HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Onderzoek Mediawijzer.net: ruim 5 miljoen Nederlandse volwassenen niet mediawijs
26-09-2018
Op basis van een in opdracht van Mediawijzer.net door Kantar Public uitgevoerd onderzoek wordt geconcludeerd dat 42% van de volwassen Nederlanders - omgerekend ruim 5 miljoen mensen - niet mediawijs is. Bovendien blijkt een grote groep burgers zich zorgen te maken over het tempo waarin de samenleving digitaliseert. 
Voor het door Kantar Public (voorheen TNS Nipo) uitgevoerde onderzoek werden in juni 2018 ruim 1800 Nederlanders van 18 jaar en ouder online ondervraagd. (Kantar Public tekent bij het onderzoek aan dat er een kwetsbare groep Nederlanders die niet vertegenwoordigd is in online panelsurveys, zoals mensen zonder een internetverbinding, analfabeten en mensen met een verstandelijke beperking.) 
 
De opstellers van het onderzoeksrapport, getiteld Hoe mediawijs is Nederland? (pdf), stellen dat Nederlanders over het algemeen erg actief zijn met internet en sociale media, maar dat nadere beschouwing leert dat dit niet altijd even oordeelkundig gebeurt en dat er bij grote groepen ook nog veel ongemak bestaat in de omgang met internet.
 
Bijna elke Nederlander (93 procent) heeft dagelijks met online media te maken. De onderzoekers onderscheiden vier groepen: de koplopers (30%), de actieven (22%), de afwachtenden (21% ) en de kwetsbaren (27%). De onderzoekers stellen dat de groep Kwetsbaren de grootste risico’s laat zien op alle competenties van mediawijsheid. ‘Ze zijn niet compleet digitaal onvaardig (ze kunnen immers een online vragenlijst invullen), maar omdat mediawijsheid over veel meer gaat dan op de juiste knoppen kunnen klikken en zij juist op al die andere competenties niet kunnen meekomen, vormen ze een behoorlijke risicogroep. Het risico is tweeledig: ze zijn én niet mediawijs (volgens eigen inschatting) én weten ook veel vaker niet waar ze hulp kunnen vinden. De verschillen met de Koplopers zijn enorm, op alle fronten. Zo is hun behoefte aan hulp bij het realiseren van zaken met behulp van digitale middelen veel groter. Dan hebben we het over basale zaken die nodig zijn om in deze maatschappij te kunnen blijven meedraaien: online belastingaangifte doen, OV-chipkaart gebruiken, DigiD aanvragen. Er is een relatief grote groep die hier absoluut hulp bij nodig heeft en zoals gezegd, die weet lang niet iedereen uit deze groep te vinden. Tenslotte laat het onderzoek zien dat er zowel bij Actieven, Afwachtenden en Kwetsbaren onderzekerheid is over de omgang met de digitale media. De helft van de mensen weet niet wie wel en niet te vertrouwen is online. Ook vindt men het lastig om digitale ontwikkelingen bij te houden. Dit maakt mensen deels terughoudend en leidt tot angst en twijfels over het eigen online gedrag,’ aldus de onderzoekers.

Enkele conclusies
De meest gebruikte online diensten zijn e-mail, internetbankieren en appen. Van de gebruikers van social media vindt 95% privacy-instellingen belangrijk of zeer belangrijk, maar men gedraagt zich er niet altijd naar. Zo heeft slechts 22% strenge privacy-instellingen op social media. De helft van de respondenten gebruikt bij Google de bovenste zoekresultaten en meer dan een derde van hen vindt het lastig om nepnieuws van echt nieuws te onderscheiden online. Van de respondenten geeft een kwart aan hulp nodig te hebben bij online belastingaangifte doen, 15% bij het updaten van software en 12% bij het gebruik van de OV-chipkaart. Bijna de helft van de respondenten weet niet wie online te vertrouwen is, maakt zich zorgen over phishing en hacking en in het algemeen over de veiligheid van de eigen persoonlijke gegevens online. 37% maakt zich zorgen over nepnieuws online. Ongeveer 20% is bang om online iets verkeerd te doen, twijfelt er aan zich voldoende te kunnen redden in de digitale wereld, twijfelt er aan voldoende te kunnen leren met digitale media om te gaan en twijfelt zelfs steeds vaker of hij of zij wel online moet gaan.

Twintig procent van de respondenten geeft aan het niet prettig te vinden dat steeds meer zaken online geregeld worden. Vijftien procent vindt dat de overheid meer moet doen om mensen te helpen in de digitale wereld.

Mediawijzer.net, vertegenwoordigd door voorzitter Eppo van Nispen tot Sevenaer, bood voorafgaand aan het kamerdebat over digitalisering op 20 september een petitie aan waarin het de regering oproept om mediawijsheid een prominentere rol in de digitaliseringsplannen te geven, aldus Mediawijzer.net. Tijdens dit overleg kwam met name de Nederlandse Digitaliseringsstrategie aan de orde. In de strategie worden 24 ambities en daaraan gekoppelde acties beschreven die zich richten op de hele maatschappij en economie en die ertoe moeten leiden dat Nederland dé digitale koploper van Europa wordt, onder andere ook de ambitie een transparante en toegankelijke digitale overheid te realiseren.

Ongevraagd advies Raad van State
Overigens bracht de Raad van State onlangs een advies uit waarin hij zijn zorgen uitspreekt over het in de knel komen van de burger vanwege verdergaande digitalisering bij de overheid. Het advies haakt aan bij de Agenda Digitale Overheid ‘NL DIGIbeter’ die de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in juli van dit jaar aan de Tweede Kamer heeft aangeboden en waarvoor de komende drie jaar 165 miljoen euro uitgetrokken wordt, zo meldde Computable op 16 augustus. (zie ook dit persbericht van 17 augustus.) Het advies is onder andere voorbereid in gesprekken met de Algemene Rekenkamer, de Nationale Ombudsman en de Autoriteit Persoonsgegevens. Verder is gesproken met het Rathenau-instituut, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en met deskundigen van diverse ministeries.

In haar advies, getiteld ‘Ongevraagd advies over de effecten van de digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen’, wijst de Afdeling advisering van de Raad van State op knelpunten bij digitale overheidscommunicatie en bij wetgeving. Ook geeft zij een aantal adviezen om die te verbeteren.

De Raad van State constateert dat bij het realiseren van een ‘digitale overheid’ vooral het gemak voor de overheid en niet voor de burger voorop lijkt te staan. Bij de implicaties voor de verhouding overheid en burger wordt onvoldoende stil gestaan. Gevreesd moet daarom worden dat vooral de burger dreigt te worden opgezadeld met de risico’s, het ongemak en de nadelen van het gebruik van deze nieuwe technieken door de overheid.
De Raad van State stelt onder meer: ‘Voor burgers is digitaal contact met de overheid niet altijd even gemakkelijk. De overheid bestaat feitelijk uit honderden organisaties die digitalisering niet allemaal op dezelfde manier aanpakken. Daardoor kan de burger het spoor bijster raken. Dat geldt des te meer voor mensen die door omstandigheden minder zelfredzaam zijn. Van hen kan niet altijd worden verwacht dat zij alle digitale kanalen van overheidsorganen in de gaten houden en de weg kunnen vinden in de digitale uitvoering van regels. Toegang tot de overheid is een beginsel van behoorlijk bestuur. De Afdeling advisering raadt daarom aan om dit beginsel ook bij een digitaliserende overheid voortdurend in het oog te houden. Burgers hebben recht op zinvol contact met de overheid, waarbij zij serieus worden genomen en hun eigen gegevens kunnen inzien en (waar nodig) corrigeren.
Overheidsorganen gebruiken steeds vaker computers om besluiten voor hen te nemen. Deze besluiten komen tot stand door het gebruik van geautomatiseerde beslisregels (algoritmes), die volautomatisch besluiten nemen, zonder menselijke tussenkomst. Burgers kunnen dan niet meer nagaan welke regels de overheid toepast en welke gegevens zij voor een besluit gebruikt. De Afdeling advisering raadt daarom aan om scherp te letten op een goede motivering van besluiten. Daarbij moet duidelijk zijn welke beslisregels de overheid heeft toegepast en wat de bron is van de ingevoerde gegevens. Bij geautomatiseerde besluitvorming blijft maatwerk belangrijk. Een menselijke blik blijft nodig, om te beoordelen of van de regels moet worden afgeweken. Sommige besluiten kan een overheidsorgaan niet zonder menselijke interventie nemen, wil er met alle omstandigheden rekening kunnen worden gehouden. Alleen op die manier kan een overheidsorgaan voorkomen dat het individuele burgers onevenredig benadeelt.’

Eind vorig jaar bracht de Nationale Ombudsman ook al een advies uit waarin hij stelde dat de overheid meer rekening zou moeten houden met de wensen, kennis en vaardigheden van alle burgers die te maken krijgen met haar digitale dienstverlening. De overheid verlangt vaak nog te zeer van de burger digitaal vaardig te zijn om gebruik te kunnen maken van haar (digitale) dienstverlening, terwijl leidend zou moeten zijn wat gebruikers nodig hebben om met de overheid te kunnen communiceren, aldus de Ombudsman.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Hans van Duijnhoven
27-9-2018 09:04
Gisteren probeerde ik in circa 280 tekens te verwoorden wat me stoort aan dit persbericht. Helaas is het in zo’n korte quote niet mogelijk genuanceerd te zijn. Het is meer van wham bam. Hieronder een poging mijn tweet toe te lichten.

Groot misverstand: het belang van digitale vaardigheden. Veel groter probleem: burgers die onze 'tijd' niet begrijpen, hooguit 'aanvoelen' en achter 'zaken' aanlopen die niet alleen voor henzelf maar de hele samenleving slecht zijn.

Om te beginnen. Ik onderschrijf van harte alle acties die worden genomen om het niveau van mensen, die om wat voor reden dan ook digitaal minder vaardig zijn, op te krikken. Bibliotheken spelen daarin samen met andere partijen een belangrijke rol. En wat mij betreft komt er veel meer geld voor beschikbaar. Sterker: als we dit als Nederlandse samenleving zo belangrijk vinden, waarom laten we dan zoveel van dit belangrijke werk aan vrijwilligers over?

Maar mijn fundamentele punt én kritiek is dat we ons als bibliotheek té vaak profileren als een plek waar de ‘zielige mensen’ van de samenleving geholpen worden om zich iets-je beter staande te kunnen houden. Wellicht gaat het om 1 van de 7 volwassenen.  Volwassenen die niet of minder leesvaardig zijn, amper of niet om kunnen gaan met de digitale toverdoos.

Allemaal prima, maar ik meen serieus dat we ons daarnaast iets-je meer zouden moeten richten op volwassenen die zogenaamd ‘klaar’ zijn. Volwassenen die zichzelf kunnen redden, een redelijk inkomen hebben of dat kunnen verwerven, zelfstandig keuzes kunnen maken, zelden hulp van instanties en organisaties nodig hebben. Voor deze groep hoeft ‘de bieb’ ogenschijnlijk niets bijzonders te doen, behalve een interessante collectie en dito programmering aanbieden.

Helaas voor hen; ook zij moeten aan de bak. Zeven van de zeven volwassenen in het Westen zullen links- of rechtsom hun levensstijl drastisch moeten aanpassen. Voor alle duidelijkheid: ik behoor zelf ook tot die groep! We zullen op zoek moeten naar een alternatief voor onze huidige samenleving. Hoe die op tal van terreinen momenteel functioneert. Op zoek naar een volgende maatschappij, een next society. Volwassenen die deze fundamentele opgave nog steeds niet zien, vormen – vermoed ik – een groot deel van de huidige groep. “Het gaat toch goed!” Of: “De economie trekt weer aan, dus komt het allemaal weer goed!”
Artikel: https://www.nobb.nl/nobb/nieuws/5783-citaat-545a

Uiteraard kan ik me vergissen. Kun je me beschouwen als een verwaande kwast die ‘het’ ’t beste weet. Allemaal waar, dat mag u denken, maar ik sta toch op het standpunt dat we op bijna alle terreinen van het maatschappelijk doen en laten voor grote veranderingen staan. Zaken die anders moeten, omdat de manier waarop we ze nu doen niet ‘goed’ is. Daarvoor moet je wel een andere bril opzetten. In staat zijn door de retoriek, framing, spinning en andere manipulatieve technieken heen te kunnen kijken. Mediawijsheid in de overdrive?

Er zijn verschillende ‘brillen’ in omloop. Ikzelf gebruik de laatste anderhalf jaar een ‘mes’ dat aangereikt is door een Engelse econoom: Kate Raworth. Haar belangrijke boek laat zich terugbrengen tot één vraag: ‘Past het binnen de donut?’ En is het antwoord nee, dan zullen we op zoeken moeten naar manieren om weer binnen ‘haar’ (sorry: onze) donut te komen. Die donut heeft twee grenzen. Grenzen die momenteel op tal van terreinen massaal worden overschreden. En dat is niet goed voor het welbevinden van ‘de aarde’, noch voor het welbevinden van ‘de mens’.

Mijn voorstel zou zijn dat we binnen ‘de branche’ een gesprek opstarten over bovenstaande mening. Beter: verhaal. Wordt die door collega’s gedeeld, en zo ja wat betekent dit dan voor onze programmering.

Zelf sta ik op het standpunt dat bibliothecarissen – sorry: de next librarians - zich als de vroedvrouwen van de next society zouden moeten willen gaan opstellen. Ik schreef er meerdere stukken over. Dit is de laatste versie: https://www.nobb.nl/nobb/nieuws/5787-next-librarians-zijn-de-vroedvrouwen-van-de-next-society

Ook zou ik voor willen stellen om in dat gesprek drie andere zaken mee te nemen.

Om te beginnen een boek: ‘Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt’ van Hans Rosling. Niet zo zeer over de feiten die hij aanreikt; feiten die veel burgers en bibliothecarissen niet willen 'geloven'. Maar vooral om de tien vuistregels die hij aanreikt. Artikel: https://www.nobb.nl/nobb/nieuws/5745-citaat-532

Rob Wijnberg is volop bezig met een Engelse editie van ‘zijn’ De Correspondent. In de aanloop daarnaartoe schreef hij vijf artikelen. Die op Medium zijn geplaatst en nu ook in het Nederlands verschijnen. Die artikelen gaan over de toekomst van de journalistiek en welke rol die in deze spannende tijden heeft te vervullen. Volgens mij reikt hij talloze vragen aan die deels ook voor de bibliotheeksector en haar toekomst opgaan.
Artikel: https://www.nobb.nl/nobb/nieuws/5792-citaat-550

Vorige week was Jan Rotmans bij ons te gast in Veghel. Tijdens zijn bevlogen betoog over de next economy en de next society kwam één sheet voorbij die kort en krachtig duidelijk maakt waarom het zo moeilijk is mensen mee te nemen in een op hol geslagen samenleving. Een tijd waarin alle zekerheden kantelen, we open moeten staan voor nieuwe varianten. Een tijd vol onzekerheid, lastige vragen, ja zelfs dilemma’s. Een periode waarin we met pijn in het hart afscheid moeten nemen van dierbare ‘gewoontes’ en ‘dingen’ die bij ons horen. In zo’n tijd helpt het niet als we ons blijven focussen op gebeurtenissen. Nieuwtjes. Sensatie. Ons weinig bezighouden met conjuncturele ontwikkelingen en zelden toe komen aan de oorzaken waarom bepaalde gebeurtenissen op blijven poppen en ‘de conjectuur’ een bepaalde richting inslaat.

Tot slot
Ik realiseer me dat je uit mijn tweet op kunt maken dat ik me erger aan ‘de populisten’. Dat is nadrukkelijk niet het geval. Ik behoor tot het ‘kamp’ (van een David Van Reybrouck en Joris Luyendijk) dat begrijpt dat die ‘boze mensen’ niet voor niets boos zijn. Weet echter dat hun oplossingen - en het nalopen van mensen die juist niet voor hen opkomen - waarschijnlijk niets zullen oplossen. Eerder het tegendeel. Maar hun boosheid is terecht. Op tal van terreinen is de huidige maatschappij voor hen niet ‘goed’ ingericht. Zij voelen op hun klompen aan dat er iets niet goed zit, maar worden door bijna alle partijen in de steek gelaten. Partijen die ook nog niet door hebben dat ons huidig model op een bepaalde manier ‘op’ is en dat alle maatregelen die nu getroffen worden om het te redden in the long run niet zullen werken. Politici en andere belangrijke maatschappelijke spelers behoren ook tot de groep die afscheid moeten nemen van dierbare idealen, manieren, gewoontes.

Mijn droom is dat overal bibliothecarissen zich als het ware herpakken en stappen nemen om in hun gemeenschap het gesprek te starten over de honderden thema’s die te maken hebben met die next society. Met iedereen.

Vanuit de aanname dat we allemaal op onze eigen manier onvolwassen gedrag vertonen en we elkaar moeten helpen om in die next society terecht te komen.

We zullen wel moeten. Een relevante taak, opdracht, missie en houvast. En of die next librarians zichzelf als vroedvrouw zien doet er niet toe. Het is maar een beeld, een verhaal.




Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie