HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
KB publiceert rapport over makerplaatsen in bibliotheken
07-09-2018
De Koninklijke Bibliotheek (KB) heeft een onderzoeksrapport uitgebracht waarin nader wordt ingegaan op het fenomeen makerplaats, dat openbare bibliotheken de laatste jaren in toenemende mate in hun dienstverlening zijn gaan incorporeren. 
Een makerplaats wordt in het rapport, getiteld Makerplaatsen in openbare bibliotheken (pdf), omschreven als een faciliteit waar bibliotheken ‘de ruimte, de benodigde apparatuur en begeleiding [bieden] waardoor hun bezoekers kunnen ontdekken, leren en proberen. Spelenderwijs leren ze met nieuwe apparatuur omgaan en doen ze belangrijke 21ste-eeuwse vaardigheden op zoals mediageletterdheid, kritisch denken, communicatie, samenwerking en creativiteit.’

Samen met de TU Delft en de Hogeschool Rotterdam onderzocht de Koninklijke Bibliotheek de wijze waarop Nederlandse bibliotheken invulling geven aan hun makerplaatsen en welke ruimtelijke en programmatische consequenties dit heeft. Door middel van een enquête via het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) werd bibliotheken gevraagd naar de invulling en inrichting van hun makerplaats. Van de 152 basisbibliotheken deden er 102 mee aan de online enquête en daarvan gaven er 42 aan een volwaardige makerplaats te hebben. De enquête werd uitgevoerd in de periode van 5 december 2017 tot en met 8 februari 2018. 

De onderzoekers zien een toenemende groei van het aantal makerplaatsen. In 2013 bestonden er nog maar twee makerplaatsen in openbare bibliotheken, terwijl er vorig jaar alleen al 16 nieuwe werden geopend.

Uit de antwoorden op de enquête blijkt onder andere dat:
  • het merendeel van de makerplaatsen in 2016 en 2017 geopend is (daarnaast melden verschillende bibliotheken dat een makerplaats bij hen in oprichting is);
  • een makerplaats gemiddeld 30 m2 groot is en zich meestal in de open ruimte van de bibliotheek bevindt (het kleinste lab is 8 m2 en het grootste 150 m2)
  • de meeste van de makerplaatsen zich met activiteiten en apparatuur focussen op digitale technieken zoals coderen, robotica en 3D-printen. Ze beschikken over computers (81%), mobiele apparaten (67%), circuits (55%), codeer software (48%), robots (43%), VR-brillen (40%) en de bekende 3D-printers (31%).
Verder wordt in het rapport vastgesteld dat bibliotheken over het algemeen niet exact bijhouden welke doelgroepen de makerplaats bezoeken. Wel weten ze goed welke groepen ze willen bereiken: jeugd en het onderwijs, zowel basis als voortgezet onderwijs. Dat blijkt niet altijd te lukken: de jeugd weet de makerplaats goed te vinden, maar het onderwijs bereiken de bibliotheken naar hun zin onvoldoende.

De bibliotheek financiert de makerplaats vaak zelf. Bij het merendeel van de bibliotheken gaat het om structurele financiering. Daarnaast vragen 6 op de 10 bibliotheken een eigen bijdrage aan de deelnemers voor deelname aan een cursus of workshop

Voor de invulling en opzet volgen de meeste bibliotheken (64%) het voorbeeld van andere makerplaatsen. De helft van de bibliotheken geeft de makerplaats vorm op basis van de input van partners. Een derde van de bibliotheken gebruikt de input van de gebruikers en het onderwijs om het aanbod aan activiteiten en apparatuur vorm te geven. Voor de begeleiding van activiteiten laten ze eigen personeel kennis verwerven of zoeken ze (betaalde) expertise bij partners, zoals de lokale makerplaats. Die stellen vaak ook faciliteiten beschikbaar, zoals apparatuur of software.

Veel bibliotheken met een makerplaats geven aan graag de samenwerking met het onderwijs verder te willen verstevigen om die betreffende doelgroep beter te kunnen bedienen, die over het algemeen als moeilijk bereikbaar wordt gezien.

Knelpunten die veel genoemd worden zijn het vinden van voldoende personeel (56%), het vinden van de juiste expertise (56%) en het vinden van (structurele) financiering (40%). ‘Deze problemen zijn natuurlijk niet los van elkaar te beschouwen: voor het aantrekken van voldoende en goed opgeleid personeel is geld nodig,’ aldus de onderzoekers, die er aan toevoegen: ‘Opvallend is dat de ambitie om het onderwijs beter te bereiken niet vaak genoemd wordt als knelpunt: slechts 21% van de responderende bibliotheken geeft aan dit als knelpunt te ervaren. Mogelijk hebben ze al concrete plannen hoe dit in de toekomst te verbeteren.’

Over het personeel en de expertise wordt in het rapport gesteld dat in 67% van de gevallen wordt samengewerkt met lokale experts en dat in 57% van de gevallen eigen personeel extra expertise verwerft. Voorts wordt er gewerkt met mensen uit de community met specifieke expertise (48%). Het externe personeel dat de bibliotheek inzet, van de samenwerkingspartners of uit de community, wordt hier in de meeste gevallen voor betaald (64%). Daarnaast is er in ruim 40% van de gevallen sprake van vrijwilligers die de activiteiten in de makerplaats begeleiden. Slechts in enkele gevallen kiest de bibliotheek ervoor om alleen eigen personeel in te zetten (ruim 14%).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Freek Kraak
10-9-2018 15:49
Goed om dit uit te zoeken!
Komt er ook nog een onderzoek onder gebruikers? Hoe ervaart men het, wat kan men ermee, hoe helpt het hen, wat heeft men er al aan gehad op de arbeidsmarkt en/of bij verdere opleidingen, beroepskeuze etc., etc.?
Marianne Hermans
5-10-2018 11:28
Dat zou goed kunnen, in 2019 willen we het onderzoek een vervolg geven. Daarbij willen we ook aandacht besteden aan opbrengsten van makerplaatsen in bibliotheken vor gebruikers. 

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie