HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
VOB-standpunten evaluatie Wsob
09-10-2019
De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) heeft een document met onder haar leden verzamelde standpunten omtrent de evaluatie van de Wsob, naar de KWINKgroep en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gestuurd. 
Tijdens een VOB-ledenbijeenkomst op 18 september hebben zo’n vijftig leden in kleinere groepen van gedachten gewisseld over de Wet stelsel openbare bibliotheken (Wsob) en de behoeften van de branche. De uitkomst van deze gesprekken is samen met de inbreng uit de ledenbijeenkomsten in de regio verwerkt tot een document met gezamenlijke standpunten over de evaluatie van de Wsob, zo meldt de VOB. KWINKgroep neemt deze standpunten mee in zijn evaluatie, die naar verwachting in het najaar naar de Tweede Kamer gaat.

De VOB geeft in het document (pdf) aan de omschrijving van de vijf bibliotheekfuncties in de wet een goede basis te vinden voor de rol en taken die de bibliotheek in de samenleving te vervullen heeft, maar is wat kritischer met betrekking tot enkele andere punten, zoals wat er in de wet is vastgelegd over het stelsel. De VOB stelt hierover: ‘De Wsob formuleert het stelsel van openbare bibliotheken als een netwerk waar alle overheden samen verantwoordelijk voor zijn. Dat deze verantwoordelijkheid vrijblijvend is en dat de overheden deze gezamenlijke verantwoordelijkheid niet omzetten in gezamenlijk beleid is een grote zwakte. Een sturingsfilosofie ontbreekt. Gemeenten die dreigen bibliotheken te sluiten vanuit financiële nood a.g.v. decentralisaties is geen goed signaal. Bibliotheken, Provinciale OndersteuningsInstellingen (POI’s) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) werken samen in het netwerk. Gelijkwaardigheid is een belangrijke voorwaarde voor goede samenwerking. Dat de KB in de wet een aansturende functie heeft gekregen voor een netwerk waarin gemeenten de belangrijkste sturende factor zijn, wringt. De wijze waarop de burger ondersteund moet worden door de lokale bibliotheek bij gebruik van de digitale overheid, illustreert dat. Beter zou het zijn de rol van de KB als faciliterend of ondersteunend te formuleren.'
De VOB voegt daar even verderop in de tekst aan toe dat, gelet op de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de bibliotheken, ‘zeer terughoudend dient te worden omgegaan met centralistische sturing op het stelsel’. ‘Dit staat niet alleen haaks op het decentrale karakter van het netwerk van openbare bibliotheken, maar ook op de grote verschillen en diversiteit van het bibliotheeklandschap,’ aldus de VOB. Ook bij de gezamenlijke innovatieagenda dient rekening gehouden te worden met de diversiteit van het bibliotheeklandschap en het vermogen in capaciteit en middelen van bibliotheken om een bijdrage te leveren.

In het document wordt ook ingegaan op de relatie tussen de fysieke en digitale bibliotheek. Het onderscheid in de wet tussen de digitale en de fysieke bibliotheek zou volgens de VOB opgeheven moeten worden omdat de gebruiker geen verschil zien tussen diverse netwerkpartners en de verschillende collecties en diensten die zij aanbieden. ‘Bij de huidige stand van techniek past een moderne (multi)media-ervaring, waarbij de grenzen tussen de fysieke en digitale collectie van de bibliotheek geen barrière mogen vormen.’ De VOB in het stuk: ‘De relevante wetsartikelen in de Wsob worden hierop aangepast. Geef daarnaast de KB de taak en de instrumenten om, in overleg en overeenstemming met de lokale bibliotheken en de POI’s, een vierjarig programma voor digitale innovatie en beheer uit te voeren. Financier dit programma met collectieve, nationale middelen. Handhaaf in dit verband de overkoepelende doelen uit de gezamenlijke innovatie-agenda die door Rijk, VNG en IPO is vastgesteld in 2017 en waarvoor draagvlak is opgebouwd bij de netwerkpartners.’

Aangaande de financiering stelt de VOB dat het beter is te spreken over ‘bekostiging’ dan over ‘subsidie’, ‘omdat subsidie naar haar aard altijd tijdelijk en een beleidskeuze is’. ‘Dat past niet bij het, door de wetgever in de Wsob vastgelegde, duurzame karakter van de bibliotheekvoorziening. Deze vrijblijvendheid geldt ook het financieringsniveau, ook daarover zou het gesprek in het netwerk gevoerd moeten worden. Tegenover een reële en duurzaam gefinancierde bibliotheekvoorziening zouden natuurlijk prestatieafspraken moeten staan,’ aldus de VOB, die eveneens aangeeft aandacht te blijven vragen voor dreigende bezuinigingen op bibliotheken. Zo meldt de vereniging in een bericht op 2 oktober van verschillende kanten opnieuw verontrustende signalen te ontvangen aangaande (voorgenomen) bezuinigingen op bibliotheken, die veroorzaakt worden door tekorten bij jeugdzorg en andere gedecentraliseerde taken. Om hier meer inzicht in te krijgen en de volgende stappen te kunnen zetten richting de landelijke politiek en media, heeft de VOB een enquête verspreid onder haar leden. 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie