HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Kamerbrief over voortzetting 'Tel mee met Taal' voor periode 2020-2024
18-03-2019
Het kabinet trekt voor de periode 2020-2024 425 miljoen euro uit om laaggeletterdheid te bestrijden, 35 miljoen meer dan in de periode 2015-2019. Met de nieuwe aanpak, waarvoor de regering de komende vijf jaar jaarlijks dus 7 miljoen euro extra uittrekt, willen de verantwoordelijke bewindslieden onder andere meer mensen bereiken die Nederlands als moedertaal hebben en meer geld beschikbaar stellen om mensen te leren omgaan met een computer of smartphone. Dit blijkt uit een brief van minister Van Engelshoven (OCW), minister De Jonge (VWS), staatssecretaris Van Ark (SZW) en staatssecretaris Knops (BZK) aan de Tweede Kamer over de vervolgaanpak van het programma Tel mee met taal.  
In de kamerbrief over de vervolgaanpak van laaggeletterdheid in de periode 2020-2024 geven de verantwoordelijke bewindslieden aan dat in Nederland naar schatting 2,5 miljoen mensen moeite hebben met de taal of zeer beperkte digitale of rekenvaardigheden hebben. In aanvulling op het structurele budget voor volwasseneneducatie dat gemeenten ontvangen (60,4 miljoen euro per jaar), investeert het kabinet daarom de komende vijf jaar jaarlijks 25 miljoen euro in maatregelen voor de aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen en leesbevordering en taalstimulering bij kinderen, in totaal gaat het dan tot en met 2024 om een bedrag van ruim 425 miljoen euro. Dit is jaarlijks 7 miljoen méér dan beschikbaar was voor het vorige landelijke programma, en is het gevolg van de structurele intensivering van 5 miljoen per jaar uit het Regeerakkoord en een nieuwe bijdrage van 2 miljoen miljoen per jaar ter bevordering van digitale vaardigheden. 
 
De verantwoordelijke bewindslieden formuleren in de 28 pagina’s tellende kamerbrief (pdf) voor de periode 2020-2024 drie belangrijke doelstellingen:
1. Méér mensen bereiken met een aanbod op maat ter verbetering van taal, rekenen of digitale vaardigheden, vooral de groep met Nederlands als moedertaal. De aanpak van laaggeletterdheid wordt verbreed met aandacht voor digitale vaardigheden.
2. Méér kennis en méér transparantie over de kwaliteit en de effectiviteit van het ondersteuningsaanbod, zowel voor wat betreft trajecten basisvaardigheden voor volwassenen als de inzet op leesplezier en leesmotivatie bij kinderen, in het bijzonder in laagtaalvaardige gezinnen. Nog niet elke gemeente heeft een kwaliteitskader voor het non-formele aanbod. Dat maakt sturing op resultaat en kwaliteit lastig. Daarom moet iedere gemeente informatie over het aantal deelnemers aan lessen gaan verzamelen en ook gaan gemeenten onderzoeken welk lesaanbod het beste werkt. Dit geldt niet alleen voor het lesaanbod en de preventieve programma’s, maar ook voor de rol die de taalhuizen hierin spelen, aldus de brief.
3. Aan het eind van het programma (2024) moeten alle gemeenten zelfstandig regie voeren over de aanpak van basisvaardigheden, als centrale speler in een netwerk van samenwerkende partijen uit de domeinen onderwijs, werk, gezin, gezondheid en verwante terreinen. Bovendien erkennen werkgevers het belang van werknemers met voldoende basisvaardigheden en zijn ze bereid hierin te investeren.

Deze drie doelen worden vertaald in tien maatregelen. (Zie voor een kort overzicht daarvan de samenvatting (pdf) van de kamerbrief.)
Zo gaat er meer ingezet worden op het werven van deelnemers, specifiek de groep met Nederlands als moedertaal, met het oog waarop er extra geld zal worden uitgetrokken om taalambassadeurs (die mensen in hun omgeving kunnen enthousiasmeren om een cursus te volgen) op te leiden en te ondersteunen. Ook wordt er geïnvesteerd in communicatie met de doelgroep en wordt samen met de Manifestgroep en gemeenten bekeken of overheidswebsites gebruikt kunnen worden als slimme vindplaats voor mensen met lage basisvaardigheden, zo wordt in de brief gesteld. Voor de werving van deelnemers zal 1,3 miljoen euro per jaar uitgetrokken worden.

Verder krijgen gemeenten meer geld om het bereik en de kwaliteit van hun lesaanbod te vergroten. Per regio komt er een ambitieus plan voor de komende jaren, aldus de kamerbrief. Het extra budget voor gemeenten loopt op tot 7,3 miljoen euro per jaar in 2024. Deze extra middelen worden als decentralisatie-uitkering verdeeld over de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s en komen bovenop de bestaande specifieke uitkering die centrumgemeenten ontvangen voor het inkopen van opleidingen taal, rekenen en digitale vaardigheden voor laaggeletterde inwoners van hun regio. Voor werkgevers komt jaarlijks 3 miljoen euro beschikbaar om werknemers cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheden aan te bieden. Ook wordt een expertisepunt basisvaardigheden opgericht, dat gaat fungeren als vraagbaak voor wet- en regelgeving op het gebied van volwassenonderwijs, scholingsregelingen en subsidies, waar onder andere gemeenten terecht kunnen.
 
Openbare bibliotheken worden enkele keren genoemd in de kamerbrief, met name waar het gaat om een landelijk ondersteuningsprogramma voor leesbevordering, met focus op laagtaalvaardige gezinnen. De bewindslieden stellen dat een blijvende inzet op leesplezier nodig is, aangezien de leestijd, leesvaardigheid en leesmotivatie van kinderen en jongeren in Nederland onder druk staan. ‘Binnen Tel mee met Taal investeren we daarom in een herkenbare preventieve aanpak via bibliotheken als aanvulling op het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid en de inzet binnen het basis- en voortgezet onderwijs, de kinderopvang en jeugdgezondheidszorg. Dit doen we met verschillende activiteiten, die zowel generiek zijn, als specifiek gericht op de laagtaalvaardige doelgroep,’ aldus de bewindslieden in de brief. Ze verwijzen hierbij onder andere naar het voortzetten van programma’s als BoekStartCoach en de Bibliotheek op school. In aanvulling daarop wordt er de komende jaren gemiddeld ruim 2 miljoen per jaar extra geïnvesteerd in initiatieven specifiek voor het bereiken van laagtaalvaardige ouders, waarvoor een meerjarige subsidieregeling beschikbaar gesteld wordt. Ook wordt via onder andere Stichting Lezen en de Koninklijke Bibliotheek gestimuleerd dat bibliotheken specifieke inzet plegen op laagtaalvaardige ouders en kinderen, zodat leesplezier voor iedereen bereikbaar wordt, bijvoorbeeld via het uitbreiden van het project BoekStartcoach. (Hiervoor is jaarlijks 2,85 miljoen beschikbaar.) (Geformuleerde subdoelen in dit verband: 75% van de openbare bibliotheekorganisaties heeft een educatieve dienstverlening specifiek gericht op laagtaalvaardige gezinnen; alle openbare bibliotheekorganisaties werken samen met basisscholen in hun werkgebied aan een kwalitatief goede (digitale) educatieve dienstverlening, zoals bijvoorbeeld een schoolbibliotheek; 90% van de openbare bibliotheekorganisaties werkt samen met middelbare scholen voor een kwalitatief goede educatieve dienstverlening, zoals een schoolbibliotheek; 90% van de openbare bibliotheekorganisaties werkt samen met kinderopvanginstellingen voor een kwalitatief goede educatieve dienstverlening; 25.000 laagtaalvaardige ouders worden bereikt met taal- en leesactiviteiten die bijdragen aan het bevorderen van een educatieve thuisomgeving voor kinderen.)

Daarnaast wordt er gedurende de jaren 2020-2022 jaarlijks 500.000 euro vrijgemaakt om te investeren in de kwaliteitsverbetering, (zelf)-evaluatie en/of certificering van taalhuizen en taalpunten. (Geformuleerd subdoel: ‘tenminste 200 taalhuizen worden gecertificeerd door de Certificeringsorganisatie Bibliotheekwerk, Cultuur en Taal.’)

De resultaten van de aanpak van laaggeletterdheid moeten openbaar beschikbaar komen. Deze monitor moet online voor iedereen te raadplegen zijn en zal een beeld bieden van bereik, output en outcome.

De komende jaren zal de titel ‘Tel mee met Taal’ gehandhaafd blijven als de overkoepelende programmanaam voor alle maatregelen die de bewindslieden landelijk ter bestrijding van laaggeletterdheid zullen nemen en gezamenlijk financieren.
 
Stichting Lezen toont zich in een persbericht verheugd over de voortzetting van Tel mee met Taal. Gerlien van Dalen, directeur-bestuurder van Stichting Lezen, reageert: 'Hiermee laten de bewindspersonen zien dat leesbevordering blijvende aandacht nodig heeft en dat zij vertrouwen hebben in de wijze waarop we onze leesbevorderingsaanpak Kunst van Lezen (samenwerking Stichting Lezen/de KB en openbare bibliotheken) met de programma's BoekStart en de Bibliotheek op school hebben opgebouwd. Dat geldt ook voor onze aanpak om laaggeletterdheid binnen gezinnen te voorkomen, bijvoorbeeld door de inzet van BoekStartcoaches.'


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie