HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Onderzoek: vmbo-docenten ervaren hardnekkige drempels bij leesbevordering
29-01-2018
Uit een door DUO Onderwijsonderzoek in opdracht van Stichting Lezen onder vmbo-docenten Nederlands uitgevoerd onderzoek blijkt onder meer dat zij aanlopen tegen enkele hardnekkige drempels bij het uitvoering geven aan leesbevordering. Zo heeft lezen onder leerlingen een ‘suf’ imago (64% van de docenten geeft dit aan), is het leesniveau vaak te laag (41%) en is er te weinig tijd in het lesprogramma om voldoende aan lezen te doen (44%). 
Stichting Lezen stelt in een persbericht dat de grootste zorg waar het gaat om de lees- en taalvaardigheid van jongeren, ligt bij leerlingen van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo: 62% van de 15-jarigen in vmbo-basis en 35% in vmbo-kader is laaggeletterd. Reden voor Stichting Lezen om onderzoek te laten doen naar de stand van zaken van het leesonderwijs in het vmbo. 358 vmbo-docenten Nederlands kregen vragen voorgelegd over zowel het leesbevorderingsbeleid op school als over hun inspanningen voor de klas. Daarnaast werden twee verdiepende groepsdiscussies met vmbo-docenten gehouden.

Uit het onderzoek, getiteld Lezen op het vmbo; een stand van zaken, blijkt onder meer dat 80% van de vmbo-docenten aangeeft dat leesbevordering is (of zal worden) opgenomen in het taalbeleid van hun school. Vrijwel alle vmbo-docenten (99%) ondernemen daarnaast leesactiviteiten met hun leerlingen. Hierbij besteden zij het vaakst tijd aan vrij lezen (67% doet dat minstens één keer per week), voorlezen (28%) en het geven van boekadviezen (26%). Veel docenten besteden minstens één keer per kwartaal aandacht aan boekverwerkingsopdrachten (boekgesprekken houden (78%), creatieve verwerkingsopdrachten (88%) en boekverslagen maken (75%)). Uit de groepsdiscussies blijkt dat de verschillen in aandacht voor leesbevordering tussen docenten groot zijn: sommige docenten doen er veel aan, anderen juist weinig.

Minder dan de helft van de ondervraagde docenten doet mee aan landelijke
leesbevorderingscampagnes en -activiteiten. 29% van de ondervraagde docenten doet met de eigen klas of in breder verband mee met de Kinderboekenweek, hoewel dat eigenlijk een activiteit is die gericht is op de basisschool. Aan De Jonge Jury, de lees- en stemcampagne voor 12-16 jaar, doet 32% mee. Leescampagnes en -activiteiten die zich specifiek op vmbo-leerlingen richten, zoals De Weddenschap en de website Leeskracht, worden relatief weinig ingezet door de docenten (respectievelijk 15% en 9%). Het meest doet men mee met de website Lezen voor de Lijst (45%), al zijn de docenten in de groepsdiscussie niet onverdeeld enthousiast over de website. Zij vinden de aangeboden titels minder geschikt voor vmbo-leerlingen, aldus de onderzoekers.

Tabel 1 vmbo

De meest genoemde belemmering die docenten ervaren om het lezen te bevorderen, is dat hun leerlingen lezen ‘suf’ vinden (64%). Andere drempels die genoemd worden zijn: ‘ik heb te weinig lestijd om aandacht te besteden aan leesbevordering’ (44%) en ‘de leesvaardigheid van mijn leerlingen is onvoldoende’ (41%). Ruim een kwart van de docenten is van mening dat er te weinig budget is om aandacht te kunnen besteden aan leesbevordering, en 17% vindt dat er te weinig geschikt lesmateriaal is om het lezen bij leerlingen te kunnen bevorderen. Soms hangt de belemmering samen met de attitude van de docent (12% voelt geen enthousiasme voor leesbevordering) of met zijn/haar kennis of vaardigheden (10% is onvoldoende op de hoogte van het boekenaanbod en 5% heeft naar eigen zeggen te weinig didactisch repertoire voor een boeiende leesbevorderingsles).

Overigens blijkt uit het onderzoek dat de openbare bibliotheek binnen het vmbo nog niet heel prominent in beeld is waar het gaat om leesbevordering en leesplezier. In 38% van de gevallen is er een geoormerkt budget voor lezen en leesboeken (12% geeft aan bezig te zijn dit te realiseren) en 34% van de docenten geeft aan op structurele basis samen te werken met de openbare bibliotheek (14% geeft aan bezig te zijn dit te realiseren). 12% doet mee aan het programma de Bibliotheek op school en 6% geeft aan bezig te zijn dit te realiseren.  68% van de docenten meldt (vrijwel) nooit met klassen een bezoek aan de lokale openbare bibliotheek te brengen (28% brengt minstens een maal per jaar een bezoek aan de plaatselijke bibliotheek). Overigens geeft 61% wel aan een eigen mediatheek met een collectie leesboeken te hebben, meldt 48% dat er op school een taal- en/of leescoördinator aanwezig is en stelt 42% dat leesbevordering een structureel onderdeel van het beleidsplan van de school is.

Tabel 2 vmbo

Van de scholen die wel meedoen aan het programma de Bibliotheek op school geven bijna alle docenten (95%) als reden aan dat de school gebruik kan maken van de expertise van de openbare bibliotheek.
Overigens lijken de docenten die toegang hebben tot een eigen schoolmediatheek daar over het algemeen iets meer tevreden over te zijn dan de docenten die gebruik maken van een collectie in het kader van de Bibliotheek op school.

Tabel 3 vmbo


Conclusie
De onderzoekers stellen concluderend dat er nog winst valt te behalen door leesbevordering in het vmbo meer structureel maken. Zo komt het gebruik van een specifiek leesplan nog niet veel voor en is in 40% van de scholen nog geen taal- of leescoördinator aanwezig. ‘Er is ook winst te behalen door middel van regelmatige samenwerking met de plaatselijke bibliotheek. Slechts 48% van de docenten geeft aan dat die samenwerking bestaat, 68% brengt (vrijwel) nooit met leerlingen een bezoek aan de plaatselijke bibliotheek. Bijna de helft van de ondervraagden bezoekt overigens ook de schoolbibliotheek niet met leerlingen, en nog geen 20% doet mee aan het programma de Bibliotheek op school. Verder is de nascholing op het gebied van leesbevordering voor verbetering vatbaar. Slechts een kwart van de ondervraagden geeft aan dat dit gebeurt,’ zo stellen de onderzoekers.
'Veel meer werk kan worden gemaakt van boekpromotie en -introductie door docenten. De meest voor de hand liggende leesbevorderingsactiviteit, voorlezen, wordt door slechts 28% van de ondervraagde docenten regelmatig uitgevoerd (minstens eenmaal per week). Het houden van boekgesprekken blijkt ook een ondergeschoven kindje, terwijl daar veel winst valt te behalen voor wat betreft de beleving van verhalen. Op een deel van de scholen laat de boekencollectie nog te wensen over. Docenten zijn wel tevreden over de inhoud van het aanbod, maar de collectie veroudert snel. Relatief veel docenten zijn (zeer) ontevreden over het aantal boeken dat jaarlijks wordt vernieuwd (39%), het aantal boeken (33%), de actualiteit van de boeken (29%) en de aantrekkelijkheid van de boeken voor leerlingen (25%).' 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie