HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Kabinet komt met maatregelen om iedereen mee te laten doen in digitale samenleving
17-12-2018
Staatssecretaris Raymond Knops van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kondigt in een op 12 december aan de Kamer verstuurde brief maatregelen aan waardoor iedereen mee moet kunnen doen in de digitale samenleving. In de brief wordt onder andere gemeld dat bibliotheken op dit gebied een belangrijkere rol zullen krijgen.
Staatssecretaris Knops constateert in de op 12 december verstuurde Kamerbrief, getiteld ‘Digitale inclusie – iedereen moet kunnen meedoen’ (pdf), dat (overheids)communicatie steeds meer digitaal gebeurt terwijl er in Nederland nog ongeveer 2,5 miljoen mensen zijn die daar problemen mee hebben.
Knops geeft aan dat het kabinet streeft naar digitale inclusie vanuit de gedachte dat iedereen mee moet kunnen doen in de (digitale) samenleving en hij verwijst daarbij naar de eerder gelanceerde ‘Nederlandse Digitaliseringsstrategie’ en de ‘Agenda Digitale Overheid NL DIGIbeter’

Om deze digitale inclusie te bewerkstelligen heeft Knops vier hoofdlijnen geformuleerd:
1. Digitale diensten voor iedereen makkelijker maken
2. Mensen helpen om met digitalisering om te gaan
3. Uitleggen wat de gevolgen van digitalisering zijn
4. Samenwerken met bedrijven en andere organisaties.

Knops noemt per hoofdlijn verschillende acties die de komende jaren zullen worden uitgevoerd, onder andere de verplichting aan overheden om websites en apps te verbeteren, in gesprek gaan met mensen die moeite hebben met lezen en schrijven (punt 1), het onderzoeken waarom mensen wel of niet meedoen, meer taalambassadeurs inzetten (punt 2), bewustwording vergroten, onderzoek doen naar herkenbaarheid en vertrouwen (punt 3), in gesprek gaan met wetenschap, bedrijven en andere organisaties en ideeën opdoen bij organisaties in het buitenland (punt 4).

De openbare bibliotheek wordt verschillende keren genoemd in Knops’ Kamerbrief. Hij geeft aan dat bibliotheken een grotere rol zullen krijgen. ‘We zorgen dat mensen nog beter geholpen worden in bibliotheken. Nu kun je al hulp krijgen bij het doen van belastingaangifte. Straks moeten mensen in bibliotheken ook informatie krijgen over bijvoorbeeld de digitale manieren om een uitkering of toeslag aan te vragen. Vijftien bibliotheken starten hier al mee in het begin van 2019. Andere bibliotheken volgen later,’ aldus de staatssecretaris in de brief.

Knops spreekt van een nieuw programma “Tel mee met Taal 2020+’ Het ministerie van BZK zal vanaf 2019 meedoen met het programma Tel mee met Taal. ‘Met dit programma helpen we mensen die hulp nodig hebben met lezen, schrijven én digitalisering. We geven in het nieuwe programma extra aandacht aan het omgaan met digitalisering. Het oude programma Tel mee met Taal loopt tot eind 2019. Vóór de zomer van 2019 informeren we u over de inhoud van het nieuwe programma. Die inhoud bepaal ik samen met mijn collega’s van de ministeries van OCW, VWS en SZW, gemeenten en de VNG,’ aldus de tekst van de Kamerbrief.

Overigens publiceerde de Nationale Ombudsman een jaar geleden nog een kritisch rapport over de digitale overheid. De overheid zou meer rekening moeten houden met de wensen, kennis en vaardigheden van alle burgers die te maken krijgen met haar digitale dienstverlening. ‘Stel burgers centraal. Juist als het gaat om digitalisering van je dienstverlening,’ aldus Ombudsman Reinier van Zuthpen in december vorig jaar in het rapport Overheid, digitaliseren doe je samen (pdf).
Ook de Raad van State trok recent in een ongevraagd advies aan de bel over het in de knel komen van de burger vanwege verdergaande digitalisering bij de overheid.

Het onlangs gepubliceerde rapport Digitale ongelijkheid in Nederland anno 2018 (pdf) van Alexander van Deursen, onderzoeker van de Universiteit Twente, bevestigt de urgentie van een aanpak van de problematiek. Van Deursen onderzocht hoe mensen in verschillende bevolkingsgroepen internet gebruiken en welke positieve en negatieve effecten ze hiervan ondervinden en concludeert dat het deel van de bevolking dat in potentie het meest van internetgebruik zou kunnen profiteren er momenteel het slechtste voorstaat. Ouderen, laagopgeleiden en mensen met een lager inkomen kennen een minder positieve attitude en motivatie, minder goede apparatuur om mee te internetten, een lager niveau van vaardigheden en een beperktere manier van internetgebruik. Daarnaast hebben ze ook het minst toegang tot kwalitatief goede hulp. Omdat al deze fasen bepalend zijn voor het behalen van positieve effecten of het beschermen tegen potentiële gevaren, worden mensen die toch al in een kwetsbare positie verkeren verder gemarginaliseerd.
Uit het rapport blijkt volgens Mediawijzer.net, dat opdracht gaf voor het onderzoek, dat digitale vaardigheden essentieel zijn om ervoor te zorgen dat online activiteiten een positief effect hebben. ‘Dat is goed nieuws: gericht beleid, bijvoorbeeld op het gebied van mediawijsheid, kan hierdoor dus concrete impact hebben. Van Deursen benadrukt dat het bij het uitstippelen van beleid om digitale ongelijkheid tegen te gaan wel belangrijk is om alle fasen van internettoegang mee te nemen. “Er is een integrale aanpak nodig die er rekening mee houdt dat de uitdagingen per bevolkingsgroep verschillen. Als uitgangspunt zouden beleidsinitiatieven zich kunnen richten op een breed palet aan effecten waarbij naast economisch voordeel, ook de voordelen voor het welzijn van mensen op cultureel, sociaal en persoonlijk vlak worden meegenomen”, zo zegt Van Deursen. “Juist dat soort effecten, denk aan nieuwe vriendschappen die via internet zijn ontstaan of een nieuwe muziekstroom of sport die je online hebt ontdekt, blijken van grote toegevoegde waarde te zijn”,’ aldus Mediawijzer.net in een bericht over het rapport op haar website.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie