HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Leesvaardigheid jongeren verslechterd: ministers roepen op tot leesoffensief
03-12-2019
Uit het vandaag gepubliceerde driejaarlijkse PISA-onderzoek blijkt dat zowel de leesvaardigheid als het leesplezier van Nederlandse 15-jarigen de afgelopen jaren verder is gedaald. De Nederlandse leerlingen scoren ook in vergelijking met veel andere van de 77 landen die aan PISA-2018 deelnamen slecht. De PISA-resultaten zijn voor ministers Van Engelshoven en Slob (onderwijs) aanleiding om op te roepen tot een leesoffensief. De ministers geven in hun Kamerbrief onder andere aan bij de evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) expliciet terug te zullen komen op de leesbevorderende taak van de openbare bibliotheken.
Uit PISA-2018 (Programme for International Student Assessment) blijkt dat van alle 77 landen die hebben deelgenomen, 23 landen een hogere score voor leesvaardigheid hebben behaald dan Nederland. In Nederland is de leesvaardigheid tussen 2015 en 2018 gedaald, en is voor het eerst ook lager dan in de 15 EU-landen die bij het onderzoek betrokken zijn.. Deze afname is niet terug te zien in de gemiddelde score van de 35 OESO-landen waarmee Nederland over de jaren heen vergeleken kan worden, aldus het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO). In alle voorgaande PISA-metingen zaten Nederlandse leerlingen voor leesvaardigheid nog boven het OESO-gemiddelde. In het PISA-onderzoek wordt gesproken over de laagste leesvaardigheidsscores in 15 jaar.

In Nederland is bijna een kwart van de leerlingen (24%) onvoldoende geletterd in lezen. Dit is niet hetzelfde als laaggeletterd, maar betekent dat een leerling onvoldoende is toegerust om als zelfstandige en mondige burger deel te nemen aan de huidige samenleving. Nederlandse leerlingen blijken meer moeite te hebben met het evalueren van en reflecteren op teksten dan leerlingen uit OESO-landen. In 2015 was die groep met 18 procent minder groot.
Nederland scoort echter hoger dan het OESO-gemiddelde op het onderdeel informatie zoeken. Tussen Nederland en de OESO is er geen verschil in de gemiddelde vaardigheid in het onderdeel het begrijpen van teksten.
Het leesplezier van Nederlandse leerlingen is lager dan in alle andere landen en is in de afgelopen negen jaar afgenomen. 63% van alle Nederlandse 15-jarigen geeft aan alleen te lezen als het moet, en 42% van de leerlingen beschouwt lezen als tijdverspilling. Voor slechts een vijfde van de leerlingen is lezen een van de favoriete hobby’s. Meisjes zijn niet alleen betere lezers, maar vinden lezen ook leuker dan jongens, zo meldt het NRO.

Uit het PISA-onderzoek blijkt verder dat het niveau op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen gelijk is gebleven en dat Nederland daarmee nog steeds in de top zit onder de deelnemende OESO-landen. Meisjes zijn betere lezers en beter in natuurwetenschappen dan jongens. Nederlandse leerlingen geven hun leven gemiddeld een hogere score op de PISA-tevredenheidsschaal dan het OESO-gemiddelde.

Onderwijsministers Van Engelshoven en Slob roepen naar aanleiding van de PISA-resultaten op tot een leesoffensief. ‘De leesmotivatie en –plezier van leerlingen daalt en dat heeft invloed op de leesvaardigheid. Die trend willen de ministers van onderwijs keren met een offensief, als aanvulling op andere bestaande manieren om lezen te stimuleren. Het doel van het offensief is voorlezen en lezen onder jongeren stimuleren. Want lezen leer je door voorgelezen te worden en door zelf te lezen,’ aldus het ministerie van OCW in een persbericht.

De ministers sluiten zich hiermee aan bij de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad die in juni van dit jaar kwamen met Lees! Een oproep tot een leesoffensief (pdf)
De verantwoordelijke ministers geven aan dat het leesoffensief moet gaan bestaan uit meerdere acties die gebaseerd zijn op dit advies. ‘Leesplezier en –motivatie worden vaste onderdelen van het verbeterde curriculum. Op deze manier kan modern en eigentijds onderwijs helpen om het leesplezier en –motivatie op de lange termijn te verbeteren. Op korte termijn komt er een publicatie aan alle scholen over wat werkt om het leesonderwijs te verbeteren. Ook gaan de ministers samen met onderwijs- en leesorganisaties in gesprek hoe het leesplezier vergroot kan worden. Hierbij zal extra aandacht zijn voor groepen die nu achterlopen, zoals vmbo’ers, jongens en leerlingen die meertalig zijn opgevoed. Bibliotheken krijgen een belangrijke rol in de aanpak. Bovendien roepen de ministers ouders en grootouders op hun kinderen of kleinkinderen regelmatig voor te lezen,’ aldus het OCW-persbericht.

In hun Kamerbrief over het leesoffensief gaan de ministers gedetailleerder in op onder andere de rol die zij zien voor bibliotheken. In de negen pagina's tellende brief (pdf) wordt verwezen naar drie belangrijke aanbevelingen uit het in juni uitgebrachte advies van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur:
Ten eerste: maak leesmotivatie een vast onderdeel van het curriculum
Ten tweede: spreek bibliotheken aan op hun leesbevorderende taak. Bibliotheken zouden moeten worden gewezen op hun verantwoordelijkheid, en verplicht gesteld moeten worden om scholen in hun regio beter te bedienen met leesbevorderingsprogramma’s.
Ten derde: investeer meer en structureler in leesbevordering. De Rijksoverheid zou structureler moeten investeren in een hecht bibliotheeknetwerk, het mogelijk maken van kwalitatief hoogwaardige bibliotheken en het volwaardig laten draaien van programma’s als Kunst van Lezen. Daarnaast zou de overheid een coördinerende rol moeten spelen in het beter afstemmen van initiatieven die het lezen bevorderen, en zich moeten inspannen om organisatorische scheidslijnen tussen onderwijs en cultuur op te heffen.

In aansluiting hierop stellen de ministers voor te nemen vervolgstappen drie doelen centraal:
1. In het funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs) leren kinderen en jongeren goed technisch en begrijpend lezen.
2. Via de bibliotheek hebben zoveel mogelijk kinderen toegang tot boeken.
3. Met programma’s en activiteiten op school en in de bibliotheek worden kinderen aangemoedigd om te lezen en om zelf aan de slag te gaan met taal.

Met betrekking tot punt 2 wordt onder andere verwezen naar het besluit tot verlenging van het actieprogramma Tel mee met Taal vanaf 2020, dat in maart 2019 bekendgemaakt werd, en naar de beoogde groei van het programma de Bibliotheek op school in het vmbo van 187 naar 312 locaties en de bedoeling om meer pabo’s aan te sluiten. Ook wordt er verwezen naar de inspanningen om via de digitale bibliotheek meer e-booktitels voor de jeugd beschikbaar te krijgen.
 
Er is volgens de ministers echter nog meer actie nodig, reden om nu op te roepen tot een leesoffensief waarin op vier punten extra inspanningen gepleegd gaan worden:
1. Leesplezier en leesmotivatie als onderdeel van het curriculum
2. Een actie-agenda voor een krachtiger en meer samenhangende leesaanpak
3. De belangrijke rol van bibliotheken
4. Een breder en diverser aanbod van jeugdboeken.
 
Met betrekking tot punt 3 schrijven de ministers: 'De raden adviseren om bibliotheken en gemeenten te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Op dit moment is de evaluatie van de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (Wsob) in de afrondende fase. De evaluatie kijkt onder andere hoe bibliotheken invulling geven aan hun leesbevorderende taak. Wij betrekken de aandachtspunten van de raden bij de evaluatie. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zal in de beleidsreactie expliciet terugkomen op het onderwerp leesbevordering. U kunt de evaluatie en de beleidsreactie daarop begin 2020 verwachten.' 

Stichting Lezen stelt in een reactie het leesoffensief van de ministers te ondersteunen. Stichting Lezen wijst op een aantal succesvolle initiatieven op het gebied van leesbevordering en het bestrijden van laaggeletterdheid, maar merkt tegelijkertijd op dat er sprake is van enkele zorgwekkende ontwikkelingen. Zo is het aantal mediathecarissen tussen 2012 en 2019 gedaald van 709 naar 561 (op een totaal van 1600 middelbare scholen), en hebben de openbare bibliotheken het moeilijk. Daar komt bij dat het onderwijs kampt met een groeiend lerarentekort, in het bijzonder bij het vak Nederlands. Stichting Lezen pleit er voor om naast gemeentelijke ook landelijke sturing op leesbevordering te realiseren, zowel vanuit de overheid als vanuit Stichting Lezen. 'Dat zou betekenen dat de overheid met de gemeenten en het onderwijs afspraken maakt over de besteding van gelden gericht op leesbevordering. De Bibliotheek op school op iedere (vmbo-)school zou een wenselijke en nuttige investering zijn,' aldus Stichting Lezen.

PISA meet elke drie jaar wereldwijd de prestaties en het welbevinden van 15-jarigen in het voortgezet onderwijs. Doel van dit grootschalige internationaal vergelijkend onderzoek is na te gaan hoe jongeren in verschillende landen zijn voorbereid op hun rol als zelfstandig burger en welke veranderingen zich daarbij de voorbije jaren hebben voorgedaan. PISA-2018 is in Nederland uitgevoerd door de Universiteit Twente, het Expertisecentrum Nederlands en KBA Nijmegen in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gefinancierd door het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO).  PISA is geïnitieerd door de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (3)

Wim Keizer
4-12-2019 20:39
Naarmate de transitie van smalle, klassieke openbare bibliotheek naar brede, maatschappelijke bibliotheek beter lukt, daalt tegelijkertijd de leesvaardigheid.
Zo simpel kan het zijn.
 
Patrick Vanhoucke
10-12-2019 09:44
Wim Keizer schrijft:

"Naarmate de transitie van smalle, klassieke openbare bibliotheek naar brede, maatschappelijke bibliotheek beter lukt, daalt tegelijkertijd de leesvaardigheid. Zo simpel kan het zijn."

Nu zou ik graag van hem vernemen of hij ook een oorzakelijk verband vermoedt of ziet tussen beide tendenzen?

 
Wim Keizer
11-12-2019 15:56
Ik had expres geschreven: zo simpel kan het zijn. Maar de werkelijkheid is vaak niet simpel. De openbare bibliotheek is ook niet de enige factor in de leesvaardigheid. Ik durf dus niet te zeggen: zo simpel is het.
Maar ik vermoed wel dat als het Nederlandse openbare bibliotheekwerk zich helemaal zou focussen op leesbevordering de leesvaardigheid minder achteruit zou gaan of wellicht zelfs zou kunnen toenemen.
In vijf (5!) wettelijke functies, de verbreding van openbare bibliotheken tot multifunctionele instellingen of de opname van openbare bibliotheken in dergelijke instellingen zie ik een groot gebrek aan focus. Ik vermoed dat dit gebrek aan focus van bibliotheken er mede aan bijdraagt dat de leesvaardigheid daalt.


Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie