HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Redmond O'Hanlon: 'Dichter bij het paradijs kom je niet'
Eimer Wieldraaijer
08-11-2012
Geen passender locatie voor een afspraak met Redmond O'Hanlon dan de bibliotheek van Artis. Op weg naar het interview met de begenadigde vogelexpert en auteur van meeslepende reisboeken als Into the Heart of Borneo en In Trouble Again: a Journey between the Orinoco and the Amazon, komt de persoon in kwestie juist het statige pand aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan uitgewandeld.  
Redmond O'Hanlon: 'Dichter bij het paradijs kom je niet'
'Loop even met me mee,' zegt de vijfenzestigjarige Engelsman, die ons land deelgenoot maakte van zijn eruditie, humor en sympathieke persoonlijkheid dankzij veelgeprezen tv-series als Beagle, in het kielzog van Darwin en O'Hanlons Helden. 'Ik woon hier vlakbij en moet even naar huis omdat ik mijn gehoorapparaat ben vergeten. Zonder dat ding moet je het hele interview tegen me schreeuwen en in bibliotheken wordt dat door sommige bezoekers niet bijzonder op prijs gesteld.' Eenmaal in het tijdelijke onderkomen van O'Hanlon aangekomen, volgt een zoektocht naar het benodigde hulpmiddel temidden van bergen boeken en manshoge stapels kledingstukken. Een expeditie die eindigt met de verzuchting: 'Kijk nou, blijk ik the bloody thing gewoon in mijn broekzak te hebben..'

Terugwandelend naar Artis volgt een boeiend betoog waarin O'Hanlon zijn gespreksgenoot gedetailleerd uiteenzet hoeveel krijgsgevangenen een samoerai tijdens de Tweede Wereldoorlog in één minuut tijd wist te onthoofden ('want wie zich overgaf, verloor alle rechten als mens - funny people, those Japanese'), waar Einstein precies logeerde, in welk pand Napoleon verbleef - 'the Bastard should have stayed at home' - en waarom Amsterdam een vrouwelijke stad is.

Liever de negentiende eeuw
Sommige mensen zijn in het verkeerde lichaam geboren, anderen in de verkeerde tijd. O'Hanlon maakt er geen geheim van dat hij liever had gezien dat zijn wieg in de negentiende eeuw stond. Geldt dat ook voor zijn literaire helden? 'Absoluut. Als ik één boek mocht meenemen naar een onbewoond eiland, zou dat zonder twijfel Oorlog en Vrede van Tolstoj zijn. Die geweldige beschrijvingen van oorlogshandelingen plaatsen elke muizenis waarmee je rondloopt in het juiste perspectief. Zoals Nabokov zei, is Tolstoj een schrijver die het licht naar binnen haalt, die de ramen openzet. Maar ben je als puber op zoek naar drama, dan moet je bij Dostojevski zijn. Lees je zijn Misdaad en Straf in het Russisch, dan komt het echter over als een soort veredelde journalistiek, terwijl de Engelse vertaling er een vloeiend meesterwerk van maakt. Mijn favoriete Engelse auteur? Dickens! Wiens portret stond op het bureau van zowel Tolstoj als Dostojevski? Elke keer als ze de pen van het papier haalden, keken ze naar de beeltenis van Charles Dickens. Wat hem tot een groot auteur maakt, is het oog voor detail, zijn machtig realisme, de accurate beschrijving van Londen als een poel van ziekte, verderf en menselijke ellende. En tegelijkertijd had hij een ongekend gevoel voor humor. De typetjes die hij wist neer te zetten..'

Ik hoop niet dat u het mij kwalijk neemt, maar met uw woeste bakkebaarden en nog wildere haardos lijkt u zelf welhaast weggelopen uit een roman van Charles Dickens.
'Kwalijk nemen? U kunt mij geen groter compliment maken. Toch heb ik die bakkebaarden niet laten groeien als hommage aan Dickens. Als schooljongen wilde ik lijken op Thomas Henry Huxley, de Engelse bioloog die zo dapper was om in de negentiende eeuw, tegen de heersende moraal in, een lans te breken voor Darwin en diens evolutietheorie. Op Charles Darwin zelf lijken? Dat achtte ik te hoog gegrepen. Naïef als ik was, dacht ik: wanneer ik op Huxley lijk, ga ik misschien net zo goed schrijven als hij. Later, als student, kocht ik een pijp omdat de door mij bewonderde hoogleraar, John Bailey, ook graag een pijpje stopte. Met als gevolg dat ik kotsmisselijk werd toen ik mij de eerste keer bezondigde aan het inhaleren van tabaksrook. Sindsdien weet ik: probeer je eigen weg in het leven te vinden. Dat is beter dan iemand imiteren die je - hoe terecht ook - bewondert.'

Opgroeien in pre-Darwiniaanse wereld
Speelde de bibliotheek een rol in uw jeugd?
'Helaas niet. Op mijn zevende werd ik naar een kostschool gestuurd. Contact met de buitenwereld had ik niet, dat was verboden, dus was ik aangewezen op de boeken die daar waren of de boeken die ik cadeau kreeg. In mijn geval waren dat boeken over natuurlijke historie en dan met name vogels. Mijn belangstelling voor vogels dateert van de dag dat er op vierjarige leeftijd in de tuin van de pastorie waar mijn vader diende, een ei uit een nest pal voor mijn voeten viel. Ik nam die eierschaal in mijn handen - 61 jaar na dato heb ik het voorwerp nog steeds - en dacht: deze gift is speciaal voor mij, zo niet van God, dan toch zeker van de Grote lijster. Die gebeurtenis ontstak een fakkel die tot op heden brandt.'

Welke boeken kreeg u cadeau?
'Mijn vader was een nare man. Hij keek niet naar me op of om, kuste me nooit, maar gaf me wel een paar schitterende boeken over vogels toen ik zeven was. Kennelijk voelde hij zich toch schuldig door me naar die kostschool te sturen.'

Voelde u zich eenzaam als kind?
'Niet eenzaam, eerder mishandeld. Met tachtig andere jongetjes zaten we vast op die sado-masochistische plek waar je al op je eerste avond in elkaar werd getimmerd.'

Dat klinkt als Dotheboys Hall in Dickens' Nicholas Nickleby.
'Het was precies eender! Het systematische aftuigen van leerlingen door leraren. Dit alles onder het mom zo een echte kerel van je te maken, terwijl het werkelijke resultaat was dat men psychopaten klaarstoomde voor landmacht en marine. 's Ochtends in alle vroegte klonk de bel. Je werd dan geacht in je blootje in een ijskoud bad te springen. Nadien stond de French Master klaar om je af te drogen, onderwijl je genitaliën met zijn hand beroerend. Het waren allemaal homoseksuelen, die vermaledijde docenten.'

Haatte u uw ouders omdat ze u daar naartoe zonden?
'Nee, in die tijd vond je dat normaal, al ben ik hen later wel gaan haten. Ik groeide op in de pre-Darwiniaanse wereld waarin mijn vader geloofde dat God ogen op de vleugels van vlinders had geschilderd om ons mensen te laten genieten. Ik geloofde die nonsens, totdat ik op mijn dertiende Darwin las, een auteur die in het streng protestantse milieu waarin ik opgroeide, tot de grootste ketters werd gerekend. Mijn vader, de predikant, had mij nog liever betrapt met een exemplaar van Lady Chatterley's Lover dan met The Origin of Species. Opgroeiende jongens lezen immers graag pikante verhaaltjes, nietwaar? Maar Darwin?! Toch zoog ik diens boek woord voor woord in me op. Ik las het 's nachts in bed. Onder de lakens, met een zaklamp. Later, toen ik in Oxford studeerde, begon ik meer en meer boeken van en over Darwin te verzamelen. Die waren toen nog goedkoop, zodat ik een aardige collectie wist te vergaren. Op een dag stond mijn vader ineens op de stoep van het studentenhuis in Oxford waar ik een kamer huurde. "Ga je mee uit eten?" vroeg hij. Dat deden we nooit. Tot mijn nog grotere verrassing gingen we naar het Randolph Hotel, een chic etablissement. Zijn gedachten waren bij God, dus een groot prater was mijn vader niet. Ook daar niet, aan die fraai gedekte tafel. Zelfs de wijn - dat dronken we nooit! - maakte zijn tong niet los. Ook toen de kaas kwam, zei hij nauwelijks iets. Zwijgend reden we in zijn auto terug naar mijn kamer. Daar aangekomen, toeterde hij en tot mijn verbazing verscheen mijn moeder in de deuropening. In haar handen hield ze twee legergroene benzinejerrycans. Zonder een woord te zeggen stapte ze in. Ik stapte uit en mijn ouders reden weg. Terug op mijn kamer bleek mijn hele collectie verdwenen. Alle boeken, alle wandplaten, alles was weg. Door het raam zag ik een enorm vuur in de tuin. Ik rende naar buiten, maar de hitte was zo intens dat ik niet dicht bij het laaiende inferno kon komen. Ik herinner me nog hoe het omslag van Darwins The Expression of Emotions in Man and Animals omkrulde en opging in de vlammen. Conform de beste christelijke traditie hadden ze de ketter Darwin op de brandstapel gezet en resoluut naar de hel verbannen.'

Hoe staat u nu tegenover die daad van uw ouders?
'Nu ik erop terugkijk, denk ik dat ze mij een dienst bewezen hebben. Door hun handelwijze hebben mijn ouders mij dit doen inzien: als boeken zó belangrijk zijn dat je er zelfs voorgoed de relatie met je kind voor op het spel zet, dan moeten ze wel echt de moeite waard zijn om te lezen. Op het moment dat mijn vader en moeder mijn boeken vernietigden, werden bibliotheken ongelooflijk belangrijk voor mij. Books became neurotically precious to me. Onmiddellijk opnieuw begon ik Darwin te verzamelen, met verdubbelde energie bouwde ik aan een nieuwe bibliotheek, die inmiddels zo omvangrijk is dat je over bergen boeken heen moet klimmen om mijn huis binnen te dringen. Waarschijnlijk doe ik dat om mijn moeder buiten de deur te houden, hoewel ze allang dood is. Soms bezoek ik haar graf nog, samen met mijn broer. Hij staat dan vlakbij haar steen, ik op een afstand, uit angst dat haar knokige vuist ineens uit de grond schiet en ze met haar snerpende stem zegt: "Lees je weer die blasfemische rotboeken? Hier met die rotzooi, dan gooi ik ze weg."
Toen ik nog thuis woonde, verscheurde ze op een dag en poster van een triptiek van Hiëronymus Bosch die ik op de muur van mijn kamer had geplakt. Woedend beet ze me toe: "Immorele, walgelijke troep.” "Immoreel?" zei ik. "Dit drieluik komt uit een altaar van een Spaanse kathedraal.” "Spanje?" klonk haar schrille repliek. "Katholiek, dus. Nog erger!"'

Toppunt van menselijke beschaving
Alle boeken die u meenam op de clipper Stad Amsterdam, waarmee een VPRO-team in het kielzog van Darwin en diens reis met de Beagle trad, staan nu in de Artis Bibliotheek.
'Ja, met inbegrip van de eerste druk van The Descent of Man die ik ooit voor zeven pond kocht. Voor de kust van Australië las ik tijdens een draaidag een passage uit dit boek. Opeens stak er een harde wind op die acht pagina's uit het boek rukte. Als vlinders vlogen de pagina's weg over zee. Mijn eerste gedachte: zo snel zijn veertigduizend euro's nog nooit gedevalueerd. Gelukkig wist de bemanning de pagina's uit het water te vissen en is het boek op de restauratieafdeling van de Artis Bibliotheek fantastisch opgekalefaterd.'

Heeft u ooit overwogen bibliothecaris te worden?
'Graham Greene schreef eens dat hij diep in zijn hart graag de eigenaar van een groot antiquariaat wilde zijn. Die gedachte spreekt ook mij zeer aan. Maar in deze Artis Bibliotheek voel ik mij eveneens als een vis in het water. Telkens ontdek je schitterende boeken. In deze bibliotheek voel ik mij niet 65 maar 25. De universiteit, waartoe de bibliotheek behoort, is het toppunt van menselijke beschaving. Dichter bij het paradijs kom je niet. De wetenschappelijke bibliotheek is de hemel op aarde en de enige hemel die je hebt, want alles zit erin: kennis, toekomst, verbeelding. Zij is de neerslag van de menselijke zoektocht om steeds iets meer te begrijpen van hoe de wereld werkt en daarmee zoveel beter dan al die verfoeilijke religies die stuk voor stuk gebaseerd zijn op onze angst voor de dood en de hardnekkige ontkenning ervan.'

