HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Bibliotheken Drenthe: geen kaasschaafmethode maar fundamentele keuzes
Bart Janssen
22-03-2011
In vervolg op het eind 2007 door het Drents Netwerk Bibliotheken (DNB) vastgestelde Strategisch Plan 2008 – 2011 Drents Netwerk Bibliotheken is onlangs een masterplan opgesteld voor het bibliotheekwerk in Drenthe. Dit masterplan is door provincie, gemeenten, bibliotheken en Biblionet Drenthe gezamenlijk opgesteld en legt een aantal keuzes vast over hoe provinciale en gemeentelijke bezuinigingen ingevuld zullen worden: geen kaasschaafmethode maar fundamentele keuzes, zoals in het plan zelf gesteld wordt. Het masterplan moet het uitgangspunt worden voor een nieuw strategisch plan voor de periode 2012-2015.
De belangrijkste keuzes in het masterplan zijn:
  • Een keuze voor meer kwaliteit, desnoods ten koste van het huidige aantal vestigingen (in de huidige vorm), i.p.v. minder kwaliteit in hetzelfde aantal vestigingen.
  • Het onderwijs veel meer als strategische partner bij het bibliotheekwerk betrekken.
  • De afhankelijkheid van overheidssubsidie verkleinen door meer eigen inkomsten te genereren.
  • Sterker inzetten op de ontwikkeling van de Digitale Bibliotheek Drenthe.
´We gaan niet “kaasschaven” als dat ertoe leidt dat de collectie, de openingstijden en het niveau van de dienstverlening daardoor beneden het niveau van de certificeringeisen komen,’ zo valt in het masterplan te lezen. ‘Een bibliotheek dient aan bepaalde minimumeisen te voldoen wil zij zich bibliotheek mogen noemen. En het is belangrijk te constateren dat een aantal vestigingen op dit moment maar net aan die minimumeisen voldoen. We kiezen voor kwaliteit i.p.v. spreiding: liever meer kwaliteit in minder vestigingen, dan minder kwaliteit in hetzelfde aantal vestigingen. Dat zal in een aantal gevallen dus betekenen dat een “traditionele” bibliotheekvestiging moet sluiten, waarbij we nastreven de bibliotheekfunctie zo veel mogelijk te behouden.’

De Drentse bibliotheken leggen een ondergrens vast voor de kernbibliotheek ,die gebaseerd is op certificeringseisen om zo kwaliteit te kunnen garanderen aan de Drentse klant. ‘Vervolgens gaan we deze ondergrens ook toepassen, en dat kan betekenen dat een vestiging in de huidige vorm wordt vervangen door bijvoorbeeld een doelgroepbibliotheek,’ aldus het masterplan. Enerzijds zal de spreiding minder fijnmazig worden dan de huidige, anderzijds zal door ‘nieuwe’ oplossingen - zoals de doelgroepbibliotheek of de Digitale Bibliotheek Drenthe - worden geprobeerd het bibliotheekwerk niet zozeer in ‘stenen’ maar in bibliotheekfuncties te behouden.
'Bibliotheken hebben te maken met vijf kernfuncties, aangescherpte certificeringseisen en steeds hogere eisen van het publiek. Met name kleine(re) bibliotheken kunnen in steeds mindere mate voldoen aan deze hoge verwachtingen. Het is ook niet reëel te denken dat elke bibliotheek alles kan: èn veel open zijn èn een goede collectie voor alle doelgroepen hebben. We zullen dat ook duidelijk moeten maken en keuzes moeten maken. De bibliotheek moet vanuit doelstellingen en doelgroepen denken en minder vanuit het product (het boek) en het gebouw,' aldus de Drentse bibliotheken. De bibliotheken kiezen er dan voor in te zetten op drie van de vijf kernfuncties - informatie, educatie en leesbevordering - en meer te focussen op twee doelgroepen: (school)jeugd en ouderen. De andere twee kernfuncties en doelgroepen komen dan wel nog aan bod in bepaalde bibliotheken.

Met betrekking tot het spreidingsbeleid wordt in het masterplan gesteld dat in het licht van de bezuinigingen eerder vastgelegde normen - binnen een straal van 5 kilometer een volwaardige bibliotheekvestiging en iedere kern met meer dan 2000 inwoners een bibliotheekvestiging - niet meer generiek te handhaven zijn. Dit kan ertoe leiden dat ze opschuiven tot respectievelijk 8 à 10 kilometer en 3000 inwoners.
Voor jeugd in de leeftijd van 0-12 jaar dient echter wel binnen een straal van 4 à 5 kilometer een bibliotheekvoorziening beschikbaar te zijn, hetzij in de vorm van de bibliobus of van een doelgroepbibliotheek, hetzij in de vorm van dienstverlening (projectcollecties, leesbevorderingsactiviteiten, laaggeletterdheidsprojecten, etc).

De functies van de bibliotheek hebben voorrang boven ‘stenen’, aldus het masterplan. Dat leidt tot een ‘gelaagdheid’ in het Drentse bibliotheekstelsel met vijf bibliotheekformules, waarbij ook sprake is van bibliotheekvoorzieningen die niet samenvallen met een ‘eigen gebouw’:
  • Topbibliotheek
  • Kernbibliotheek
  • Bibliobus
  • Bibliotheek thuisbezorgd
  • Doelgroepbibliotheek
De laatste twee zijn daarbij niet gebonden aan een eigen ‘fysieke aanwezigheid’. De invulling van met name de doelgroepbibliotheek biedt veel ruimte voor maatwerk en kan tot vele verschijningsvormen leiden, aldus het masterplan: groot, klein, in de MFA, (brede) school, verzorgingstehuis, et cetera.
De kernbibliotheek is de bibliotheek ‘zoals we die nu kennen’ en een topbibliotheek is een grote - in termen van vierkante meters - bibliotheek met ruime openingstijden, waar alle kernfuncties aan bod komen in steden van grotere omvang, of op andere locaties waar veel ‘traffic’ is.

De Drentse bibliotheken zetten nog sterker in op het onderwijs als strategische partner, met een sterke focus op de jeugd tot gevolg. De Drentse bibliotheken garanderen dat binnen een straal van 4 à 5 kilometer een bibliotheekvoorziening beschikbaar is voor de jeugd, hetzij in de vorm van een bibliobus of een doelgroepbibliotheek, hetzij in de vorm van dienstverlening op en aan scholen. De bibliobussen concentreren zich nog meer op de jeugd: twee van de drie bibliobussen van Biblionet Drenthe worden jeugdbus en kennen daardoor per definitie alleen nog schoolhaltes. Er wordt ingestoken op de speerpunten uit het beleidsplan voor het bibliotheekwerk voor jeugd en jongeren: leesbevordering, taalachterstand en laaggeletterdheid en mediawijsheid. Een onderwijsservicebus (als in Zeeland) is daarbij denkbaar.

Hoe meer eigen inkomsten gegenereerd kunnen worden om zo de afhankelijkheid van overheidssubsidies te verkleinen - een van de genoemde keuzes - wordt uit het masterplan niet duidelijk.

Het masterplan geeft nog eens weer wat de Drentse bibliotheken als gevolg van bovengenoemde keuzes niet (meer) doen:
  1. 'We gaan de bibliotheken in hun huidige vorm niet koste wat kost overeind houden. Anderzijds gaan we ook niet uitsluitend digitaal, omdat we ervan overtuigd zijn dat de digitale bibliotheek en de lokale bibliotheek elkaar versterken.
  2. We gaan niet meer alle kernfuncties in alle bibliotheken vervullen. We leggen ons toe op de drie belangrijkste: lezen, leren en informeren. In de doelgroepenbibliotheek (maatwerk) en de topbibliotheek kunnen de andere twee kernfuncties – cultuur en ontmoeting- wel degelijk een rol spelen.
  3. De bieb is er nog steeds voor iedereen, maar niet iedereen is even belangrijk: we leggen ons meer toe op onze belangrijkste twee doelgroepen: de jeugd van 0 t/m 12 jaar en de geïnteresseerde lezer (50+).'
Van het masterplan bestaat een uitgebreide en een verkorte versie.

Anne van der Wal van Biblionet Drenthe licht de plannen in een interview met RTV Drenthe toe.



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Bibliothecarissen moeten zich activistischer opstellen
Eens
Oneens
In nummer 4 van Bibliotheekblad wordt in het gesprek met de Beste Bibliothecarissen de vraag opgeworpen of bibliothecarissen zich...
Lees meer en geef uw mening