HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
KB publiceert onderzoek naar dienstverlening openbare bibliotheken voor- en vroegschoolse educatie
01-09-2017
De Koninklijke Bibliotheek (KB) heeft de resultaten gepubliceerd van de jaarlijks via het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) uitgevoerde enquête over de dienstverlening van openbare bibliotheken voor de voor- en vroegschoolse educatie (vve). Een van de conclusies is dat bijna alle bibliotheken meedoen aan BoekStart voor baby’s en ruim driekwart aan BoekStart in de kinderopvang. Er worden echter ook knelpunten genoemd, waarvan de belangrijkste zijn  onvoldoende financiering en onvoldoende personele bezetting.
Het onderzoek, getiteld Dienstverlening openbare bibliotheken rondom voor- en vroegschoolse educatie (pdf), brengt in kaart hoe de dienstverlening van openbare bibliotheken eruitziet voor de doelgroep 0- tot 4-jarigen.
Aan de BOP-enquête hebben in totaal 135 (basis)bibliotheken meegedaan.

In het rapport wordt geconcludeerd dat  bibliotheken een breed scala aan leesbevorderende activiteiten en programma’s voor 0- tot 4-jarigen aanbieden. Net als in 2015 doen  alle responderende bibliotheken mee aan De Nationale Voorleesdagen en BoekStart voor baby’s. Daarnaast neemt circa driekwart van de bibliotheken deel aan BoekStart in de kinderopvang en organiseert 61% losse voorleesbijeenkomsten (zonder vast programma). De deelname aan de VoorleesExpress ligt op 45% en 33% van de responderende bibliotheken geeft aan (ook) met een zelf ontwikkeld programma te werken.
Gemiddeld is 33% van de doelgroep lid, vergelijkbaar met 2015 (32%).

Negen op de tien bibliotheken bieden training en ondersteuning aan op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie, dit aanbod wordt voornamelijk door de bibliotheken zelf georganiseerd.

Vrijwel alle bibliotheken die BoekStart voor baby’s organiseren, bieden een collectie voor 0- tot 4-jarigen aan. Daarnaast biedt het merendeel van deze bibliotheken een speciaal voor baby’s ingerichte boekenhoek (89%) en voorlichting voor ouders (83%) aan. Bijeenkomsten voor baby’s worden weliswaar regelmatig georganiseerd (65%), maar maken nog niet in alle bibliotheken standaard onderdeel uit van het aanbod, met name niet in bibliotheken met een relatief klein werkgebied.

De belangrijkste samenwerkingspartners op het gebied van vve zijn gemeenten (81%), consultatiebureaus (74%) en kinderopvanginstellingen en/of koepelorganisaties (72%). Daarnaast heeft een derde van de bibliotheken afspraken over samenwerking gemaakt met basisscholen, inclusief brede scholen en voorscholen. De formele afspraken (inspanningsverplichting) die de bibliotheken gemaakt hebben met de diverse samenwerkingspartners, betreffen voornamelijk de doorverwijzing naar de bibliotheek (77%). Daarnaast betreffen de formele afspraken veelal de financiering van het programma (60%) - meestal vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst - en het projectplan (58%)

Circa vier op de tien bibliotheken weten niet te benoemen hoeveel fte wordt ingezet voor de dienstverlening op het gebied van vve (42%). In het rapport wordt het vermoeden uitgesproken dat de uren voor voor- en vroegschoolse educatie bij veel bibliotheken niet opgenomen zijn in het beleid en dat er geen geoormerkte uren beschikbaar zijn voor deze dienstverlening. Het merendeel van de bibliotheken die hier wel antwoord op kunnen geven, zet minder dan 1 fte in voor de dienstverlening (40%).
Als een van de belangrijkste knelpunten wordt door veel bibliotheken (61%) dan ook onvoldoende personele bezetting genoemd.

Ongeveer evenveel bibliotheken (59%) noemen onvoldoende financiering als knelpunt.
Veruit de meeste van de responderende bibliotheken hebben budget vrijgemaakt in de reguliere begroting ter bekostiging van de dienstverlening rondom voor- en vroegschoolse educatie (95%). Ruim een derde van deze bibliotheken weet echter niet hoeveel budget de bibliotheek heeft vrijgemaakt voor de dienstverlening rondom voor- en vroegschoolse educatie (39%). Tevens wordt relatief vaak gebruikgemaakt van specifieke bijdragen van gemeenten (60%) en Kunst van Lezen (50%). De helft van de bibliotheken die een bijdrage ontvangen van de gemeenten, ontvangt deze bijdrage bovenop de reguliere financiering (51%). Vrijwel alle responderende bibliotheken gebruiken meerdere financieringsbronnen om de activiteiten in het kader van voor- en vroegschoolse educatie te bekostigen.

Andere genoemde knelpunten zijn onder andere nog: onvoldoende zicht op de effectiviteit van de dienstverlening op het gebied van vve (22%), onvoldoende beleidsprioriteit bij de gemeente (20%), doelgroep is moeilijk te vinden of te bereiken (19%), samenwerking met partners verloopt stroef (17%).

De KB stelt naar aanleiding van het rapport dat uit het onderzoek blijkt dat veel bibliotheken aandacht besteden aan hun vve-dienstverlening, maar er onvoldoende in slagen om voorwaarden te scheppen voor de uitvoering (financiering, formatie en resultaatmeting).
Het BoekStart-kernteam doet daarom de volgende aanbevelingen:
  • Financiering. Veel gemeenten hebben speciale vve-subsidieregelingen waar een beroep op kan worden gedaan. Ook zijn organisaties als de kinderopvang vaak bereid om een bijdrage in de kosten te betalen. Hierdoor hoeven bibliotheken niet alle kosten voor hun rekening te nemen.
  • Formatie. Het is belangrijk dat er voldoende geoormerkte uren beschikbaar zijn en dat deze uren ook echt aan de vve-dienstverlening besteed worden, inclusief beleidsontwikkeling en kwaliteitsbewaking.
  • Resultaatmeting. Het meten van resultaten is dankzij de monitor BoekStart in de kinderopvang en de BOP-enquête vve eenvoudiger geworden. Bibliotheken kunnen deze instrumenten als nulmeting gebruiken, op basis waarvan doelstellingen ter verbetering worden geformuleerd. Verder draagt het bijhouden van het aantal bestelde en uitgereikte BoekStart-koffers bij aan het inzichtelijk maken van de resultaten.
  • Aandacht voor BoekStart. De meeste bibliotheken hebben BoekStart vaak al jaren geleden omarmd. Daardoor is de aandacht ervoor soms wat weggezakt en is het raadzaam om aan de hand van BoekStart in de spotlights (pdf) de dienstverlening weer wat aan te scherpen. Hiermee kan het bereik worden vergroot en wellicht het aantal nulleners worden teruggebracht.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie