HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Stichting Bibliotheekwerk publiceert onderzoek naar vrijwilligers
19-04-2018
Alle bibliotheken op één na werken met vrijwilligers en het aantal vrijwilligers dat per bibliotheek wordt ingezet is sinds 2014 gestegen. Dit zijn enkele conclusies uit het onderzoek naar de inzet van vrijwilligers in de bibliotheekbranche dat de Stichting Bibliotheekwerk (SBW) onlangs publiceerde 
Het onderzoek van SBW is een vervolg op in 2014 uitgevoerd onderzoek naar vrijwilligers in de sector (pdf), dat in opdracht van SBW werd uitgevoerd door het CAOP. Het herhalingsonderzoek waarvan nu de resultaten zijn gepubliceerd, is in 2017 uitgevoerd door Cubiss. Begin 2017 is de enquête uit 2014 opnieuw uitgezet onder alle bibliotheken, waarvan er 122 reageerden. Verder is er gewerkt met focusgroepen, verdiepend onderzoek en desk research naar good practices in andere branches. 

Een van de uitkomsten van het Onderzoek naar de inzet van vrijwilligers in de Bibliotheekbranche 2017 (pdf) is dat alle bibliotheken op één na werken met vrijwilligers. In 2014 was dit bij 92 procent van de onderzochte bibliotheken het geval.
De bibliotheek die niet met vrijwilligers werkt, doet dit uit principe omdat zij vindt dat professionele medewerkers nodig zijn voor het bieden van kwaliteit. Het aantal vrijwilligers per bibliotheek is sterk gestegen.De groep bibliotheken met minimaal 70 vrijwilligers is in 2017 gestegen van 29 procent naar 52 procent. Het aantal bibliotheken met minder dan 10 vrijwilligers is in dezelfde periode gedaald van 17 procent naar 4 procent. Bij tweederde van de bibliotheken overstijgt het aantal vrijwilligers inmiddels de betaalde medewerkers. Dit was in 2014 bij de helft van de bibliotheken het geval. Gekeken naar het aantal fte zijn de betaalde medewerkers echter nog veruit in de meerderheid. Dit komt doordat veel vrijwilligers slechts een beperkt aantal uren werken, gemiddeld 3 à 4 uur.
 
De onderzoekers onderscheiden drie categorieën vrijwilligers, waarvan twee die gelieerd zijn aan andere organisaties en een met vrijwilligers die rechtstreeks onder de bibliotheek vallen.
De laatste categorie komt veruit het meeste voor: 81% van de bibliotheken werkt met dit soort vrijwilligers. Het totale aantal vrijwilligers in de sector schatten de onderzoekers in op 15.000 à 18.000. De meeste vrijwilligers zijn 70+ en vrouw. Het meeste moeite hebben bibliotheken om vrijwilligers te vinden die goed digitaal onderlegd zijn. Meestal gaat dit om wat jongere mensen en die zijn niet makkelijk te vinden en willen zich vaak ook niet langdurig vastleggen voor bepaalde werkzaamheden.

Veruit de meeste vrijwilligers werken een halve dag of minder per week in de bibliotheek, waarbij er wel een verschuiving te zien valt van het percentage minder dan een halve dag per week naar ± een halve dag per week. In het onderzoek wordt geconstateerd dat er de afgelopen drie jaar een flinke verschuiving heeft plaatsgevonden in de verhouding vrijwilligers en medewerkers met een arbeidsovereenkomst. In 2014 waren er in 37 procent van de bibliotheken veel meer medewerkers met een arbeidsovereenkomst en een nagenoeg gelijk percentage (38 procent) had juist veel meer vrijwilligers. In 2017 is het beeld totaal anders. In meer dan de helft van de bibliotheken zijn veel meer vrijwilligers werkzaam dan medewerkers met een arbeidsovereenkomst en in slechts bijna een kwart van de
bibliotheekorganisaties zijn juist veel meer medewerkers met een arbeidsovereenkomst werkzaam. De balans slaat in deze meting dus vaker door in de richting van veel meer vrijwilligers dan medewerkers met een arbeidsovereenkomst, dan in 2014 het geval was.

Redenen inzet vrijwilligers
In het onderzoek is ook gekeken naar de redenen voor de inzet van vrijwilligers. Als belangrijkste reden om vrijwilligers in te zetten wordt uitbreiding van de dienstverlening (vooral ten behoeve van laaggeletterdheid en kwetsbare groepen in de samenleving) genoemd, bijvoorbeeld om nieuwe projecten als een Taalhuis op te pakken. Tweederde van de bibliotheken geeft dit als reden op. Ongeveer de helft van de bibliotheken wijst ook op de maatschappelijke functie, waarbij de inzet van vrijwilligers wordt gezien als belangrijk voor de lokale verankering en anderzijds gaat het om het bieden van ruimte aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 38% van de bibliotheken geeft aan vrijwilligers in te zetten om de dienstverlening op peil te kunnen houden; dat was in 2014 nog 56%. Tijdens de focusgroepen wordt unaniem als belangrijkste argument voor de inzet van vrijwilligers gegeven dat het bibliotheken gewoon niet lukt om zonder vrijwilligers voldoende openingsuren te combineren met het aanbieden van diverse (nieuwe) activiteiten.

Het percentage bibliotheken waar vrijwilligers werkzaamheden uitvoeren die eerder door medewerkers met een arbeidsovereenkomst werden gedaan, ligt in 2017 ruim hoger dan in 2014 het geval was. In 2017 werd bij 42% van de bibliotheken door vrijwilligers taken uitgevoerd die eerder door betaalde medewerkers werden gedaan. Dit was in 2014 in 26 procent van de bibliotheken het geval. Het uitvoeren van werkzaamheden behorende bij kernfuncties door vrijwilligers gebeurt in 2017 bij 25 procent van de bibliotheken en in 2014 bij 11 procent van de bibliotheken.

Iedereen in de organisatie, van directie tot werkvloer, is op zoek naar een correcte manier om vrijwilligers in te zetten, zo stellen de onderzoekers vast, maar dit blijkt in de praktijk niet altijd makkelijk omdat er verschillende zaken tegelijk spelen: er is sprake van bezuinigingen of teruglopende inkomsten, gemeentes vragen om vernieuwing of uitbreiding van de dienstverlening en betaalde krachten zijn bang om overbodig te worden. Daarbij komt dat artikel 48 voor meerderlei interpretatie mogelijk is. Dit roept veel vragen op. Want waar ligt de scheiding tussen betaald en onbetaald werk? Wanneer is er sprake van arbeidsverdringing? Geldt dit ook als vrijwilligers worden ingezet om betaalde krachten vrij te spelen voor andere taken? Uit het onderzoek komt naar voren dat met name de inzet van vrijwilligers in de rol van gastvrouw en –heer door de betaalde medewerkers wordt ervaren als een bedreiging.
‘Vooral op directieniveau is behoefte aan een branche brede discussie over de veranderende, professionele rol van de bibliotheek ten aanzien van de vijf kerntaken. Men heeft het gevoel dat de tijd dringt, omdat de traditionele rol van de bibliotheek al jaren naar de achtergrond verdrongen wordt en men steeds zoekt naar manieren om het eigen bestaan te verantwoorden. Ook OR-leden geven aan behoefte te hebben aan duidelijkheid. Hun vragen liggen vooral op het vlak van werkverdringing,’zo wordt in het rapport gesteld.

Visie en beleid
De onderzoekers noemen het opvallend dat een echt duidelijke visie ten aanzien van de inzet van vrijwilligers vaak ontbreekt. ‘Men komt niet verder dan de praktische redenen die hierboven al zijn benoemd. Verder geven zowel directies als deelnemers van de andere focusgroepen aan dat artikel 48 uit de cao dit ‘hoe” niet echt duidelijker maakt. Welke onderdelen van de functies mogen ingevuld worden door vrijwilligers en wanneer is nou wel sprake van werkverdringing en wanneer niet? Mag je vrijwilligers inzetten om betaalde krachten (gedeeltelijk) vrij te spelen voor andere werkzaamheden? Dit zijn vragen die spelen bij de respondenten, waar zij geen eenduidig antwoord op hebben,’ aldus de onderzoekers.
Een van de aanbevelingen die de onderzoekers dan ook doen is om het onderzoek te gebruiken om binnen de branche een visie te ontwikkelen op het werken met vrijwilligers. Vragen die daarbij een rol spelen zijn onder andere: Wat voor organisatie zijn we en wat voor organisatie willen we zijn? Wat zijn onze (kern)taken in deze veranderende wereld? Met behulp van een duidelijke visie, kan vervolgens de meer praktisch invulling worden geformuleerd.

Aanbevelingen
Enkele andere aanbevelingen die in het rapport gedaan worden:
  • Veel praktische en organisatorische zaken die komen kijken bij de inzet van vrijwilligers zijn in elke bibliotheek min of meer hetzelfde. Denk aan standaard contracten, inwerkprogramma’s, bepaalde voorbeelden en formats. Het kan lonen om deze zaken centraal te verzamelen en te delen.
  • De allerbelangrijkste manier om vrijwilligers aan je te binden en te zorgen dat zij met plezier hun taken uitvoeren, is het geven van persoonlijke aandacht. Hier is niet alleen een belangrijke taak weggelegd voor de vrijwilligerscoördinatoren maar zeker ook voor leidinggevenden en collega medewerkers. Met behulp van een goede visie op de inzet van vrijwilligers kan ook het heikele punt van opleiding van vrijwilligers in een duidelijk kader worden geplaatst. Dit maakt keuzes op dit vlak voor iedereen helder.
  • Het is belangrijk dat directie en leidinggevenden alert zijn en blijven op problemen tussen betaalde en onbetaalde medewerkers op het gebied van taakafbakening. Wacht niet tot het escaleert, maar houdt regelmatig een vinger aan de pols. Laat vrijwilligers om te beginnen aanschuiven bij afdelingsoverleggen en -uitjes.
  • Het is beter om OR- of PVT-leden eerder mee te nemen in het proces van beleidsontwikkeling omtrent de inzet van vrijwilligers en de taakafbakening. Hiermee wordt ook een stuk wantrouwen dat mogelijk leeft bij de betaalde medewerkers op dit vlak weggenomen.
  • Het aanstellen van een coördinator voor het vrijwilligersbeleid is een goede stap, echter het aantal uren dat deze persoon tot zijn of haar beschikking heeft, is meestal ontoereikend om al deze taken uit te voeren. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat alle taken rondom vrijwilligers uitgevoerd moeten worden door de coördinator zelf, maar er moet in ieder geval wel tijd voor vrij gemaakt worden. Het lijkt erop dat directies zich hier nog onvoldoende van bewust zijn.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie