijgen en nog maar eens herhaal wat ik vaker schreef: zo’n scheiding is onvermijdelijk en wat onvermijdelijk is, kun je maar het beste aanvaarden. Bovendien is er geen twee-eenheid, zolang het Rijk en gemeenten geen twee-eenheid vormen.
Daarentegen niet onvermijdelijk is een uitname uit het Gemeentefonds (om met dat geld de KB digitale content te laten kopen). De commissie-Financiën van de VNG was er terecht tegen. Volgens mij zou de kritiek zich vooral op die uitname moeten richten. Want zo’n uitname is a. te vermijden en is b. volgens mij de grootste bedreiging voor de lokale bibliotheken, veel groter dan de komst van een landelijke digitale bibliotheek. En c.: zij is niet nodig, omdat bibliotheken heel goed zelf in staat zijn collectief e-content aan te schaffen.

Tegen deze wet
Hoewel ik denk dat een landelijke digitale bibliotheek, naast de fysieke openbare bibliotheken, er gewoon gaat komen, ben ik tegen een stelselwet in deze vorm. Als we over een stelsel willen spreken, ontbreekt de bodem: een verplichting om lokale bibliotheken in stand te houden. Maar de wet wil de decentralisatie als uitgangspunt blijven houden. Dan zeg ik: doe dan dat ook helemaal echt en regel in de wet alleen de positie van de KB als aanbieder van de landelijke digitale bibliotheek. Hou op over een fictief stelsel te praten. En hou de geldstromen en bevoegdheden gescheiden.

In de brief die de voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur, Jacques Wallage, op 23 april over de zeer grote decentralisatieoperatie op zorggebied naar minister Plasterk van Binnenlandse Zaken stuurde staan heel behartigenswaardige dingen over wat decentralisatie echt betekent: eerst en vooral loslaten. En weerstand bieden aan de bekende Haagse risico-regelreflex. Een terughoudende rol voor de nationale politiek. Zie: http://www.rob-rfv.nl/rob/actueel/nieuwsbericht/131/Geef+gemeenten+de+ruimte+bij+decentralisatie-operatie

Beter geen wet dan slechte wet
Samengevat zie ik als belangrijkste verschillen tussen veel reacties (incl. VOB) en wat ik vind (http://www.bibliotheekblad.nl/rubrieken/gastblogs/bericht/1000004054/stelselwet__1_x_goed_en_2_x_slecht) :
- Beter geen wet dan deze slechte wet (Wim).
- Beter een slechte wet dan geen wet (VOB).
- Accepteer de onvermijdelijke komst van de landelijke digitale bibliotheek, maar protesteer tegen de vermijdbare uitname het Gemeentefonds, want die is bovendien het meest bedreigend. Schrap dus artikel 16 over de aankoop van “digitale werken” door de KB (Wim).
- Artikel 16 laten staan en alleen protesteren tegen een scheiding fysieke bibliotheek en digitale bibliotheek, alsmede een twee-eenheid (“Openbare Bibliotheek Nederland”, “Nationale Openbare Bibliotheek”) blijven benadrukken (VOB).

Belang gebruikers
Het belang van de (potentiële) gebruikers is m.i.:
1. Dat er voor iedere Nederlander een aantrekkelijke landelijke digitale bibliotheek komt. Het voorstel regelt dit. Mijn verwachting is dat de situatie beter wordt dan thans, door de versnipperde landelijke aanpak, het geval is.
2. Dat iedere Nederlander in zijn woonplaats of naaste regio een fysieke bibliotheek kan aantreffen. Daar regelt het voorstel niets over.
3. Dat Nederlanders niet worden geconfronteerd met bibliotheken die (extra) worden getroffen door gemeentelijke bezuinigingen, als gevolg van de onttrekking van gelden uit het gemeentefonds. Die tussen OCW en VNG afgesproken onttrekking (bedoeld voor centrale aanschaf van e-content) is helemaal niet nodig. Daar moeten we dus vanaf.

Als het wetsvoorstel niet wordt ingetrokken, zal het m.i. toch al aanzienlijk beter worden als artikel 16 (Inkoop digitale werken door KB, met gelden uit Gemeentefonds) wordt geschrapt, de minister van OCW de afspraken met de VNG over uitnames uit het Gemeentefonds herziet en de aankoop van e-content, net als de aankoop van stoffelijke bibliotheekmaterialen, tot de eigen verantwoordelijkheid van de openbare bibliotheken rekent. Zoals bij de aanvang van de landelijke bibliotheekvernieuwing in 2009 ook de bedoeling was.

Wat is lidmaatschap?
Er wordt vaak gesproken over “een digitaal lidmaatschap” en “lidmaatschap van de digitale bibliotheek laten lopen via de lokale bibliotheek”, maar ik vraag me af of het begrip “lidmaatschap” in relatie tot een website eigenlijk wel ter zake doet. Want “een digitale bibliotheek” is toch (voor de gebruiker) primair gewoon een website met een URL. Natuurlijk kun je die URL plaatsen op alle bibliotheeksites. Maar wie wil, kan er ook meteen naartoe gaan. Wie geen behoefte heeft aan sites van fysieke bibliotheken, zet de digitale bibliotheek gewoon bij z’n favorieten.

Waarom zou ik als gebruiker “lid” moeten worden van een website als ik informatie op die website wil raadplegen of er iets wil aanschaffen? Ik ben ook geen “lid” van Bol.com, maar heb daar een account. Er is sinds kort een Digital Public Library of America (DPLA, http://dp.la), waar ik op Biblitheekblad.nl waarderende woorden over las. Je kunt daar allerlei interessante informatie raadplegen, zonder dat er sprake is van “een twee-eenheid” met fysieke bibliotheken.

Bij ons kan de Digitale Openbare Bibliotheek van Nederland (DOBN) gewoon een extensie worden van www.kb.nl of door de KB met een eigen URL in de lucht gehouden worden (DOBN.nl). Ik hoop dat het merendeel van de geboden informatie gratis voor iedereen zal zijn, net als de prachtige serie gedigitaliseerde historische kranten, tijdschriften en boeken van de KB en de KB-dossiers.

Als ik ergens voor moet betalen (per keer of per meerdere keren ineen), bijvoorbeeld omdat het materiaal niet rechtenvrij is, kan dat toch gewoon met een inlognaam en een wachtwoord, net als bij iedere site die iets te koop of te huur aanbiedt?
Wat de Nationale Bibliotheek Catalogus betreft (aanvragen fysiek materiaal) zou gekozen kunnen worden de gebruiker twee mogelijkheden aan te bieden:
- Tegen betaling thuis laten bezorgen en terugsturen (gefrankeerde retourenvelop zit er al bij). (Hoe bibliotheken het verder onderling regelen gaat me als gebruiker niet aan).
- Gratis afhalen en terugbrengen in een lokale bibliotheek (tegen de voorwaarde dat de gebruiker daar dan wel lid is of wordt).

Miljoenen nieuwe leden KB?
In één reactie las ik dat alle klanten van de voorgestelde digitale bibliotheek zich zouden kunnen aanmelden bij de KB, die dan in korte tijd enkele miljoenen leden zou kunnen verwerven ten koste van de lokale bibliotheken. Ik ben daar helemaal niet zo bang voor. Veel mensen zullen nog gewoon op papier willen lezen. Dat zie je ook aan de reacties op Internetconsultatie. Ik denk dat de landelijke digitale bibliotheek zonder voor een breed publiek aantrekkelijke e-content (die uitgevers niet of mondjesmaat willen bieden) helemaal niet zo’n hoge vlucht gaat nemen. Uit veel reacties, ook van de VOB, spreekt pure angst voor overlopen van mensen van hun lokale bibliotheek naar de landelijke digitale bibliotheek.
Opgevoerd worden een “Nationale Openbare Bibliotheek” of een “Openbare Bibliotheek Nederland” om dat tegen te gaan. Maar dat is toch fictie? Het doet mij meer denken aan een driedeling (reëel bestaande fysieke bibliotheken, een fictieve Nationale Openbare Bibliotheek en de reëel bestaande KB) dan aan opheffen van een (in mijn ogen onvermijdelijke) “tweedeling”.
Wat we echt moeten tegenhouden is de uitname uit het Gemeentefonds, daar die lokale bestuurders op de verkeerde gedachte brengt dat lokaal, fysiek bibliotheekwerk niet meer nodig is. Gaat de task force daar nog wat aan doen?

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Niets dodelijkers dan een landelijke huisstijl
Eens
Oneens
In nummer 9 van Bibliotheekblad stelt Sjaak Driessen, als directeur per 1 december afscheid nemend van de Bibliotheek Wageningen,...
Lees meer en geef uw mening