Heeft u evenveel waardering voor de openbare bibliotheek?
'Nog meer zelfs. In wetenschappelijke bibliotheken heb je weleens het idee dat de boeken dood zijn, terwijl ze in openbare bibliotheken springlevend blijken. Ik heb bijvoorbeeld de openbare bibliotheek van Amsterdam bezocht. Geweldig, zoals het daar gonst van activiteiten. Ik zal u een geheim verklappen. Weet u waaruit de innerlijke kracht van bibliotheken bestaat? Die schuilt in hun boekenrekken. Deze rekken staan symbool voor ons onderbewuste, waar zaken liggen opgeslagen die we nog niet beseffen maar die wel aanwezig zijn. Het meest erotische dat je ooit in je leven zult kunnen doen, is een knappe bibliothecaresse zoenen tussen de boekenrekken. Temeer daar er in de bibliotheek niet op elke hoek een bewakingscamera op je gericht staat. Boeken en seks vormen een uiterst potente mix.'

Moderne dingen
Ondanks deze liefdesverklaring zijn veel bibliothecarissen zelf tamelijk ongerust over het perspectief van hun beroep.
'De geschiedenis herhaalt zich. Weet u nog wat er geroepen werd bij de komst van de televisie? "Dit is het einde van het boek". Is dat gebeurd? Integendeel: de boekverkoop steeg. Zelfs omroepen als de BBC verkopen tegenwoordig boeken. Ik zie ook wel in dat de groei van internet zorgwekkend is voor boekwinkels. En voor consumenten niet te vergeten, want wat lees je als je iets via een webwinkel bestelt? Add to basket, in plaats van: Don't spend too much.'

Bent u blij met de opmars van het e-book?
'Laatst zat ik in een vliegtuig. Naast mij was een man op zijn Kindle aan het lezen. Ik vroeg hem welk boek hij las. "Fifty Shades of Grey,” was het antwoord. "It's pornography,” voegde die vent er quasi-verbouwereerd aan toe. "Well, it's not stopping you reading," liet ik mij ontvallen. "Het is toch super wat je zoal met die moderne dingen kunt doen.” Dit is overigens niet de reden dat ik zelf tegenwoordig een iPad bezit. Die heb ik gekregen van de VPRO, maar om eerlijk te zijn maak ik er nauwelijks gebruik van. "Dit apparaat kostte duizend euro en jij raakt het haast niet aan?" vroeg de baas van de VPRO mij toen ik hem nadien een keer ontmoette. "Ik gebruik mijn iPad wél,” flapte ik eruit. "Ik neem haar 's nachts mee naar bed, haal haar teder uit haar hoesje en begin haar zachtjes te strelen.” "Stop maar,” riep die man ontsteld, "ik wil er niets meer over horen.” Niets vergankelijker dan moderne techniek, niets bestendiger dan good old books. Zullen we trouwens een hapje gaan eten? Van al dat praten over bibliotheken heb ik eetlust gekregen. Ik ken hier een goede Chinees in de buurt waar ze bij het dessert pillen tegen voedselvergiftiging onder hun gasten uitdelen. Een zaak met oog voor de klant. Zelfs het als kieskeurig bekendstaande ambulancepersoneel komt er regelmatig over de vloer.'

Tekst en foto's: Eimer Wieldraaijer

NVB-jubileumcongres
Redmond O'Hanlon is een van de sprekers die het eeuwfeest van de NVB luister bijzetten. Andere namen die een bijdrage leveren aan het lustrumcongres op 15 november in het Beatrix Theater te Utrecht: Lee Rainie (Pew Internet Project), Alexander Klöpping (webdeveloper/journalist), Hans van Keken (hogeschooldocent/auteur), Michelynn McKnight (assistent-hoogleraar bibliotheekwetenschap), Murth Mossel (stand-up comedian), André Kuipers (astronaut) en Vincent Icke (sterrenkundige). Thema van de bijeenkomst: 'ImPact. Informatie die er toe doet'. Dagvoorzitter is zakenvrouw en uitgeefster Annemarie van Gaal.

Meer informatie over het NVB-congres is te vinden op: www.nvb100.nl. Inschrijven kan nog - zie hier.



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie