HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
KB reageert op kritiek VOB aangaande samenwerkingsovereenkomst Belastingdienst
21-02-2019
In reactie op de brief van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) waarin zij aangeeft de overeenkomst van de Koninklijke Bibliotheek (KB) met de Belastingdienst niet mede te onderschrijven, stelt de KB het samenwerkingsverband voort te zullen zetten. De KB is van mening dat deze samenwerking van grote meerwaarde is bij de verdere uitbouw van de maatschappelijke bibliotheek. De KB stelt zich door het overgrote deel van het netwerk gesteund te voelen in haar beslissing de samenwerking met de Belastingdienst te continueren.
De VOB liet op 18 februari weten besloten te hebben de overeenkomst van de KB met de Belastingdienst niet mede te onderschrijven, 'omdat een gezonde zakelijke propositie voor de openbare bibliotheken ontbreekt'. De VOB benadrukte in een door haar opgestelde brief (pdf) aan de leden dat er geen verschil van inzicht bestaat over de intentie dat openbare bibliotheken burgers helpen met de digitale belastingaangifte, maar dat dat niet kostendekkend kan met de vergoeding die de KB overeengekomen is met de Belastingdienst. (Dat wil zeggen 2 cent per inwoner per jaar. Voor de eerste termijn van de samenwerking met de Belastingdienst was dat 10 cent.) De VOB verwijst in de brief ook naar door Ecorys in 2018 uitgevoerd zogeheten Total Cost of Ownership (TCO) onderzoek (pdf) waaruit zou blijken dat bibliotheken bovenop de subsidie van de belastingdienst zelf een extra investering van 254% van het subsidiebedrag hebben moeten doen. ‘De resultaten van het TCO onderzoek hebben echter niet geresulteerd in een hogere vergoeding in de nieuwe overeenkomst met de belastingdienst. Integendeel,’ aldus de VOB, die eraan toevoegt: ‘De VOB heeft bij de KB herhaaldelijk aangedrongen op een goede zakelijke propositie op basis van daadwerkelijke kosten. De KB heeft zonder instemming van de VOB de huidige overeenkomst gesloten.’ 

In een op 19 februari naar buiten gebrachte reactie, getiteld ‘Overeenkomst KB & Belastingdienst – het hoe en waarom’, stelt de KB haar samenwerking met de Belastingdienst voort te zullen zetten. ‘Voor hulp bij het doen van de belastingaangifte en toeslagenzaken kunnen burgers ook de komende jaren terecht bij hun lokale bibliotheek. De KB is van mening dat deze samenwerking van grote meerwaarde is bij de verdere uitbouw van de maatschappelijke bibliotheek.’
De KB schetst kort de voorgeschiedenis van de samenwerking met de Belastingdienst en zet uiteen wat de samenwerking behelst, een samenwerking waarvoor voor de eerste drie jaar 1,9 miljoen euro beschikbaar was - 1,7 miljoen voor bibliotheken (10 cent per inwoner) en twee ton voor de POI’s. Bij de start van de samenwerking in 2016 bleek uit een peiling onder bibliotheekdirecteuren ‘breed draagvlak te [bestaan] voor deze samenwerking en ook het VOB-bestuur ondersteunde het plan – met kanttekeningen als het gaat om de hoogte van de bijdrage,’ aldus de KB, die eraan toevoegt dat de samenwerking in de daaropvolgende jaren voortvarend verlopen is.

De KB gaat vervolgens in op het door de VOB aangehaalde Ecorys-onderzoek. Daaruit is gebleken dat bibliotheken extra kosten hebben gemaakt, die bijna volledig toe te schrijven zijn aan het organiseren van belastingspreekuren, aldus de KB. 'Bibliotheken gaven aan dat de kosten voor de organisatie van digivaardigheidscursussen tóch al gemaakt zouden worden – samenwerking met de Belastingdienst of niet. Deze kosten kunnen dus niet als “extra kosten” worden aangemerkt. Voor het aanbieden van de spreekuren hebben de bibliotheken in totaal 1,9 miljoen euro uitgegeven. Het gat tussen de daadwerkelijk gemaakte kosten en de beschikbare subsidie voor bibliotheken is dus 200.000 euro,’ aldus de KB, die verder aangeeft dat de investering geleid heeft tot een aantal positieve effecten, zoals het versneld invoeren van activiteiten rondom het verbeteren van digitale vaardigheden van burgers, investeringen in training van bibliotheekmedewerkers en investeringen in de (kwaliteit van de) ICT-infrastructuur, alsmede het uitbouwen van het lokale netwerk van maatschappelijk dienstverleners. Een ander punt dat daar nog aan toegevoegd kan worden en dat genoemd wordt in het Ecorys-onderzoek is het feit dat mede vanwege het convenant een ander dan gebruikelijk publiek is bereikt. Daardoor is onder een groter publiek bekend geworden dat de bibliotheek meer is dan het lenen van boeken.
 
Het Ecorys-onderzoek (pdf), dat overigens gebaseerd is op een steekproef van 15 bibliotheken, geeft klaarblijkelijk aanleiding tot verschillende interpretaties door VOB en KB. Het door de KB genoemde bedrag van 1,9 miljoen, dat bibliotheken zouden hebben uitgegeven aan uitsluitend de belastingspreekuren en die ze als de ‘extra kosten’ in het kader van het convenant aanduidt, is als zodanig niet in het Ecorys-rapport terug te vinden. Wel wordt in het rapport aangegeven dat 68% van de totaal gemaakte kosten ook zonder het convenant zouden zijn gemaakt, waaruit afgeleid kan worden dat 32% van de totaal gemaakte kosten - zijnde volgens Ecorys circa 6,02 miljoen euro - toe te schrijven is aan het convenant, wat per saldo inderdaad ongeveer neerkomt op de door de KB genoemde 1,9 miljoen. Wel wordt er in het onderzoek op gewezen dat er tussen bibliotheken aanzienlijke verschillen bestaan als het gaat om de hoogte van de gemaakte kosten, waarbij met name de kleinere bibliotheken verhoudingsgewijs aanzienlijk hogere kosten hebben gemaakt dan de bibliotheken met een midden- tot groot werkgebied. Een van de aanbevelingen luidt dan ook om een verdeelsleutel te overwegen die niet zo onvoordelig uitpakt voor kleine bibliotheken.

De KB geeft aan via onder andere gesprekstafels, werkbezoeken, landelijke bijeenkomsten en netwerkoverleggen in gesprek te zijn met het netwerk over voortzetting van de lijn die is ingezet. ‘Binnen het netwerk bestaat gelijkgestemdheid over het belang van het uitbouwen van de maatschappelijke bibliotheek. Grote zorg hierbij is de financiering na de projectfase, met name als de gewenste groei naar een bereik van 1 miljoen burgers doorzet,’ aldus de KB.
De KB verwijst vervolgens naar de onlangs gesloten samenwerkingsovereenkomst met de Manifestgroep (acht landelijke uitvoeringsorganisaties van de overheid) in het kader waarvan extra middelen beschikbaar komen. De KB stelt daarover: ‘Er is vanaf 2019 een bedrag per inwoner per jaar beschikbaar per bibliotheek – oplopend tot 8 cent per jaar in 2021. Opgeteld bij het bedrag van 2 cent per inwoner per jaar dat beschikbaar is voor de aanvullende belastingspreekuren, maakt dat 10 cent per inwoner, per jaar, voor de uitbouw van de maatschappelijke bibliotheek. Daarnaast worden er in de pilotperiode van het traject digitale inclusie scenario’s ontwikkeld voor groei van het bereik. Wat betekent dat voor de kosten van de dienstverlening en op welke wijze kan verdere financiering tot stand komen: lokaal, provinciaal of landelijk?’

De KB stelt tenslotte in reactie op de brief waarin de VOB onder andere spreekt over door haar leden geuite zorgen en onvrede over de door de KB gesloten overeenkomst met de Belastingdienst, zich gesteund te voelen door het overgrote deel van het netwerk. ‘Dat blijkt ook uit de grote hoeveelheid aanmeldingen die zijn ontvangen voor de nieuwe subsidieregeling Belastingdienst (inmiddels meer dan 66% van de bibliotheken). Er is oog voor de zorgen rondom de financiering van deze ontwikkelingen en het gesprek wordt daarover continu op de juiste plekken gevoerd. Door te laten zien dat bibliotheken er zijn voor álle burgers en als zodanig een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van (digitale) vaardigheden van mensen, worden we juist een interessante gesprekspartner,’ aldus de KB.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie