HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Open Index: KB en Bibliotheek.nl beginnen zonder UB’en
Wim Keizer
01-04-2011
Een Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) als Open Index voor alle fysieke materialen en alle digitale content van alle Nederlandse openbare bibliotheken, universiteitsbibliotheken (UB’en) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) lijkt op bezwaren te stuiten van met name de universiteitsbibliotheken. Bart Drenth van de Projectgroep Bibliotheekinnovatie noemde zo’n NBC in 2009 het Funda van de bibliotheken (‘de kluit van de kerstboom’), maar het ziet er naar uit dat de UB’en afhaken bij deze kluit (of nooit aangehaakt waren).
Dit valt te concluderen uit een persverklaring die Peter van Eijk van Bibliotheek.nl en Bas Savenije van de Koninklijke Bibliotheek lieten plaatsen op de website van Bibliotheek.nl.
De verklaring wijst naar een rapport (PDF) van Maurits van der Graaf van Pleiade Management and Consultancy. De titel is: Onderzoek naar de opties voor een centrale database met metadata van digitale content. Zie ook eerdere bericht op onze website.
Van Eijk en Savenije zeggen: ‘Mede op basis van dit onderzoek hebben de Koninklijke Bibliotheek en Bibliotheek.nl besloten om samen te werken aan een centrale zoekfunctie (een Open Index) voor boeken, kranten, tijdschriften én digitale content. Hierbij wordt ook de wetenschappelijke informatie meegenomen en zover mogelijk ook de audiovisuele content die beschikbaar is via Beeld & Geluid en de publieke omroep.
De zoekfunctie zal gebruikmaken van een centrale databank die wordt opgebouwd vanuit diverse bronnen en waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van bestaande bouwstenen, zoals het GGC. Dit betekent dat we in overleg zullen treden met de directie van OCLC EMEA [Europe, Middle East en Africa; wk] over het kader waarbinnen dit gerealiseerd kan worden; hierbij zal worden uitgegaan van de internationaal geldende record use policy van OCLC.org.
De stuurgroep van het Consortium GII zal moeten bezien hoe deze afspraken zich verhouden tot de bestaande GII consortiumovereenkomst.’
In zijn rapport stelt Van der Graaf vast: ‘Voor de universiteitsbibliotheken past een centrale databank met metadata voor digitale content niet in de ontwikkeling van hun digitale bibliotheek’. Over de openbare bibliotheken zegt het rapport dat een dergelijke database past in de ontwikkeling van hun digitale infrastructuur en de verbetering van de beschikbaarstelling van digitale content. En over de KB dat hij past in haar streven naar een integrale zoekfunctie voor gedigitaliseerde historische materialen.

Aanbevelingen
Van der Graaf beveelt aan een centrale database te ontwikkelen met:
  • qua opzet voor zoeken een integrale zoekfunctie op digitale informatie op nationaal niveau (zal, denkt hij, in de behoeften voorzien van openbare bibliotheken en KB) en voor content publieksinformatie, cultuurhistorisch materiaal en wetenschappelijke informatie (voor zover Open Access toegankelijk of tegen laag tarief beschikbaar);
  • qua totstandkoming als initiatiefnemende partijen de KB en de OB-sector (de huidige activiteiten van Bibliotheek.nl met betrekking tot de digitale infrastructuur bieden een window of opportunity voor een snelle start) en onder gebruikmaking van bestaande bouwstenen en leveranciers. Gesprekspartners uit de OB-sector hebben gezegd dat de centrale database niet duurder mag worden dan wat de gezamenlijke bibliotheken op dit moment besteden aan de diverse leveranciers die ze hebben.
Wat betreft de leverancier van de bestaande bouwstenen, zoals het GGC (dat wil zeggen: OCLC), meldt Van der Graaf dat OCLC EMEA een nieuw beleid voert met betrekking tot de rechten op de data in het GGC. Van der Graaf: ‘Het nieuwe beleid van OCLC EMEA lijkt de meeste kwesties voor gebruik en hergebruik op te lossen, maar de principiële kwestie van een vendor lock in niet. Er lijken technische mogelijkheden te zijn om deze principiële kwestie deels te omzeilen door de metadata uit het GGC niet in dezelfde databank onder te brengen als de “nieuwe” metadata van de digitale content, maar deze “op afstand” te integreren, zodat het voor de gebruiker als een geheel overkomt.’
Voor het rapport werden 16 personen geïnterviewd. Van de directies openbare bibliotheken waren dat Chris Wiersma (Almere), Henriëtte de Kok (Midden-Brabant) en Jos Debeij (Deventer). Wiersma en De Kok zitten in de Stuurgroep van het GII consortium.
Van der Graaf meldt dat de VOB-inkoopcommissie voor de € 0,20 per inwoner die de openbare bibliotheken ingaande 2011 bijdragen - het was voorheen € 0,22 - de ingekochte informatie graag via thuisgebruik beschikbaar laat stellen. Ook wil de landelijke inkoopcommissie graag meer content inkopen, mogelijk samen met de KB. Van der Graaf schrijft dat in de nieuwe infrastructuur van Bibliotheek.nl de landelijke Aquabrowser zal verdwijnen.

Businessmodel OCLC
Over OCLC merkt de onderzoeker in een apart hoofdstuk op dat deze bereid is een ‘zo non-restrictief mogelijk beleid te voeren, zonder het businessmodel van het GCC aan te tasten.’
Worldcat en het GGC zijn geen open databases (public good), maar een club good (van en voor alle leden). ‘Een totaal Open Index, waarbij een potentiële concurrent de gehele databank kan kopiëren en de gekopieerde databank kan exploiteren, is niet mogelijk. Het is bijvoorbeeld wel mogelijk dat een klant van OCLC ook klant is bij een concurrent van OCLC en voor de toepassing van deze concurrent de metadata van het GGC (of Worldcat) gebruikt.’

Risico’s progamma digitale infrastructuur
In een Plan van Aanpak Digitale Infrastructuur (PDF), gepubliceerd op de site van Bibliotheek.nl, staan als externe risico’s voor het programma Infrastructuur:
  • Afwezigheid van een producteigenaar voor verschillende door het programma op te leveren resultaten.
  • Acceptatie door de branche.
En interne risico’s:
  • Afhankelijkheden (in de tijd) tussen resultaten van de verschillende projecten; wanneer er bijvoorbeeld wel een zoekwidget is, maar nog geen gesynchroniseerde catalogus (of andersom) valt er niet veel te implementeren. Het expliciet sturen op de verschillende koppelvlakken is binnen dit programma dus van groot belang.
  • De kosten worden op basis van nacalculatie in rekening gebracht, dus er kan vooraf geen waterdichte begroting worden opgesteld.
Implementatiedraaiboek
In een op de site van Bibliotheek.nl (BNL) gepubliceerd algemeen implementatiedraaiboek (PDF) staat dat Bibliotheek.nl en de Stichting Samenwerkende PSO’s Nederland (SSPN) de intentie hebben uitgesproken het beheer van ‘de digitale bibliotheek’ gezamenlijk in te richten en uit te voeren. ‘Daar waar mogelijk wil BNL dan ook PSO’s nadrukkelijk betrekken bij de implementatie, zodat tijdig kennis kan worden opgebouwd voor deze beheerorganisatie. Afhankelijk van de situatie per provincie, zal BNL onderzoeken of er een door een provinciaal netwerk van directeuren gedragen, provinciaal draaiboek is te maken dat voorziet in een gezamenlijk door BNL, PSO’s en bibliotheken uit te voeren implementatie. Uiteraard is hierbij het uitgangspunt dat een dergelijk provinciaal scenario de voortgang van de implementatie niet negatief mag beïnvloeden.’
Het draaiboek, dat inzicht wil geven in het werk dat voortvloeit uit implementatie van de white label website, de NBC en het datawarehouse (DWH), meldt per onderdeel:
  • White label website: bibliotheeksite opbouwen met behulp van widgets uit de Widgetstore. Standaard is een aansluiting van de bibliotheek op een WAAS-constructie (Website as a service) bij BNL. De bibliotheeksite wordt dan volledig gehost bij BNL, waardoor de bibliotheek geen technisch en functioneel beheer meer heeft.
  • NBC: het gaat om de bezitssynchronisatie vanuit het eigen bibliotheeksysteem met de NBC.
  • - Datawarehouse: aansluiting van het eigen bibliotheeksysteem op het DWH, aansluiting van het financieel pakket op het DWH en aansluiting van het HRM-pakket op het DWH.
De bovengenoemde volgorde (website, NBC en DWH) is tevens de volgorde van de implementatie.
Bij de website is de volgorde:
  • bibliotheken in gehele provincies die in één keer geïmplementeerd kunnen worden;
  • clusters van bibliotheken die gezamenlijk één website willen hebben;
  • bibliotheken die qua website zijn aangesloten op een PSO en OCW-subsidie hebben gekregen;
  • bibliotheken die niet aangesloten zijn bij een PSO en wel OCW-subsidie hebben gekregen.
Het algemeen implementiedraaiboek is een startpunt. Per bibliotheek kunnen situaties verschillen. Er komen specifieke plannen.
BNL stelt een contract op waarin alle juridische zaken belegd worden. Verrekening van tarieven voor geleverde diensten vindt plaats met ingang van 2012.

(Al eerder op deze site werd kort bericht over het plan van aanpak infrastructuur en het implementatiedraaiboek).


Tekst: Wim Keizer




Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Jeroen Seeverens
4-4-2011 15:42
Tja, dat is nu jammer van alle geld en moeite. Opmerkelijk ook dat de UB's ondanks alle goede intenties inzake Open Access publieke toegang tot hun content toch ook weer niet zo belangrijk lijken te vinden. Mooi wel dat het artikel wat milder is over OCLC. Lijkt me niet verkeerd om als OB-sector de mogelijkheden die het membership biedt beter te benutten in plaats van de angst voor vendor lock-in steeds weer op te voeren. Alles zelf bouwen of de digitale bibliotheek maar helemaal opgeven is minstens zo gevaarlijk...

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Bibliothecarissen moeten zich activistischer opstellen
Eens
Oneens
In nummer 4 van Bibliotheekblad wordt in het gesprek met de Beste Bibliothecarissen de vraag opgeworpen of bibliothecarissen zich...
Lees meer en geef uw mening