HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Sinds 31 december 2012 geen afspraken over ‘instapniveau’ meer
Wim Keizer
14-02-2013
Het onderwerp ‘instapniveau’ wordt niet besproken in de onderhandelingen die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) momenteel voeren over bestuurlijke afspraken voor de periode 2013-2015, ter overbrugging van de periode tussen 31 december 2012 (afloop Bibliotheekcharter) en de verwachte ingangsdatum van de nieuwe Bibliotheekwet.  
Bovendien was de afspraak in het Charter een collectieve inspanningsverplichting van de gemeenten vertegenwoordigd door de VNG, maar geen juridische verplichting voor individuele gemeenten. Gemeenten waren en zijn er vrij in de subsidie aan openbaar bibliotheekwerk zo hoog of laag vast te stellen als ze zelf wensen.
Dat zegt Jamil Jawad, beleidsmedewerker Bibliotheek- en archiefbeleid van de VNG, in reactie op de vraag hoe de VNG aankeek en -kijkt tegen het instapniveau. Het commentaar van Jawad is mede naar aanleiding van bijgaand VOB-bericht over het instapniveau, met een notitie van een advocaat: 'Ontwikkeling instapniveau vanaf 2009'.
 
Jawad zegt: ‘In het kader van het Bibliotheekcharter 2010-2012 is een collectieve inspanningsverplichting door de gemeenten, vertegenwoordigd door de VNG, met het Rijk en het IPO aangegaan om de subsidie aan de lokale bibliotheken op minstens het niveau van de zogenoemde instapniveaus (€ 11, € 12 en € 15 afhankelijk van klassement gemeente en exclusief huisvesting) te handhaven. Dat de individuele gemeenten niet gehouden konden worden aan dit convenant c.q. individuele bibliotheken geen rechten kunnen ontlenen aan deze bestuurlijke afspraak is bekrachtigd door de uitspraak van de rechter inzake de beëindiging van de subsidie aan de bibliotheek door de gemeente Buren. Zie: uitspraak rechtbank over gemeente Buren.’

Nu het Bibliotheekcharter op 31 december 2012 is geëindigd, is er volgens Jawad helemaal geen sprake meer van afspraken over een instapniveau. Reeds in 2011 gaf de VNG aan dat de vorm van het openbare bibliotheekwerk onder invloed van de digitalisering sterk aan verandering onderhevig zal zijn en dat iets als een instapniveau achterhaald zal raken. Zie o.a. berichten van 10 maart 2011 en 29 december 2011.

Indexeren niet verplicht
Wat mogelijke indexering betreft, zegt Jawad dat gemeenten - als ze een bibliotheek subsidiëren - niet verplicht zijn de subsidie aan de bibliotheek te indexeren. ‘Hierover zijn geen afspraken gemaakt. Als het subsidiebedrag wel wordt geïndexeerd, dan staat het de gemeente vrij om daarvoor een systematiek naar keuze te hanteren. In de VNG-ledenbrief van 28 januari 2010 omtrent het Bibliotheekcharter wordt ook duidelijk aangeven “Op bovenstaande bedragen met prijspeil 2003 kunt u de binnen uw gemeente gebruikelijke index toepassen”. Het volgen van de (nominale) accresontwikkeling van het gemeentefonds is één van de mogelijke indexeringsystemen. Het accres is gekoppeld aan de ontwikkeling van de uitgaven van het Rijk (“trap op, trap af”). Gedurende 2009-2011 was het accres overigens “bevroren”. Vanaf 2012 is de normeringssystematiek hersteld. De ontwikkeling van het accres voor de jaren 2012 tot en met 2015 is beperkt, in sommige jaren zelfs negatief. De brief van de VOB-advocaat is juist in die zin dat een negatieve ontwikkeling van het accres gevolgen heeft voor de berekening van het instapniveau. Tenminste, als de gemeente ervoor gekozen heeft het accres als index te gebruiken.’

Verschillende indexeringsmogelijkheden
Jawad zegt verder dat in de VNG-handreiking subsidiebeleid openbare bibliotheken wordt aangegeven dat de gemeente als andere indexeringmogelijkheden heeft:
• de consumentenprijsindex (CBS) te volgen;
• de CAO-loonontwikkeling in de sector Openbare Bibliotheken te volgen (zie VNG-ledenbrief hierover (PDF);
• een combinatie van loon- en prijsindexering te volgen;
• een eigen beleid te hanteren op basis van meerjarenperspectief.

Feitelijke accresontwikkeling
Hij geeft ook nog enkele correcties op de accrescijfers in het stuk van de VOB-advocaat. Zo wordt nog het voorlopige accres 2009 genoemd van +9,6%. Het bijgestelde nominale accres was echter volgens Jawad +5,88%. ‘Het accres voor 2010 en 2011 was +0,48%. Het voorlopige accres 2012 is -1,43% en het voorlopige accres 2013 +0,1% (decembercirculaire 2012). Er zijn thans veel mutaties in het accres 2012 en 2013. In de meicirculaire 2013 zullen de definitieve bedragen bekend worden gemaakt (decembercirculaire 2012).
De toepassing hiervan geeft het volgende beeld te zien:

2003: € 11; 2004: € 10,97; 2005: € 11,15; 2006: € 11,48; 2007: € 11,97; 2008: € 12,62; 2009: € 13,36; 2010: € 13,42; 2011: € 13,48 2012: € 13,29; 2013: € 13,29

2003: € 12; 2004: € 11,97; 2005: € 12,17; 2006: € 12,53; 2007: € 13,06; 2008: € 13,76; 2009: € 14,57; 2010: € 14,64; 2011: € 14,71 2012: € 14,50; 2013: € 14,50

2003: € 15; 2004: € 14,96; 2005: € 15,20; 2006: € 15,65; 2007: € 16,32; 2008: € 17,20; 2009: € 18,21; 2010: € 18,30; 2011: € 18,39 2012: € 18,13; 2013: € 18,13.’

Gemeentefinanciën
Tot slot wijst Jawad erop dat de uitkering die de gemeente ontvangt vanuit het gemeentefonds niet alleen afhankelijk is van de accresontwikkeling, maar gebaseerd is op een veelheid van maatstaven, waaronder het aantal inwoners. ‘Daarnaast hebben besluiten over het toevoegen of vervallen van taken die door de gemeenten worden uitgevoerd gevolgen voor de uitkering. En laatstelijk zien we ook generieke kortingen op het gemeentefonds, bijvoorbeeld op het BTW-compensatiefonds. Afhankelijk van macro-ontwikkelingen, mutaties in scores op maatstaven en taakmutaties wordt de gemeentefondsuitkering van de individuele gemeente vastgesteld.
Het gemeentefonds is overigens niet de enige bron van inkomsten voor een gemiddelde gemeente. De crisis heeft voor veel gemeente tegenvallers in de begroting gebracht, met name in de grondexploitatie, de Wet werk en bijstand e.d., die tot bezuinigingen nopen. Door de inflatie/loonontwikkeling en het weglekken van een deel van het accres naar groeiende gemeenten (ca. 0,5%) zijn de nominale accressen ontoereikend om de koopkracht van gemeenten reëel op peil te houden’, aldus de VNG-beleidsmedewerker.

Tekst: Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Marianne Bakker-Otten
14-2-2013 21:42
Helaas hebben we een sanctieloze wet. Het is gemeenten dus toegestaan volledig te stoppen met subsidie aan een bibliotheek. Ben benieuwd of deze gemeenten gekort worden op uitkering Gemeentefonds. En of de digitale bibliotheek toegankelijk blijft voor burgers uit deze gemeenten. Aandachtspunten voor extra VOB vergadering.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Niets dodelijkers dan een landelijke huisstijl
Eens
Oneens
In nummer 9 van Bibliotheekblad stelt Sjaak Driessen, als directeur per 1 december afscheid nemend van de Bibliotheek Wageningen,...
Lees meer en geef uw mening